De Koran

Mohammed geboren 570 te Mekka. Hij werd goortgebrqacht door zijn grootvader en na diens overklijden door zijn oom. Zijn jeugd was betrekkelijk armoedig. Dit zou veranderen toen hij 595 op 25 de aanzienlijke en rijke, maar veel oudere weduwe Chadidja huwde wier zaken hij reeds behartigden. In haar dienst had hij reizen gemaakt naar Syrie en vermoedelijk ook wel naar de belangrijkste handelscentra in het zuiden in Jamen. Het lijkt geen twijfel dat hij zo in nauwe aanraking is gekomen met beljiders van de joodse godsdisnt en van het Christendom en van andere kennis omtrent de inhoud van het OT en de Evangelien heeft opgedaan. Zoals duidelijk door de Joodse en Christelijke schrifturen wordt aangegeven had Ibrahim (Abraham) vader van de stamvader der Arabieren slechts een God gekent. In een visioen verschjnt in 611 aan Mohammed de aartsengel Gabriel die hem een beschreven zijden doek voorhoudt en hem beveelt: Lees op in naam van uw heer! Om hem dan de eerstgeoepnbaarde verzen van de Koran mededelen. Zo zoi dan Mohammed net als Mozes voor de Joden en Zchristus de Arabische profeet zijn, die Boodschapper Allahs die zijn volk zal waarschuwen voor het komende gericht en hen tot bekering zal oproepen. Bovendien zal Mohammed de laatste boodschapper zijn die voor de dag des opstandig zal oproepen: Hij is de zegel des profeten. Belangrijk werd de confroatatie met de Joden in Medina en met de Joodse godsdienst. Ondanks aanvankelijk consessies van de zijn van Mohammed wilden de Joden van Mohammed niets weten. Hij was voor hem niet de messias die zij verwachten. Voor zijn slechte kennis van de Thora en de Joodse traditie hadden zij slechts minachting.

Uit deze tijd 622 dateert dan ook Mohammeds beschuldiging tegen de Joden en ook de Christenen dat zij schriftvervalsers waren. In 627 ondernamen de Mekkanen een grootscheepse poging om Medina te veroveren en zo ten koste van alles een einde te maken aan de bedreiging die Mohammed voor hun bestaan, omdat hij Mekka met de heilige plaatsen trachtte te veroveren. In 628 kwam een wapenstilstand. In 630 kwam dit ten einde door een incident waarbij een aantal aanhangeres van Mohammed door de Mekkanenen werden gedaaod. Hierop bezette Mohammed de stad. Voordat hij deze binnendrong gadden de aanzienlijken hem reeds bij hem aangelsoten. Spoedig begaf hij zich naar Medina waarna in 632 nogmaals naar Mekka kwam voor de pelgrimstocht, die als de hadj van het afscheid bekend staat en waarmee hij de grondslag heeft gelegd voor de toekomstige bedevaartcermonien. De Koran is een soort wetboek: Mohammed eist absolute gehoorzaamheid aan de door hem namens Allah gegeven voorschriften omtrent de materiele levenshouding van zijn gemeente, zowel in hun eredienst van Allah als in hun verhouding tot de gemeenschap en tot elkaar. Tot de eerste soort behoorde al enige te Mekka gegeven inzettingen zoals de ceremonien van het plichtgebed, de salat en de tweede categorie bevatte regelen over huwlijksrecht erfrecht, strafrecht enz. Een van de ondernemingen van de eerste kaliefen was de vaststelling van de definitieve Koran tekst. Allahs schrift is ingedeeld in 114 hfst of Suraís die weer zijn onderverdeeld in verzen, die tekenen worden genoemd in verband met het spraakgebruik van de Koran zelf. De lengte is zeer verschillend. De langste heeft 286 de korste, de korste 3 verzen. Zij zijn gerangschikt naar lengte behalve de eerste deel is neergezonden in Mekka, een deel in Medina.

In de naam van Allah, de barmhartige Erbarmer.


EERSTE sura:

Lof aan Allah, de heer der wereldwezens; de barmhartige erbarmer. De heerser op de Dag des gerichts. U dienen wij en U vragen wij om bijstand. Leidt ons langs het rechtgebaande pad. Het pad dergenen wie gij uw weldaden scnkt: over wie geen toorn is en die niet dwalen. Amen.


TWEEDE

7
Allah heeft hun hart en oren verzegeld en over hun ogen is een sluier; hun wacht een
zware straf.

11
Wanneer hun wordt gezegd: "Richt geen onheil op aarde aan" dan zeggen zij: "Wij zijn slechts vredestichters".

35 En Wij zeiden: "Adam, jij en je echtgenote mogen de tuin bewonen en jullie mogen ervan in overvloed eten waar jullie maar willen, maar jullie mogen deze boom niet benaderen, want dan behoren jullie tot de onrechtplegers

39 Maar zij die ongelovig zijn en Onze tekenen loochenen, zij zijn het die in het vuur thuishoren, zij zullen daarin altijd blijven."

40 O IsraŽlieten, denkt aan Mijn genade die Ik jullie geschonken heb en komt het verbond met Mij na, dan zal Ik het verbond met jullie nakomen; voor Mij moeten jullie dus beducht zijn.

47 O IsraŽlieten, denkt aan Mijn genade die Ik jullie geschonken heb en daaraan dat Ik jullie boven de wereldbewoners heb verkozen.

89 En toen tot hen een boek van God kwam dat bevestigde wat zij hadden ? voordien hadden zij om bijstand gevraagd tegen hen die ongelovig zijn ? toen dan dat wat zij al wisten tot hen kwam, geloofden zij er niet aan. Gods vloek kome dus over de ongelovigen (tegen de Joden in Medina)

98 als iemand een vijand van God, Zijn engelen, Zijn gezanten, Djibriel en Mikaal is? God is ook een vijand van de ongelovigen."

107 Weet jij niet dat God de heerschappij over de hemelen en de aarde heeft? Buiten God hebben jullie geen enkele beschermer noch bondgenoot.

113 De joden zeggen: "De christenen baseren zich op niets" en de christenen zeggen: "De joden baseren zich op niets." En toch lezen zij het boek voor. Zo zeggen ook zij die niet weten hetzelfde als zij. God zal dus op de opstandingsdag tussen hen oordelen over dat waarover zij het oneens waren.

132 En dat droeg Ibrahiem aan zijn kinderen op; zo ook Ja'koeb: "O mijn kinderen, God heeft voor jullie de godsdienst gekozen. Jullie mogen dus alleen maar sterven als mensen die zich [aan God] hebben overgegeven."

136 Zeg: "Wij geloven in God, in wat naar ons is neergezonden en in wat naar Ibrahiem, Isma'iel, Ishaak, Ja'koeb en de stammen is neergezonden en in wat aan Moesa en 'Isa is gegeven en in wat aan de profeten door hun Heer gegeven is. Wij maken geen verschil tussen ťťn van hen en wij hebben ons aan Hem overgegeven."

144 Wij zien wel dat jouw gezicht de hemel rond zoekt. Dus zullen Wij je tot een gebedsrichting wenden die je bevalt. Wend dus je aangezicht in de richting van de heilige moskee. Waar jullie ook zijn, wendt jullie aangezicht in die richting. Zij aan wie het boek gegeven is weten dat het de waarheid is van hun Heer. God let goed op wat zij doen.

149 Waar je ook vandaan komt, wend je aangezicht in de richting van de heilige moskee. Het is de waarheid die van jouw Heer komt. God let goed op wat jullie doen.

172 Jullie die geloven! Eet van de goede dingen die Wij jullie voor jullie levensonderhoud gegeven hebben en betuigt dank aan God, als Hij het is die jullie dienen.

