STIP-detector - Martijn van Calmthout - 3/12/99

Sinds twee dagen Vlogen kernen van nikkelatomen uit de versneller van het
lab tegen speciaal geprepareerde plaatjes lood.

In de STIP-detector van GSI is de dag ervoor een atoom ontstaan dat nog niet in het Periodiek Systeem voor komt. Een samenklontering van 110 protonen en 159 neutronen, de zwaarste,
atoomkern die ooit is gevonden.

Het lang verwachte 110 is ,eindelijk echt gezien, al blijkt uit de berekeningen dat
het maar ongeveer een kwart millisecon-de bestaat voor het radioactief vervalt.

Duitse atoom-alchimisten te worden. De groep die tussen 1981 en 1984 de drie'
nieuwste elementen - 107, 109 en 108 -toevoegde aan het periodiek systeem
werd vrijwel opgeheven toen het GSI in 1986 besloot een nieuwe versneller te bouwen.

Superzware atoomkernen worden bij het GSI gemaakt door zware kernen van lood
(element 82) of bismuth (83) te beschieten met iets lichtere kernen van bijvoor-
beeld chroom (element 24), ijzer (26) of nikkel (28) in de hoop dat beide zullen
fuseren.

Het in 1974 in Berkely ondekte element 105 leefde ge- gemiddeld nog bijna een seconde, element
109 net geen tweeduizendste seconde en 110 nu ongeveer eentiende daarvan.

SHIP kan met onvoorstelbaar hoge precisie vaststellen welke produkten er ontstaan wanneer kernen van nikkel (62-28) op lood (208-82) klappen. Het apparaat stelt tot op duizendte van een
millimeter vast waar een brok kernmate-riaal na de inslag terechtkomt en met welke snelheid.

Element 110 kan een alfadeeltje, een heliumkern, uitzenden en zo vervallen naar element 108. Ook 108 vervalt weer, naar 106, en dat weer naar 104.