27 SEPTEMBER 2003 NRC

Wilde kastanjes - Vincent Icke

en hoe je zo'n verklaring op het spoor komt. Zoals ik al vaker heb gezegd gaat het daarbij niet om nieuwsgierigheid, maar om opmerkzaamheid. Mijn twee katten zijn bijzonder nieuwsgierig, maar voor de quantisering van de algemene relativiteitstheorie ben ik bij hen aan het verkeerde adres, dat weet ik bij- na zeker

er staan geen maatstrepen in de ruimte, niet omdat een 'absolute plaats' onmogelijk is, maar omdat het de Na- tuur belieft het zonder te doen.

Als je dat eenmaal hebt doorzien,

kom je vanzelf op de gedachte dat niet de plaats, maar de verandering van plaats moet worden gebruikt om een vallende kastanje te beschrijven.

de verandering van de plaats in de loop van de tijd gebruiken, dan moet je een nieuwe wiskunde verzinnen, want (snelheid) is (stapje in de ruimte) ge- deeld door (stapje in de tijd).

In de wiskunde maak je van die tiende—... Seconde een duizendste, een miljardste, en zo verder tot niets: de differentie (klein stapje) wordt een differentiaal (stapje nul). Zo wordt de snelheid niet eenvoudig het resultaat van een meting, maar een eigenschap van het bewegen-

de deeltje, op ieder tijdstip en op i punt in de ruimte. Deze aanpak werd bedacht door Leibniz en Newton, een mathematische nieuwlichterij die met argwaan werd bekeken.

Galileď bleek een geniale pionier door zijn metingen hoe de snelheid van dingen verandert tijdens mechanische proeven

maar evenals hij schreef dat deeltjes een 'natuurlijke plaats' hebben, zo ook deed hij alsof snelheden absoluut zijn, alsof ieder voorwerp een tellertje bevat waarop j, unt aflezen hoe snel het gaat. Dat zo est kunnen, maar is het ook zo? Nee: ingebouwde snelheidsmeters bestaan niet in de Natuur. Nergens is af te lezen hoe snel je je door de ruimte beweegt

Het verschil tussen het ene ding en het adere is wel meetbaar om dat te doorzien moet je over een uitzonderlijk grote opmerkzaamheid beschi ken: het was vooral Christiaan Huygens die besefte dat dit een fundamentele eigenschap is van de Natuur. In zijn werken schrijft hij, met zoveel woorden: Iedere snelheid is relatief.' Je zou het `Huygens-relativiteit' kunnen noemen: niet de snelheid, maar de verandering van snelheid – dat heet versnelling– moet worden gebruikt om bewegingen te beschriiven.

Nu we toch aan het opmerken zijn: het feit dat een versnelling wel absoluut meetbaar is, schreeuwt om een verklaring. Die kwam pas later met de uitvinding

van de relativiteitstheorie.