173 Hij heeft voor jullie slechts verboden wat vanzelf is doodgegaan, bloed, varkensvlees en vlees van iets waarover iets anders dan God is aangeroepen. Maar wie ertoe gedwongen wordt, niet uit begeerte of om te overtreden, voor hem is het geen vergrijp. God is vergevend en barmhartig.

183 Jullie die geloven! Aan jullie is voorgeschreven te vasten, zoals het was voorgeschreven aan hen die er voor jullie waren ? misschien zullen jullie godvrezend zijn ?

184 voor een bepaald aantal dagen. Maar als iemand van jullie ziek is of op reis, dan een aantal andere dagen. En zij die er wel toe in staat zijn [maar het niet doen] hebben als vervangende plicht een behoeftige te spijzigen, maar als iemand uit zichzelf iets goeds doet, is dat beter voor hem en dat jullie vasten is ook beter voor jullie, als jullie dat maar weten.

187 Het is jullie toegestaan in de nacht van de vasten omgang met jullie vrouwen te hebben; zij zijn bekleding voor jullie en jullie bekleding voor haar. God weet dat jullie jezelf bedriegen, dus heeft Hij zich genadig tot jullie gewend en jullie vergeven. Hebt nu dus gemeenschap met haar en streeft naar wat God jullie heeft voorgeschreven. Eet en drinkt totdat voor jullie in de morgenschemering de witte draad van de zwarte draad te onderscheiden is. Vast dan volledig tot aan de nacht. En hebt geen gemeenschap met haar, terwijl jullie in de moskeeŽn verblijven. Dat zijn Gods beperkingen. Komt die niet te na. Zo maakt God Zijn tekenen aan de mensen duidelijk. Misschien zullen jullie godvrezend worden. 1

189 Zij vragen jou naar de nieuwe manen. Zeg: "Zij zijn tijdsaanduidingen voor de mensen en de bedevaart." Vroomheid is niet dat jullie de huizen aan de achterkant ingaat, maar vroom is wie godvrezend is. Gaat dus door de deuren de huizen in en vreest God; misschien dat het jullie welgaat.

190 En bestrijdt op Gods weg hen die jullie bestrijden, maar begaat geen overtredingen; God bemint de overtreders niet.

191 Doodt hen waar jullie hen aantreffen en verdrijft hen waarvandaan zij jullie verdreven hebben. Verzoeking is erger dan te doden. Strijdt niet tegen hen bij de heilige moskee, zolang zij daarin niet tegen jullie strijden. Als zij tegen jullie strijden, strijdt dan tegen hen; zo is de vergelding voor de ongelovigen.

192 Maar als zij ophouden, dan is God vergevend en barmhartig.

193 Strijdt tegen hen tot er geen verzoeking meer is en de godsdienst alleen God toebehoort. Als zij ophouden, dan geen vergelding meer, behalve tegen de onrechtplegers.

196 En volbrengt voor God de bedevaart en het bezoek. Als jullie verhinderd zijn, brengt dan zoveel offergave als gemakkelijk is en scheert jullie hoofden pas als de offergave zijn bestemming [om geslacht te worden] heeft bereikt, maar als iemand van jullie ziek is of een letsel aan zijn hoofd heeft, dan is er een compensatie die bestaat uit vasten of een aalmoes of een offerdier

198 Het is voor jullie geen overtreding als jullie naar een gunst van jullie Heer streven. Wanneer jullie je van 'Arafaat wegspoeden gedenkt God dan bij het heilige baken en gedenkt Hem, hoe Hij jullie op het goede pad heeft gebracht, ook al behoorden jullie voordien tot hen die dwalen.

205 En wanneer hij weggaat trekt hij eropuit om op de aarde verderf te zaaien en het gewas en het jongvee te vernielen. Maar God bemint het verderf niet.

213 De mensen waren [oorspronkelijk] ťťn gemeenschap. Vervolgens zond God de profeten als verkondigers van de blijde boodschap en als waarschuwers. [Telkens] zond Hij met hen het boek met de waarheid neer om tussen de mensen te oordelen over de dingen waarover zij het oneens waren. Maar degenen aan wie het gegeven was werden het er slechts uit onderlinge nijd over oneens, nadat de duidelijke bewijzen tot hen gekomen waren. Daarop heeft God in Zijn goedheid hen die geloven geleid tot de waarheid, waarover zij het oneens waren. God leidt wie Hij wil op een juiste weg.

216 Aan jullie is voorgeschreven te strijden, hoezeer het jullie ook tegenstaat. Maar misschien staat jullie iets tegen wat toch goed voor jullie is en misschien hebben jullie iets lief wat toch slecht is voor jullie. God weet en jullie weten niet.

217 Zij vragen jou over de heilige maand, over het strijden erin. Zeg: "Erin te strijden is een ernstige zaak, maar het versperren van Gods weg, het niet in Hem en de heilige moskee geloven en het verdrijven van de mensen die erbij horen gelden bij God als ernstiger. Verzoeking is ernstiger dan te doden. Zij zullen pas ophouden tegen jullie te strijden wanneer zij jullie van jullie godsdienst hebben afgebracht; als zij dat zouden kunnen. Wie van jullie zich van hun godsdienst afkeren en dan als ongelovigen sterven, dat zijn zij wier daden in het tegenwoordige leven en in het hiernamaals vruchteloos zijn. Zij zijn het die in het vuur thuis horen; zij zullen daarin altijd blijven.

218 Zij die geloven en zij die uitgeweken zijn en zich op Gods weg inspannen, zij zijn het die op Gods barmhartigheid hopen. God is vergevend en barmhartig. *

222 En zij vragen jou naar de menstruatie. Zeg: "Dat is een ongemak. Onthoudt jullie dus van de vrouwen tijdens de menstruatie en benadert haar niet totdat zij weer rein zijn. Wanneer zij zich gereinigd hebben, komt dan tot haar zoals God jullie bevolen heeft. God bemint de berouwvollen en Hij bemint hen die zich reinigen.

228 De gescheiden vrouwen moeten voor zichzelf een wachttijd van drie menstruatieperioden aanhouden. Het is haar niet toegestaan te verbergen wat God in hun schoot geschapen heeft, als zij geloven in God en de laatste dag. Haar echtgenoten zijn gerechtigd haar in deze tijd terug te nemen als zij het graag weer goed willen maken. Zij hebben recht op hetzelfde als waartoe zij in redelijkheid verplicht zijn, maar de mannen hebben een positie boven haar. God is machtig en wijs.

231 Als jullie vrouwen de scheiding geven en zij bereiken hun termijn, neemt haar dan in redelijkheid terug of zendt haar in redelijkheid weg, maar neemt haar niet terug uit treiterij, om te overtreden. Wie dat doet die doet zichzelf onrecht. Drijft niet de spot met Gods tekenen en denkt aan Gods genade aan jullie en aan wat Hij van het boek en de wijsheid op jullie neergezonden heeft om jullie ermee te vermanen. En vreest God en weet dat God met alles bekend is.

236 Het is geen overtreding voor jullie als jullie vrouwen de scheiding geven zolang jullie haar niet aangeraakt of een verplichte bruidsgift voor haar vastgesteld hebben, maar treft wel in redelijkheid een voorziening ? de welgestelde naar zijn vermogen en de armlastige naar zijn vermogen ? voor haar levensbehoeften. Het is een verplichting voor hen die goed doen.

240 Als er uit jullie midden zijn die weggenomen worden en echtgenotes achterlaten, dan moeten zij ten behoeve van hun echtgenotes een [testamentaire] beschikking treffen voor haar levensonderhoud gedurende een jaar, zonder dat zij uitgezet worden. Als zijzelf uittrekken dan geldt het redelijke dat zij met betrekking tot zichzelf doen niet als overtreding voor jullie. God is machtig en wijs.

