Samenleving raakt bedolven onder lawine van non-informatie


A.C. Zijderveld; A.C. Zijderveld is hoogleraar sociale wetenschappen aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Deze tekst is een ingekorte versie van een rede die hij uitsprak voor deelnemers aan het Hoger Onderwijs voor Ouderen van de universiteit.
artikel | Dinsdag 24-10-1995 | Sectie: Overig | Pagina: 8
De elektronische revolutie in de westerse wereld heeft een stortvloed aan informatie mogelijk gemaakt. Maar levert die onophoudelijke stroom ook kennis op? Volgens A.C. Zijderveld niet: de postmoderne 'info'-inflatie verzwakt de cultuur en kondigt de komst aan van een nieuwe heersende klasse, die van de informatie-makelaars.


Bij woorden als informatie, informatica, informatisering en informatiemaatschappij, moet ik altijd denken aan een uitspraak die wordt toegeschreven aan Ralph Waldo Emerson (18031882). De uitspraak moet meer dan honderd jaar oud zijn, maar is nog steeds actueel. Emerson sprak over de elektronische ontwikkelingen, die in zijn dagen nog pril waren maar daardoor des te verbluffender. Droogjes merkte hij op: "We hebben er grote haast achter gezet een telegraaflijn tussen Texas en Maine aan te leggen. Maar misschien heeft Texas Maine niets mee te delen?"

Dat is de spijker op de kop! We beschikken vandaag de dag over personal computers, e-mail verbindingen, internet highways en niet te vergeten de fax. In een mum van tijd kunnen we over de aardbol met elkaar communiceren - post elektronisch versturen, babbelen op het internet. Maar wat hebben we elkaar eigenlijk te vertellen?

Computerexperts worden lyrisch als ze spreken over de hoeveelheden data, doorgaans aangeduid met info, die thans in het elektronisch brein kunnen worden opgeslagen en razendsnel, door het indrukken van wat knopjes, kunnen worden opgeroepen. De elektronische evolutie, vaak losjes aangeduid als revolutie, wordt afgemeten aan het toenemen van de kwantiteit en de frequentie: steeds meer en steeds sneller - dat zijn de criteria van de elektronische vooruitgang. Hoewel ik een groot bewonderaar en enthousiast gebruiker van die technische ontwikkelingen ben, wil ik hier toch enige kritische en dus relativerende kanttekeningen bij plaatsen.

De verbluffende ontwikkelingen in de elektronica hebben belangrijke veranderingen in onze maatschappij en cultuur teweeg gebracht. De voordelen van deze veranderingen zijn evident - het snel oproepen, vergelijken, kruisbestuiven van informatie, het snel doorgeven van berichten zonder van de bureaustoel op te hoeven staan, het opslaan van gegevens in omvangrijke databestanden die direct ter beschikking staan. Maar er zijn ook bedenkingen. We zijn mijns inziens getuigen van een voorheen ongekende inflatie van informatie: info-inflatie. De elektronische ontwikkelingen hebben het mogelijk gemaakt ons dagelijks met grote hoeveelheden informatie te overstelpen - een niet aflatende informatiestroom die ongestructureerd over ons wordt uitgestort. De radio, televisie en kranten, de reclameborden, de reclamekrantjes, de weekbladen enzovoorts overstelpen ons dagelijks met berichten, met onsamenhangende info. Het is wat informatie-aanbod betreft een chaotische 'Winkel van Sinkel', waar werkelijk alles te koop is. We dolen er door heen, pikken hier en daar wat op en vergeten het bijna even zo snel weer, om vervolgens weer andere info tot ons te nemen.

De Rotterdamse filosoof Jos de Mul ziet zelfs een nieuw menstype opdoemen: de homo zappens, de zappende mens. Die, zou ik hieraan willen toevoegen, hanteert tijdens zijn gezap eigenlijk maar ÚÚn keuzecriterium: is het leuk? Niet 'goed' of 'mooi', laat staan 'waar', maar 'leuk' is het dominante waarde-oordeel, alsof onze wereld ÚÚn groot pretpark is. Het is onderdeel van een om zich heen grijpende 'Eftelingisering van ons wereldbeeld'. Ook informatie wordt aldus op haar vermakelijkheidsgehalte beoordeeld: niet leuk? Zappen!

De info-producenten hanteren inmiddels nog andere criteria. Zij gaan met elkaar in concurrentieslag over hoeveelheid en snelheid. Kwantiteit en snelheid zijn de enige criteria waarmee door hen de elektronische ontwikkelingen worden beoordeeld. Hoe meer en hoe sneller de info wordt, hoe driftiger de infoconsument moet zappen. Dat alles versterkt de info-inflatie exponentieel. Inflatoire informatie is slappe informatie, is vaag, abstract, nauwelijks betekenisvol, nauwelijks waardevol - inderdaad, hooguit leuk of niet leuk. De informatie dijt uit over de maatschappij, dringt door in alle voegen en porieŰn, maakt van haar een info-maatschappij. Maar word je van al die informatie nou zoveel wijzer? Het is net als met de inflatie van het geld: zoals die de economie verzwakt en uitholt, wordt de cultuur verzwakt en uitgehold door de info-inflatie. Het is onvermijdelijk dat dan ook de wet van Gresham in werking treedt: slechte informatie verdrijft goede informatie.

