Martelen als institutie

 

 

Piet van Reenen; Piet van Reenen is hoofdinspecteur voor de rechtshandhaving bij het ministerie van justitie

 

R.D. Crelinsten en A.P. Schmid, redactie: The Politics of Pain, torturers and their masters 224 blz., Centrum Onderzoek Maatschappelijke Tegenstellingen 1993, f. 30,- (te bestellen tel. 071-273845 of 273861)

 

Er bestaan ten minste twee kenmerken van moderne staten die marteling conditioneren: de macht die staten hebben om het dagelijkse leven van miljoenen te beÔnvloeden en de grote kwetsbaarheid voor verstoringen van het maatschappelijk leven. De vervlechting van sociaal-economisch en politiek leven en de gemakkelijke toegankelijkheid van vele van haar faciliteiten maken dat met relatief eenvoudige middelen en door slechts een paar mensen enorme verstoringen van het maatschappelijk leven te realiseren zijn. Die verstoringen kunnen de machteloosheid van de staat in de ogen van de bevolking snel en pijnlijk duidelijk maken. Het zichtbare verlies van controle over tegenstanders en het daaruit vroeger of later voortvloeiende legitimiteitsverlies maakt dat martelen sneller geaccepteerd wordt. De getergde overheid neemt haar toevlucht tot uitzonderingsmaatregelen. Vooral terroristisch geweld geeft een vaak gemakkelijke legitimatie voor uitzonderingsmaatregelen, zwaar geweld door de overheid en diepteverhoren of martelpraktijken ten opzichte van gevangengenomen verdachten. Het gaat immers om het behoud van recht en orde, om de nationale veiligheid of om de verdediging van de samenleving tegen gewelddadigheden die soms gruwelijk zijn.

 

De toekomstige folteraars dienen een hoger en officieel overheidsdoel en dat hoge doel rechtvaardigt veel middelen, aldus H.C. Kelman, hoogleraar sociale ethiek aan de Harvard Universiteit in zijn bijdrage aan de bundel The Politics of Pain. In deze bundel, een verslag van een congres, zijn enkele van de resultaten van het onderzoek naar de oorzaken van martelen verzameld. Kelman beschrijft drie sociale 'processen' die van toepassing zijn op folteraars. Allereerst zijn zij niet eenvoudigweg de uitvoerders van bevelen, zij neigen er veel eerder toe hun taak als een superieure missie te zien, waarvoor normale scrupules moeten wijken. Daarnaast wordt folteren tot een professionele routine gemaakt. Naast een roeping is het gewoon werk, met een zeker professionaliteit, een emotionele afstand tot het werk, een technische vaardigheid en met bepaalde codes. En tenslotte wordt het slachtoffer gedehumaniseerd. Het behoort tot een andere een mindere 'moral community' dan de folteraar en heeft als zodanig geen aanspraken meer op de bescherming van de staat of op gewoon menselijk fatsoen.

 

Contra-guerrilla

 

Wanneer deze observaties over de kwetsbaarheid van staten als een van de verklarende factoren voor martelen juist zijn, dan komt martelen akelig dichtbij. Nagenoeg iedere overheid kan in de verleiding komen om er toe over te gaan en wie zich de discussie over de toepassing van 'sensory deprivation' door het Britse leger in Noord-Ierland tegen IRA-verdachten herinnert of het debat over martelingen door het Franse leger in Algerije, realiseert zich hoe dichtbij. J.A.A. van Doorn heeft in zijn studie Ontsporing van Geweld voor onderdelen van het Nederlandse leger in het voormalig Nederlands IndiŽ beschreven hoe zo'n proces verloopt.

 

De ervaringen uit de Zuidamerikaanse militaire dictaturen in de bundel vormen illustraties van de door Kelman beschreven processen. De nationale veiligheidsdoctrines die in ArgentiniŽ, BraziliŽ, Chili en Uruguay werden ontwikkeld zijn voorbeelden van ideologische mobilisatie en scapegoating van oppositiegroepen, waardoor martelingen door de strijdkrachten gerechtvaardigd en zelfs een hoge plicht konden worden. De psycholoog en politicoloog W.S. Heinz beschrijft de rol van de militairen in de ontwikkeling en toepassing van martelingspraktijken in deze landen. Hij verwijst daarbij expliciet naar de contra-guerrillaconcepten die door de Fransen in Indo-China en Algerije werden ontwikkeld en toegepast en naar de contra-geurrilla-trainingsmethoden van het Amerikaanse leger.

