datum: 28-11-1997 | rubriek: Wetenschap | pagina: 6
Het systeem van de pseudo-wetenschap; Eerst geloven, dan zien

Rob van den Berg

Michael Shermer: Why Do People Believe Weird Things? Pseudoscience, Superstition and Other c confusions of Our Time. W.H. Freeman, 306 blz. f. 63,20

Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys: Tussen Waarheid en Waanzin. Een Encyclopedie der Pseudo-Wetenschappen. Scheffers, 429 blz. f. 59,50

Computers, plastics, lasers, vliegtuigen - het zijn alle voortbrengselen van de wetenschappelijke en technologische revolutie die zich de afgelopen vijftig jaar heeft voltrokken. We hebben op de maan gestaan, we zijn in staat om ziekten effectiever te bestrijden dan ooit en we halen een veel hogere opbrengst uit hetzelfde stukje landbouwgrond. Ook met een open oog voor de problemen waar diezelfde ontwikkelingen ons voor stellen, kan niemand ontkennen dat de wetenschap ons leven ingrijpend heeft beÔnvloed: de twintigste eeuw was, onder meer, The Age of Science.

Desondanks blijkt uit onderzoek keer op keer dat er nog nooit zoveel geloof is gehecht aan paranormale, pseudo-wetenschappelijke verschijnselen als nu. Astrologie, geesten, wichelroedes, aura's, piramidologie, helderziendheid, morfogenetische velden, chakras, reÔncarnatie, je wordt er mee doodgegooid.
Wat zit daar achter? Michael Shermer, voorzitter van de Amerikaanse Skeptics Society, die zich tot doel stelt dit soort verschijnselen kritisch te volgen en waar nodig te ontmaskeren, heeft onlangs een boek gewijd aan een antwoord. Als iemand inzicht heeft verworven in de dwalingen van de menselijke geest op dit gebied, is hij het wel.

Dat wordt vooral duidelijk in de eerste drie hoofdstukken. Want al lijken zijn opmerkingen op het eerste gezicht open deuren, ze brengen hem wel dichtbij de kern van het probleem. Allereerst is het leven nu eenmaal vol onzekerheden, vooral waar het die ene grote vraag betreft naar het tijdstip en de manier waarop we het loodje zullen leggen. Elk houvast is - voor sommigen althans - meegenomen. Daarom is het prettig dat Jomanda ons door tussenkomst van een hogere macht op zaterdagmorgen via de telefoon inzicht biedt in onze persoonlijke problemen. Daarom ook zoeken we naar een God in ons door de natuurkundigen tot formules gereduceerde universum.

Het is dan wel van het grootste belang dat elk 'onverklaarbaar' verschijnsel kritisch wordt benaderd. Daarom is het zo jammer dat we in een miljoenen jaren durend evolutionair proces geprogrammeerd zijn om overal veel te veel in te zien. Over tweelingen doen bijvoorbeeld de sterkste verhalen de ronde: precies op het moment dat de ťťn met een stekende hoofdpijn op bed ligt, belt de ander met precies dezelfde klachten. Wat in dat geval bijna altijd over het hoofd gezien wordt, is dat ze beiden al heel vaak hoofdpijn hebben gehad, zonder dat dat bij de ander het geval was. Mensen nemen zeer selectief waar en onthouden alleen dat wat opvalt, het abnormale.

Daar komt bij dat we hebben geleerd om verbanden te leggen, zelfs waar ze er niet zijn, en om in een nieuwe, onbekende situatie bliksemsnel conclusies te trekken. Dat had en heeft nog altijd overlevingswaarde, maar het stimuleert niet echt tot kritisch denken en observeren. Het heeft immers geen enkele zin om, plotseling geconfronteerd met een dier met een gestreepte vacht, eerst door middel van gedegen onderzoek vast te stellen of het inderdaad om een tijger gaat. Soms mŠŠkt ons brein een tijger van een bijna willekeurig schaduwpatroon in het gebladerte. Maar dat geeft niks, het is immers beter honderd keer voor niets te vluchten, dan ťťn keer opgegeten te worden. Wie intens gelovig is, ziet de heilige Maagd overal.

Shermer geeft treffende voorbeelden van onze goedgelovigheid, zoals de dwalingen van de creationisten, de ervaringen van mensen die menen door buitenaardse wezens te zijn ontvoerd, of te zijn teruggekeerd uit de dood, en de zieke opvattingen van de Holocaust-ontkenners. Jammer genoeg wordt elk van deze case histories door hem tot in detail uitgewerkt, waardoor hij er niet altijd in slaagt boeiend te blijven.

