De versnelde uitdijing van het heelal zou de groei van clusters van sterrenstelsels vertraagd hebben

Margriet van der Heijden

artikel | Zaterdag 20-12-2008 | Sectie: Overig | Pagina: W02 | Margriet van der Heijden

Het universum is gevuld met donkere energie. Dat opperden astronomen in 1998, toen zij voor het eerst merkten dat het heelal versneld uitdijt
. Een internationaal team van astronomen onder leiding van Alexy Vikhlinin van het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics zegt nu nieuwe aanwijzingen te hebben voor deze donkere energie, die 70 procent van de kosmos zou uitmaken (The Astrophysical Journal, 10 februari 2009).
 


Foto-onderschrift: Links: heet gas in cluster Abell 85. Rechts:De zwaartekracht leidde tot de vorming van sterren, sterrenstelsels en clusters van sterrenstelsels en gaf het heelal zo structuur. Van links naar rechts het heelal volgens kosmische modellen als het 0.9, 3.2 en 13.7 miljard jaar oud is.
Trefwoord: Astronomie en ruimtevaart


De waarneming, tien jaar geleden, dat het heelal versneld uitdijt, kwam als een verrassing. Albert Einstein was nog uitgegaan van een statisch heelal. Van Edwin Hubble leerden we dat het heelal kort na de oerknal gestaag is gaan uitdijen. En toen bleek dus in 1998 uit metingen aan supernovas - ook wel de kilometerpaaltjes van het universum genoemd - dat die uitdijing steeds sneller verliep.

Donkere energie zou dat moeten verklaren. Deze energie zou het universum vullen, en zo voor een tegendruk zorgen die tegen de zwaartekracht in werkt. Einstein had iets dergelijks voorspeld toen hij, uitgaande van een statisch heelal, de kosmologische constante invoerde. Ook die moest de zwaartekracht opheffen, destijds om te verklaren dat het heelal niet samentrok onder zijn eigen gewicht, maar later noemde Einstein het zijn grootste blunder.

De donkere energie bracht de kosmologische constante - als maat voor een soort tegenzwaartekracht - terug op het toneel. En Viklihin en zijn collegas denken er nu nog meer ondersteuning voor te hebben gevonden in metingen aan grote clusters van sterrenstelsels.

Zij gebruikten data van de Chandra-röntgensatelliet van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA. Die legde het hete gas vast in 37 clusters van sterrenstelsels op vijf miljard lichtjaar afstand en in 49 clusters op minder dan een half miljard lichtjaar afstand. De astronomen vergeleken de data met kosmische modellen.

Hun conclusie: de grootste en meest massieve clusters zijn vijf keer kleiner dan verwacht. Alsof ze eerst snel groeiden en daarna, als pubers, magerder werden en niet veel groter.

Dat zou wijzen op donkere energie: deze zou de zwaartekracht tegenwerken die anders de clusters zou laten groeien door massa aan te trekken.


Blijft de vraag wat die donkere energie is. Als bijvoorbeeld de energie van het vacuüm wordt berekend op grond van de quantummechanica, en daaruit een kosmologische constante, dan komen astronomen nog altijd een slordige 1060 verkeerd uit.