Wetenschap als sprookje A Kobben -16 dec 1989

De Groots opvatting stoelt op de optimistische geddachte- te optimistisch vrees ik - dat uiteindelijk na discussie de beste argumenten het in de weetenschap zullen winnen.

K merton zegt ook dat onderzoekers open en eerlijk moeten wezen en sceptisch tegenover hun eigen theorien, maar , meent net als de groot dat ze dat - meestal ten minnste - ook zijn. Ian Mitroff noemt dat het sprookje van de wetenschap.

Hij wijst erop dat juist vaak de meer creatieve geesten, de grote geleerden, zich vastklampen aan hun favoriete ideeen en ieder middel aangrijpen om ze te verdedigen tegen contraire feiten en conccurerende theorien.

Ik schrik als de Groot spreekt over preventieve en curatieve maatregelen om de koppige eenling in het gareel te houden.

Unanimiteit of consensus is mooi. mits deze het resultaat is van een rationele discussie, dat is een discussie gebaseerd op inhoudelijke argumenten.

In dat verband heb ik geschreven en ik herhaal het hier, dat consensus in de wetenschap, behalve onmiskenbare voordelen ook een groot gevaar inhoudt.

Ook wetenschapsmensen zijn meestal niet kritisch in absolute zin maar in relatieve zin: enkel tav die theorien en standpunten die hun onwelvallig zijn. Zo beschouwd kan men de dissensus zelfs als het hartebloed van de wetenschap beschouwen. Niet altijd werkt het zo. Nogal eens gaat de tegenstelling tussen facties zelfs zo ver dat zij niet meer kennis willen nemen van elkaars produkten.

De hartstocht speelt dus een grote rol, ook bij wie zweert bij de koele ratio.

Overtuiging maar ook blind geloof in eigen gelijk; toewijding, maar ook drammerigheid, vertrouwen in eigen missie, maar ook zelfvoldaanheid. Dit geldt min of meer voor ons allemaal.