Laatste saluut aan de canon
Siep Stuurman

Wat iedereen écht moet weten in deglobaliserende wereld van vandaag

Een echte canon is geen overzicht van weetjes, maar eenwereldbeschouwing en een gedeeld interpretatiekader. Zo'n canon laat zich niet afdwingen. De lijstjes met kale feiten die tegenwoordig veelvuldig opduiken, zijn vooral stervensbegeleiding.

Toen ik in het begin van de jaren zestig op het StedelijkGymnasium in Breda zat, was het ons volstrekt duidelijk wat de canon was. Dat waren de Grieken en de Romeinen. Aan de vaderlandse geschiedenis werd nog wat gedaan als er tijd overwas. De Hertog van Alva deugde niet en de Gouden Eeuw was een bloeitijd. Verder dan de Franse Revolutie zijn we nooit gekomen.Niemand vertelde ons dat Homerus, Plato en Livius de canon vertegenwoordigden. Het C-woord was in die tijd nauwelijks bekend. De Grieken en Romeinen waren het' gewoon. Onze lerarenhielden ons voor dat wij blij moesten zijn dat we met deklassieken kennis mochten maken. Buiten liepen debeklagenswaardige hoi polloi' (de velen') die daar geen weet van hadden. Onze leraar Grieks placht daarbij met een priemendevinger in de richting van de Nassausingel te wijzen. Daar liepende barbaren die dachten dat Homerus een bromfietsmerk was.

De canon was een statuskenmerk, een hoeveelheid kennis, en eenklein aantal pakkende verhalen en episoden die betekenis voor onshadden, zoals de apologie van Socrates en de reisverhalen van delistige Odysseus. Dat laatste was waarschijnlijk het enige dater echt toe deed. Maar de canon van de oudheid had voor ons nietmeer de betekenis die hij voor de geletterde Europeanen van denegentiende eeuw nog had gehad. Thorbecke meende bijvoorbeeld datde toekomstige politieke elite de Latijnse School diende tebezoeken, omdat kennis van de Griekse en Romeinsegeschiedschrijvers nodig was voor een juist begrip van hetstaatsbestuur. In de tweede helft van de 20ste eeuw lag datminder voor de hand. Onze canon was daarom nog maar gedeeltelijkeen levende traditie.

Daarmee kom ik tot de kern van de zaak, en tevens tot devoornaamste misvatting die het huidige canon-debat beheerst. Eencanon is geen lijstje weetjes en ook geen verplichte literatuurlijst. Een echte canon is zowel meer als minder dandat. De christelijke canon is een goed voorbeeld: de kern ervanwas de bijbel, een tekst die zijn enorme kracht ontleende aan detraditie van commentaren, uitleg en morele lessen die er omheengeweven was, en die door iedere generatie werd opgepakt, opnieuwgeïnterpreteerd en aangepast aan veranderende omstandigheden.Dat deze ene tekst zo'n vijftien eeuwen op die maniergefunctioneerd heeft, bewijst niet dat hij tot de canon moestbehoren, maar eenvoudig dat hij de canon was. Het was de tekstwaar iedereen die het leven en de maatschappij betekenis wildegeven aan refereerde. Dat is nu niet meer zo. Op het moment dater klasjes bijbelkennis moeten worden georganiseerd om de bijbelnaar de mensen toe te communiceren', weet je één ding zeker:de christelijke canon is in de terminale fase.

