ANGST EN GEWELD OP SCHOOL; "Huiswerk? Je kunt net zo goed zeggen: ga thuis een koe melken"

 

 

Wubby Luyendijk

 

Schoolhoofden spreken liever niet over intimidatie en geweld door leerlingen. Kees Groenveld, directeur van een MAVO in Amsterdam, moest door de politie worden ontzet. Volgens hem dreigen scholen te capituleren en zijn de kinderen slachtoffer en dader tegelijk. 'Eigenlijk hebben we opvoeding en onderwijs afgeschaft en de kinderen in de ijskast gestopt.'

 

Het gebeurde aan het begin van de zomervakantie, op zo'n drukkende avond in de Amsterdamse wijk Bos en Lommer, een 'probleemcumulatiegebied' waar geen bos is en al helemaal geen lommer. De meeste buurtbewoners waren al vertrokken, naar de caravan, naar AnatoliŽ of Marokko. De achterblijvers zochten verkoeling op hun 'waranda'. Die biedt uitzicht op de Tweede Montessori-MAVO met op het pleintje onverwacht openbaar groen, een paar schrale struiken en iele boompjes. Aangeplant op initiatief van schooldirecteur Kees Groenveld (54).

 

Bep van driehoog, tegen de zeventig, maar begiftigd met "ogen van voren en van achteren", had net de droge was gesorteerd toen harde stemmen opklonken in de lege straat. De directeur had de deur van zijn school achter zich dichtgetrokken. "Ik pak je wel", schreeuwde 'een opgeschoten Surinamer', met een kei in zijn hand, geflankeerd door twee vrienden. Bep heeft ogenblikkelijk "nul ses elluf" gebeld. Drie minuten later kwam de politie. Groenveld had zich staande weten te houden en de jongens werden ingerekend. De hoofddader, hoorde Bep later, kwam van een andere school. Hij was verhaal gaan halen bij de directeur. Die had hem een week eerder op heterdaad betrapt bij fietsendiefstal, hem in de kraag gevat en persoonlijk opgebracht naar het politiebureau. Bep heeft "haar schoolmeneer" hoog zitten. "Maar een onderwijzer die detektiefe gaat spelen", ratelt ze, "dan ben je toch niet helemaal honderd procent?"

 

"Ik ben een beetje gek," geeft Groenveld toe. Hij zit niet om een poŽtisch citaat verlegen. Was het Vasalis? "In elke dag is het lot beschoren opnieuw een bange idioot te zijn gebleven." Het was voor hem de tweede maal die week dat de knul dreigend opdook.

 

Op het politiebureau zeiden ze meteen dat aangifte zinloos was. Toen hij daarop dreigde zich dan maar een vuurwapen aan te schaffen ("de ambulance bellen als ik met een mes in mijn rug lig, kan altijd nog") had de agent beloofd met de moeder te praten.

 

Kees Groenveld groeide op in wat nu een kansarm gezin zou heten. Vader zat in het fruit, was sinds zijn twaalfde kostwinner en werd - niet veel later - socialist. Kees moest het beter krijgen. En Kees kreeg het beter. Hij groeide op in de toenmalige nieuwbouwwijk Bos en Lommer, een nette buurt voor de betere arbeidersklasse. "Waar nu de school staat, lag toen mijn eerste voetbalveld." Na de Dalton-HBS bezocht hij de Kweekschool. Hij liep zich het vuur uit de sloffen voor de Volksmuziekschool, gaf zeillessen en trok in de zomervakanties met Amsterdamse bleekneusjes naar buiten. Een sociaal-democratische onderwijzer in de traditie van Theo Thijssen. Overtuigd lid van de PvdA - tenminste tot de WAO-kwestie.

 

Er is meer dat hem van de partij heeft vervreemd. Zoals de ministers Ritzen en Wallage met hun streven naar mega-scholen. "Of zo'n krasloterij. Dat vind ik zo hypocriet. Dan zie ik Harry van den Bergh van de PvdA dat gegok verdedigen, dat dat allemaal fantastisch is. En dan denk ik: man, je hebt je ziel verkocht. Ik heb ze zien staan, leerlingen die krasloten kopen, scholieren die op gokkasten spelen. Zou je het verbieden, dan zouden er veertig Amsterdamse patatboeren failliet gaan. Maar wat kan mij dat nou schelen? Moeten klasgenoten portemonnees van elkaar roven om die veertig frietboeren een bestaan te geven?"