Wat dat aangaat is er veel meer te zeggen voor de aanpak waarvoor Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys gekozen hebben. Zij zijn actief binnen de vereniging Skepsis. Je zou hen de Nederlandse collega's van Michael Shermer kunnen noemen. In hun onlangs verschenen 'standaardwerk' Tussen Waarheid & Waanzin bieden zij een alfabetisch overzicht der pseudo-wetenschappen. In een groot aantal lemma's passeert niet alleen het alternatieve circuit de revue, maar ook 'wetenschappelijke' misvattingen als 'polywater' en 'N-stralen'.

Het is een genoegen je door deze auteurs te laten meeslepen, van de aardstralen en de aura's naar Madame Blavatsky en Rudolf Steiner. Af en toe worden onderwerpen wat al te badinerend behandeld, hetgeen afbreuk doet aan het objectieve karakter van deze inventarisatie. Maar het is ook bijna onmogelijk om je over sommige onderwerpen nŪet vrolijk te maken. Neem de kosmologie volgens Jomanda, die neutronen en plutonen tot elkaar laat komen om hydrogeen te vormen, of Rosemary Brown, het Engelse medium dat composities doorkreeg van overleden componisten. Zij schreef gewoon derderangsmuziek, 'maar dat vond deze eenvoudige huisvrouw al zo opmerkelijk dat ze niet kon geloven dat ze daar zelf verantwoordelijk voor was'.

Ook wetenschappers raken geboeid door mysteries en onopgeloste raadsels, maar daarbij staan ze voortdurend bloot aan wat de wetenschapsfilosoof Thomas Kuhn de essentiŽle spanning noemde tussen volledige overgave aan de status quo en het blind navolgen van nieuwe ideeŽn. Altijd zullen ze daarom proberen door middel van experimenten hun theorieŽn aan de werkelijkheid te toetsen. Toen Werner Heisenberg zijn versie van de quantumtheorie ontwikkelde, realiseerde hij zich waarschijnlijk niet welke absurdistische gevolgen deze met zich mee zou brengen. Bohr zou later zeggen dat wie er niet volledig door uit het veld geslagen werd, er niets van had begrepen. Maar keer op keer is de theorie al aan een kruisverhoor onderworpen en elke keer is ze daar triomferend uit te voorschijn gekomen. En in principe kan iedereen zo'n experiment doen, en zal ook iedereen hetzelfde antwoord vinden.

Pseudo-wetenschappen, mythologie, religie en bijgeloof kŤnnen geen mechanisme dat het mogelijk maakt kennis te vergaren die stoelt op eerdere 'ervaringen', hoezeer ze zich ook de terminologie en de theorieŽn van de wetenschappen toeŽigenen. Waar astronomen zich realiseren dat hun voorspellingen en modellen voortdurend blootstaan aan de realiteit van het heelal en dus veranderlijk zijn, gaan astrologen nog altijd uit van de planeten die al eeuwen bekend zijn, en hebben ze bijvoorbeeld de invloed van de pas deze eeuw ontdekte planeet Pluto niet ingepast.

Het zou te ver gaan om het hele wetenschappelijke bedrijf daarmee maar heilig te verklaren. Ook dat is verre van optimaal. Een onwaarschijnlijk groot gedeelte van alles wat wordt gepubliceerd, wordt nooit echt getoetst. Talloze fraudeurs weten het systeem te omzeilen. Maar wanneer sprake is van een potentieel grensverleggend stuk werk, volgt onherroepelijk actie. Koude kernfusie? Geweldig, maar onder het motto 'zien is geloven' stortten velen zich in 1989 op dat ene, simpele proefje en verwezen het naar de schroothoop. Alleen zo is echte vooruitgang in kennis gewaarborgd.

Maar waarom geloven we dan al die rare dingen? Omdat dat geloof troost biedt? Omdat het instant-bevrediging geeft? Omdat het simpel is en je er nauwelijks bij na hoeft te denken? Of omdat het richting geeft in een wereld die soms elke richting volledig kwijt lijkt? Wat ons allen verenigt en voortdrijft, zo besluit Shermer, is wat Alexander Pope uitdrukte in zijn Essay on Man: 'Hope springs eternal in the human breast.' En iedereen probeert daar op zijn eigen manier invulling aan te geven.

Onderschrift: Foto: Dansende tafel tijdens een seance; gravure eind 19de eeuw.

Persoon: Jan Willem Nienhuys; Marcel Hulspas; Michael Shermer