Geschiedenis van de wetenschap van Oudheid en Middeleeuwen


VOORWAARDEN VOOR WETENSCHAP

De eerste algemene voorwaarde is natuurlijk het ontstaan van de homo sapiens als een tot denken bekwaam wezen. En verbetering van levensomstandigheden. Voorts moet een hoge stand van maatschappelijke ontwikkeling zijn bereikt. Verder de invoering van veeteelt, kennis der materialen. Beschaving in de zin van een sociale orde die voedselvoorzoorziening regelt

Geestelijke voorwaarden: 1.Taal en 2.Schrift. In beginsel zijn er twee soorten beeld of klanlscrift. Pas dan komt vastlegging en overleving van het wetenschappelijke verworvene, en daarmee wetenschap. 3.Getal en de kunst van het tellen. Een beslissende stap is de uitvinding van het getal nul geweest. 4.Maat of de kunst van het meten steunt op de kennis van de getallen. De tijdmeting is onafscheidelijk verbonden met religie en astronomie.


HET MIDDENOOSTEN

EGYPTE

De Egyptische overlevering schrijft en beschaving en wetenschap toe aan de God Thot. De geleerde priesters hadden in begin monopolie van beeldsschrift. Zij waren het die in hun afzondering in de tempels niet alleen de schrijfkunst beoefende en overleverden, maar ook in vele andere wetenschappen bedreven waren, als bouwkunst, wiskunde en geneeskunde. De Egyptenaren waren een hendeldrijvend volk.Voor het kopen en verkopen der goederen waren zij genoopt te meten, te wegen en te rekenen. Zij hadden het tientallig stelsel en kenden optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. Voor andere takken van hun praktische werkzaamheden hedden de Egyptenaren niet alleen rekenkundige, maar ook meetkundige kennis en grondbegrippen. Dat geldt in de eerste plaats het meten van landerijen en voor de bouwkunst. Een goed voorbeeld is de pyramide van Gizeh.

Sterrekunde: De oorspronkelijke tijdrekening van de mens was bepaals door de wisseling van dag en nacht, de schijngestalten van de maan, de opeenvolging van de jaargetijden met de daarmee samenhangende verschijnselen.

Scheikunde:Zij beheersten vele vaardigheden en hadden praktische kennis verzameld over Goud, zilver, koper en tin alsmede het brons als legering van laaste twee metalen. Later kwamen hier lood en ijzer bij, waarschijnlijk omstreeks 2000 v chr.

Geneeskunde:Sedert oeroude tijden staan twee geneeswijzen naast elkaar. De ene tracht de geest van de mens te beinvloeden door magie, hypnose en andere dergelijke middelen. De ander werkt op het lichaam in door geneesmiddlen, dieet, chirurgisch ingrijpen en wat dies meer zij en dit met de wetenschap dat de kennis van de bouw van het lichaam(anatomie) en van zijn functies(fysiologie) zeer gebrekkig was.



BABYLONIE

De overblijveselen van deze beschaving werden pas in de vorige eeuw onder het woestijn zand door de spade der archeologen weer aan het licht gebracht. Ook hun bibliotheken, bestaande uit duizenden kleitafeltjes in spijkerschrift werden aan de vergetelheid ontrukt en ontcijferd.

Wiskunde: De Babyloniers waren, naast de Indiers, de begaafste mathematici van de oude wereld. Zij hadden het zestigtallig stelsel. De stelling van Pythagoras was reeds 1000 jaar eerder aan de Babyloniers bekend.

Sterrekunde: Bij hen was astronomie nog astrologie. De overheersende invloed van de zon op het aardse natuurgebeuren heeft bijna alle volken zijn verering als god teweeggebracht. Zij geloofden dat alle gebeurtenissen op de aarde door de hemellichamen werden beherst. Daarom was er behoefte aan een juiste tijdrekening. Zo werden de bewegingen der planeten opgetekend. Zij verdeelden de dierenriem in twaalf huizen en benoemden de vijf bekende planeten.