 

Geweld, agressie en criminaliteit op school: het was een taboe tot voor kort. Maar de in mei in het leven geroepen Amsterdamse Commissie ter Bestrijding van Agressie op en rond Scholen hoort steeds meer schoolbesturen het probleem schoorvoetend erkennen. Vorige maand maakte de rector van het hoofdstedelijke Mondriaanlyceum het fenomeen 'bespreekbaar' nadat op haar school de amanuensis, een docent en een vrijwilliger van het boekenfonds door een leerling en zes vrienden in elkaar waren geslagen. Minister Ritzen toonde zich 'bezorgd' en kondigde een onderzoek aan naar de aard en omvang van schoolcriminaliteit.

 

Verschillende scholen in de hoofdstad wachten de uitkomsten niet af. De Amsterdamse School voor de Handel introduceerde alvast een pasjessysteem voor haar leerlingen. En in samenwerking met de politie heeft een aantal middelbare scholen op hun eindfeest leerlingen mede-leerlingen laten fouilleren. Op een van die feesten werd een rijk gesorteerd wapenarsenaal aangetroffen, twee vuilniszakken vol: vlinder-, zak- en knipmessen, traangasbusjes, scheermesjes, wurgstokken, kurketrekkers, werpsterren, schroevedraaiers, een hamer en een enkel vuurwapen.

 

De school is geen weerspiegeling van de bevolking in de achterstandswijk. Drie van de vier leerplichtige kinderen in Bos en Lommer zijn allochtoon. Maar van de 350 leerlingen op deze school, de enige voor voortgezet onderwijs in de buurt, zijn er slechts iets meer dan honderd van etnische afkomst. Het keurmerk 'Montessori' werkt selectief. Buitenlandse ouders vinden de school dikwijls niet streng genoeg, die zou te zeer op de individu gericht zijn. Een bijna elitaire school dus.

 

En voor zover het agressie betreft weet de directeur dat collega's elders in de hoofdstad meer reden tot klagen hebben. Bovendien kent hij de brochure 'De Baldadigheid der Straatjeugd en Hoe Wij Ze Kunnen Bestrijden' (1896) door P. Jongejan, 'Hoofd eener School te Amsterdam': "Tusschen de leerlingen dezer beide scholen werden formeele vechtpartijen gehouden, waarbij messen, latten met spijkers, slingers met stukken ijzer de gewone wapenen waren." Niets nieuws onder de zon.

 

Maar toch, toen hij twintig jaar gelden begon als directeur had Groenveld voor onmogelijk gehouden wat hij nu dagelijks meemaakt. Hij noemt maar wat voorbeelden.

 

Een meisje dat haar vader bijna elke dag naar de methadonbus begeleidt.

 

Een 'brugpiepertje', een brugklasser, die op de uitkijk staat om een twintigjarige bekende in de gelegenheid te stellen een oude dame met geweld van haar tas te beroven. De bejaarde bezweek aan de messteken.

 

Een Turks meisje, vergezeld van de buurvrouw. Op een andere school was ze blijven zitten om ťťn vijf te veel. "Onrechtvaardig", vond ze zelf. Ze droeg de zorg voor twee mongoloide zusjes en haar moeder was weer zwanger. "Onbarmhartig," vond Groenveld, zeker voor een christelijke school.

 

Een jongen die elders van school was gestuurd wegens wangedrag. Wangedrag van zijn vader, die in een agressieve bui een klaslokaal verbouwde.

 

Groenveld is sociaal bewogen, maar geen watje. Hij verwijdert zelf wel eens een enkele leerling. Tenminste, dat is hij wel eens van plan geweest. Bijvoorbeeld in het geval van vier hoogsteklassers die ondanks overtuigende bewijzen de diefstal van vijfhonderd gulden en bankpasjes bleven ontkennen. De Wetswinkel kwam er aan te pas. En ook de Onderwijsinspectie vond dat Groenveld te ver ging; de jongens moesten in staat worden gesteld om op zijn school eindexamen te doen.

 

Een jongen met een strafblad had de leraar wiskunde laten weten met een vier genoegen te nemen. Dat was genoeg. De docent weigerde een aldus gemotiveerde leerling les te geven. Groenveld stond achter de docent. De ouders waren verontwaardigd. De Wetswinkel ook: de directeur schaadde op onwettige wijze de belangen van de jongen.

