E-geld maakt niet gelukkig wat is geluk?

Veel kennis bijvoorbeeld, of maatschappelijk geegageerd zijn. Bij de confessionelen hoort de band met God erbij. Voor de socialisten is geluk een kwestie van gelijkheid. Veenhovens conclusie luidt zonneklaar, dat bewoners van welvarende moderne landen veel gelukkiger zijn dan anderen. Niet alleen vanwege de welvaart, maar ook vanwege politieke vrijheid en sociale gelijkheid, ook tussen man en vrouw. Daarnaast is scholingsgraad van belang, omdat die bijdraagt aan een klimaat van verdraagzaamheid. Volgens veenhoven zijn bewoners van individualistisch ingestelde landen als Nederland, Zweden en de VS gelukkiger dan in wat meer collectivistisch land als Italie en vooral ook Japan. Dat brengt ons terug bij de stelling dat meer geld op een gegeven moment niet gelukkiger meer maakt. Sinds wanneer leven wij Nederlanders in dit stukje bijna-paradijs-op-aarde? De grens ligt bij het inkomensnivo van Mexico herhaalt Veenhoven. Hemzelf lijkt meer geld best aardig, zoals hij zich ook allerlei leuke sporten en buitrenhuizen kan voorstellen. Maar als ik bedenk waar ik nou echt lol in heb, dan zijn dat m’n werk, mijn tuin en mijn kinderen. Uit Veenhovens onderzoek blijkt dat vanaf een bepaald inkomen meer geld niet meer geluk brengt. Dat blijkt niet alleen als je het gemiddeld geluk tussen landen onderling vergelijkt, maar ook als je binnen die landen kijkt. Hoe hoger de welvaart binnen een land des te kleiner het verschil in geluk tussen arme en rijke burgers. Ze zijn dan vrijwel allemaal redelijk gelukkig. Ook individueel word je dan dus niet veel gelukkiger door meer geld. Het had mij niet verbaast als zon primitieve Afrikaanse dorpsgemeeschap weinig materialistisch ingetseld, met sterke riten en een hechte familieband aks de allergelukigste samenleving uit de bus was gekomen, terwijk ons eigen jachtige model een aberratie van de Industriele Revolutie was gebleken. Maar dat hebben we niet gevonden.

 

ZINLOOS BEWUSTZIJN

Denkprocessen kunnen door een computersysteem in gewone computerdata worden omgezet. Een voorbeeld hiervan is het onlnags uitge voerde experiment, waarbij ratten door denkkracht water uit een via electroden met hun hun brein verbonden kraan wisten te krijgen. Ook is men er onlangs in geslaagd een computer syssteem te ontwerpen waarmee volledig verlamde mensen via hun hersengolven op het beelscherm een curser kunnen laten bewegen. Wat veroorzaakt nu eigenlijk wat? Verplaatst de curser zich als gevolg van ons bewuste denken? In dat geval is er een causale relatie tussen ons bewuste denken en de bewegende cursor. De reden die we voor onze actie opvoeren lijkt oorzakelijk verbonden met de actie, in dit geval een stukje lopen. Het is evenwel mogelijk ndat onze hersenen dat besluit al genomen hebben en dat het opgevoerde motief, de reden die we bewust ervaren, ook weer slechts een begeleidend verschijnsel is. Een ander veelvuldig geciteerd experiment is dat van Benjamin Libet uit de jaren tachtig. Deze onderzoeker vezocht proefpersoenen een van hun vingers te bewegen. Er werden verschillende tijden gemeten: het tijdstip waarop proefpersonen hun vrije wilsbesluit ervoeren en het tijdstip waarop het bereidheidspotentiaal werd geregistreerd. Het verschil was 350ms ten gunste van het bereidheidspotentiaal. Dit tijdsverschil kan bovendien niet worden verklaard door de weg die het neurale signaal heeft af te leggen naar de spieren. Tonen aan dat het bewustzijn achter de feiten aanhobbelt: de meeste beslissingen vinden plaats op neuraal niveau, pas daarna verschijnen ze in het bewustzijn. Ook experimenten gedaan waarbij het erop leek dat het bewustzijn op het allerlaatste moment nog een soort veto over de beslissingen van het brein uitsprak waaruit hij concludeerde dat het bewustzijn alsnog de motorische respons kon blokkeren. Van belang is ook dat we in situaties waarin we volkomen onbewust handelen vaak echteraf redenen en motieven voor ons gedrag bedenken. Een aardig voorbeeld is het experiment waarbij aan mensen onder hypnose werd gevraagd om smorgens na het wakker worden het raam op te zetten, wat ze prompt deden. Als hun op dat moment werd gevraagd waarom ze het raam open deden antwoorden ze dat het zo benauwd was. Er doen zich kennelijk situatuaties voor waarin we er in feite maar wat op los kltsen. Hieraan ligt de hypothese ten grondslag dar gedurende de evolutie niuewe hersenstructuren niet hebben verrdrongen. De nieuwe zijn er als het ware opgezet. Er zijn trouwens ook aanwijzingen dat bij stress het omgekeerde gebeurt; dan worden de oudere structuren juist actiever en wordt het gedrag daardoor machinaler. Een van de gedachten die de tand des tijds aardig heeft doorstaan, is dat het bewustzijn het eindresultaat is van een selectieproces op een lager neuraal niveau waardoor het lijkt dar je zelf iets bedenkt. Je zou het en soort onbewust fysiologisch gevrecht voor survival kunnen noemen. Een aanwijzing hiervoor is anosognosie, een klinisch fenomeen waarbij objectief aanwezig stoornissen door de patient worden ontkend. Hij kan in alle ernst beweren dat zijn totaal verlamde arm prima functioneert. Dit wijst erop dat een stukje bewustzijn kan uitvallen. Dit betekend dat we voor mogelijk moeten houden dat het bwustzijn gedeeld is, dat wil zeggen dat het uit onderdelen bestaat die stuk voor stuk een eigen gebied bestrijken. Het bewustzijn bestaat dus wellicht uit meerdere bewustzijnen. En dat kan ook niet anders: we lijken nu eenmaal (toch) een geest te hebben die ons lichaam bestuurt. Zo zijn er mensen met een hersenbeschadiging, waardoor ze tijdens het lopen heel hard stampen. Vraag je zo iemand waarom hij stampt dan kan hij alleen maar zeggen dat hij dat niet kan laten, want er dringen uit het beschadigde deel van zijn hersenen geen signalen door in zijn bewustzijn: hij kan er niet over rapporteren: En hij heeft er ook niets over te zeggen: hij nog zo graag willen ophouden met stampen, het lukt hem niet.

