Theorie van alles: de snaartheorie. Die moet de beide pilaren onder de moderne natuurkunde bij elkaar brengen: de algemene rela-Itiviteitstheorie (de beschrijving van jde zwaartekracht) en de kwantummechanica (de beschrijving van de elementaire deeltjes 'Moeder-theorie' met elf dimensies.

Nu kennen we in het dagegelijks leven maar vier dimensies (drie ruimtelijke en die ene tijdsdimensie). Natuurkundigen moeten die zeven extra dimensies dus op de een of andere manier wegwerken. Dat doen ze door ze 'op te rollen'. Een plat vlak (van twee dimensies) verandert door het héél strak op te rollen bijvoorbeeld in een buisje dat veel weg heeft van één enkele (eendimensionale) lijn. Een punt op deze lijn is echter geen echt punt maar een uiterst klein cirkeltje. Natuurkundigen spreken van een ! 'snaar', en laten zo'n snaartje ook trillen. Zo'n punt heeft naast zijn positie één eigenschap extra: het kan trillen.

Dat laatste is voor natuurkundiger een interessant gegeven. Ook elementaire deeltjes, zoals elektronen en quarks, hebben immers meer eigenschappen dan uitsluitend hun positie: ze hebben massa, lading, spin, isospin. Al die eigenschappen kun je verklaren door te zeggen dat deze deeltjes trillende snaren zijn in een elf dimensionale (deels 'opgerol-de') ruimte.

opgerolde' dimensies?' Zijn die snaartjes geen wiskundige hersenspinsels? Deeltjesversnellers zullen nooit echt antwoord kunnen geven op die vraag, daarvoor zijn de snaren véél te klein. Snaartheoretici zullen | te rade moeten gaan bij kosmologen. Als er maar voldoende materie tot één punt ineen-valt) niet écht zwart zijn, maar toch nog een beetje stralen. Om deze Hawking-straling' volledig te begrijpen, heb je niet voldoende aan de bestaande natuurkundige theorieën. Voor zwarte gaten gebruiken natuurkundigen de algemene relativiteitstheorie maar om de Hawking-straling te beschrijven, heb je ook de kwantummechnanica nodig. Zonder een allround-theorie blijft de beschrijving van Hawkings stralende zwarte gaten lapwerk.

En er is nog een ander restant van de oerknal waarop we de vingerafdrukken van de snaartheorie zouden kunnen vinden: de 'gravitatiestraling'. Deze door Einstein voorspelde trillingen in de vierdimensionale ruimte-tijd worden veroorzaakt door zeer energierijke processen in de kosmos, zoals exploderende sterren en botsende melkwegstelsels. Ook de oerknal moet een geweldige uitbarsting van gravitatiestraling hebben opgeleverd

En juist hier ziet Verlinde kansen voor snaartheoretici: 'We zouden uiteindelijk op basis van de snaartheorie een voorkeur kunnen hebben voor bepaalde modellen, en die voorkeur vertaalt zich in observationele voorspellingen. En dan kunnen kos-mologen kijken of we gelijk hebben.