Verre gammaflits veroorzaakt echo's in ons melkwegstelsel

George Beekman 7 februari 2004 NRC
 


Europese astronomen hebben voor het eerst in ons melkwegstelsel `echo's' van een gammaflits waargenomen. De gammaflits kwam uit een ver sterrenstelsel en werd op 3 december 2003 gedetecteerd door de Europese gammasatelliet Integral. De flits duurde 30 seconden. Een dag later ontdekte de Europese röntgensatelliet XMM Newton rond het betreffende punt aan de hemel twee concentrische ringen die zich met een snelheid van duizend maal die van het licht leken uit te breiden. Het ging om een schijn-effect, veroorzaakt door twee nevels die door de röntgenstraling werden verlicht. Een artikel over dit unieke effect verschijnt binnenkort in de Astrophysical Journal.

Gammaflitsen worden gemiddeld ieder dag wel ergens aan de hemel door een satelliet waargenomen. Ze komen van de krachtigste explosies die men in het heelal kent. Deze explosies worden waarschijnlijk veroorzaakt door bijzonder zware sterren die al hun fusiebrandstof hebben opgebruikt en zichzelf dan niet meer in evenwicht kunnen houden. Terwijl hun centrum instort, worden de buitenste delen de ruimte in geblazen. Hierbij wordt korte tijd van een fractie van een seconde tot enkele minuten gammastraling uitgezonden. Als die is verdwenen, kan de explosiehaard echter nog dagenlang nagloeien in andere golflengtegebieden. Daardoor hebben astronomen vaak voldoende tijd om de herkomst van zo'n gammaflits te achterhalen.

De explosie van 3 december vond plaats in een sterrenstelsel op een afstand van ongeveer een miljard lichtjaar. Toen de röntgenstraling van de explosie door ons melkwegstelsel snelde, passeerde zij twee stofsluiers die ongeveer loodrecht op de bewegingsrichting stonden. Deze werden in een mum van tijd over hun gehele lengte door het golffront van de voortsnellende röntgenstraling verlicht: eerst op het punt dat precies in de waarnemingsrichting lag en vervolgens op punten die hier radiaal op steeds grotere afstand vandaan lagen. Zo verschenen vanaf de aarde gezien twee concentrische ringen. Doordat zij zo snel expandeerden, leek het alsof de röntgenstraling zelf zo snel door de nevels raasde.

XMM Newton heeft het uitdijen en zwakker worden van de twee ringen 16 uur lang gevolgd. Drie dagen later waren zij geheel verdwenen. De meest nabije stofsluier blijkt op een afstand van 2900 lichtjaar te liggen en waarschijnlijk samen te hangen met de achterwand van de Gumnevel: een reusachtige gasbel in de interstellaire ruimte die door een aantal exploderende sterren is geblazen. De andere stofnevel staat op een afstand van 4500 lichtjaar en heeft (nog) geen bekende tegenhanger.