ISRAEL

Het letterschrift is waarschijnlijk een vinding van het oude Israel en de geschiedschrijving had bij hun een grote hoogte bereikt. De oudste delen van het Oude Testament dateren al van de 12 eeuw v Chr en daarin zijn nog resten van ouder werk voorhanden.

HET OOSTEN

INDIE

De wetenschap van de oude Egyptenaren en Babyloniers heeft, over Griekenland en Rome en via de Arabieren, haar weg naar Europa gevonden. Dat geldt niet voor de Indische cultuur en nog minder voor de Chinese. Toch vinden we ook in Indie een volledig uitgewerkt kalendersysteem. Naast de geneeskunde is het de wiskunde, waarin de Indiers bewonderenswaardige prestaties hebben geleverd. Wij danken hun onze cijfers en de uitvinding van de nul, worteltrekken, werken met negatieve getallen.

OP fudidch en chemisch gebied kende men een groot aantal stoffen. Men beheerste allerlei chemische processen en was bijzonder vaardig in metaalbewerking. Ook theoretische prestaties, o.a atoomtheorie van de filosoof Kanada. Wat echter geheel ontbreekt is de verbinding tussen theorie en praktijk door het experiment. De culturele scheppingen van de Indiers op religieus en filosofisch gebied wordt door niets overtroffen. Als daarmede vergeleken hun prestaties op natuurwertenschappelijk gebied veel minder allooi hebben, komt dat doordat hun grondinstelling metafysisch is, van de natuur afgekeerd: de natuur is voor de Indier wel problematisch, maar het probleem legt hij ter zijde als onbelangrijk ten aanzien van het voor hem alleen wezenlijke, de Atman.


CHINA

Er is een gebied waarop de Chinezen zeer belangrijke resultatten heeft geboekt: dat van de techniek. Het kompas was in China reeds 1000 v cht in gebruik. Naast buskruit, kan men nog wijzen op porselein, zijde, papier en boekdrukkunst. Deze brachten echter weinig varanderingen in de maatschappoij i.t.t in Europa. De wetenschap komt pas veel later dan in Europa tot ontwikkeling.

SAMENVATTING

Wij missen in deze oude tijd in het algemeen een theoretisch, systematisch weten; wel bestaat er een dat op praktijk en de bijzondere gevallen is gereicht, maar de stap van de praktijk naar de theorie werd nergens gemaakt; nergens ontsproot het weten om der wille van het weten.

EUROPA

GRIEKENLAND

De Grieken waren de eerste die, los van de verzameling van ervaringsfeiten, naar de algemene wetten vorsten die eraan ten grondslag lagen en die het weten zochten om der wille van het weten. Hun denken was rationeel en op de wereld gericht, betrekkelijk vrij van bijgeloof of dogma's. DE Grieken waren een mengvolk. Dat geldt voor de kolonien in nog hogere mate dan voor Griekenland zelf. Vooral in het Ionische klein-Azie. Naast deze multiculturele basis waren de Grieken Zeevaarders en handeldrijvers. Zo hebben zij hun levenshouding weten te verspreiden. De handelssteden kregen zo men denke aan de Foeniciesche al speodig een vrijere en lossere politieke staatsinrichting.

De Grieken begonnen onmiddelijk met het meest algemene, meest omvattende en moelijkste probleem: het ontstaan van het heelal. Hun denken was op het geheel van het Zijnde gericht. Hiermede schieoen zij geen wetenschap in onze betekenis, maar filosofie. De economie van de Grieken berustte op de slavernij, die bracht welstand en luxe voor het vrije deel van de bevolking. Overal waar het op zuiver denken en discussie aankomt, zijn de resultaten ontzaglijk. Dat geldt in de eerste plaast voor de filosofie. Nadenken over de raadselen en de harmonie van het heela, over de juiste levenswandel of de inrichting van de Staat, dat alles was de vrije mens waardig. Daarnaast was wiskunde de wetenschap waarin men met het denken en aanschouwing alleen het verst komt.

