30 mei 1998 NRC

HUBBLE ZIET MOGELIJK REUZENPLANEET BIJ DUBBELSTER, ZEGT NASA

George Beekman

De Amerikaans astronome Susan Terebey heeft op opnamen van de Hubble Space Telescope een lichtpunt ontdekt dat mogelijk afkomstig is van een reuzenplaneet. De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA maakte dit afgelopen donderdag op een persconferentie in Washington bekend. Het verdachte object bevindt zich bij een dubbelster, die op een afstand van ongeveer 450 lichtjaar in het sterrenbeeld Taurus (Stier) staat. Als het inderdaad om een reuzenplaneet gaat, is het voor het eerst dat astronomen een planeet buiten ons zonnestelsel hebben gefotografeerd. Tot nu toe zijn alleen indirecte aanwijzingen gevonden voor het bestaan van grote planeten bij andere sterren. En het zou tevens voor het eerst zijn dat een planeet door een vrouw is ontdekt.
 


Terebey ontdekte het object, dat nu TMR-1C wordt genoemd, bij toeval. Zij bestudeerde met de nieuwe infraroodcamera NICMOS (Near Infrared Camera Multi-Object Spectrometer) van de Hubble Space Telescope de betreffende dubbelster, die zich in een zogeheten stervormingsgebied bevindt: een gebied van gas en stof in ons melkwegstelsel waarin sterren ontstaan. Haar aandacht werd getrokken door een lichtpunt dat op een (aan de hemel geprojecteerde) afstand van 200 miljard kilometer van een dubbelster staat. Dat lichtpunt lijkt via een filament van lichtend gas met de dubbelster verbonden.

Als het om een reuzenplaneet zou gaan, kan die nooit op zo'n grote afstand (veertig maal de afstand van de verste planeet in ons zonnestelsel tot de zon) zijn ontstaan. Terebey denkt nu dat het object bij één van de twee sterren is ontstaan en vervolgens door de aantrekkingskracht van de andere ster de ruimte in is geslingerd. Dat wegslingeren is in een drielichamensysteem geen ongewoon verschijnsel en wordt in het melkwegstelsel ook waargenomen. De (hete) reuzenplaneet zou een massa hebben van twee tot drie maal die van Jupiter, de grootste planeet van ons zonnestelsel, en hooguit 300.000 jaar geleden zijn weggeslingerd. Het filament zou dan een soort spoor zijn dat het object in het interstellaire gas heeft achtergelaten.

De verklaring van Terebey - overigens ook directeur van de particuliere Extrasolar Research Corporation in Pasadena - hangt momenteel nog van veronderstellingen aan elkaar. Misschien loopt de gassliert slechts toevallig voor of achter het lichtpunt langs en heeft hij er niets mee van doen. In dat geval zou het object op een andere afstand staan, veel ouder zijn en wellicht een rode dwergster of bruine dwerg zijn. Deze laatste is een gasbol die te weinig massa bevat om in zijn inwendige kernfusie te laten optreden. Terebey schat de kans dat het om zo'n 'mislukte' ster gaat op kleiner dan 2 procent, maar alleen verdere waarnemingen, met name aan de beweging en het spectrum van het lichtpunt, zullen de ware aard aan het licht kunnen brengen.