Moeder moet vaak huilen

Cambodja, dertig jaar na de horror van regime Pol Pot

Gepubliceerd: 31 maart 2009 17:42 | Gewijzigd: 31 maart 2009 17:42

Aan de vooravond van het tribunaal tegen kopstukken van de Rode Khmer zijn de wonden nog vers. Twee op de vijf Cambodjanen lijden aan een angststoornis.

Elske Schouten

Rathana (34) kan maar een paar zinnen zeggen, voor ze begint te huilen. Ze heeft ingebeld bij radioprogramma Het verleden in het heden, elke woensdagmiddag op de Cambodjaanse radio, om te praten over wat ze als peuter meemaakte tijdens het regime van de Rode Khmer.

Maar het valt haar zwaar om te vertellen hoe haar vader met haar in zijn armen huilde, omdat hij wist dat hij doodging. Hoe hij tegen zijn vrouw zei dat ze de kinderen onder geen beding naar een weeshuis mocht sturen. En hoe ook haar oudere broer werd gedood, omdat het regime redeneerde dat „om de boom uit te roeien, ook de wortels moeten verdwijnen”.

„Sinds mijn moeder vertelde over mijn broer en mijn vader, ben ik veranderd”, zegt Rathana nadat ze haar verhaal heeft gedaan. „Ik voel me niet goed, ik word zo snel boos. Wat kan ik daaraan doen?” vraagt ze aan psychiater Sothara Muny, die ook in de uitzending zit. Haar moeder is gaan drinken na de Rode Khmer, zegt Rathana. En ze was altijd angstig, vooral over haar kinderen. „Wij proberen mijn moeder uit te leggen dat destijds ook anderen zijn gedood. Mijn vader was niet de enige.”

Verlichting

Het radioprogramma is een poging tot verlichting voor de miljoenen getraumatiseerde Cambodjanen die de horror van de Rode Khmer hebben overleefd. Het is opgezet door TPO, een organisatie voor psychische hulp, nu die periode voor veel Cambodjanen de komende maanden zal herleven. Want na lang uitstel is het tribunaal begonnen waar vijf leiders van het regime worden berecht. Maandag begint de inhoudelijke behandeling van de zaak tegen gevangenisdirecteur Kaing Guek Eav, alias Duch, die naar schatting 14.000 Cambodjanen de dood in jaagde.

De Rode Khmer veranderde Cambodja tussen 1975 en 1979 in een communistisch werkkamp, waarin bijna een kwart van de bevolking de dood vond door honger, ziekte of executie. Dertig jaar later kan elke Cambodjaan familieleden noemen die toen zijn gestorven. En dat heeft psychische sporen nagelaten. Volgens een onderzoek van TPO in 2004 had 81 procent van de Cambodjanen geweld meegemaakt, had bijna 30 procent last van posttraumatische stress en lijden twee op de vijf Cambodjanen aan een angststoornis.

Psychiater Sothara legt in de uitzending uit dat veel prikkels in het dagelijks leven kunnen zorgen dat herinneringen uit die tijd terugkomen. Hij geeft tips om stress tegen te gaan, zoals rustig ademhalen, bidden en praten over de eigen ervaringen. „Zoek naar betrouwbare informatie over die tijd, dat kan voorkomen dat we ons angstig en getraumatiseerd voelen.”

Het radioprogramma is een van de beperkte mogelijkheden voor geestelijke hulp in Cambodja. Doordat het regime van Pol Pot in zijn verheerlijking van de boerenklasse iedereen omlegde die hoogopgeleid was, vreemde talen sprak of zelfs maar een bril droeg, waren alle Cambodjaanse psychiaters in 1979 dood of gevlucht. Door de voortdurende burgeroorlog kostte het vijftien jaar om weer een opleiding voor psychiaters te beginnen.

Psychologen

Sothara hoorde in 1994 bij de eerste tien psychiaters die in het zwaar getraumatiseerde land werden opgeleid; nu zijn er in totaal 34. Ook de opleiding voor psychologen werd pas rond die tijd weer opgestart. Maar psychologen zijn in trek bij de goed betalende ontwikkelingsorganisaties die Cambodja na de oorlog overspoelden, dus veel van hen werken niet als geestelijk hulpverlener.