De prestaties worden minder waar men naauwkeurige waarneming en meting behoeft, zoals in de stronomie, de fysica en de chemie, want daarvoor waren werktuigen, apparaten, meetinrichtingen nodig. Dat lag de Grieken niet, dat geleek te zeer op het zwoegen van de handwerksman en daarmee ontbrak ook in het bijzonder het noodzakelijk wetenschappelijk verrichten van het experiment. Toch kan men stellen dat de meeste grondstellingen van de westerse natuurwetenschap reeds in hun eigenlijke vorm door de Grieken zijn beredeneerd.


DE WISKUNDE


Thales was een van de eeste die onder andere stelde, dat de cirkel door elke middellijn in twee gelijke delen wordt verdeeld. Steunend op onder andere deze kennis, zou hij de hoogte van de pyramiden hebben gemeten. Pytagoras mag als de grondlegger(6 eeuw v Chr) van de Europese filosofie en wetenschap worden beschouwd. Hij stichtte een school, een soort religieuze orde, waarin tegelijk een hoge zedelijke levenshouding werd nagestreefd. Volgens Pytagoras berustte de hele kosmos op getalmatige verhoudingen. Dezelfde ordening als in het gebied der tonen. Zijn stelling, de stelling van Pytagoras is van ontzagelijk belang geweest voor de gehele toegepaste meetkunde. De Grieken hadden wel tientallig stelsel, maar zij kenden niet de nul en evenmin de waarde naar de plaatsing van het cijfer. In de meetkunde waren ze echter meesters. Een belangrijk door hun uitgevonden probleem was het Delische probleem: de verdubbeling van de kubus. Ook in de school van PLato werd ijverig de wiskunde beoefend, ze hielden zich o.a met het delische probleem bezig. Een ander vooraanstaand wiskundige was Euxodes. Hij geldt als de schepper van de leer van de evenredigheid(8:12=12:8).

 

DE ASTRONOMIE

DE Griekse was praktisch gezien qua waarneming en meting ondergeschikt aan die van de Babyloniers. Hun kracht lag op het gebied der aanschouwelijke voorstelling en van de theorie, of liever van de speculatie. Voor Homerus was de aarde het middelpunt van het heelal. Zij wordt voorgesteld als een platte schijf, waarboven de hemel welft. Dit beeld verschilt niet veel van dat van de Egyptenaren en de Babyloniers. Tot aan Copernicus blijft deze voorstelling overheersend. Bij Pytagoras was de harmonie van de hemelichamen de vergelijken met de harmonie van een toonladder.

De harmonie der sferen genoemd. De gedachte van de harmonie der sferen is later door Kepler opgevat in zijn wereldharmonie; wij zullen zien dat ook hij van de matehematische ordening van het heelal overtuigd was. Anaxagoras was een van de belangrijkste astronomen. In de Astronomie schiep Anaxagoras een uitgewerkte, rationele theorie over het ontstaan en de bouw van het heelel. In de aanvang was er een geordende toestand, een chaos, waarin alles dooreengemengd was. Een geestelijke kracht, Noes gehten, verwant met de bewegende kracht in onszelf, drong de chaos binnen en veroorzaakte daarin een wervelende beweging..

Ten gevolge daarvan vond een scheiding plaats in twee lagen, een binnste en een buitenste. In het gehele wereldproces blijft de hoeveelheid materie ongewijzigd, alleen de vormen en gedaanten veranderen en ontstaan en vergaan in de tijd. Hiju werd later wegens goddeloosheid ter dood veroordeeld, mede omdat hij de hemellichamen voor klompen materie aanzag, vergelijkbaar met de aarde zelf en de zon een gloeidende steen. Eudoxos was een goed waarnemer en stelde vrij nauwkurige berekeningen op over de omlooptijden der planeten. Hij ontweierp een systeem van bollen dat als model diende voor het geocentrische stelsel, dat zixh in middeleeuwen tot aan Copernicus gehandhaafd heeft.


NATUURFILOSOFIE

Zolang de natuurkunde nog niet als zalfstandige wetenschap geboren is, kan men de theorien over materie, beweging en de daarmee samenhangende wetten beter als natuurfilosofie bettitelen. De Grieken hebben de algemene idee van de wetmatige ordening der natuur het eerst vorm gekregen. Ze namen geen genoegen met de uiteindelijke irrationaliteit van elk afzonderlijk voorval en schiepen de gedachte van wetmatigheid waaraan alle dingen van de grote totaan de kleine onderworpen zijn. Deze komt het sterkst naar voren bij de Ionische natuurfilosofen, die naar het grondbeginsel zochten, dat aan alle Zijn ten grondslag zou liggen.