255 God, er is geen god dan Hij, de levende, de standvastige. Sluimer noch slaap overmant Hem. Hem behoort wat in de hemelen en wat op de aarde is. Wie is het die zonder Zijn toestemming bij Hem zou kunnen bemiddelen? Hij weet wat vůůr hen is en wat achter hen is en zij bevatten niets van Zijn kennis, behalve dan wat Hij wil. Zijn troon strekt zich uit over de hemelen en de aarde en het valt Hem niet zwaar beide in stand te houden. Hij is de verhevene, de geweldige.

268 De satan zegt jullie armoede toe en beveelt jullie gruwelijkheid, maar God zegt jullie van Zijn kant vergeving toe en genade. God is alomvattend en wetend

270 Welke bijdrage jullie geven en welke gelofte jullie doen, God weet het. De onrechtplegers hebben geen meehelpers.

284 Van God is wat er in de hemelen en wat er op de aarde is. Of jullie openlijk laten blijken wat in jullie binnenste is of het verbergen, God rekent met jullie daarover af en dan vergeeft Hij wie Hij wil en straft wie Hij wil. God is almachtig



DERDE

3 Hij heeft het boek met de waarheid tot jou neergezonden ter bevestiging van wat er voordien al was en Hij heeft ook de Taura en de Indjiel neergezonden, 4 vroeger al, als leidraad voor de mensen en Hij heeft het reddend onderscheidingsmiddel neergezonden. Zij die ongelovig zijn aan Gods tekenen, voor hen is er een zware bestraffing. God is machtig en wraakgierig.

10 Zij die ongelovig zijn, hun bezittingen en hun kinderen zullen hun bij God volstrekt niet baten. Zij zijn brandstof voor het vuur.

15 Zeg: "Zal ik jullie iets beters dan dat meedelen? Voor hen die godvrezend zijn, zijn er bij hun Heer tuinen waar de rivieren onderdoor stromen, waarin zij altijd zullen blijven, en ook reingemaakte echtgenotes en Gods welgevallen." God doorziet de dienaren

28 De gelovigen moeten de ongelovigen niet in plaats van de gelovigen als medestander nemen. Wie dat doen behoren in niets tot God, behalve als jullie uit vrees voor hen op jullie hoede zijn. God waarschuwt jullie voor Hemzelf; bij God is de bestemming.

32 Zeg: "Gehoorzaamt God en de gezant, maar als jullie je afkeren? God heeft de ongelovigen niet lief."

55 Toen God zei: "O 'Isa, Ik laat jou sterven en Ik zal jou tot Mij opheffen en jou reinigen van hen die ongelovig zijn en Ik zal tot de opstandingsdag hen die jou volgen stellen boven hen die ongelovig zijn. Dan zal jullie terugkeer tot Mij zijn en zal Ik tussen jullie oordelen over dat waarover jullie het oneens waren.

56 Wat hen dus betreft die ongelovig zijn, hen zal Ik in het tegenwoordige leven en het hiernamaals met een strenge bestraffing straffen. Zij zullen geen helpers hebben.

67 Ibrahiem was niet jood, noch christen, maar hij was een aanhanger van het zuivere geloof, die zich [aan God] overgaf en hij behoorde niet tot de veelgodendienaars.

68 De mensen die Ibrahiem het meest waardig zijn zijn zeker zij die hem en deze profeet navolgen en die geloven. En God is de beschermer van de gelovigen.

70 Mensen van het boek! Waarom geloven jullie niet in de tekenen van God terwijl jullie toch getuigen zijn.

84 Zeg: "Wij geloven in God en in wat op ons is neergezonden en in wat op Ibrahiem, Isma'iel, Ishaak, Ja'koeb en de stammen is neergezonden en in wat aan Moesa, 'Isa en de profeten is gegeven van de kant van hun Heer. Wij maken geen enkel verschil tussen hen en aan Hem hebben wij ons overgegeven."

97 Erin zijn duidelijke tekenen; het is de standplaats van Ibrahiem. Wie er binnentreedt is veilig. Het is voor de mensen een plicht jegens God om op bedevaart naar het huis te gaan; voor wie in staat is daarheen op weg te gaan. En wie ongelovig is? God heeft de wereldbewoners niet nodig.

98 Zeg: "Mensen van het boek! Waarom geloven jullie niet in de tekenen van God terwijl God toch getuige is van wat jullie doen."

99 Zeg: "Mensen van het boek! Waarom versperren jullie Gods weg voor wie geloven, in jullie verlangen dat hij een kronkelweg is, terwijl jullie toch getuigen zijn. God let goed op wat jullie doen." 1

102 Jullie die geloven! Vreest God zoals het Hem toekomt; jullie mogen dus alleen maar sterven als [mensen] die zich [aan God] hebben overgegeven.

116 Hun die ongelovig zijn zullen hun bezittingen en hun kinderen bij God volstrekt niet baten. Zij zijn het die in het vuur thuishoren; zij zullen daarin altijd blijven.

118 Jullie die geloven! Neemt geen vertrouwelingen buiten jullie kring; zij zullen niet nalaten jullie verderfel ijke schade te berokkenen. Zij zouden voor jullie graag onheil willen. De haat blijkt openlijk uit hun monden, maar wat hun binnenste verbergt is erger. Wij hebben jullie de tekenen duidelijk gemaakt als jullie verstand hebben.

144 Mohammed is slechts een gezant; voor zijn tijd reeds waren de [andere] gezanten heengegaan. Wanneer hij dan zou sterven of gedood zou worden zouden jullie je dan op jullie hielen omdraaien? Maar wie zich op zijn hielen omdraait die brengt aan God geen enkele schade toe. God zal hen die dank betuigen belonen. 145 Iemand kan alleen maar met Gods toestemming sterven volgens een vastgelegde voorbeschikking.

169 En denk van hen die op Gods weg gedood worden niet dat zij dood zijn; zij zijn juist levend bij hun Heer, waar in hun onderhoud wordt voorzien,

VIERDE

5 Geeft jullie bezittingen, die God jullie als middelen van bestaan verschaft heeft, niet aan de dwazen maar voorziet ermee in hun onderhoud en kleedt hen en spreekt tot hen op een vriendelijke manier.

13 Dat zijn Gods bepalingen. Wie aan God en Zijn gezant gehoorzaamt die zal Hij binnenvoeren in tuinen waar de rivieren onderdoor stromen, daarin zullen zij altijd blijven. Dat is de geweldige triomf! 14 En wie ongehoorzaam is aan God en Zijn gezant en Zijn bepalingen overtreedt die zal Hij binnenvoeren in een vuur waarin hij altijd zal blijven. Voor hem is er een vernederende bestraffing.

19 Jullie die geloven! Het is jullie niet toegestaan vrouwen tegen haar wil te erven en houdt haar niet tegen om iets van wat jullie haar gegeven hebben mee te nemen, behalve als zij een overduidelijke gruweldaad hebben begaan. En gaat vriendelijk met haar om. Als jullie een afkeer van haar hebben, dan zijn jullie misschien wel afkerig van iets waar God toch veel goeds in heeft gelegd.

34 De mannen zijn zaakwaarnemers voor de vrouwen, omdat God de een boven de ander heeft bevoorrecht en omdat zij van hun bezittingen uitgegeven hebben. De deugdzame vrouwen zijn dus onderdanig en zij waken over wat verborgen is, omdat God erover waakt. Maar zij van wie jullie ongezeglijkheid vrezen, vermaant haar, laat haar alleen in de rustplaatsen en slaat haar. Als zij jullie dan gehoorzamen, dan moeten jullie niet proberen haar nog iets aan te doen. God is verheven en groot.