Overigens geloof ik dat wat we nogal losjes aanduiden met 'postmodernisme' de ideologische afspiegeling is van deze elektronische ontwikkelingen. Het is de wijsgerige pendant van deze culturele inflatie. In het postmodernisme worden historische duur en systematische samenhang afgezworen en ingeruild voor wat individueel, ad hoc en verbrokkeld is. Om het wat oneerbiedig te formuleren: het postmodernisme is de filosofie van de 'Winkel van Sinkel' waar alles te koop is.

Ik keer terug naar de woorden van Emerson. Zij leggen er de nadruk op dat tal van technologische uitvindingen goed en mooi zijn, maar dat het er uiteindelijk wel van afhangt, wat we er mee doen en vooral wat we er instoppen. Wat heb je aan een telegraaflijn, een e-mail en fax verbinding, als je elkaar inhoudelijk niets hebt mee te delen? En hier wringt hem de schoen, want tengevolge van de zojuist genoemde inflatie is de inhoud van onze informatie ernstig verzwakt, is de informatie uitgehold geraakt.

Daarom is het een groot misverstand te denken dat de informatiemaatschappij tevens een kennismaatschappij zou zijn. De theorie is bekend: het belangrijkste kapitaal in deze laat-kapitalistische samenleving van ons zou kennis zijn. Ongelijkheid is steeds minder een economische ongelijkheid in termen van ongelijke inkomensverdeling en ongelijk bezit van produktiemiddelen - kort gezegd, de haves tegenover de have-nots. Steeds meer zouden we te maken krijgen met culturele ongelijkheid in termen van ongelijk kennisbezit - de knows tegenover de know-nots. Onvermijdelijk is dan ook het begrip 'cultureel kapitaal'. Dit kapitaal wordt vooral uitgedrukt in de hoogte van de opleidingen en de kwaliteit van de diploma's. Ook introduceerde men het begrip knowledge class, kennisklasse, ook wel Nieuwe Klasse genoemd. De kennisklasse zou op grond van haar culturele kapitaal de samenleving beheersen. Omdat deze klasse zeker in de verzorgingsstaat bijna altijd links-progressief was, werd zij door links omarmd en door rechts verfoeid.

Toch schort er iets aan deze analyse. De kern van de fout is dat informatie nog geen kennis is en dat niet zozeer het bezit van informatie danwel het overweg kunnen met de informatietechnologie en dus met de distributie van informatie macht en invloed verschaft. Met excuses voor dit misbruik van de Engelse taal zou men kunnen zeggen dat niet de knows staan tegenover de know-nots, maar de know-hows tegenover de know-how-nots. Niet de kennisklasse maar de infomakelaars maken in de info-samenleving de wacht uit. De belangrijkste leden van de kennisklasse waren de academici en de professionelen. De belangrijkste infomakelaars zijn de mensen van de media - radio, kranten en vooral televisie. Zij zijn het die de binnenstromende info selecteren en vaak ook interpreteren. Zij maken uit wat we te horen en te zien krijgen, vooral ook wat we niet te horen en te zien krijgen.

Maar zoals gezegd is informatie nog geen kennis, en daarmee stoten we op de kern van het misverstand dat we in een kennismaatschappij zouden leven. Het weerbericht is een dagelijks stuk informatie dat de meesten van ons tot zich nemen. Deze informatie vergroot op zichzelf niet onze meteorologische kennis. Als ik weet dat het morgen de hele dag zal regenen, dan betekent dit niet dat ik ook begrijp hoe die regen tot stand komt en hoe het Řberhaupt mogelijk is deze buien te voorspellen.

De meeste info die we in grote hoeveelheden over ons heen krijgen, zijn verbrokkelde eenheden - brokken info. Pas als informatie gestructureerd is, zich voegt in de betekenisco÷rdinaten van ons bestaan en zich verbindt met het verleden en zo mogelijk ook met de toekomst - dat wil zeggen, in de tijd wordt ingebed - kunnen we van kennis spreken. Kennis is inderdaad niets meer en niets minder dan geordende, betekenisvol gestructureerde informatie. In lessen, hoorcolleges en voordrachten, in boeken, artikelen en essays, vaak ook in radio- en televisiedebatten worden brokken informatie geordend, betekenisvol gestructureerd en samenhangend uitgelegd. Info wordt op die manier kennis. Overigens lukt dat niet altijd. Er zijn colleges en boeken die tal van weetjes opsommen en vervolgens in eigen chaos ten onder gaan. Soms klinkt dat erg geleerd maar het eindresultaat is niet kennis en inzicht doch een leeg gegons in het brein - ruis dus. Een niet gering probleem is trouwens ook dat luisteraars, kijkers, leerlingen en studenten in toenemende mate homines zappentes zijn - zappende mensen die niet de rust hebben en de concentratie kunnen opbrengen die nodig zijn om naar samenhangende betogen, redeneringen en uiteenzettingen te luisteren.

