De fantomen van Rupert Sheldrake 27 AUGUSTUS 1994 NRC



Frank van Kolfschooten; Frank van Kolfschooten is filosoof



Rupert Sheldrake: Seven experiments that could change the world. A do-it-yourself guide to revolutionary science 269 blz., Fourth Estate 1994, f. 56,25


Zelden zal een boek zulke extreme reacties hebben opgeroepen als het in 1981 verschenen A new science of life: the hypothesis of formative causation, het eerste boek van de Britse bioloog Rupert Sheldrake. John Maddox, hoofdredacteur van het wetenschappelijke tijdschrift Nature, noemde het 'de beste kandidaat om te verbranden sinds jaren'. De enige reden om daarvan af te zien was volgens Maddox dat het boek een prominente plaats verdiende in de 'literatuur van intellectuele dwalingen'. Hij ergerde zich mateloos aan Sheldrakes hypothese dat de vormen en het gedrag van organismen worden bepaald door 'morfogenetische velden'. Via deze velden buiten ruimte en tijd zouden dieren informatie aan elkaar doorgeven, waardoor leerprocessen binnen een soort sneller verlopen. Als laboratoriumratten in Amsterdam eenmaal de weg kennen door een nieuw en ingewikkeld doolhof, weten volgens Sheldrake alle laboratoriumratten ter wereld de uitgang sneller te vinden in zo'n doolhof.


De Brit daagde de wetenschappelijke wereld uit om zijn opmerkelijke hypothese te toetsen. Het afgelopen decennium is daartoe een aantal experimenten uitgevoerd, met wisselend resultaat. Soms ontstonden meningsverschillen over de statistische interpretatie van de gegevens, zoals bij een experiment met kippen dat Sheldrake had opgezet samen met een van zijn grote tegenstanders, de hersenonderzoeker S. Rose.


In Nederland is Sheldrake vooral bekend geworden na zijn optreden begin 1993 in Wim Kayzers televisieserie Een schitterend ongeluk. De andere gasten, onder wie Oliver Sachs, Stephen Jay Gould en Daniel Dennett, beschouwden hem als een buitenbeentje, al waardeerden ze hem als amusante gesprekspartner. Dennett verwoordde het algemene bezwaar van conventionele wetenschappers tegen Sheldrake door te stellen dat deze een revolutionaire verklaring geeft voor verschijnselen waarvoor al een goede verklaring bestaat of in elk geval in zicht lijkt. Hij daagde Sheldrake uit om met '้้n verbijsterend mysterie' te komen waarvan geen wetenschapper weet hoe hij het moet aanpakken. Die handschoen heeft Sheldrake nu opgepakt met zijn boek Seven experiments that could change the world, met als ondertitel A do-it-yourself guide to revolutionary science. Hij presenteert daarin niet ้้n, maar zeven verschijnselen waarop de conventionele wetenschap geen antwoord zou hebben.

Elastieken band

In het eerste deel van zijn boek beschrijft Sheldrake dierlijke vermogens die in zijn ogen ten onrechte verwaarloosd zijn door de wetenschap. E้n experiment heeft betrekking op huisdieren die schijnen aan te voelen wanneer hun eigenaar thuiskomt, lang voordat ze dit kunnen weten op grond van zintuiglijke informatie. Sheldrake noemt het voorbeeld van een vrouw die weet wanneer haar zoon, die matroos is, naar zijn ouderlijk huis komt, omdat de kat vanaf dat moment klaaglijk begint te miauwen op de voordeurmat. Er zijn volgens Sheldrake zoveel van dergelijke anekdotes bekend, uiteenlopend van honden en katten tot zelfs papegaaien en schildpadden, dat ze niet zo maar van tafel kunnen worden geveegd. De wetenschap heeft het verschijnsel volgens hem genegeerd omdat er een taboe bestaat op het onderzoeken van mogelijke paranormale verschijnselen en het bestuderen van huisdieren.

