Ik mag mijn moeder niet slachten

Rinskje Koelewijn

artikel | Zaterdag 13-12-2008 | Sectie: Binnenland | Pagina: 02 | Rinskje Koelewijn

Wie staat er voor de rechter en waarom? Een moeder die aangifte doet tegen haar zoon, dat komt niet vaak voor. Ze is ziek, zegt de zoon.

Wat bezielt Moham? Of is het zijn moeder die wat bezielt? De jongen is negentien, in zijn haar is een kunstig lijntje geschoren, hij zit naast zijn advocaat. Zijn moeder zit zwijgend achterin de rechtszaal, alleen, haar hoofddoek is groen. Ze is er, en dat is al heel wat. Volgens de officier van justitie heeft Moham twee pogingen gedaan zijn moeder van het leven te beroven. In maart en april dit jaar. Er is gestoken met messen, hij heeft gebeten, geslagen met een stofzuigerslang, haar keel dichtgeknepen en gezegd dat hij haar zou slachten.

Ik hou van mijn moeder, zegt Moham in gebroken Nederlands tegen de rechter. Wij zijn nerveus, zegt hij. Als wij boos worden, mijn moeder en ik, hebben wij onszelf niet onder controle. Maar hij heeft haar niet proberen dood te maken. Ik ben moslim, zegt hij, ik mág mijn moeder niet slachten.

De politie schrok ervan, van wat ze in april aantroffen in de woning van Mohams moeder. Zij zat met haar handen voor haar bebloede gezicht op de trap, binnen overal bloedspatten tegen de muren, en, heel apart, in de woning lagen een paar messen, bebloed en verbogen. En daar trof de politie Moham aan, ook onder het bloed. En zijn zusje. Zij had de politie gebeld.

De moeder heeft verklaard dat zij Moham had gestoken. Klopt dat, vraagt de rechter nu aan Moham zelf. Nee, dat klopt niet, zegt hij. Dat heeft ze niet gedaan.

In een tweede verklaring aan de politie zegt de moeder dat Moham de verwondingen die hij heeft, zelf heeft aangebracht. Hij had de messen gepakt: een aardappelschilmesje en een Marokkaans halvemaanmesje. Hij bedreigde eerst haar, vlakbij haar gezicht, en nam ze toen mee.

Mijn moeder, zegt Moham tegen de rechter, doet als een slachtoffer. Zij is ziek. Zij heeft emoties. Zij zegt: jij bent een junkie, jij hebt geen toekomst. Ik zeg tegen haar dat zij geen goede moeder is. Dat mijn vader beter is dan zij. Hij woont in Marokko. Zij zegt tegen de politie dat ik mezelf heb gestoken, omdat zij niet naar de gevangenis wil. Ik vind het niet erg, zij blijft mijn moeder.

Het zusje vertelt de politie ook wat er is gebeurd. Moham heeft geen respect voor mijn moeder, zegt ze. Hij rookt hasj. s Ochtends was hij boos. Hij zegt tegen zijn moeder: geef mij geld. Ze gaf 15 euro. Hij wilde meer. Hij begon te schreeuwen. Ze legde haar hand op zijn mond. En toen is hij messen gaan halen. Later vertrok hij met die messen naar de badkamer, en kwam daar even later onder het bloed weer uit.

Mijn zus, zegt Moham, heeft gezegd wat ze moest zeggen van mijn moeder. Als ze dat niet deed, moest ze naar Marokko. Zij heeft ook godslasterlijke dingen tegen hem gezegd. Dat mag niet in onze cultuur.

Bij de volgende ruzie kwam er een stofzuigerslang aan te pas. Na afloop zat moeder volgens de politiefotos onder de blauwe plekken.

Hoe komt ze aan die plekken, vraagt de rechter Moham. Zij is ziek, zegt hij. Zij gebruikt medicijnen. Zij is ziek van boosheid. Zij gaat soms op de grond liggen en trekt aan haar haar. De volgende dag zit ze onder de plekken.

Tsja, de rechter weet het niet meer. Ze vraagt hoe de relatie nu is. Moham woont niet meer thuis, maar bij een vriend van zijn vader. Hij gaat wel elke dag bij zijn moeder eten. En internetten. Als hij zijn cursus Nederlands als tweede taal heeft afgerond, gaat hij naar het hbo. Hij wil manager worden. Of hij het normaal vindt dat zijn moeder in zijn levensonderhoud voorziet? Ze heeft zijn bankpas, zegt hij. Hij verspilt het toch maar aan softdrugs. Dus geeft zij hem zijn geld als hij daarom vraagt. Hij wil haar haten, zegt hij, zodat hij nooit meer naar huis hoeft terug te komen. Maar het lukt niet.

Een moeder die aangifte doet tegen haar zoon, zegt de officier, dat is uitzonderlijk. Hij spreekt over het forse geweld en het sluwe handelen van Moham. Zichzelf verwonden om zijn moeder in een kwaad daglicht te stellen. Hij eist gevangenisstraf. Moham zegt daarop dat hij een laatste kans wil. En de rechter geeft die. Ze vindt, zegt ze, de versie van zijn moeder geloofwaardiger. Maar ze ziet nog toekomst voor hem. Voor straf moet hij werken. 120 uur.