Moderne consument
In dit licht gezien, houdt het handzame boekje De canons hetmidden tussen een blauwdruk voor onderwijsprogramma's en eenverdienstelijke poging tot stervensbegeleiding. Het bevat vijfcanons die de volgende gebieden bestrijken: de Nederlandsegeschiedenis (door Herman Beliën en Paul Knevel), dewereldgeschiedenis (door H. L. Wesseling), de Nederlandseletteren (door Marita Mathijsen, Herman Pleij en ThomasVaessens), de filosofie (door René Gude en Daan Roovers), entenslotte de moderne wetenschap (door Klaas van Berkel). Alleauteurs hebben hun best gedaan om in een zeer kort bestek (140pagina's voor het hele boekje, chapeau!) neer te zetten wat zijessentieel vinden voor hun thema. Hun canons zijn bedoeld voorde ontwikkelde burger. Wat iedereen wil weten over geschiedenis,literatuur, filosofie en wetenschap' luidt de ondertitel van hetboekje. Had daar trouwens niet behoren te staan wat iedereenmoet weten'? De inzet van het canondebat was toch dat veel teveel burgers, vooral jeugdige burgers, niet altijd de juistedingen willen weten? Dat ze wel op de hoogte zijn van Madonna enShakira, maar niet van Balthasar Geraerds en Arnoud de Dikke?Maar goed, de uitgever is er waarschijnlijk vanuit gegaan dat demoderne consument niet graag te horen krijgt dat er iets moet. Het is overigens duidelijk genoeg dat de auteurs vooral hetmiddelbaar onderwijs op het oog hebben. Hun teksten zijn te lezenals beknopte schetsen voor een onderwijsprogramma. Laten we zeom te beginnen eens in dat licht beoordelen. Zouden ze de basiskunnen vormen voor goed onderwijs? Zijn ze in overeenstemming metde stand van het wetenschappelijk onderzoek?

De canon Nederlandse geschiedenis is tamelijk traditioneelopgezet, met een enkele vrouw en allochtoon die er wat los bijbungelen. Mijn voornaamste bezwaar is het anachronistische terugprojecteren van Nederland' tot in de Romeinse tijd. Zoals veelEuropese naties is het Nederland dat wij kennen een product vande 16de en de 17de eeuw. De ideologie dat naties er altijd alwaren noemen historici tegenwoordig een invented tradition'. Hetzou beter zijn dat duidelijk te laten zien. Laat leerlingen maarnadenken over de vraag waarom deze rivierdelta een aparte natieis geworden. Vragen leren stellen is tenslotte de essentie vankennis. Over de canon wereldgeschiedenis kan ik kort zijn: deenige vraag die hij oproept is hoe iemand op het idéé kan komendat dit een canon van de wereldgeschiedenis is. Het is eenklassiek overzicht van de Europees-westerse geschiedenis, waarinde rest van de wereld voornamelijk opduikt wanneer Europeanen ereen stuk van ontdekken' of koloniseren. Voor de vorm wordt Chinaaan het begin even genoemd, maar daarna verdwijnt het uit hetverhaal om in de 20ste eeuw nog één keer terug te komen. Maarde val van het Chinese keizerrijk in 1911 wordt niet eensvermeld. Andere delen van de wereld lijken in het geheel geeneigen geschiedenis te hebben. Gemeten aan het internationalbloeiende onderzoek op het terrein van de wereldgeschiedenis, isdeze canon een grote stap achteruit.

De literaire canon geeft vervolgens een klassiek overzicht vande Nederlandse letteren (waaronder een enkele Vlaming), van Karelende Elegast tot A.F.Th. van der Heijden. De auteurs gewagen vanvijftig boeken die alle Nederlanders gelezen zouden moetenhebben. De toenemende rol van vertaalde romans, ook van buitende Europese cultuurkring, vonden zij helaas geen vermeldingwaard, terwijl deze toch het leesgedrag in de laatste decenniaingrijpend veranderd heeft. De twee laatste canons zijn nietnationaal opgezet. Dat zou ook moeilijk kunnen want filosofie enwetenschap kennen nauwelijks eigen Nederlandse tradities. Defilosofische canon is de klassiek Europees-westerse, als wevoorbij gaan aan de zeven regels gewijd aan de middeleeuwseArabische filosofie. Het zou aardig zijn geweest als de auteursgeprobeerd hadden iets te zeggen over het confucianisme en deandere filosofische scholen in het antieke China, of bijvoorbeeldiets over India en Iran. Afgezien daarvan is het een zinnigeleiddraad (maar Sophie's wereld is onderhoudender!). De vijfdeen laatste canon behandelt de moderne wetenschap, van Copernicusvia Bacon, Newton, de 18de-eeuwse Encyclopedisten, Darwin,Einstein en Planck tot aan de hedendaagse genetica enastrofysica. Het gaat bijna uitsluitend over denatuurwetenschappen, onderbroken door een zeer korte paragraafover de geesteswetenschappen. Van die laatste hoeft dehedendaagse burger kennelijk niet zoveel te weten.