Parmenides stelt het Zijn zelf als het enige onvergankelijke en onveranderlijk; Herakleitos poneert daartegenover het worden als primair, doch ontdekt in dat worden zelf een eeuwige, onverandelijke grondwet, de logos. Platoon leert het eeuwige Zijn van de Ideeen. Volgens Demokritus heeft al het bestaande zijn ontstaan te danken aan de samenvoeging van atomen. Uit het feit dat alleen de atomen en hun beweging werkelijk zijn, volgt dat de eigenschappen die wij aan de dingen toekennen, hun in wezen niet toekomen. Het zijn onze zintuigen die ins eigenschappen als kleur, warmte en reuk voortoveren; in werkelijkheid zijn alleen de atomen.

Bij de huidige fysica vormt het experiment de grondslag van het gebouw. De eerste werden uitgevoerd o.a door Pythagoras over de verhouding tussen de lengte van snaren en de toonhoogte.


BIOLOGIE

Van wetenschappelijke biologie is pas sprake sedert Aristoteles. Er is bijna geen terrein van het menselijk weten waarop de naam Aristoteles niet genoemd moet worden. Het zwaartepunt bij de door Arisato opgerichte school in Lykeios lag niet zoals bij de Platonische acadenie op filosofie en zuivere wisku de, maar in vakwetenscappelijke studie en onderzoek. Na tien jaar leiding van deze school werd hij ook van goddelooshied beticht. Om de Atheners te verhinderen een tweede misstap te begaan als eens die tegen Socrates verliet hij de stad. De belangrijkste reden voor de betichting was zijn relatie tot Alexander de Grote. Alexander was zijn beschermheer gebleven.

De geest van de ware natuurvorser spreekt uit de woorden waarmede Aristoteles betoogt dat in de natuur het kleine en onaanzienlijke even belangrijk en verwonderlijk is als het grote. De grondgedachte in zijn gehele natuuronderzoek was die der doelmatigheid. De wijsbegeerte van Aristoteles kan worden samengevat in de verhouding Stof en Vorm. Bijvoorbeeld bij het lichaampast hij ze toe. het lichaam is de stof, de erin potentieel aanwezige vorm is de ziel: deze geeft in haar drang naar haar vervolmaking gestalte en beweging in het lichaam. Met scherpe blik heeft de dieren in klassen en soorten onderscheiden.

De beide hoofdklassen zijn voor hem de dieren met bloed en de bloedeloxe. Die met bloed worden weer onderscheiden in vissen, amvibien, vogels en zoogdieren. Aristoteles heeft ook de belangrijkste problemen m.b.t het dier onderkend en behandeld: geslacht en voortplanting, erfelijkheid, voeding, groei, aanpassing. In het bijzonder hield hij zich met de voortplanting bezig.Bij zijn biologie ontbeerde hij waarnemingsinstrumenten als de microscoop en praktisch elke kennis aangaande de chemische processen in organisme. Mede daardoor miskende hij bijvoorbeeld de centrale functie van de hersenen; hij zag daarin een inrichting om het bloed te koelen. De zetel van innerlijke waarneming en verstand plaaste hij in het hart.

Wat Aristoteles voor de dierkunde had gedaan, deed Theofrastos, zijn opvolger als schoolhoofd, voor de botanie. De 400 boeken die hij zou hebben geschreven behandelden alle denkbare wijsgerige, wetenschappelijke, sociale en politieke vragen. Ook hij werd het slachtoffer van vijandige machinaties en moest in ballingschap gaan. Hij is bij het nageslacht het meest beroemd om zijn karakters.