56 Zij die ongelovig zijn in Onze tekenen, hen zullen Wij in een vuur laten braden. Telkens als hun huid gaar gebakken is, vervangen Wij die door andere huid, opdat zij de bestraffing proeven. God is machtig en wijs.

74 Laten zij die het tegenwoordige leven verkopen voor het hiernamaals dan strijden op Gods weg en wie op Gods weg strijdt en gedood wordt of de overwinning behaalt, hem zullen Wij een geweldig loon geven

77 Heb jij niet gezien naar hen tot wie gezegd is: "Houdt jullie handen in bedwang, verricht de salaat en geeft de zakaat"? Toen hun dan voorgeschreven werd te strijden, toen was er opeens een groep onder hen die de mensen evenzeer als God vreesde, of nog meer, en die zeiden: "Onze Heer, waarom hebt U ons voorgeschreven te strijden? Had U ons niet nog een kort uitstel kunnen verlenen?" Zeg: "Het genot van het tegenwoordige leven is gering, maar het hiernamaals is beter voor wie godvrezend is en jullie wordt nog geen vezeltje onrecht aangedaan

79 Het goede dat jou treft, dat komt van God en het slechte dat jou treft, dat komt van jezelf. Wij hebben jou als gezant tot de mensen gezonden. God is goed genoeg als getuige.

93 En wie een gelovige opzettelijk doodt, zijn vergelding is de hel, waarin hij altijd blijft. God is vertoornd op hem en vervloekt hem en maakt een geweldige bestraffing voor hem klaar

144 Jullie die geloven! Neemt de ongelovigen niet in plaats van de gelovigen als medestander. Wensen jullie aan God een duidelijke machtiging tegen jullie te geven?

155 Maar, vanwege het verbreken van hun verdrag, hun ongeloof aan Gods tekenen, het zonder enig recht doden van de profeten door hen en hun zeggen: "Onze harten zijn onbesneden" ? welnee, God heeft ze verzegeld om hun ongeloof; zij geloven maar weinig ?

171 Mensen van het boek! Gaat niet te ver in jullie godsdienst en zegt over God alleen maar de waarheid. De masieh 'Isa, de zoon van Marjam is Gods gezant en Zijn woord dat Hij richtte tot Marjam en een geest bij Hem vandaan. Gelooft dan in God en Zijn gezanten en zegt niet: "Drie." Houdt daarmee op, het is beter voor jullie. Immers, God is ťťn god. Geprezen zij Hij! Dat Hij een kind zou hebben! Van Hem is wat er in de hemelen en wat er op de aarde is. God is goed genoeg als voogd.


VIJF

2 Jullie die geloven! Ontwijdt Gods gewijde symbolen niet, noch de heilige maand, noch de offergave, noch de halsomhangsels, noch hen die zich naar het heilige huis begeven om naar goedgunstigheid van hun Heer en welgevallen te streven. Wanneer jullie niet [meer] in gewijde staat zijn, dan mogen jullie op jacht gaan. En laat de afkeer van bepaalde mensen, omdat zij jullie de weg naar de heilige moskee versperren, jullie er niet toe brengen overtredingen te begaan, maar staat elkaar bij in vroomheid en godvrezendheid en staat elkaar niet bij in zonde en overtreding, maar vreest God. God is streng in de afstraffing.

6 Jullie die geloven! Wanneer jullie je voor de salaat opstellen, wast dan jullie gezichten en jullie handen tot aan de ellebogen en wrijft over jullie hoofden en [wast] jullie voeten tot de enkels. En als jullie onrein zijn, reinigt jullie dan. En als jullie ziek zijn of op reis of als iemand van het toilet komt of met vrouwen omgang heeft gehad en jullie vinden geen water, zoekt dan goede kale grond en wrijft jullie gezichten en handen ermee. God wenst jullie niet iets hinderlijks op te leggen, maar Hij wenst jullie slechts rein te maken en Zijn genade aan jullie volledig te bewijzen. Misschien zullen jullie dank betuigen.

17 Ongelovig zijn zeker zij die zeggen: "God is de masieh 'Isa, de zoon van Marjam." Zeg: "Wie zou tegen God ook maar iets kunnen uitrichten, als Hij zou wensen dat de masieh 'Isa, de zoon van Marjam met zijn moeder en wie er op de aarde zijn allen zouden omkomen?" Van God is de heerschappij over de hemelen en de aarde en wat er tussen beide is. Hij schept wat Hij wil. God is almachtig.

38 En de dief en de dievegge, houwt hun de hand af ter vergelding voor wat zij begaan hebben, als een afschrikwekkend voorbeeld van God. God is machtig en wijs.

48 En Wij hebben het boek met de waarheid naar jou neergezonden ter bevestiging van wat er voordien van het boek al was en om erover te waken. Oordeel dan tussen hen volgens wat God heeft neergezonden en volg hun neigingen niet in afwijking van wat van de waarheid tot jou gekomen is. Voor een ieder van jullie hebben Wij een norm en een weg bepaald. En als God het gewild had, zou Hij jullie tot ťťn gemeenschap gemaakt hebben, maar Hij heeft jullie in wat jullie gegeven is op de proef willen stellen. Wedijvert dus in goede daden. Tot God is jullie terugkeer, gezamenlijk. Hij zal jullie dan dat meedelen waarover jullie het oneens waren.

51 Jullie die geloven! Neemt de joden en de christenen niet als medestanders. Zij zijn onderling medestanders. Wie van jullie zich als medestander bij hen aansluit, die behoort bij hen. God wijst de mensen die onrecht plegen de goede richting niet.

75 De masieh, de zoon van Marjam, is alleen maar een gezant aan wie de andere gezanten zijn voorafgegaan en zijn moeder was een oprechte vrouw; beiden aten zij voedsel. Kijk hoe Wij voor hen de tekenen duidelijk maken en kijk dan hoe zij worden afgeleid.

82 Jij zult merken dat de vijandigste mensen jegens hen die geloven de joden en de aanhangers van het veelgodendom zijn en je zult merken dat zij in genegenheid het dichtst staan bij hen die geloven die zeggen: "Wij zijn christenen." Dat komt omdat onder hen priesters en monniken zijn en omdat zij niet hoogmoedig zijn. 10

90 Jullie die geloven! De wijn, het kansspel, de offerstenen en de verlotingspijlen zijn een gruwel van satans makelij. Vermijdt die dus; misschien zal het jullie welgaan.

 

ZES

15 Zeg: "Ik vrees, als ik ongehoorzaam aan mijn Heer ben, de bestraffing op een geweldige dag."

146 Aan hen die het jodendom aanhangen hebben Wij alles met klauwen verboden en van de koeien en het kleinvee hebben Wij hun het vet verboden behalve wat aan hun ruggen of ingewanden vastzit of wat met bot vergroeid is. Dat hebben Wij hun opgelegd als vergelding voor hun begerigheid; Wij spreken toch de waarheid.

151 Zeg: "Komt, dan zal ik jullie voorlezen wat jullie Heer jullie verboden heeft: Dat jullie aan Hem niets als metgezel mogen toevoegen, ? en om goed te zijn voor de ouders ? dat jullie je kinderen niet mogen doden uit vrees voor armoe," ? Wij voorzien in jullie en hun levensonderhoud ? "dat jullie geen gruwelijkheden mogen benaderen, noch uiterlijk noch innerlijk en dat jullie niemand mogen doden ? wat God verboden heeft ? behalve volgens het recht. Dat draagt Hij jullie op; misschien zullen jullie verstandig worden


ZEVEN

19 En: "O Adam, bewoon jij met je echtgenote de tuin en eet waarvan jullie willen, maar jullie mogen deze boom niet benaderen, want dan behoren jullie tot de overtreders."

