relativiteitstheorie

De speciale relativiteitstheorie stamt uit 1905 en is gebaseerd op het feit dat alle beweging relatief is; dat wil zeggen dat een voorwerp alleen kan bewegen ten opzichte van iets -of iemand.

dat voor een' waarnemer die naar een voorwerp kijkt dat ten opzichte van hern be-
weegt, de massa en de lengte van en het tijdsverloop in dat voorwerp veranderd lijken.

Meestal zijn de genoemde verschillen in lengte, massa en tijd niet waarneembaar, zelfs niet bij de hoge snelheden in de ruimtevaart. Pas bij snelheden in de orde van de snelheid van het licht (zo'n 300 000 km/s), treden deze effecten duidelijk op. Atoom deelties kunnen in deetljesvernellers snel heden bereiken die die van het licht benader ren. Hiermee kunnen de optredende massa- effecten gemeten en berekend worden.

de snelheid van 30000 km/s-de verkorting ca 5% zou bedragen, bij een snelheid van 150000 km/s 15% en bij de lichtsnelheid 100%, dat wil zeggen dat de lengte in de richting van de beweging nul zou zijn. aangezien er geen lengte kleiner dan nul bestaat, betekent dit dat de snelheid van het licht de grootst mogelijke snelheid voorstelt. Wordt aan een lichaam, dal zich bijna met de lichtsnelheid voortbeweegt, energie toegevoerd, dan zal het merendeel hiervan gebruikt worden om de massa te vergroten, en niet om de snelheid op te voeren.