Werkwoorden en naamwoorden hebben eigen hersengebieden

Hendrik Spiering

Bij het uitspreken van werkwoorden zijn andere hersendelen actief danbij het uitspreken van zelfstandige naamwoorden.
Dit hebben onderzoekersvan Harvard, onder leiding van Alfonso Caramazza vastgesteld met behulp vanfMRI-onderzoek bij proefpersonen die hardop verschillende zinnetjesvoorlazen (Proceedings of the National Academy of Sciences, Early Edition,16 jan).
 

Het onderscheid tussen werkwoorden en zelfstandige naamwoorden is eenvan de zeer weinige grammaticale onderscheiden die in ŗlle talen voorkomen. Uit onderzoek aan patiŽnten met hersenbeschadiging was al welduidelijk dat verschillende hersendelen actief waren, maar bij gezondemensen was het nooit ondubbelzinnig vastgesteld. Bij eerderefMRI-onderzoeken was altijd twijfel of de gemeten verschillen inhersenactivatie te wijten waren aan het feit dat werkwoorden nu eenmaalcomplexere vervoegingen hebben (meervoud, enkelvoud, Ťn verschillendepersoonsvormen en tijden) dan zelfstandige naamwoorden (alleen enkel- ofmeervoud). Door het gebruik van eenvoudige zinnetjes (many doors versus heweeps), door controle-experimenten met concrete en abstracte werk- ennaamwoorden, en door het ruimhartig gebruik van pseudowoorden (he wugs enthe wugs) denkt Camarazza die bezwaren omzeild te hebben.

In totaal drie (ver uiteenliggende) hersengebieden vond Caramazza's teamdie veel actiever waren bij de productie van werkwoorden dan bij die vannaamwoorden: de linker prefrontale cortex, de linker superieure pariŽtalelobule en de linker superieure temporale gyrus. Eťn concentratieplek voorde productie van naamwoorden werd geÔdentificeerd: de linker anterieurefusiform gyrus.

Een van de werkwoordsgebieden (de temporale gyrus) viel bij naderebeschouwing af omdat de activiteit er te nauw bleek samen te hangen met demoeilijkheidsgraad van de betekenis en de vervoeging van de werkwoorden.En dat is iets anders dan het kale' grammaticale onderscheid tussenwerkwoord en naamwoord.

Door alle controle-testen blijven er nu weinig alternatieve verklaringenover, maar Caramazza c.s. noemt er nog wel een.

De gebruikte zinnetjes bij werkwoorden zijn bijvoorbeeld volledigezinnen, die van de naamwoorden slechts zinsdelen. Maar Caramazza steltdaarbij onmiddellijk de vraag of dit noodzakelijke verschil (in het Engels)niet ook ten diepste samenhangt met het grammaticale onderscheid tussenwerkwoord en naamwoord: bij een werkwoord moet nu eenmaal een onderwerpworden genoemd. Zorgvuldig nieuw onderzoek zal moeten uitwijzen hoeonlosmakelijk die samenhang is. Hendrik Spiering