GENEESKUNDE

Veel belangrijke Griekse filosofen waren tegelijk atrs of hadden een sterke medische interesse. Alkmaioon word door vele beschouwd als de eigenlijke vader van de geneeskunde en steekt Hippocrates naar de Kroon. Hij voerde secties uit, begreep de centrale functie van de hersenen, ontdekte de oogzenuw, gaf een theorie over de alaap. Zijn bereomdste leerling was Hippocrates. de belangrijkste daad van hem is dat hij de geneeskunde heeft bevrijd van godsdienst en bijgeloof en haar op een rationele grondslag heeft gesteld. Hij is het die nuchtere, exacte eaarneming van de ziekteverschijnselen invoert en de nauwkeurige optekening van het verloop van ziekte. Zijn voorbeeld bleef zeker 1500 jaar zonder navolging. Een foutieve these van hem zou de geneeskunde evenzolang op een dwaalspoor houden. Volgens hem zou het liochaam bestaan uit vier sappen: bloed, sljm, gele en zwarte gal en elke ziekte zou een storingvan het evenwicht van die sappen onderling zijn.


DE GESCHIEDSCHRIJVING

Het ousdste werk komt uit de hand van Homeros. Zijn verhalen zijn door archeologische vondsten bewezen feitelijk te zijn. Als eigenlijke Vader der geschiedenis gold bij de Ouden en ook thans nog Herodotos. Hij noemt zijn werk historia. Historia betekent in het Grieks alleen: navorsing, onderzoek. Herodotos verbindt daaraan reeds de zin van bwust, kritisch onderzoek naar de werkelijke feiten, waaronder voor hem niet alleen de geschiedenis, maar ook de aardrijkskunde en de gehele cultuur der verschillende volken die hij beschrijft, vallen. Overal in de geschiedenis ziet hij de wisseling van zege en nederlaag, succes en mislukking, de kringloop die steeds draait en niet toelaat dat steeds dezelfden succes hebben. de hoofdles die hij uit de geschiedenis trekt is deze dat de mensen die de hun gezette maat willen overschreiden, tot overmoed vervallen en gestraft en vernietigt worden. Want de mens is een en al een produkt van het toevalen het noodlot gebiedt over de mensen, niet echter de mensen over het noodlot.

Thoekydides was een van de legeraanvoerders die een leger over zee naar Thracie moest voeren. Daar hij de hem opgedragen taak niet op tijd kon volbreb=negen, werd hij verbannen en bracht twintig jaar buitenlands door, voornamelijk in de Peloponnesos. Daardoor beschikte hij - juist ten aanzien van de Peloponnesische oorlog die hij beschrijft- over direct materiaal van de beide fronten. Hij gebruikt daarin een kritische instelling in een volmaakte en gerijpte vorm, zodat men hem de vader van de wetenschappelijke geschiedbeschrijving kan noemen. Voor hem bestaan er geen wonderen. Met orakels drijft hij de spot; voor de goden is er in zijn geschiedwerk geen plaats. Hij is een door en door nuchte realist.

De oude bronnen beschrijven nog dozijnen geschiedschrijvers, maar Xenophon is nog een belangrijke te noemen. Aan hem danken wij ook twee werkjes over Socrates oa zijn verdedegingsrede van Socrates. Van de werken van Homeros tot aan Thoekyidides vinde de gestadige ontplooing van het kritische inzicht plaats. tegelijk zien we de tragische visie hand over hand toenemen tot aan de uitzichtloze somberheid van thoekydides toe. Is er soms verband tussen een groeiend inzicht van de onontkoombare tragiek van alle menselijk Zijn en de kritische levenshouding?

De elementen van de meetkunde: Het voornaamste werk van Euclides is de elementen van de meetkunde in 13 boeken. Is een samenvatiinhg van de Griekse meetkunde. Het eerste oek behnadeld driehoeken en parralellogram en beslkuit met het bewijs van de stelling van Pythagoras. Dan komen in de volgenbde boeken de toepaassingen van de stelling, de leer van de cirkel, van de evenredigheid en de ngelijkvormigheid van figuren. De laatste boeken behandelen de meetkunde van de ruimte onder andere die van de bol. Tot in de 19 eeuw zijn de grondslagen van de Euclidische meetkunde onaangetast gebleven. Pas toen is mens gaan inzien dat ook andere axiomas dan die van euclides systemen van meetkunde zonder innerlijke tegenspraak kunnen worden opgebwouwd en ontsonden de zogenaamde niet-euclidische meetkunde. Daarmee is het werk van Euclides niet ongeldig geworden. Het kreeg alleen zijn plaats in het geheel van mogelijke meetkundes.