132 En zij zeiden: "Wat jij ons ook voor teken brengt om ons ermee te betoveren, wij zullen jou toch niet geloven." 133 En Wij zonden over hen de overstroming, de sprinkhanen, de vlooien, de kikkers en het bloed als duidelijk te onderscheiden tekenen. Maar zij bleven hoogmoedige en misdadige mensen. 134 En toen de plaag hen overviel zeiden zij: "O Moesa, bid voor ons tot jouw Heer op grond van wat Hij jou opgedragen heeft. Als jij de plaag voor ons opheft dan zullen wij aan jou geloof hechten en de IsraŽlieten met jou mee wegzenden." 135 Maar toen Wij de plaag voor hen ophieven tot aan een termijn die zij moesten bereiken, toen braken zij meteen hun woord. 136 Dus namen Wij wraak op hen en Wij verdronken hen in de zee, omdat zij Onze tekenen geloochend hadden en er niet op gelet hadden.

144 Hij zei: "O Moesa, Ik heb jou met Mijn zendingsopdrachten en Mijn woord boven de mensen uitverkoren. Houd dan wat Ik jou gegeven heb vast en behoor tot hen die dank betuigen."

145 En Wij schreven voor hem op de tafelen over alle dingen, als een aansporing en een uiteenzetting van alle dingen; "Houd die stevig vast en beveel jouw volk zich aan het mooiste ervan te houden. Ik zal jullie de woning van de verdorvenen laten zien." 1

148 En het volk van Moesa maakte zich na zijn vertrek van hun sieraden een kalf, als een lichaam met geloei. Zagen zij dan niet dat het niet tot hen kon spreken en hun niet de weg kon wijzen? Zij namen het aan en pleegden onrecht.

150 Toen Moesa toornig en vol spijt tot zijn volk terugkeerde zei hij: "Wat jullie na mijn weggaan gedaan hebben, dat is pas slecht! Wilden jullie de beschikking van jullie Heer voor zijn?" En hij wierp de tafelen neer en greep zijn broer bij het hoofd en trok hem naar zich toe. Hij zei: "Zoon van mijn moeder! Het volk heeft mij onder druk gezet en zij hadden mij bijna gedood. Maak niet dat de vijanden over mij leedvermaak hebben en zet mij niet bij de mensen die onrecht plegen." 1

160 En Wij splitsten hen op in twaalf stammen, als gemeenschappen. En Wij openbaarden aan Moesa, toen zijn volk hem om water vroeg: "Sla met je staf op de rots." Toen ontsprongen daaruit twaalf bronnen, waarvan elke groep mensen wist waar ze moesten drinken. En Wij lieten hen door de wolken overschaduwen en zonden het manna en de kwartels tot hen neer: "Eet van de goede dingen waarmee Wij in jullie levensonderhoud voorzien." En zij deden Ons geen onrecht aan, maar zij deden zichzelf onrecht aan

205 En denk in jezelf aan jouw Heer in deemoed en in vrees en zonder luid te spreken, in de morgenstond en in de avond. En behoor niet tot de onoplettenden.


ACHT

61 En als zij geneigd zijn tot vrede, wees daar dan ook toe geneigd en stel je vertrouwen op God; Hij is de horende, de wetende.


NEGEN

23 Jullie die geloven! Neemt jullie vaders en broeders niet als medestanders als zij het ongeloof liever hebben dan het geloof. Wie van jullie hen als medestanders hebben, dat zijn de onrechtplegers.

63 Weten zij dan niet dat er voor wie zich tegen God en Zijn gezant verzet het vuur van de hel is waarin hij altijd zal blijven? Dat is de geweldige schande.

97 De bedoeÔenen zijn het meest ongelovig en huichelachtig en het meest geŽigend om de bepalingen niet te kennen van wat God tot Zijn gezant heeft neergezonden. God is wetend en wijs


TIEN

68 Zij zeggen: "God heeft zich een kind genomen." Geprezen zij Hij. Hij is behoefteloos, van Hem is wat er in de hemelen en wat er op de aarde is. Jullie hebben hiervoor geen machtiging. Zeggen jullie over God waar jullie geen weet van hebben?


ELF

36 En aan Noeh is geopenbaard: "Niemand van jouw volk zal tot geloof komen, afgezien van hen die al geloofden. Wees dus niet bedroefd over wat zij aan het doen waren.


TWAALF

Geschiedenis Jozef

2 Wij hebben het als een Arabische Koran neergezonden; misschien zullen jullie verstandig worden. 3 Wij vertellen aan jou het mooiste verhaal doordat Wij aan jou deze Koran geopenbaard hebben ook al behoorde jij hiervoor tot de onoplettenden

8 Toen zij zeiden: "Joesoef en zijn broer zijn bij onze vader meer geliefd dan wij, terwijl wij toch een hele groep zijn. Onze vader verkeert in duidelijke dwaling. 9 Doodt Joesoef of verdrijft hem naar een [afgelegen] land dan zal het aangezicht van jullie vader niet van jullie worden afgeleid en dan zullen jullie daarna rechtschapen mensen zijn.

38 Maar ik volg het geloof van mijn voorvaderen Ibrahiem, Ishaak en Ja'koeb. Het past ons niet aan God ook maar iets als metgezel toe te voegen. Dat is een deel van Gods genade aan ons en aan de mensen. Maar de meeste mensen betuigen geen dank.

DERTIEN

27 En zij die ongelovig zijn zeggen: "Had er dan geen teken van zijn Heer tot hem neergezonden kunnen worden?" Zeg: "God brengt wie Hij wil tot dwaling en leidt tot Hem wie zich schuldbewust betoont."


VEERTIEN

51 opdat God aan elke ziel vergeldt wat zij begaan heeft. En God is snel met de afrekening.


VIJFTIEN

28 En toen jouw Heer tot de engelen zei: "Ik ga een mens uit steenaarde, uit stinkende potklei scheppen. 29 En als Ik hem gevormd heb en hem iets van Mijn geest heb ingeblazen, valt dan in eerbiedige buiging voor hem neer." 30 En de engelen bogen zich allen tezamen eerbiedig voor hem neer. 31 Alleen Iblies niet, hij weigerde bij hen die zich eerbiedig neerbogen te behoren. 32 Hij zei: "O Iblies, wat heb je dat jij niet behoort bij hen die zich eerbiedig neerbuigen?" 33 Deze zei: "Ik ben niet zo dat ik mij eerbiedig neerbuig voor een mens die U uit steenaarde, uit stinkende potklei geschapen hebt." 34 Hij zei: "Ga hier weg, jij zult door steniging vervloekt zijn! 35 En de vloek zal tot de oordeelsdag op je rusten." 36 Hij zei: "Mijn Heer, verleen mij uitstel tot de dag waarop zij worden opgewekt." 37 Hij zei: "Jij behoort bij hen die uitstel hebben gekregen 38 tot de dag van de vastgestelde tijd." 39 Hij zei: "Mijn Heer, omdat U mij misleid hebt zal ik voor hen op de aarde [alles] schone schijn maken en ik zal hen zeker allen misleiden,


ZESTIEN

4 Hij heeft de mens uit een druppel geschapen en toch is hij dan een duidelijke tegenstander

88 Zij die ongelovig zijn en die Gods weg versperren, hun zullen Wij boven op de bestraffing nog strafverzwaring geven omdat zij verderf zaaiden

106 Wie na geloofd te hebben aan God geen geloof meer hecht ? en dan niet wie gedwongen is, terwijl zijn hart in het geloof rust gevonden heeft, maar zij die hun hart voor het ongeloof openstellen ? op hen rust Gods toorn en voor hen is er een geweldige bestraffing.