In zijn praktijk in het Preah Kossamak ziekenhuis in Phnom Penh, vertelt Sothara dat de meeste van zijn cliënten niet zeggen dat ze nog last hebben van de gebeurtenissen dertig jaar geleden. Ze klagen over problemen in het hier en nu: met hun economische situatie, in de familie of met andere mensen. „Als we dieper kijken, kun je zien dat die problemen gerelateerd zijn met hun ervaringen tijdens de Rode Khmer. Maar daar willen ze niet over praten. Ze vermijden het onderwerp, want anders voelen ze zich boos en gespannen.”

Vanmorgen had hij nog zo’n geval, zegt Sothara, en hij haalt een blauw mapje tevoorschijn. Een vrouw van 59 die klaagt over hoofdpijn, slapeloosheid, trillen en paniekaanvallen. Haar man en zij werden van elkaar gescheiden tijdens de Rode Khmer-tijd en tijdens de burgeroorlog daarna leden ze nog steeds onder honger, dwangarbeid en discriminatie. Als Sothara haar vraagt te vertellen over haar ervaringen destijds, praat ze alleen over haar man. Haar eigen ervaringen zegt ze te zijn vergeten. „Dit laat zien dat Cambodjanen hun leed willen vergeten in plaats van erover praten, omdat ze schrikken van de fysieke reactie. Ze geloven niet dat praten over het verleden hen enig voordeel brengt. Ik denk dat de meeste Cambodjanen dit mechanisme gebruiken om ermee om te gaan.”

Praten over de Rode Khmer-periode wordt ook moeilijker doordat iederéén erge dingen heeft meegemaakt. „Het is niet interessant om te vertellen”, zegt Sothara. „Alleen aan buitenlanders kunnen ze hun verhaal kwijt.” Ook willen Cambodjanen niet vertellen hoe erg ze hebben geleden uit angst zwak te worden gevonden. „Als mensen tijdens Pol Pot bijvoorbeeld kakkerlakken aten, schamen ze zich daarvoor. Ze zijn bang dat de ander hen een slecht mens vindt.”

Kinderen eten

Sothara hoort in zijn praktijk de vreselijkste dingen, die door schaamte nergens anders naar buiten komen. „Mensen aten door de honger zelfs dode kinderen. Als hun kinderen stierven, kookten ze het vlees en aten ze het op.” Of, een ander voorbeeld, een vader die zich schuldig voelt omdat hij het eten dat er nog was voor zichzelf hield. „Later schaamde hij zich omdat hij zijn kind heeft laten doodgaan.”

Met voorlichting, in het radioprogramma en via een telefonische hulplijn, spoort TPO Cambodjanen aan om tóch te praten. Bijvoorbeeld met hun kinderen of kleinkinderen. Want wie zijn herinneringen niet ordent en probeert te begrijpen hoe en waarom dingen zijn gebeurd, kan ze ook niet vergeten, zegt Sothara. Bij mensen die de herinneringen proberen weg te drukken, komen ze onverwachts in flarden terug, soms in de slaap.

Op drie uur rijden van Phnom Penh neemt schooldirecteur Toch Monin (54) zijn bezoek mee naar een irrigatiesysteem tussen de rijstvelden. Gebouwd door zijn geliefde neef, die voor ingenieur had gestudeerd in Rusland en door de Rode Khmer werd ingeschakeld voor de bouw van het irrigatiesysteem. Deze neef had Monin onder zijn hoede genomen, maar niet lang daarna raakte de neef uit de gratie en werd hij afgevoerd naar de S-21 gevangenis voor ‘verraders’ in Phnom Penh, waar Duch de baas was. Slechts enkele tientallen kwamen daar levend uit en Monins neef hoorde daar niet bij.