Archimedes

Hij betekende de tweede hoogtepunt in de geschiedenis van de menselijk geest. Hij is in genialiteit alleen met Aristoteles te vergelijken. Hij was wiskundige, natuurkundige en ingenieur tegelijk. De vooruitgang van de rekenkunde wsa in griekenland ruimte tijd tegengehouden door de gebrekkige wijzae waarop getallen werden opgetekend. Juist op dit gebied richtte zich de aandacht van Archimedes. Hij berekende de middenlijn van het heelal: 10.000 x 186 meter!!. Het verhaal gaat dat toen hij in bad zat en er acht op gaf op het overlopen van het water bij het instappen plotseling tot de ontdekking kwam dat een ingedompeld lichaam een met zijn volume overeenkomende hoeveelheid verplaatst en gelijktijdig een vermindering van gewicht ondergaat, die met het gewight van de verplaatste vloeistof overeenkomt (Eureka). Van hem is ook de schroef zonder einde. Die water omhoog kan brengen. Volgens een betere overlevering zou hij bij het beleg van Syracuse de vijandelijke schepen van het land uit met brandspeigels in brand hebben gestoken.

In wiskunde vondt hij oplossing van 3e graads vergelijkingen dmv kegelmode? , zijn bereknening van parabool ellips en ancdere curven. Het bepalen van de om van oneindige reeksen. Zijn werk werd niet voortgezet. In de 5e eeuw n chr leefde Diosantos. Hij geldt aks de schepper van de algebra. Hij maakte de rekenkunde los van de geometrie, gebruikte symbolen voor machte en voerde het min teken in en plus.

De roem der Alexandrijnse astronomie doet nauwelijks onder voor die van de wiskundigen. De eerste die wij noemen us aristarchos van Samos (310 v chr), Wat hem beroemd heeft gemaakt is zijn heliocentrische theorie. Hipparchos bestudeerde (190 v chr) de beweging van zon, maan en planeten. Hij berekende de lengte van het zonnejaar, van het sterrejaar en van de maanmaand. Ptolemaois (121 n chr). Zij hoofdwerk bleef tot in de 17e eeuw de bron van alle astronomische kennis, evenals euclides dit bleef voor de meetkunde. Voor hem was de aarde het middelpunt en het heelal een draaiende bol.
 


Andere natuurwetenschappen:
 

In de optioca treffen wij in de eerste plaats de mathematicus Eculides. Naast zijn elementen in de optica het enige werk van hem dat bewaard is gebleven. Hij geeft daarin de grondwetten van de voortplanting van de weerkaatsing van het licht. Licht kwam volgens niet van voorwerpen maar rechte lijnen uit het oog zelf. De pythagoreers zagen in licht een stroom uiterst kleine deeltjes.


Geografie

Onder de oude volken verwierven de Phoeniciers als de grootste handelsvaarders wel het ruimtste geografische gezichtsveld. Volgens een bericht van Herodotus heben zijn zelfs de rondvaart van Afrika verricht. Het oudste werreldbeeld vinden we bij Hemeros. De eerste landkaart is vervardigd door Anaximandros de ionische natuurfilossof. Herodotus behoord met de Pythagoreers tot hen die de voorstelling van de bolvorm van de aarde hebben doen zegevieren. Pytheas van Massilia (Marseillie 330v chr). In zijn zucht om de herkomst van de electrische barnsteen te leren kennen zeilde hij naar het noorden en leerde hij de kusten vsn Nederland en Duitsland kennen. Bijna tezelfdertijd dat Pytheas het noorden verkende breide de veroveringen van Alexander zich naar het oosten uit: Ceylon, Indus, Eufraatmonding. De wetenschappelijke behandeling van de aardrijkskunde vangt pas aan in Alexandrie met Erastosthenes (273 n chr). Hij breekt radicvaal met de oude verdeling van de mensheid in Hellenen en niet Grieken (bararoi) en stelt de prestaties van niet – griekse volken op een lijn. Hij vermeld zelfs de Chinezen. Door zijn aaredmetig is hij beroemd geworden, door schaduw van pyramides. De meest ivleodrijke geograficus was Ptolemeus. Zijn geografische handboek bevat 8 oeken, met atlas en kaarten. De door hem vervaardigde kaart zijn de gehele middeleeuwen toonaangevend gebleven. Zijn doel was de wereldkaart van een voorganger Marinos va Tyros te verbeteren. Columbus maakte gebruik van zijn kaart en schatte daareom de zeewg naar Azie veel te kort ern hoeld de kust vsn Amerika op Azie.