120 Ibrahiem was een voorbeeld, onderdanig aan God, iemand die het zuivere geloof aanhing en hij behoorde niet tot de veelgodendienaars;


ZEVENTIEN

4 En Wij hebben aan de IsraŽlieten in het boek aangekondigd: jullie zullen twee maal op de aarde verderf zaaien en jullie zullen je zeer hovaardig gedragen.

21 Kijk hoe Wij sommigen van hen boven anderen hebben bevoorrecht en het hiernamaals heeft hogere rangen en grotere bevoorrechtingen.

61 Toen Wij tot de engelen zeiden: "Buigt eerbiedig neer voor Adam", bogen zij zich eerbiedig neer, behalve Iblies. Deze zei: "Zal ik mij eerbiedig neerbuigen voor iemand die U van klei hebt geschapen!"

78 Verricht de salaat bij het neergaan van de zon tot het vallen van de nacht en ook de Koranlezing van de dageraad; van de Koranlezing van de dageraad moet men getuige zijn.

100 Zeg: "Als jullie over de schatkamers van de barmhartigheid van mijn Heer konden beschikken dan zouden jullie het uit vrees voor het weggeven bij je houden." De mens is gierig.

 

ACHTTIEN

4 en om hen te waarschuwen die zeggen: "God heeft zich een kind genomen." 5 Zij hebben daar geen kennis over en hun vaderen ook niet. Het is een groot woord dat uit hun monden komt. Zij spreken slechts leugen

46 Bezit en zonen zijn de pracht van het tegenwoordige leven, maar de deugdelijke daden, die duurzaam zijn, hebben bij jouw Heer een betere beloning en een betere verwachting

84 Wij hadden hem op de aarde macht gegeven en een toegangsweg tot alle dingen. (Alexander de Grote)

99 En Wij laten hen op die dag door elkaar heen krioelen. Dan wordt op de bazuin geblazen en verzamelen Wij hen bijeen.


NEGENTIEN

30 Hij zei: "Ik ben Gods dienaar; Hij heeft mij het boek gegeven en mij tot profeet gemaakt. 31 En Hij heeft mij gezegend gemaakt waar ik ook ben en Hij heeft mij de salaat en de zakaat opgelegd zolang ik leef 32 en ook om plichtsgetrouw te zijn jegens mijn moeder en Hij heeft mij niet tot een ellendige geweldenaar gemaakt. 33 En vrede zij met mij op de dag dat ik geboren werd, op de dag dat ik sterf en op de dag dat ik weer tot leven word opgewekt." (over jezus)

51 En vermeld in het boek Moesa. Hij was uitverkoren en hij was een gezant en een profeet. (mozes)



TWINTIG

6 Hem behoort wat er in de hemelen, wat er op de aarde, wat er tussen beide en wat er onder de grond is.

12 Ik ben het, jouw Heer. Trek dus jouw schoenen uit. Jij bent in de geheiligde vallei Toewa

82 Maar Ik ben een vergever voor wie berouw toont, gelooft en deugdelijk handelt en zich dan op het goede pad laat brengen.(over Joden)

117 Wij zeiden dus tot Adam: "Dit is een vijand van jou en je echtgenote; laat hij jullie dus niet uit de tuin verdrijven want dan zul je ongelukkig zijn.

120 Maar de satan fluisterde hem in en zei: "O Adam zal ik jou de boom van het eeuwige leven wijzen en een heerschappij die niet vergaat?"

121 Toen aten zij er beiden van en hun schaamte werd voor hen zichtbaar en zij begonnen zich te bedekken met aaneengehechte bladeren uit de tuin. Adam was ongehoorzaam aan zijn Heer en misleid.

122 Daarna verkoos zijn Heer hem, wendde zich genadig tot hem en bracht hem op het goede pad.


EENENTWINTIG

71 En Wij redden hem en Loet naar het land dat Wij gezegend hebben voor de wereldbewoners. 72 En Wij schonken hem Ishaak en Ja'koeb nog bovendien en ieder [van hen] hebben Wij rechtschapen gemaakt.

83 En aan Ajjoeb toen hij tot zijn Heer riep: "Mij heeft tegenspoed getroffen, maar U bent de barmhartigste van de barmhartigen." 84 Wij verhoorden hem toen en Wij hieven de tegenspoed op waarin hij verkeerde. En Wij gaven hem zijn familie terug en nog eens zoveel met hen uit barmhartigheid van Onze kant en als vermaning voor hen die [Ons] dienen.



TWEEENTWINTIG

5 O mensen, als jullie in twijfel verkeren over de opwekking? Wij hebben jullie geschapen uit aarde, daarna uit een druppel, daarna uit een bloedklonter en daarna uit een klomp vlees geschapen en ongeschapen om het jullie duidelijk te maken. En Wij laten wat Wij willen voor een vastgestelde termijn in de moederschoot verblijven. Dan brengen Wij jullie als kind tevoorschijn. Dan moeten jullie volgroeid worden. En onder jullie zijn er die weggenomen worden en onder jullie zijn er die teruggebracht worden tot de meest vernederende leeftijd zodat zij, na kennis gehad te hebben, niets meer weten. En je ziet dat de aarde verdord is, maar wanneer Wij er dan water op laten neerdalen beweegt zij zich, zwelt op en laat allerlei kostelijke soorten groeien.

7 en omdat het uur komt waaraan geen twijfel is en omdat God opwekt wie in de graven zijn.

27 En roep onder de mensen op tot de bedevaart zodat zij te voet tot je komen en op allerlei knokige kamelen die door elke diepe bergpas heen komen,

77 Jullie die geloven! Buigt en buigt jullie eerbiedig neer en dient jullie Heer en doet het goede; misschien zal het jullie goed gaan. ?


DRIEENTWINTIG

In de naam van God, de erbarmer, de barmhartige. 1 Het zal de gelovigen welgaan, 2 die in hun salaat deemoedig zijn, 3 die geklets mijden, 4 die de zakaat opbrengen 5 en die hun schaamstreek kuis bewaren, 6 behalve bij hun echtgenotes of slavinnen waarover zij beschikken, dan valt hun niets te verwijten, 7 maar zij die meer dan dat begeren, zij zijn het die overtreden. 8 Die ook goed toezicht houden op hun onderpanden en hun verbintenis 9 en die zich aan hun salaats houden. 10 Zij zijn het die de erfgenamen zijn, 11 die het paradijs zullen beŽrven, zij zullen daarin altijd blijven. 12 Wij hebben de mens toch uit een extract van klei geschapen

13 Daarna maakten Wij hem tot een druppel in een solide verblijfplaats. 14 Daarna schiepen Wij de druppel tot een bloedklonter, dan schiepen Wij de bloedklonter tot een vleesklomp, dan schiepen Wij de vleesklomp tot gebeente en dan bedekten Wij het gebeente met vlees. Daarna lieten Wij het als een nieuwe schepping ontstaan. Gezegend zij God, de beste schepper. 15 Daarna zullen jullie, nadat dat gebeurd is, sterven. 16 Daarna zullen jullie op de opstandingsdag opgewekt worden. 17 En boven jullie hebben Wij zeven lagen geschapen en Wij letten goed op de schepping.


VIERENTWINTIG

2 De overspelige vrouw en de overspelige man, geselt elk van hen beiden met honderd geselslagen en krijgt in Gods godsdienst geen mededogen met hen, als jullie in God en de laatste dag geloven. Bij hun bestraffing moet een groep gelovigen aanwezig zijn.