 

Praktisch iedere dag spreekt hij leerlingen op minder onrustbarend gedrag aan. Een meisje dat verder geen moeilijkheden gaf, maar negen Marsen per dag verslond. Ze wist niet waarom. Haar moeder had wel een vermoeden: "Ze eet haar verdriet op". De directeur: "Het is vaak een godswonder dat al die kinderen nog op school komen."

 

"Ik ben thuis opgevoed aan tafel. Een moeder die praat. Een vader die iets over zijn werk vertelt. Gesprekken over politiek, de voetbalvereniging. Nu hoor ik van de ouders: mijn kind gaat van uit school direct naar zijn kamer, daar heeft het ook zijn eigen tv. De tv is de babysit, de maaltijd komt uit de magnetron, de computer is de isoleercel en de opvoeding besteden we uit aan RTL 5. Veel ouders doen door hun eigen problemen, gokschulden, ontslagen, echtscheiding, werkloosheid, drugs- en alcoholverslaving hun kinderen tekort. Ze hebben hun krediet als opvoeders verspeeld. Ook zonder die problemen is opvoeden veel moeilijker dan vroeger. Mij werd verteld: de kweekschool, dan krijg je een mooie baan. Die zekerheid biedt nu geen enkele opleiding. Het perspectief is weggevallen. De toekomst lijkt beperkt tot de virtual reality van het computerspelletje."

 

"Schaken... ik kreeg het spel toen ik twaalf was. Ik heb het nog, alleen de viltjes zijn versleten. Het kost niets. Het vertegenwoordigt een immateriŽle waarde. Die waarden moeten bij kinderen worden ontwikkeld. En dan bedoel ik niet een soort revival van de spiritualiteit. Maar als je kinderen leert schaken... Ik heb het gedaan. Ik heb leren pianospelen. Ik heb geleerd boeken te lezen. Het belangrijkste kost niets. Kinderen leren musiceren, Homerus lezen in plaats van de walkman opzetten. Het verantwoordelijk zijn voor je eigen lichaam."

 

"We doen de jonge mensen van nu tekort. Hen wordt een valse wereld voorgehouden. Ze zappen van Rwanda naar MTV, ze verdoven zich met Beverly Hills 90210. Je ziet al die volmaakt mooie mensen. En dan zie je jezelf, vijf kilo te zwaar, een pukkel op je kin. De reactie op die valse wereld komt in de echte wereld tot uitdrukking in geweld, thuis, op straat en op school."

 

Scholen 'bewapenen zich', zoals Groenveld het noemt, met pasjessystemen, hekken, metaaldetectors. Hijzelf kocht voor twintigduizend gulden aan computers en - na 75 alarm-meldingen in het afgelopen jaar - voor ruim dertigduizend gulden aan stalen kasten en verankering. Politici ter linker- en ter rechterzijde roepen op tot reglementen, tuchtmaatregelen en een lik-op-stuk-beleid.

 

IJdele spierballentaal, vindt de directeur. "De oorzaken van het geweld moeten niet bij het kind zelf worden gezocht. Scholen worden meer en meer de poubelle van problemen uit het gezin. Laten we het in 's hemelsnaam niet alleen hebben over hekken om de school en het trainen van docenten. Tegenover het lik-op-stuk-beleid stel ik de methode vinger-aan-de-pols. We zullen meer moeten opvoeden."

 

Hier ontmoet de ouderwets socialistische Montessori-onderwijzer de christen-democraat Hirsch Ballin: de school als verlengstuk van het gezin. Groenveld wil 'zijn' kinderen meer meegeven dan vakkennis. Waarden en normen? "Ja. Ik probeer in elk geval antwoord te geven op de vraag: hoe zorg ik ervoor dat de schooldag voor kinderen de moeite waard is?" Uit een vorig jaar gehouden onderzoek van de Universiteit van Amsterdam onder zevenhonderd middelbare scholieren blijkt dat 51 procent zich op school verveeld. Een proeve van pedagogische onbekwaamheid. "Scholen dreigen te capituleren, trekken hekwerken op, halen de hulpverleningsmafia binnen de muren. De leraren zelf verschansen zich, trekken zich tactisch terug."

