30 september 1993 NRC

Prehistorische zonnekalenders in Zwolle?
George Beekman

Werden er 3000 jaar geleden in Nederland houten constructies gemaakt die een kalenderfunctie hadden? Had Nederland in hout wat Stonehenge in steen heeft? Zwolse archeologen menen van wel. Tijdens opgravingen bij Ittersumerbroek werden vorig jaar grondsporen gevonden die afkomstig zouden zijn van twee cirkels van houten palen. Naar vorige week werd bekendgemaakt zouden de posities van deze palen in verband staan met de opkomst van de zon op bepaalde dagen van het jaar. De constructies moeten dus een kalenderfunctie hebben gehad.
 


Bij de twee paalcirkels gaat het om verkleuringen in de bodem. Deze maken deel uit van een enorm aantal grondsporen dat tijdens de opgraving in "put 16' werd gevonden. De sporen dateren uit de Midden en Late Bronstijd. Een groot aantal sporen kon worden toegeschreven aan palen van boerderijen, hooibergen, schuren, veekralen en omheiningen. Na eliminatie van deze sporen bleven echter nog vele paalsporen over.

Toevalskans

Na veel passen en meten werden hierin twee cirkels gevonden. Op zich is het niet moeilijk om uit een groot aantal paalsporen ronde structuren te reconstrueren. Er zijn dan zoveel punten, dat er statistisch gezien altijd wel ergens een aantal op een cirkel ligt. Deze toevalskans kan volgens de onderzoekers echter worden uitgesloten als het om twee cirkels gaat die vrijwel gelijkvormig zijn.

Beide gereconstrueerde cirkels hebben een diameter van 11 meter en zouden uit 14 palen hebben bestaan (van beide ontbreken er twee). De zuidoostelijke cirkel heeft ook een paalspoor in het centrum, de noordwestelijke niet. Hun gelijkvormigheid blijkt als ťťn cirkel wordt verschoven en op de andere wordt geprojecteerd. Van de 14 paren paalsporen blijken 9 elkaar geheel of gedeeltelijk te overlappen en 1 paar elkaar te raken. De overige paren vallen niet samen.

De onderzoekers vergelijken de nu gevonden cirkelvormige structuren met die welke in vooral Groot-BrittanniŽ en Ierland zijn gevonden en in de prehistorie een religieuze betekenis zouden hebben gehad. De meeste, zoals het wereldberoemde Stonehenge, bestaan uit stenen, maar er zijn ook sporen van houten cirkels gevonden. Ook de Zwolse paalkransen zouden zulke woodhenges kunnen zijn geweest



Van sommige cirkels in Groot-BrittanniŽ wordt vermoed dat ze ook een kalenderfunctie hebben gehad. Staande in het centrum zou men op bepaalde dagen van het jaar de zon (of de maan) boven een bepaalde steen kunnen zien opkomen of ondergaan. Vooral het begin van de jaargetijden zou op deze manier zijn gemarkeerd, wat onder andere van belang was voor de landbouw. Over de realiteit van deze astronomische oriŽntaties lopen de meningen echter sterk uiteen.



Begin van de lente



Twee Zwolse (amateur)archeologen, Jan de Jong en HarriŽt Wevers, hebben gekeken of de oriŽntaties van de twee paalcirkels in Ittersumerbroek ook op astronomische oriŽntaties wijzen. Volgens hen liggen op de twee cirkels inderdaad punten die, vanuit het middelpunt gezien, de richting markeren waarin bij het begin van de lente en het begin van de herfst de zon opkomt (het oosten) en ondergaat (het westen).



Ook het begin van de zomer en van de winter zou met palen zijn aangegeven, zij het niet door palen op de cirkels maar door andere die er wat buiten liggen. Hetzelfde geldt voor de zonsopkomst op 1 mei en 1 november. Dit zijn data die ook voor de landbouw van belang waren en in enkele oude culturen als feestdag worden gevierd.



Volgens de onderzoekers werd bij het uitzetten van de paalcirkels gebruik gemaakt van een "kalenderdriehoek': een gelijkbenige driehoek waarvan de loodlijn oost-west liep en de basis noord-zuid. De top van de driehoek viel samen met het middelpunt van de cirkel. Op deze manier zou een kalendercirkel "door een eenvoudig te onthouden systeem te allen tijde kunnen worden uitgevoerd'. Men behoefde slechts ťťn windrichting of ťťn zonnewende-richting te bepalen.