Geneeskunde:

In de tijd avan de erste Ptolemeus werkte te Alexandie Herifilos de grootste anatoom van de oudheid en de eigenlijke stichter van de anatomische wetenschap. Hij onderscheidde 4 fundamentele processen in organisemen: de voeding, met als hoofdorgaan de lever, de verwarming met het hart als werktuif, de waarneming met de zenuwen en het deneken met de hersenen. Hij rekende af met Aristoteles odee van hart als zetel van de geest. Tijdegenoot Erastratos uit Aleaxandrie was zeer dicht bij de ontdekking can de bloedsomlop, maar bleef toch aanmene dat de slagaders niet met bloed, maar met lucht waren gevuld. Galenos (129 n chr) de grootste met Hippocrates, bewees dat de slagader bloed bevatte. Hi hiekd zich ook bezig met dromen, die hij voor zeer belangrijk achtte: in zoverre vorloper vsan de psycho-analyse.


Geesteswetenschappen

De belangrijkste griekse geschiedschrijvers van de hellinistische tijd was Plybios (203 n chr). Hij schreef enkele kleinere werken over tactiek, ook Numantijnse oorlog?, maar weidde zich daarna aan zijn hoofdwerk de Historia. Hij betrekt bij het opkomen van het Romeinse rijk alle volken rond de middellandse zee. Hij stelde 3 eisen aan de pragmatische geschiedschrijving:

- grondig bronnen onderzoek

- eigen bezichtiging van steden en landen

- beschrijving van politieke feiten



Ongetwijfeld de grootste Romeinse historicus is Tacitus (55 n chr) hoofdwerk Historia Annales.


Filologie

De sofist Protagoras is de grondleeger van de grammmatica en foilologie. Retorica werd kustleer. Sinds oeroude tijden had men gesporken en gedichten zonder enig vermoeden van taalwetten. Van dat oigenblik wordt de gramatica leidster voor spreken en schrijven. De filologie als wetenschap dateert uit tijdvak van hellnisme. Door de ontmoeting van Oosterse en griekse geest en daarmee andere talen . De tweede aanleding tot taalkunde was de opbloei van de letterkunde en van de vorming van boekerijen. In Alexandrie werden doorlopend vertalingen gemaakt. Alle grote filologen zijn bibliothecaris van Moeseion geweest.


Rechtswetenschap

Van oudsher bekend waren de wetgevingen van Lykoergos in Sparta en die van Drakoon en Soloon in Athene (600vchr). Drie fasen kunnen we bij de ontwikkeling van de rechtsidee onderscheiden: voor-socratici, Plato e aristoteles en de Stoa. De gedachte van het natuurlijk recht vindt men reeds bij Parmenides en Herakleitis. Plato was een uitgesproken rechts en staatfilosoof. De kern van zijn streven was het vinden van de beste staatsvorm. Zo men als kernwoord van de Griekse gedachte de kosmos mag aanmenen voor de Roemeinen is dat anchoritus ( persoonlijk ambtswaardigheid). De inzittingen van de 12 tafelen aangaande het familie recht schuld- erfrecht blijven de grondslagen van het Romeins recht. De 12 betekenen de overgang van het aloude gewoonterecht door de patriciërs (nog vroeger priesters ) naar de wetgeving door het volk en door het volk gekozen overheden.