 

Ook ouders hebben hun stellingen betrokken. De bovenmeesterlijke mening over de schoolkeuze van het kind wordt veelal als irrelevant beschouwd. Het advies wordt vaak in de wind geslagen. Ouders overleggen dikwijls niet, maar onderhandelen. Zij kennen de overcapaciteit aan de aanbodzijde en trekken al winkelend langs scholengemeenschappen. De opvoedende geboortegolvers zijn mondiger geworden, maar niet realistischer: elk denkt zijn uil een valk te zijn. De scholen accepteren leerlingen om budgettaire redenen en spugen ze even gemakkelijk weer uit. Groenveld krijgt brugklassers van een gerenommeerd lyceum. Ze mogen wel naar klas twee van de Montessori-MAVO maar niet naar de eigen MAVO.

 

"Wij geven de kinderen huiswerk op, maar je kunt net zo goed zeggen: ga thuis een koe melken. Die hebben ze daar toch niet. De school vraagt dingen waaraan die kinderen in hun eigen milieu nauwelijks kunnen voldoen. Ik weiger te berusten in wat nu vaak al de realiteit is: de ouders zijn consumenten, de leraren passen op hun eigen winkeltje, de schoolleiding bewaakt eerder het schoolgebouw dan het onderwijs. En de kinderen zijn slachtoffer en dader tegelijk. Eigenlijk hebben we opvoeding en onderwijs afgeschaft en de kinderen in de ijskast gestopt."

 

Maar de weg loopt niet dood, weet Groenveld. Een voorbeeld. Twee jongens hadden tijdens de kerstvakantie in het winkelcentrum een oude vrouw beroofd. De beroving behoorde tot de ballotage-procedure van de bende waarvan de jongen lid wilde worden. Hij moest zich bewijzen. De gewelddadige overval was weliswaar een buitenschoolse activiteit, maar Groenveld zag hier een taak weggelegd voor de schoolleiding: "Als zo'n jongen op school terugkomt, dan zie je een groepje denken: goh, dattie dat durft. Bewondering. Dat moet je voorkomen, dat er een kring is die zegt: met dŪe jongen wil ik omgaan.

 

"Voor mij is het geen vraag of ik dit in de klas moet bespreken. Iedereen weet het. Door erover te praten demystificeer je het. Je haalt de romantiek weg. En daarvoor moet je iets in de plaats stellen. Ik heb verteld wat iedereen al wist en vervolgens gezegd: deze jongen heeft een misdaad begaan. Toch wil ik jullie vragen hem in de groep te accepteren. Zo moet je de positieve krachten ondersteunen en aantonen dat het andere marginaal is. De anderen moeten interessanter worden, exclusiever zonder dat zij iemand uitsluiten.

 

"Er zijn leraren die zich afvragen of zij zo'n jongen nog wel les willen geven. Nee, zei de wiskundeleraar. En terecht. Toch moet ik als directeur proberen te bemiddelen en daarbij manoeuvreer je tussen het zelfrespect van de leraar en hoop voor de leerling. Dat vergt denkwerk. Ik lig daar wel eens wakker van." Onbezoldigd reclasseringsambtenaar Ťn 'detektiefe'. "Een volgende keer zal ik de confrontatie met geweld niet uit de weg gaan. Als je binnen de school streeft naar een kindvriendelijk klimaat, moet je dat buiten de schoolmuren ook doen. Alleen zo legitimeer je je schoolleiderschap. Anders sluipt het virus van het geweld de school binnen. En waar blijf ik dan als organisator van de opvoeding?"

 

De directeur is bereid een jeugdcrimineel aan de politie over te leveren, maar ook om diezelfde delinquent zijn plaats te leren, in de klas, en dan niet als rolmodel.

 

Soms echter houdt het ook voor Kees Groenveld op: "Deze school streeft naar een vertrouwensrelatie met de kinderen. Daarom stel ik bij crimineel gedrag, en zeker als dat ontkend wordt, de vertrouwenskwestie. Bij volharding in een zekere houding komt het moment waarop ik zeg: tegen jullie moet de school in bescherming worden genomen. Voor die kinderen moet een aparte plek worden ingericht, iets tussen gevangenis en school in. Daar moeten ze voelen hoe bijzonder het is om naar school te mogen."

 

Datum:

06-08-1994

Sectie:

Z

Pagina:

5

Onderschrift:

Foto: 1. Straatbeeld in de Amsterdamse wijk Bos en Lommer; 2. Schooldirecteur Kees Groenveld

Trefwoord:

Geweldsdelicten; Recht; Criminaliteit; Delicten; Scholieren en studenten; Jeugd; Maatschappij; Bevolking; Onderwijs

Persoon:

Kees Groenveld

 

Op dit artikel rust auteursrecht van NRC Handelsblad BV, respectievelijk van de oorspronkelijke auteur.