Onder zijn houten huis op palen vertelt de bedaarde Monin dat hij tijdens de Rode Khmer 60 ooms, tantes, neven en nichten verloor. Zijn familie bestond uit intellectuelen en overheidsfunctionarissen, en zelf zat hij tijdens die jaren voortdurend in angst te worden ontmaskerd als één van hen. Zoals op de ochtend nadat hij in een collectieve ceremonie met zestig andere stellen is getrouwd. De Rode Khmer-leden haalden hem op: hij was erg welbespraakt, hoorde hij wel bij de boeren in het dorp? Monin weet dat het toen weinig had gescheeld of hij was geëindigd op het lokale killing field. Op de plaats waar de dorpelingen na 1979 de kuilen met lijken ontdekten, staat nu een plantage met cashewnootbomen.

Medelijden

Nog steeds schrikt Monin als hij telefoon krijgt van een onbekende. Als hij iets hoort over het Pol Pot-regime, kan hij niet slapen en voelt hij zich gestresst. En hij heeft medelijden met zichzelf. Want vóór Pol Pot had zijn familie het goed, zelf hield hij van studeren. Toen de Rode Khmer iedereen uit Phnom Penh verdreef, nam hij zijn woordenboeken mee. „Als Pol Pot er niet was geweest, was ik waarschijnlijk ingenieur geworden en had ik als overheidsdienaar een makkelijk leven gehad. Nu kun je zelfs als leraar niet overleven.”

Monin voelt angst, boosheid en frustratie. „Ik heb gelukkig goede kinderen, die werken aan hun studie. Anders was ik geëindigd als een gek.” Zoals sommige dorpsgenoten, die schreeuwden of zich uitkleedden op straat. „Maar degenen die er het ergst aan toe waren, zijn al dood.”

Niet alleen het gebrek aan hulpverleners, ook de armoede maakt dat Cambodjanen nauwelijks psychische hulp krijgen, zegt Judith Strasser, een Duitse psychiater die adviseur is bij TPO. „Mensen hebben niet de emotionele kracht en de opleiding om met hun klachten om te gaan.” Van de patiënten die TPO behandelt, vallen velen af. Strasser: „Het is te uitdagend, of ze hebben geen geld voor de reiskosten. De mensen zijn te druk met overleven.” Daarom werkt TPO samen met armoedebestrijdingsorganisaties. Want alleen psychische hulp is niet effectief als er geen brood op de plank ligt, zegt Strasser.

Schooldirecteur Monin vond geestelijke steun in het boeddhisme. Hij bidt voor zijn meest geliefde neef en oom. „Eerst ging ik in mijn eentje huilen als ik anderen over de Rode Khmer hoorde praten. Dat doe ik nu niet meer.”

Religie kan een belangrijke rol spelen in een land met weinig psychologen en veel tempels. Cambodjanen die in de pagode bidden dat hun dode familieleden een beter leven krijgen, worden daar rustig van. En sommige mensen grijpen religieuze rituelen aan om voormalige Rode Khmer-leden allerlei slechts toe te wensen, zegt psychiater Sothara. „Ze kunnen niets tegen hen doen, dus doen ze dit maar. Het is in elk geval beter dan geweld.” Want wraak speelt sommige Cambodjanen nog steeds door het hoofd. Niet gek, in een land waar voormalige beulen en nabestaanden vaak naast elkaar in het dorp moeten leven.

Beul

Schoolhoofd Monin wijst een van zijn buren aan, een man in een sarong: dat was zo’n beul. Inmiddels kan hij daar tegen, want door zijn eigen gezag als gemeenschapsleider dwingt hij respect af en zorgt hij dat de oude Rode Khmer-leden zich gedeisd houden. Maar in 1979 was dat wel anders. Ondanks waarschuwingen van zijn moeder kon Monin zich niet inhouden toen de man werd gearresteerd die zijn oom en neef had gedood. Het dorpshoofd had gezegd dat de dorpelingen hem in elkaar mochten slaan, ze mochten alleen niet aan zijn hoofd komen. „Maar de mensen waren zo boos. Iedereen ging op hem inslaan, ik ook. Uiteindelijk hebben anderen hem meegenomen en gedood.”

