structuur heelal 23/9/1999

je kunt het zo gek niet bedenken of het is in principe mogelijk: een meervoudig verbonden kosmos die in twaalf of twintig verschillende richtingen op zichzelf aansluit, of een heelal waarin je weliswaar terugkeert in de wereld waar je vandaan komt, maar dan ondersteboven of in spiegelbeeld. Het idee is overigens niet nieuw: honderd jaar geleden werd de mogelijkheid van een meervoudig verbonden heelal al beschreven door de Duitse astrotoom Karl Schwarzschild.

Volgens Pietronero hebben sterrenkundigen altijd ten onrechte aangenomen dat het heelal er in wezen overal hetzelfde uitziet.

Het kosmologische principe, begin deze eeuw geformuleerd door Albert Einstein en Aleksandr Friedmann, lijkt op het eerste gezicht in tegenspraak met de waarnemingen: heldere sterren zijn gegroepeerd in de melkweg; sterrenstelsels bevinden zich in clusters en superclusters. Niks homogeen en isotroop. Maar, zo luidt de standaardverklaring, als je het heelal op de allergrootste schaal bekijkt en niet op de details let, ziet. , het er echt overal hetzelfde uit. Onzin, menen Pietronero en zijn collega's.

In de afgelopen decennia altijd weer nieuwe sructuren die nóg groter en nég uitgestrekter zijn dan de vorige. In wiskundig jargon: het heelal is fractaal, net zoals de grillige kustlijn van Groot-Brittannië of een zomerse onweerswolk, en de oerknaltheorie deugt niet.

Als het heelal echt fractaal zou zijn, zou ook de kosmische achtergrondstraling een opvallende structuur moeten vertonen.

Misschien bevindt zich op vijf miljard lichtjaar afstand inderdaad een kopie' van ons melkwegstelsel en onze directe buur het Andromeda-stelsel, maar die kopie zien we dan wel zoals hij er vijf miljard jaar geleden uitzag, omdat het licht er vijf miljard jaar over doet om die afstand te overbruggen. Waarschijnlijk zal niemand in de twee verre lichtveegjes van toen de melkweg en het Andromeda-stelsel van nu herkennen.

Hoe het ook zij de krankzinnige ideeen over de structuur en de topologie van de kosmos zullen ooit de confrontatie met de waarnemingen aan moeten gaan. Begin volgende eeuw lanceert de NASA de Microwave Anisotropy Probe (MAP); een paar jaar later volgt de Europese ESA met de Planck-satelliet. Beide kunstmanen zullen de kosmische achtergrondstraling gedetailleerd in kaart brengen, en de speelruimte voor theoretici verder inperken.Icke ziet de toekomst met spanning tegemoet: 'Betere waarnemingen zouden er wel eens toe kunnen leiden dat de crisis in de kosmologi nog groter wordt dan ze nu al is.