 

E - wij zijn geweldig

Maar hoeveel moeiteloze krachttoeren komen er niet kijken bij die alledaagse handeling van een vierjarig kind? Omzetting van geluid in taal, inzicht in de aard van dat verzoek, beslissing om te gehoorzamen, herkenning van het speelgoed, oppakken ervan, wegleggen, enzovoorts. Zeer veel gedragingen en motieven zijn in de meest letterlijke zin voorgeprogrammeerd door de evolutie Volgens het model van Pinker is ons hoofd letterlijk een zenuwcentrum van miljoenen hooggespecialiseerde informatieverwerkende modulen die allemaal met elkaar in verband staan. Hetzelfde geldt voor het probleem van de vrije wil en het gevoel voor moraliteit: "Hoe kon ooit iets als 'behoren-te-doen' ontstaan in een wereld van atomaire deeltjes en planeten, van genen en lichamen?", verzucht hij. "Wij zijn organismen, geen engelen", verklaart Pinker zijn berusting in deze raadsels. Onze geest dankt zijn kracht aan ruimtelijke inzicht, gevoel voor tijd en het vermogen tot het combineren van losse elementen Waarom kunnen we dat subjectieve bewustzijn niet gewoon in een eigen module in het brein onderbrengen Het is een aparte dimensie van àndere modulen, geen aparte module De vrije wil noemt u ook een raadsel. Toch gaat u heel ver in de genetische bepaaldheid van gedrag, van babymoord door tienermoeders tot absurde kleinigheden als een voorliefde voor niezen Als je niet gelooft in een ziel of in een apart spook in de machine, dan moet je er wel vanuit gaan dat al onze emoties en gedachten op een zeker niveau worden veroorzaakt door het brein. Toch houden mensen er meestal niet van om te horen dat liefde een slimme truc is van de genen ten behoeve van de voortplanting. Maar wie of wat in het hoofd neemt dan de beslissing? "Bewustzijn bestaat in zekere zin uit deze strijd tussen de verschillende onderdelen van de geest. Er bevinden zich waarschijnlijk beslismechanismen in de frontale hersenlobben. Maar het bewustzijn is meer dan een beslismachine. Want soms, wanneer je op het strand in de zon ligt te luisteren naar de zee, neem je geen enkele beslissing, je denkt niet na over jezelf, en toch ben je je bewust van de warmte, het zand, de golven."