Quasar-tijdperk duurde slechts kort - George Beekman - aug 1995

De helderste objecten in het heelal zijn quasars. Deze puntvormige objecten zijn de superheldere kernen van sterrenstelsels waarvan de rest zich (nog) niet vertoont. Als gevolg van hun grote helderheid kunnen quasars worden waargenomen op afstanden die groter zijn dan die van ieder ander 'gewoon' sterrenstelsel. Onderzoek aan de ruimtelijke verdeling van quasars kan dus belangrijke informatie opleveren over het ontstaan en de ontwikkeling van de eerste objecten en structuren in het heelal. Want wat in de ruimte heel ver weg staat, is ook in de tijd heel ver van ons verwijderd.

In de afgelopen jaren hebben verschillende astronomen statistisch onderzoek verricht aan quasars op heel grote afstanden: daterend uit de tijd waarin het heelal nog maar 10 tot 20 procent van zijn huidige omvang en leeftijd had. Dat werk vordert langzaam, omdat zeer verre quasars moeilijk te vinden zijn, en levert nogal uiteenlopende resultaten op, omdat het moeilijk is op grond van een klein aantal objecten betrouwbare statistiek te bedrijven. Zo was het wl duidelijk dat het aantal quasars bij het terugkijken in de tijd toeneemt, maar niet in welke tijd zij hun grootste 'bloei' beleefden.

Drie Amerikaanse astronomen hebben nu de tip van deze sluier rond de quasar-ontwikkeling weer wat verder opgelicht.

Maarten Schmidt, Donald P. Schneider en James E. Gunn - wellicht de meeste vermaarde 'drie-eenheid' onder de quasaronderzoekers - hebben een steekproef van 90 quasars geanalyseerd. Op basis van de afstanden van de quasars berekenden zij het verloop van de ruimte-dichtheid van deze objecten in het verre verleden. Bij deze berekeningen ging het drietal er van uit dat het heelal 15 miljard jaar geleden is ontstaan (wat waarschijnlijk wat aan de krappe kant is).

De drie astronomen leiden uit hun quasar-statistiek af dat er 1,5 miljard jaar na de geboorte van het heelal al quasars waren. Deze bereikten ongeveer 2,5 miljard jaar na de Oerknal hun grootste 'bloei' en nog eens 2,5 miljard jaar later was het gros van hen alweer verdwenen, ofwel uitgedoofd. De meeste quasars behoorden blijkbaar tot n generatie, die kosmisch gesproken slechts vrij kort heeft bestaan. Sterren en 'gewone' sterrenstelsels kunnen gemakkelijk ouder worden dan 10 miljard jaar (Astronomical Journal 110, p. 68).

De achtergrond van het optreden van zo'n quasar-tijdperk is nog niet duidelijk. Aangezien het vrij zeker is dat quasars een manifestatie zijn van jonge sterrenstelsels, is het mogelijk dat men hier te maken heeft met een periode waarin in die sterrenstelsels op grote schaal sterren ontstonden en ook hun centra werden 'ontstoken'. Astronomen zouden natuurlijk graag ook het prilste begin van dit quasar-tijdperk willen bestuderen. Maar de quasars uit die tijd staan misschien te ver weg om ooit te kunnen worden waargenomen.