Na het opmeten en op elkaar delen van allerlei afstanden in de cirkel en de driehoek concluderen de archeologen dat bij de bouw van de cirkels gebruik is gemaakt van een bepaalde maateenheid. Zo zou de diameter van de cirkel gelijk zijn aan 21 maateenheden en zou de driehoek een basis van 17 en zijden van 14 eenheden hebben gehad. De gebruikte eenheid zou de "el' zijn geweest: de lengte van de onderarm inclusief hand met gestrekte vinger: 0,52 meter.



Deze eenheidsmaat komt precies overeen met de zogeheten Egyptische Koningsel, een van de maateenheden die eerdere onderzoekers hebben gevonden bij het opmeten van bijvoorbeeld piramiden. Ook over de realiteit van zulke maateenheden in de prehistorie lopen de meningen echter nogal uiteen. De Zwolse archeologen denken dat door het gebruik van zo'n maateenheid het ontwerp van deze "zonnekalender' gemakkelijk langs mondelinge weg kon worden overdragen.



Nu zijn alle resultaten van dit onderzoek gebaseerd op sporen van paalkuilen. De onderzoekers geven toe dat de plaats van de paal in de kuil (en zelfs de dikte) niet te bepalen is, maar alleen binnen ruime marges te veronderstellen. Bovendien staan sommige paalsporen niet op de "gewenste' plaats en zijn er ook palen die "ontbreken'. En tenslotte heeft men voor sommige oriŽntaties ook andere palen buiten de cirkel gebruikt.



"Correcties'



Heeft men zich bij het meten en rekenen aan dit soort onvolledige gegevens niet te veel laten leiden door whishful thinking? De Zwolse stadsarcheoloog H. Clevis meent van niet. Hij vindt dat er nu zoveel aanwijzingen zijn gevonden die op een kalenderfuntie wijzen, dat men wel van een bewijs mag spreken. De "verdwenen' palen zouden het gevolg zijn van grondverstoringen en het nŤt buiten de opgravingsput vallen en de foutieve palen zouden "correcties' kunnen zijn geweest die de makers tijdens de bouw hebben uitgevoerd.



Clevis denkt dat er zeker meer van deze zonnekalenders kunnen worden gevonden als men tekeningen van oudere opgravingen opnieuw gaat bestuderen. Men weet nu immers waarop men moet letten. Verder willen de Zwolse archeologen gaan kijken of de cirkels ook iets te maken hebben met de opkomst of ondergang van de maan of van sterren.



Daarmee wordt het ijs waarop men zich begeeft echter (nog) gladder. Er zijn namelijk zoveel hemelverschijnselen te bedenken, dat men altijd alleen al op grond van het toeval binnen de onnauwkeurigheden een relatie zal vinden met de opkomst, culminatie (in het zuiden) of ondergang van de maan of een ster op een bepaalde dag van het jaar.



De Zwolse archeologen willen hun onderzoek volgend jaar mei publiceren in het jaarboek Archeologie en Bouwhistorie in Zwolle, een publicatie van de gemeente. Dan zullen er zeker reacties komen. Clevis meent dat een deel van de kritiek op vondsten zoals die bij Zwolle is terug te voeren op het feit dat velen niet willen geloven dat de prehistorische mens al over een zekere wetenschappelijke kennis beschikte.



Onderschrift:

Afbeelding: Ligging van de twee cirkels van paalsporen in Ittersumerbroek. De kruisjes geven de posities aan van paalsporen die niet zijn gevonden, maar er wel zouden moeten zijn. De lijnen OH, OE en OB zijn de richtingen naar de zonsopkomst op respectievelijk 21 juni, 21 maart/september en 21 december. OC wijst naar de zonsopkomst op 1 mei en OF naar die op 1 november. De verschillen tussen de twee cirkels zouden zijn terug te voeren op een rotatie van 48 van de zuidelijke ten opzichte van de noordelijke en enkele correcties die door de bouwers zouden zijn aangebracht. De lijnen GC en AF spelen een rol bij het berekenen van de gebruikte maateenheid. De verspringende positie van F vormt nog een probleem. Volgens de onderzoekers is het verder opvallend dat het meest westelijke paalspoor van de onderste cirkel precies in het verlengde ligt van de lijn HB van de bovenste. Evenzo dat het punt E van de onderste cirkel op het verlengde van OB van de onderste ligt. Deze koppeling zou kunnen betekenen dat de ene cirkel een zonnecirkel was en de andere een maancirkel. Sommige onderzoekers beweren dat zo'n dubbelcirkel ook bij Stonehenge voorkomt.