Ook psychiater Sothara zelf maakte mee hoe een Rode Khmer-beul na het einde van het regime zijn dorp werd binnengelokt, waarna dorpsgenoten met kapmessen op hem inhakten tot hij allang dood was. Inmiddels zijn de wraakacties volgens hem opgehouden.

Ze kan het niet bewijzen, zegt Judith Strasser, maar ze denkt dat het vele geweld, de verkrachtingen en de bendes in hedendaags Cambodja deels zijn terug te voeren op de kleine vier jaar onder de Rode Khmer. „Familiebanden, sociale relaties, de pagodes, het hele sociale systeem: alles was compleet verwoest”, zegt Strasser. „Ik denk dat de invloed daarvan wordt onderschat.”

Zij ziet dat Cambodjanen zich nog steeds uitsluitend richten op de meest nabije familie. Privacy is belangrijk. En er is een diepe angst om betrokken te raken bij alles wat in de verste verte lijkt op politiek, zegt Strasser.

Generatie

De problemen blijven ook niet beperkt tot de generatie die de Rode Khmer zelf meemaakte, die in het snel groeiende Cambodja maar een derde van de bevolking uitmaakt. De tweede beller in radioprogramma Het verleden in het heden heet Botra en is pas 28 jaar. Hij is het tiende kind van zijn moeder; de eerste acht gingen dood tijdens het Rode Khmer-regime. „Mijn moeder werd geëvacueerd van Kampong Chhnang naar de provincie Takéo en moest dagenlang lopen. Tijdens die tocht gingen de kinderen een voor een dood, sommigen door ziekte en anderen werden vermoord door de Rode Khmer. Mijn oudste broer was toen 19 en werd gedood omdat ze hem beschuldigden van het stelen van een aardappel.”

Zijn moeder is angstig en moet vaak huilen. Van zijn oma hoorde Botra dat zijn moeder na de dood van haar kinderen haar verstand verloor. Toen ze haar ouders terugvond, herstelde ze. „Mijn moeder weet niet waar haar kinderen zijn doodgegaan, dus soms hoopt ze nog steeds dat ze hen zal terugzien.”

Voor kinderen is soms lastig te begrijpen waarom hun ouders zo angstig zijn, zo emotioneel zijn of zo snel boos worden, zegt psychiater Sothara. Vooral omdat weinig kinderen weten wat hun ouders hebben doorstaan. Ook hebben sommige ouders de neiging om hun kinderen te veel verantwoordelijkheid te geven, omdat ze dat zelf kregen tijdens de Rode Khmer. „Ze geven hun kinderen niet het recht om te spelen. Ze moeten alleen maar werken, omdat ze dat zelf toen ook moesten.”

Velen hopen dat het Rode Khmer-tribunaal slachtoffers zal helpen het verleden te verwerken, doordat ze zien dat de schuldigen alsnog worden gestraft voor de dood van 1,7 miljoen landgenoten. Zoals de moeder van radioluisteraar Rathana, die aan haar dochter blijft vragen wanneer de Rode Khmer-leiders nu worden berecht. Maar enkele van de belangrijkste leiders, onder wie Pol Pot zelf, zijn al dood. En het is onzeker of het zal lukken de vijf leiders die nu vastzitten veroordeeld te krijgen. Het tribunaal wordt achtervolgd door corruptieschandalen, geruchten over tegenwerking door de regering en geldgebrek. Bovendien zijn vier van de leiders al boven de zeventig en is het onzeker of zij hun vonnis zullen halen.

Monin heeft besloten zich bij het tribunaal aan te melden als belanghebbende, zodat hij de zaak van de aanklagers kan steunen. Hij doet dat omdat hij droomde over zijn neef en oom, en gerechtigheid voor hen wil. Maar het geeft hem veel stress. Zijn vrouw, die in augustus overleed, wilde niet dat hij het deed. De rest van zijn familie ook niet. „Zij zijn bang dat de familie van Duch wraak zal nemen, want er zijn nog steeds veel Rode Khmer-mensen aan de macht.” Zo zit Monin dertig jaar na het einde van de Rode Khmer nog steeds in angst.