Vragen stellen

Als aanzet tot discussie is een boekje als dit natuurlijkaltijd nuttig. Maar het is de vraag of er verder veel mee te doenis. Een echte canon kan niet kunstmatig gemaakt worden. Metlouter pedagogische middelen laat zich geen wereldbeschouwingdecreteren. De kern van een canon is niet een hoeveelheid kennis,maar een gedeeld interpretatiekader dat nieuwe kennis kan opnemenen er betekenis aan kan geven. Een levende canon istoekomstgericht. Van de vijf canons die hier bijeen gebrachtzijn, maken volgens mij die van de filosofie en de wetenschap demeeste kans, omdat ze aansluiten bij de voortgaande vakbeoefeningen een goed beginpunt geven voor wie zelf verder wil denken. Datkomt omdat de natuurwetenschappelijke canon tamelijk onomstredenis (afgezien van de conflicten over het darwinisme in deVerenigde Staten). De filosofische canon is dat iets minder, maarde aard van de filosofie brengt met zich mee dat het er eerdergaat om te leren vragen dan om een reeks namen en weetjes. Mensendie alles zeker weten zijn geen filosofen. Waar iemand preciesbegint met filosoferen is eigenlijk nogal bijkomstig.

Daarmee vergeleken hebben de canons van de Nederlandsegeschiedenis en literatuur slechts ten dele een cognitieveinslag. Ze maken deel uit van de neo-nationale reactie opglobalisering, immigratie en Europese integratie. Het gaatdaarbij niet in de eerste plaats om kennis en zelfstandig denken,maar om morele bindingen en nationale identiteit. Hetneo-nationalisme heeft thans de politieke wind mee, maar het iszeer de vraag of zich op zo'n defensieve reactie eenlevensvatbare canon laat bouwen. Dat geldt a fortiori voor decanon van de Europese geschiedenis die in dit boek onder de valsevlag van wereldgeschiedenis wordt gepresenteerd. Kennis van deEuropese geschiedenis is zeker nuttig, maar de hedendaagse burgermoet zich kunnen oriënteren in een globaliserende wereld,waarvan Europa al enkele eeuwen een integraal onderdeel is.Daarvoor bestaan zelfs al handboeken (bijvoorbeeld en in slechts150 pagina's, Jürgen Osterhammel en Niels Petersson,Globalization. A Short History, Princeton 2005). Hier loopt Decanons duidelijk achter op de wetenschappelijke ontwikkeling. Datgeldt helaas ook voor de canons van de Nederlandse geschiedenisen literatuur. De vernieuwende stromingen van de laatste decenniazijn daarin bijna geheel onzichtbaar. In dat opzicht zijn diecanons conservatief in de klassieke betekenis van het woord: zijvatten samen wat geweest is, maar ze sluiten niet aan bij wat inonze eigen tijd de gemoederen beweegt. Ze missen, kortom, Sturmund Drang.

Siep Stuurman is hoogleraar Europese Geschiedenis aan deErasmus Universiteit. Hij werkt samen met prof. Maria Grever enDr. Kees Ribbens in het NWO-project Paradoxes ofDecanonization'.

Herman Belin e.a.: De canons. Wat iedereen wil weten over geschiedenis,literatuur, filosofie, kunst en wetenschap. Bert Bakker, 154 blz. euro 9,95