17 NOVEMBER 2007 NR

Twee theorien verklaren helderste supernova ooit - George Beekman

Astronomen hebben twee verklaringen voor de ongekende helderheid van de supernova die vorig jaar september opvlamde in NGC 1260, een sterrenstelsel op een afstand van 240 miljoen lichtjaar. En welke theorie de beste is, dat is op dit moment niet duidelijk. Het tijdschrift Nature publiceert daarom deze week twee mogelijke verklaringen voor deze kosmische super-explosie.
 

Foto-onderschrift:
"Dit was een monsterlijke explosie, honderden malen krachtiger dan een gewone Supernova", zegt Nathan Smith van de University of Californi� in Berkeley, die het team van astronomen in Californi� en de Universiteit van Texas in Austin leidt. "Dit betekent dat de ster die ge�xplodeerd is mogelijk 150-maal groter dan onze eigen zon is geweest. Dit is nog nooit eerder waargenomen."
 

Supernovas zijn ster-explosies die het einde van zware sterren markeren. Ze worden regelmatig aan de hemel waargenomen, maar supernova 2006gy was uniek. Hij bereikte pas na ruim twee maanden zijn maximale helderheid, die bovendien meer dan tien maal groter was dan wat andere supernovas laten zien. De twee groepen astronomen zijn het er over eens dat het om een extreem zware ster met een massa van meer dan honderd zonsmassas ging. Het probleem is echter dat zulke reuzen al vr de explosie hun waterstofrijke omhulling hebben afgestoten, terwijl bij supernova 2006gy juist heel veel waterstof werd waargenomen. Volgens Simon Portegies Zwart en Ed van den Heuvel, van de Universiteit van Amsterdam, wijst dit er op dat de ster vr zijn explosie in botsing kwam met een andere, minder zware ster, waardoor hij weer van waterstof werd voorzien. Die botsing zou hebben plaatsgevonden in de dichte sterrenhoop waarin de ster zich bevond.

De Amerikaanse astronoom Stan Woosley en zijn collegas denken echter dat de supernova het laatste stadium was van een serie steeds krachtiger explosies in dezelfde ster. De eerdere explosies waren te zwak om de ster als geheel op te blazen, maar krachtig genoeg om meerdere materieschillen - onder andere met waterstof - de ruimte in te slingeren.
Deze explosieve verschijnselen zouden het gevolg zijn van pair instability: het verschijnsel dat de kern van de ster zo heet wordt dat de daarin opgewekte straling wordt omgezet in elektron-positron-paren. De botsing van de laatste schil tegen de eerdere schillen zou de grote helderheid van de supernova hebben veroorzaakt.

Portegies Zwart en Van den Heuvel opperen dat er in het centrum van de explosie een zwart gat met een massa van honderd zonsmassas is ontstaan, terwijl er volgens het scenario van Woosley en zijn collegas hooguit een neutronenster (van n zonsmassa) is overgebleven. Zij opperen dat sommige superzware sterren met tussenpozen van dagen tot eeuwen meerdere supernova-achtige uitbarstingen zouden kunnen vertonen: iets wat in de toekomst wellicht geverifieerd kan worden.

De twee Nederlandse astronomen voorspellen daarentegen dat over ongeveer een jaar, wanneer het verstorende licht van de supernova is gedoofd, de sterrenhoop zichtbaar zal worden waarin de botsing tussen de twee zware sterren moet hebben plaatsgevonden. Het blijft dus afwachten. George Beekman

Supernova 2006gy straalde veel infrarood licht uit (rechts op inzet rechtsboven), en relatief minder rntgenstraling (rechtsonder).