De gebruikelijke sceptische verklaring is dat deze huisdieren hun voorspellende gedrag wel degelijk baseren op normale zintuiglijke boodschappen, maar dat hun baasjes die over het hoofd zien of zelf (onbewust) een handje meehelpen. Hij hoopt dat bezitters van huisdieren met voorspellende gaven een experiment willen uitvoeren waarbij deze conventionele wijze van informatie-overdracht wordt uitgesloten. Dat zal serieuze wetenschappers dwingen het verschijnsel serieus te nemen, denkt Sheldrake.

Ook een tweede experiment is uit te voeren door amateur-wetenschappers. Het betreft duiven (en andere dieren) die hun weg naar huis terug weten te vinden, ook al zijn ze honderden kilometers van huis losgelaten. Aan dit verschijnsel hebben wetenschappers wel de nodige aandacht besteed, maar een bevredigende verklaring ontbreekt. Duiven ori๋nteren zich weliswaar met behulp van visuele informatie, maar als ze met ondoorzichtige contactlenzen vliegen bereiken ze hun til ook. Hypothesen dat ze zich ori๋nteren met een nog onbekend 'magnetisch' zintuig of door reuk, zijn niet bevestigd. Sheldrake stelt nu voor om te achterhalen of duiven hun til ook terugvinden als die is verplaatst na hun vertrek en maatregelen zijn genomen die uitsluiten dat ze dit doen met behulp van hun gewone zintuigen. Hij vermoedt dat duiven door een soort onzichtbare band van elastiek verbonden zijn met hun til. De precieze aard van dat elastiek kent Sheldrake niet; het is maar een metafoor, zegt hij. Een ander experiment met dieren dat Sheldrake voorstelt, is niet uitvoerbaar in Nederland, omdat het zich moet afspelen in een termietenheuvel. Sheldrake wil ophelderen hoe twee groepen blinde termieten met elkaar communiceren bij het bouwen van hun woning, ook al zijn ze van elkaar gescheiden door een metalen plaat.


Bovenstaande experimenten zijn al ongebruikelijk, maar de proeven die Sheldrake in het tweede deel van zijn boek beschrijft, werken helemaal op de lachspieren. Wat te denken van een experiment waarbij een proefpersoon moet aangeven of iemand naar hem staart of, nog lachwekkender, op de schouder wordt getikt door een 'fantoom-arm'. Met het eerste experiment heeft hij naar eigen zeggen zelf al veelbelovende resultaten behaald, vooral bij enkele proefpersonen uit Oost-Europa. Sheldrake vermoedt dat mensen die hebben geleefd onder repressieve communistische regimes eerder merken wanneer ze in de gaten worden gehouden. Het andere experiment borduurt voort op 'fantoompijnen' in geamputeerde ledematen. Mensen die een been, arm, neus of borst zijn kwijtgeraakt hebben niet alleen het gevoel dat het lichaamsdeel nog steeds aanwezig is, velen ervaren zelfs hevige pijnen op die plek. Volgens de heersende materialistische wetenschapsopvatting moet de oorsprong van deze fantomen in de hersenen worden gezocht, die zenuwimpulsen ontvangen uit het overgebleven stompje. Sheldrake, die een uitmuntende kennis heeft van wetenschapsgeschiedenis en -filosofie, laat zien dat deze opvatting van het 'vernauwde bewustzijn' pas vrij recent gemeengoed is geworden, en mogelijk onjuist is. Het bewustzijn zou zich volgens Sheldrake door het hele lichaam, en zelfs daar buiten kunnen uitstrekken.


Het zal duidelijk zijn dat Sheldrake alleen al door het opperen van deze mogelijkheden de hoon van sceptische geesten over zich afroept. Hun hoon zal vermoedelijk plaatsmaken voor tandengeknars bij het bericht dat in diverse landen, waaronder Nederland, al groepen (amateur-) wetenschappers aan de slag zijn gegaan met Sheldrakes experimenten. Het lijkt mij verreweg de verstandigste houding om Seven experiments that could change the world te beschouwen als een vorm van vrolijke wetenschap. Wat er ook valt af te dingen op Sheldrakes opvattingen, hij blijft met zijn nadruk op de cruciale betekenis van het experiment binnen de grenzen van de moderne wetenschap. Of hij een wetenschappelijk dwaallicht is, zullen zijn eigen experimenten vanzelf duidelijk maken.