27 Jullie die geloven! Gaat andere huizen dan jullie eigen huizen pas binnen als jullie gevraagd hebben of het gelegen komt en hun bewoners gegroet hebben. Dat is beter voor jullie; misschien zullen jullie je laten vermanen

31 En zeg tot de gelovige vrouwen dat zij hun ogen neerslaan en hun schaamstreek kuis bewaren en dat zij hun sieraad niet openlijk tonen, behalve wat gewoon al zichtbaar is. En zij moeten sluiers over hun boezem dragen en hun sieraad niet openlijk tonen, behalve aan hun echtgenoten of hun vaders of de vaders van hun echtgenoten of hun zonen of de zonen van hun echtgenoten of hun broers of de zonen van hun broers of de zonen van hun zusters of hun vrouwen of slavinnen over wie zij beschikken of mannelijke volgelingen die geen geslachtsdrift meer hebben of de kinderen die nog niet op de schaamdelen van de vrouwen letten. En zij moeten niet met hun voeten stampen zodat men weet wat zij voor verborgen sieraad dragen. En wendt jullie berouwvol tot God, o gelovigen; misschien zal het jullie welgaan.

45 God heeft ieder dier uit water geschapen; daaronder zijn er die op hun buik gaan, daaronder zijn er die op twee benen lopen en er zijn daaronder die op vier lopen. God schept wat Hij wil; God is almachtig.

57Jij mag niet denken dat zij die ongelovig zijn op de aarde iets kunnen uitrichten; hun verblijfplaats is het vuur en dat is pas een slechte bestemming!


VIJFENTWINTIG

35 Wij hebben toch aan Moesa het boek gegeven en zijn broer Haroen met hem als medewerker aangesteld. 36 En Wij zeiden: "Gaat heen naar de mensen die Onze tekenen loochenen." En Wij vernietigden hen toen geheel. 37 En de mensen van Noeh hebben Wij laten verdrinken, toen zij de gezanten van leugens betichtten en Wij hebben hen voor de mensen tot een teken gemaakt. En Wij hebben voor de onrechtplegers een pijnlijke bestraffing klaargemaakt.


ZESENTWINTIG

63 En Wij openbaarden aan Moesa: "Sla met jouw staf op de zee." Toen spleet zij en elke kant was als een geweldige berg.


ZEVENENTWINTIG

60 Of wie heeft de hemelen en de aarde geschapen en voor jullie water uit de hemel laten neerdalen? Wij hebben er toch kostelijke boomgaarden mee laten groeien! Jullie zouden de bomen er niet van kunnen laten groeien. Is er naast God nog een god? Welnee, zij zijn mensen die in de verkeerde richting gaan. 61 Of wie heeft de aarde tot een vaste grond gemaakt, er rivieren doorheen gemaakt, stevige bergen voor haar gemaakt en tussen beide zeeŽn een versperring gemaakt? Is er naast God nog een god? Welnee, de meesten van hen weten het niet


NEGENENTWINTIG

2 Rekenen de mensen er dan op dat zij met rust gelaten worden omdat zij zeggen: "Wij geloven" en dat zij niet aan verzoeking worden blootgesteld?

3 Wij hebben hen die er voor hen waren aan verzoeking blootgesteld. God zal dus zeker hen die de waarheid spreken kennen en Hij zal de leugenaars kennen.

15 Maar Wij redden hem en de opvarenden van het schip en Wij maakten het tot een teken voor de wereldbewoners. 1

64 Dit tegenwoordige leven is slechts tijdverdrijf en spel, maar de laatste woning, dat is het ware leven. Als zij het maar wisten.


DERTIG

24 En tot Zijn tekenen behoort dat Hij jullie in vrees en begeerte de bliksem laat zien en dat Hij uit de hemel water laat neerdalen en dat Hij daarmee de aarde laat herleven nadat zij dood was. Daarin zijn tekenen voor mensen die verstandig zijn. 25 En tot Zijn tekenen behoort dat de hemel en de aarde op Zijn bevel vast staan.

29 Maar nee, zij die onrecht plegen volgen zonder kennis slechts hun eigen neigingen. Wie kan er dan aan iemand die door God tot dwaling is gebracht de goede richting wijzen? Zij hebben geen helpers.

33 En wanneer de mensen tegenspoed treft roepen zij hun Heer aan, terwijl zij zich schuldbewust tot Hem wenden, maar daarna, wanneer Hij hun van Zijn kant barmhartigheid laat proeven, dan voegt een groep van hen metgezellen aan Hem toe, 3

EENENDERTIG

8 Zij die geloven en de deugdelijke daden doen, voor hen zijn de tuinen van de gelukzaligheid,


TWEEENDERTIG

4 God is het die de hemelen en de aarde en wat er tussen beide is in zes dagen geschapen heeft. Toen vestigde Hij zich op de troon. Buiten Hem hebben jullie geen beschermer, noch een bemiddelaar. Zullen jullie je dan niet laten vermanen?

20 Maar wat hen betreft die verdorven zijn, hun verblijfplaats is het vuur. Telkens als zij eruit wensen te gaan, worden zij erin teruggebracht en wordt tot hen gezegd: "Proeft de bestraffing van het vuur dat jullie loochenden." 21


DRIEENDERTIG

24 [Dat is zo] opdat God de oprechten voor hun oprechtheid beloont en de huichelaars bestraft, als Hij dat wil, of zich genadig tot hen wendt; God is vergevend en barmhartig

40 Mohammed is de vader van geen enkele man uit jullie midden, maar hij is Gods gezant en het zegel van de profeten. En God is alwetend. 41 Jullie die geloven! Gedenkt God veelvuldig

59 O profeet! Zeg tot jouw echtgenotes, jouw dochters en de vrouwen van de gelovigen iets van haar overkleding over zich heen naar beneden te laten hangen. Dat bevordert het best dat men haar herkent en niet lastigvalt. En God is vergevend en barmhartig.

61 Vervloekt zijn zij; waar men hen ook aantreft worden zij gegrepen en onverbiddelijk gedood,


VIJFENDERTIG

0 In de naam van God, de erbarmer, de barmhartige. 1 Lof zij God, de grondlegger van de hemelen en de aarde, die de engelen tot gezanten met vleugels gemaakt heeft, twee, drie of vier! Hij voegt aan de schepping toe wat Hij wil; God is almachtig.

36 Maar zij die ongelovig zijn, voor hen is er het vuur van de hel; er zal voor hen geen eind aan gemaakt worden zodat zij sterven, noch zal de bestraffing ermee voor hen verlicht worden. Zo vergelden Wij aan iedere ondankbare ongelovige.


ZESENDERTIG

40 Het past de zon niet de maan te bereiken en de nacht niet dat hij de dag inhaalt. Alle zweven zij in een hemelbaan.
 


ACHTENDERTIG

41 En denk aan Onze dienaar Ajjoeb, toen hij tot zijn Heer riep: "De satan heeft mij met tegenspoed en kwelling getroffen."

71 Toen jouw Heer tot de engelen zei: "Ik ga een mens uit klei scheppen. 72 En als Ik hem gevormd heb en hem iets van Mijn geest heb ingeblazen, valt dan in eerbiedige buiging voor hem neer." 73 En de engelen bogen zich allen tezamen eerbiedig voor hem neer. 74 Alleen Iblies niet, hij was hoogmoedig en behoorde tot de ongelovigen.

