Nederlandse dialecten

Zie kaart, voor de locatie van de dialecten of streektalen. Dit is een globale indeling, waarbij de meeste overgangsdialecten niet zijn opgenomen. Het is dus alleen bedoeld om een algemeen beeld te scheppen van de spreiding van de Nederlandse dialecten. Het Nedersaksisch, Zeeuws en Limburgs worden hierop niet als aparte taal aangemerkt, dit heeft geen politieke achtergrond. De grens tussen dialect en taal is voor het West-Germaanse taalgebied, dus ook voor Nederland en Vlaanderen, zeer problematisch. Voorzichtigheid is geboden bij het gebruik van dit kaartje, daar de meeste taalgrenzen die erop staan aangegeven vloeiend en vaag zijn, en niet door alle deskundigen worden onderschreven (i.h.b. de grenzen van het Limburgs en het Nedersaksisch niet).
 


Nederlandse dialecten

A. Zuidwestelijke dialectgroep (Zeeuws/West-Vlaams)

1. West-Vlaams, inclusief Frans-Vlaams en Zeeuws-Vlaams

2. Zeeuws

B. Noordwestelijke dialectgroep (Hollands)

3. Zuid-Hollands

4. Westhoeks

5. Waterlands* en Volendams*

6. Zaans*

7. Kennemerlands

8. West-Fries*

9. Bildts, Midslands, Stadsfries en Amelands*

C. Noordoostelijke dialectgroep (Nedersaksisch)

10. Kollumerlands

11. Gronings en Noordenvelds

12. Stellingwerfs

13. Midden-Drents

14. Zuid-Drents

15. Twents

16. Twents-Graafschaps

17. Gelders-Overijssels (Achterhoeks) en Urks

18. Veluws

D. Noordelijk-centrale dialectgroep

19. Utrechts-Alblasserwaards

E. Zuidelijk-centrale dialectgroep

20. Zuid-Gelders

21. Noord-Brabants en Noord-Limburgs

22. Brabants

23. Oost-Vlaams

F. Zuidoostelijke dialectgroep

24. Limburgs