Fossielen van de oerknal  26 mei 1994

Amerikaanse en britse astronomen heben nu onafhankelijk van elkar een nieuw fossiel gevonden: deuterium een zware isotoop cvan waterstof. Het dateeert uit de allereerste minuten van het heelal. Toen was de temperatuur zo hoog dat er slechts elementaire deeltjes konden bestaan.

Pas veel later was de temperatuur genoeg gedaald om de koppeling tussen atoomkernen en electronen mogelijk te maken en atomen te vormen.

Volgens de theorie van de oerknal zouden driekwart van de gevormde kernen waterstofkernen zijn. Bijna een kwart was helium en dan waren er nog kleine hoeveelheden deuterium, waterstifkernen met een extra neutron, helium 3, en lithium 7. Alle andere zware kernen ontstonden pas een miljard jaar later, tijdens de kernfusieprocessen in sterrren.

De beste waarnemingsobjecten zijn de grote ijle gaswolken in de ruimte tussen sterrenstelsels. Die wolken zijn waarschijnlijk sinds de oertijd van heelal niet zijn veranderd. Als er precies achter zon wolk een quasar staat dan absorbeert de wolk op bepaalde golflengten quasarlicht. Via het spectrum ontvangen we info over de elementen in de gaswolk.

Er is nu diep in het heelal deuterium gemeten. Als men quasar gebruikt als verlichting, kan het zijn dat er tussen ons en dit object meerdere gaswolken bevinden.

Als er in de eerste minuten veel deuterium was geproduceerd, zal er minder materie zijn ontstaan en omgekeerd. De nu gemeten concentratie suggereert dat er nu ongeveer net zo veel materie  is vlak na de big bang. Da klinkt mooi, maar het probleem is nu juist dat er veel anwijzingen zijn, dat er zich in het heelal nog veel meer materie verborgen houdt. Dat blijkt uit de beweging van de sterrenstelsels. De concentratie suggereert nu dat als deze onzichtbare of donkere materie geen gewone materie kan zijn. Het moet hier gaan om een ongewone exotische vorm. Waar komt die vandaan.