76 Hij zei: "Ik ben beter dan hij, U hebt mij uit vuur geschapen en hem hebt U uit klei geschapen."


NEGENENDERTIG

60 Op de opstandingsdag zul je hen die over God logen met zwarte gezichten zien. Is er in de hel niet een verblijfplaats voor de hoogmoedigen?

68 En er wordt op de bazuin geblazen en wie er in de hemelen en wie er op de aarde zijn vallen wezenloos neer, behalve zij van wie God het wil. Dan wordt er een tweede keer op geblazen en dan staan zij op om te kijken.


ZEVENENVEERTIG

4 En wanneer jullie hen die ongelovig zijn [in de strijd] ontmoeten, slaat hen dan dood, maar wanneer jullie dan de overhand over hen verkregen hebben boeit hen dan stevig vast, hetzij om hen later als gunst vrij te laten hetzij om hen los te laten kopen, wanneer de lasten van de oorlog zijn afgelegd. Zo is het. En als God zou willen zou Hij zelf zich op hen wreken, maar Hij wil jullie met elkaar op de proef stellen. En zij die op Gods weg gedood zijn, hun daden zullen niet teloorgaan.


NEGENENVEERTIG

13 O mensen, Wij hebben jullie uit een man en een vrouw geschapen en Wij hebben jullie tot volkeren en stammen gemaakt opdat jullie elkaar zouden kennen. De voortreffelijkste van jullie is bij God de godvrezendste. God is wetend en welingelicht. * 14 De bedoeÔenen zeggen: "Wij geloven." Zeg: "Jullie geloven niet, maar zeg: 'Wij hebben ons [aan God] overgegeven.? Het geloof is nog niet in jullie harten binnengekomen, maar als jullie God en Zijn gezant gehoorzamen, dan zal Hij jullie voor je daden niets tekort laten komen. God is wetend en wijs." 15 De gelovigen, dat zijn zij die in God en Zijn gezant geloven en dan niet twijfelen en die zich met hun bezittingen en hun eigen persoon op Gods weg inspannen; zij zijn het die oprecht zijn.


DRIEENVIJFTIG

32 die de grote zonden en gruwelijkheden vermijden, afgezien dan van kleine overtredingen; jouw Heer is alomvattend in Zijn vergeving. Hij kent jullie het best; toen Hij jullie uit de aarde liet ontstaan en toen jullie nog ongeboren in de buik van jullie moeders waren. Zeg dan niet van jullie zelf dat jullie gelouterd zijn; Hij weet het best wie godvrezend is.


VIERENVIJFTIG

33 Het volk van Loet had gezegd dat de waarschuwingen leugens waren

34 Wij zonden over hen een regen van stenen, behalve op de familie van Loet die Wij in de morgenschemering redden,

41 Ook tot de mensen van Fir'aun kwamen de waarschuwingen.


ZEVENENVIJFTIG

20 Weet dat het tegenwoordige leven slechts spel en tijdverdrijf, pracht en onderling gepraal en streven naar meer bezittingen en kinderen is. Het is bijvoorbeeld als met regen; de plantengroei die ervan komt bevalt de ongelovigen. Dan verdort het en jij ziet het geel worden en dan wordt het tot gruis. En in het hiernamaals is er een strenge bestraffing en barmhartigheid van God en welbehagen. Het tegenwoordige leven is slechts begoochelend genot.


ZESTIG

0 In de naam van God, de erbarmer, de barmhartige. 1 Jullie die geloven! Neemt mijn en jullie vijanden niet als medestanders waarbij jullie hun blijken van genegenheid geven. Zij hechten geen geloof aan de waarheid die tot jullie gekomen is en zij verdrijven de gezant en jullie omdat jullie in God, jullie Heer geloven. Als jullie uittrekken om jullie op Mijn weg in te zetten en om naar Mijn welbehagen te streven, terwijl jullie hun in het geheim genegenheid tonen, dan weet Ik het best wat jullie in het verborgen en wat jullie openlijk doen. En wie van jullie het doet is van de correcte weg afgedwaald.

7 Misschien dat God tussen jullie en hen die jullie als vijand beschouwen genegenheid zal brengen; God is vrijmachtig en God is vergevend en barmhartig.

8 God verbiedt niet dat jullie hen die niet wegens de godsdienst tegen jullie gestreden hebben en die jullie niet uit jullie woningen verdreven hebben, met respect en rechtvaardig behandelen. God bemint hen die rechtvaardig handelen.


EENZESTIG

6 Toen 'Isa, de zoon van Marjam zei: "O IsraŽlieten, ik ben de gezant van God bij jullie om te bevestigen wat er van de Taura voor mijn tijd al was en om het goede nieuws te verkondigen van een gezant die na mij zal komen en van wie de naam Ahmad zal zijn." Maar toen hij met de duidelijke bewijzen tot hen kwam zeiden zij: "Dit is duidelijk toverij." 7


DRIEZESTIG

3 Dat komt omdat zij geloofd hebben en toen ongelovig werden; hun harten zijn verzegeld, dus hebben zij geen begrip. * 4 Maar wanneer jij hen ziet, bevallen jou hun lichamen en als zij spreken luister jij naar wat zij zeggen. Zij zijn als balken die gestut moeten worden. Zij denken dat elke schreeuw tegen hen gericht is. Zij zijn de vijand; wees voor hen op je hoede. God bestrijde hen, hoe kunnen zij zo afwijken


VIERENZESTIG

11 Er vindt geen onheil plaats zonder dat het met Gods toestemming is. En als iemand in God gelooft zal Hij zijn hart de goede weg wijzen. God is alwetend.



VIJFENZESTIG

12 God is het die zeven hemelen geschapen heeft en van de aarde evenveel, waarbij de ordening [van God] ertussen neerdaalde opdat jullie weten dat God almachtig is en dat God alles met Zijn kennis omvat.


ZESENZESTIG

6 En voor hen die aan hun Heer geen geloof hechten is er de bestraffing van de hel; dat is pas een slechte bestemming!

10 En zij zeggen: "Hadden wij maar geluisterd of ons verstand gebruikt, dan waren wij nu niet bij hen die in de vuurgloed thuishoren." 11 En zij erkennen hun zonden. Weg dus met hen die in de vuurgloed thuishoren! 12 Maar voor hen die hun Heer in het verborgen vrezen is er vergeving en een groot loon.


ZEVENENZESTIG

5 En Wij hebben de nabije hemel met lampen opgesierd en die gemaakt om de satans ermee te stenigen. En Wij hebben voor hen de bestraffing van de vuurgloed klaargemaakt. 6


ZESENZEVENTG

21 Zij hebben kleren van groene zijde en brokaat aangetrokken en dragen armbanden van zilver en hun Heer geeft hun zuivere drank te drinken.


ZEVENENZEVENTIG

8 Wanneer dan de sterren worden uitgewist. 9 En wanneer de hemel wordt gesplitst. 10 En wanneer de bergen worden verstrooid. 11 En wanneer voor de gezanten de tijd is bepaald, 12 voor welke dag de termijn is vastgesteld, 13 voor de dag van de schifting.


ACHTENZEVENTIG

31 Maar voor de godvrezenden is er een triomf, 32 boomgaarden en wijnstokken, 33 rondborstige gezellinnen die even oud zijn 34 en een vol gevulde beker.

 

TACHTIG

17 De mens kan doodvallen, ondankbaar als hij is.


ZEVENENTACHTIG

16 Maar nee, jullie verkiezen het tegenwoordige leven. 17 Maar het hiernamaals is beter en onvergankelijker.


TWEEENNEGENTIG

8 Hij dan die gierig en zelfgenoegzaam is 9 en die het allermooiste loochent, 10 hem leggen Wij een moeilijke taak op. 11 Zijn bezit baat hem niet als hij in de afgrond stort.