>

Hij zou rechtstreeks inzien dat hetgeen wij licht e kleur noemen en ook als licht en kleur met genoegen waarnemen, slechts zeer snelle bewegingsverschijnselen, trillingen van een uiterst ijle materie, ‘de ether’ zijn. De ethertrillingen zijn van elektromagnetische aard, precies zoals de trillingen die door een radiozender worden opgewekt. Alleen hebben ze een veel kortere, golflengte.

Radiogolven hebben golflengten van enkele millimeters tot et ettelijke kilometers. De golflengten van de ‘lichtgolven’ daarentegen behoren tot het gebied van het zichtbare spectrum, dat zich ongeveer uitstrekt van 0,0004 tot 0,0007 millimeter. Elk van deze lilliputgolven wordt door het oog als een kleur ervaren. Rood bijvoorbeeld heeft een golflengte van 0,0007 millimeter geel van 0,000055 millimeter en violet van 0,0004 millimeter. Ja werkelijkheid is de wereld dus in het geheel niet ‘licht’ of ‘gekleurd’, maar in eeuwige duisternis gehuld, zoals ook onze hersenen voor eeuwig in nacht en duisternis ingebed zijn. Licht en kleur komen pas in onszelf tot stand. Ons oog doet dienst als

een ontvangsttoestel, een soort detector welke de onzichtbare ethertrillingen omzet in zichtbare lichtindrukken. Ons oog is een tovenaar die uit het donkere ‘niets een wereld vol glans en kleur te voorschijn haalt.

Inderdaad een aantrekkelijke tovenaar, wiens kunsten wij niet gaarne zouden missen. In een wereld zonder licht en kleur zouden we ons in onze huidige toestand bijzonder slecht thuis voelen. We zouden als blinden zijn. Het is een aantrekkelijk schouwspel, maar ook inderdaad niet meer dan een toverspel waarachter de ware wereld schuilgaat.

Eik van onze zintuigen is bijzonder gevoelig voor een zeer bepaalde prikkel: het oog voor ethertrillingen (lichtprikkels), het oor voor Luchttrillingen (geluidsprikkels de smaak voor chemische prikkels, enzovoorts. Hoe gevoelig de verschillende zintuigen zijn voor de prikkels waarop ze aangelegd zijn, moge uit de volgende voorbeelden blijken.
 

Wanneer men 1/1000-ste gram mercaptaan neemt, en daarvan weer 1/1000- deel, dus een miljoenste gram, en van dit miljoenste gram nogmaals het duizendste deel, dan heeft men dus een miljardste gram mercaptaan.

Dat is bijna niets meer, alleen nog een snuifje’ van een ‘snuifje’ mercaptaan. Zelfs met de beste microscoop ter wereld kan men deze kleine hoeveelheid niet zichtbaar maken. U moogt nog rustig een tweede, derde of vierde miljardste gram erbij doen, maar ook dan zult u nog geen spoor mercaptaan te zien krijgen, al vallen uw ogen erbij uit uw hoofd. Alleen uw neus, uw reukzintuig, verraadt dat er mecrcaptaan aanwezig is. Zo gevoelig is onze reukzin. En zo doordringend ruikt mercaptaan.

Ons oog is niet zo fijngevoelig als onze neus, maar toch mag ook ons oog als speurder er zijn. U weet dat natrium (het metaal dat in verbinding niet chloor keukenzout oplevert en met salpeterig zuur nitriet oplevert een vlam geel kleurt. Ons oog kan deze gele kleur nog waarnemen, wanneer 1,8 miljoenste deel van een duizendste gram natrium in de vlam gehouden wordt.

Ons tastzintuig is het gevoeligst bij de punt van de tong, ongeveer tienmaal zo gevoelig als aan de binnenkant van de hand, dertigmaal zo gevoelig als aan de rugzijde van de hand en ongeveer zeventigmaal zo gevoelig als op de rug. Dit kunt u zelf zonder moeite vaststellen.

onze alledaagse wereld geborgen kunnen voelen. De natuur had ons ook andere ogen kunnen geven; ogen die afgestemd zouden zijn op een ander golflengtegebied, misschien op dat van de thans voor ons onzichtbare radiogolven of op de golven van de radio, röntgen- en uitraviolette straling. Fundamenteel was er dan niets veranderd. Ook deze anders toegeruste ogen zouden ons slechts een deel van het geheel onthullen en nooit de gehele wereld. -.

Het zou vreemd zijn indien we plotseling dingen konden zien die thans voor ons onzichtbaar zijn. Welke kleuren zouden onze nieuwe ogen uit de ruimte tevoorschijn roepen? Misschien zouden we dan wanneer we terugblikten op ons huidige bestaan, verrast uitroepen: ‘Hoe kleurenblind waren we vroeger!’ En inderdaad: onze ogen maken slechts een heel klein, een uiterst klein stukje van het stralingsspectrum voor ons zichtbaar. Vergeleken met het geheel is het de moeite niet waard! Welke nog nooit geziene, voor altijd voor ons netvlies verborgen blijvende wonderen zouden zich achter de ‘koepel’ van onze optiek aan ons bewustzijn onttrekken! Slechts een blinde kan daarover voldoende diep dromen. In deze creatieve zin is ieder van ons blind die inziet dat het zien niet slechts een psychologische, maar ook een... magische aangelegenheid is.