Buiten het postmodernisme is kennis steeds meer dan informatie - zij is het resultaat van een substantieel-rationele ordening van de informatie. We leven, zegt men, in een informatiemaatschappij, maar het valt nog te bezien of ze ook een kennismaatschappij is, zoals zo vaak wordt beweerd. Het zou wel eens kunnen zijn dat juist de eerder genoemde info-inflatie de vorming van kennis in de weg staat. Dan zouden we wederom getuigen zijn van die merkwaardige wetmatigheid dat overvloed niet zelden schaarste baart. Johan Huizinga merkte eens op dat veel onderwijs onder-wijs maakt. In een samenleving die overstelpt wordt door grote hoeveelheden info loopt de infoconsument het gevaar steeds meer gebrek aan kennis te krijgen. Hoe meer info, hoe minder kennis, hoe meer domheid.

En hoe zit het nu met de wijsheid? Het valt meteen op dat dit zo'n ouderwets woord is. Informatie en kennis zijn de twee basisbegrippen in de hedendaagse samenleving. Ze vormen de kern van ons culturele kapitaal. Over wijsheid - laat staan filo-sofia, begeerte naar wijsheid - wordt door de infomakelaars en de kennisklasse niet of nauwelijks gesproken. Wijsheid is van een geheel andere orde. Wijsheid is inzicht in de ervaringswerkelijkheid en wel een inzicht dat niet voortspruit uit aangereikte informatie en aangeleerde kennis, doch uitsluitend en alleen voortkomt uit ervaring - levenservaring. Wijsheid wordt je niet aangereikt en kun je niet leren. Zij is het resultaat van ouder worden, groeit met het toenemen van de levensjaren. Informatie wordt via media aangereikt, kennis wordt onderwezen, maar wijsheid groeit en blijft inwendig, wil zich nooit opdringen.

De wijze is doorgaans zwijgzaam, schuwt in ieder geval het gebabbel. Als hij spreekt of schrijft, heeft hij wat mee te delen. Niet zelden klinkt dat bedrieglijk eenvoudig, zoniet simpel. Hij is geen saaie figuur al is het adjectief 'leuk' wel het minst geschikt om hem te typeren. Zijn humor is niet slapstick maar meer esprit en wit. Omdat deze wijsheid met de jaren groeit, zul je haar bij jongeren niet snel tegenkomen. Een jongmens dat wijs uit de hoek probeert te komen, diskwalificeert zichzelf al gauw als wijsneus.

Wijsheid wordt gekenmerkt door afstandelijkheid, relativering en innerlijke rust - drie belangrijke bestanddelen van de wijsheid die echter niet ge´nterpreteerd moeten worden als onge´nteresseerdheid, relativisme en saaiheid. De ietwat sardonische humor van Prediker kenmerkt de wijze. Immers, hij beziet het leven niet langer zoals de jongere dat doet, vanuit een relatief kort verleden naar een eindeloos lijkende toekomst, doch omgekeerd vanuit een steeds langer wordend verleden naar een onverbiddelijk inkrimpende toekomst. Daarbij is cognitieve kennis geen voorwaarde. Je komt wijze mensen tegen die niet of nauwelijks zijn geschoold, je komt - zeker in de universitaire wereld - hoog opgeleide, knappe koppen tegen die van wijsheid zijn gespeend.

En toch mogen we de wijsheid niet geheel van kennis en informatie loskoppelen. Het is juist hier dat Hoger Onderwijs voor Ouderen naar mijn mening een belangrijke plaats inneemt. Om te beginnen, juist in onze informatiemaatschappij waarin we door grote info-stromen meer geŰnerveerd dan ge´nformeerd worden, is er grote behoefte aan wijsheid, aan de combinatie van afstandelijkheid, relativering en innerlijke rust. Wee de samenleving die de wijsheid marginaliseert en zich uitsluitend als infomaatschappij positioneert. Ze zal aan eigen leegte en cultuurinflatie ten onder gaan. Texas zal dan inderdaad Maine niets meer mee te delen hebben.

Maar het omgekeerde is even belangrijk. Wijsheid kan juist omdat ze beklijft zeker in onze snel veranderende, complexe samenleving gemakkelijk verstarren. Men loopt als oudere het gevaar zichzelf te isoleren, buiten de samenleving te geraken en geestelijk te vergroeien. Wijsheid wordt dan verdrongen door eigenwijsheid, eigenzinnigheid en betweterij. Het is daarom goed om geordende informatie, dat wil zeggen kennis te verwerven over de complexe en altoos veranderende werkelijkheid om ons heen. HOVO-cursussen geven daartoe volop gelegenheid.

Ik begon met Emerson en ik geef hem het laatste woord: 'the wise through excess of wisdom is made a fool' - Door een teveel aan wijsheid wordt de wijze een nar. Deze waarschuwing die de geest van de bijbelboeken Spreuken en Prediker ademt, moeten wij 55-plussers ons ter harte nemen. Wij worden geacht in wijsheid te groeien, maar Emerson knipoogt ons toe en zegt: 'Don't overdo it!'- Overdrijf vooral niet!