 

Militaire politie

 

De best gedocumenteerde bijdrage in de bundel is afkomstig van de Griekse Haritos-Fatouros. Op basis van interviews met 16 ex-folteraars van de Griekse militaire politie en studie van de getuigenverklaringen van 21 ex-militaire-politiemannen ontwikkelt zij een model dat gehoorzaamheid kweekt aan het gezag van geweld. In dit artikel verrijkt de auteur de theorie van Stanley Milgram, die op basis van zijn bekende gehoorzaamheidsproeven tot de conclusie komt, dat de mate van gehoorzaamheid van mensen aan gezag bepaald wordt door hun binding aan gezag en aan hun voorgeschiedenis (met name hun familiegeschiedenis). Haritos voegt daaraan voor folteraars twee elementen toe: een speciale selectieprocedure en gerichte leerprocessen. In de selectieprocedure werden de degenen die door afkomst, opvattingen en persoonlijkheid het meest geschikt leken voor de rol van folteraar in een vijftal fasen, lopend van de eerste training voor militair tot de uiteindelijke plaatsing als folteraar, opgeleid en geselecteerd. In het gecombineerde opleidings- en selectietraject werden de rekruten aan militair gezag en vervolgens aan de 'selecte' groep folteraars gebonden en voortdurend getest. Gedragsverandering vond plaats op een aantal manieren. 'Overlearning' was de eerste: gehoorzaamheid zonder te vragen ook aan de meest irrationele bevelen werd geŽist en beoefend tot het normaal werd gevonden. 'Desensitization' was de tweede. De rekruten werden zelf dagelijks onderworpen aan mishandeling en aan marteling als onderdeel van hun training en aldus gewend aan het idee dat martelen gewoon en acceptabel was. Uiteraard werd daarnaast systematisch gebruik gemaakt van straffen en beloningen.

 

Voor de groep overwegend van het arme platteland afkomstige leerling-folteraars was belonen en de toekenning van een hogere status zeer effectief. Voortgaande selectie en systematische training en gedragsverandering gingen hand in hand. De minder geschikten en de onwilligen vielen af, de overigen bleven en kwamen terecht in de gesloten en selecte wereld van de folteraars. Zoals een van de militaire politiemannen het tijdens zijn proces verwoordde: 'Met deze training waren zij erop uit om ons tot blinde werktuigen van hun paranoÔde bedoelingen te maken.''

 

Kinderschoenen

 

Het onderzoek naar de oorzaken van martelen staat eigenlijk nog in de kinderschoenen. Vooral het onderzoek aan de bron zelf, in de landen waar in het recente verleden gemarteld is of nog gemarteld wordt en onder mensen die verantwoordelijk zijn of zijn geweest voor martelingen, is moeilijk. The Politics of Pain biedt geen volledig beeld van het actuele onderzoek op het gebied van folteren. Dat ligt slechts gedeeltelijk aan de samenstellers van de bundel.

 

Jammer is dat slechts een klein deel van het onderzoek en de theorievorming die van belang is voor het verklaren van de oorzaken van martelen, expliciet als zodanig is opgezet. Veel onderzoekterreinen raken aan het vraagstuk en leveren ook relevante onderzoeksresultaten zonder dat het woord martelen in de tekst voorkomt. Dat geldt bijvoorbeeld voor delen van de psychologie en de politicologie, maar ook voor militaire en politiewetenschappen en voor criminologie. Gebruik van resultaten uit deze vakgebieden kan ook de studie van de oorzaken van martelen verder helpen.

 

De bibliografie aan het eind van de bundel compenseert het euvel van het beperkte inzicht voor een deel. Het is goed dat er een begin is, want het doel - helpen een eind te maken aan deze praktijken - is sympathiek genoeg.

 

Datum:

22-01-1994

Sectie:

Zaterdagsbijvoegsel

Pagina:

5

Onderschrift:

Foto: Martelcentrum in Phnom Penh, uit de tijd van het schrikbewind van Pol Pot

Trefwoord:

Mensenrechten; Recht; Politiek en Staat; Staatsrecht

Persoon:

A.p. Schmid; R.d. Crelinsten

 

Op dit artikel rust auteursrecht van NRC Handelsblad BV, respectievelijk van de oorspronkelijke auteur.