 

De wetenschap van de Islam

De godsdisnte die Mohammed verkondigde gegelijkte in haar streng monotheistische krakter op odendom en Christendom. Er is maar een God Allah. Mohammed is zijn profeet. De hoofdgeboden zijn het 3 maal daags herhaald gebed, de jaarlijkse fasten in Ramadan, het geven van aalmoezen en de pilgrinstocht naar Mekka. Na zijn dood begonnen opvolgers de leer uit te brieden. Kalif Omar veroverdxe tot Perzische rijk Syrie, Palestina en Egypte. Onder zijn opvolgers werd Noord-Afrika erbij gewwonnen. Tariek stak naar Spanje over en vernietigde heerschappij van West_goten. In de 8e euw sterkte het rijk uit van Centraal Azie tot en met Spanje. Politiek viel het snel in kleinere zelfstandige staten uiteeen. Cultureel bleef een eenheid, dankzij de twee sterkste krachten die de menselijke samenleving binden: taal en godsdiesnt. De taal werd bij verovering slechts door eendeel van de bevolking overgenomen. Toch werd zij het algemeen voertuig van de gedachte en het verkeer in het hele rijk. In het bijzonder werd zij de taal van de beschaafdxen en de wetenschap. Totaan Mohammed was het Arabisch niet meer dan een stamdialect. De oorspronkelijk maohammedanense godsdienst is in haar strenge sombere eenvoud alles behalve vriendelijk tegen de weteschap. Hoe meer men echter in aanraking kwam met de in veel opzichten hogerstaande onderworpen volken, des te meer begon men de waarde van de heidense wetenschap in te zien. De griekse wetenschap hedden de Araboeren aanvankelijk rechstreeks leren kennen in Alexandrie. Griekse artsen fungeerden weldra ook aan Arabische hoven. De belangrijkste weg via vertalingen van de Griekse werken door de Oosterse christenen in bijzinder de Syrieres. Daar zijn onder de Islamtische heersers hun geloof trouw mochten blijven. Rond 850 was reeks nagenoeg alles wat aan Griekse werken voorhanden was in het Arabisch vertaald. De laat antieke beschaving had twee middelpunten: Rome en Alexandrie. Ook de Islamtische viel in 2 delen: het Oosten met Baghdad en het westen met Cordoba in Spanje. Vooral in de 10e eeuw . Daarnaast Seviella. Evenals in Baghdad zijn ook hier de vorsten de grote bevorderaars van kunsten en wetenschappen. In de wetrenschap werkten islamitische christelijke en joodse geleerden eendrachtig samen. Verreweg de hoogste aandacht genoot Aristoteles. De grootste Arabische filosoof Averoes in 12 eeuw volgt Aristoteles zo getrouw na dat deze voor hem de filosoof is. Arabieren evenals Christenen trachtte wetenschap inovereenstemming te brengen met hun religieuse leerstellingen. Ook zogenaamde strijd om de universalia – de vraag of het algemene of het individuele de eigenlijke werkelijkheid uitmaakt heeft zowel Christenen als moslims beziggehouden.


WISKUNDE

De Nomenclatuur van een wetenschap verraadt gewoonlijk haar oosrprong. De hoofdlbegrippen in de meeste wetenschappen zijn Grieks. Bij Wiskunde en Sterrekunde Arabisch. BV Algoritme; het geeft eeb rekenwijze aan die aan een bepaalde schrijfwijzae verbonden is. Evenals deze naam is nog een tweede wiskundige term verbonden aan een grote geleerde Al Choewari al Moegabelah: Algebra. Woorden die beginnen met AL vaak Arabisch. Hij heeft ook het Indische cijferstelsel met het getal nul ingevoerd. Ipv XLI : 41.



STERREKUNDE

Al Biroeni was universalist, hij opperde dat aarde een bol was die om zijn as draaide en in een jaar om de zon. De Islamitische wiskundige hebben de Griekse wetenschap met de vondsten van de Indische verenigd. Hetzelfde deden ze voor de Sterrekunde.


Natuur en SCHEIKUNDE.

Een overzicht van wat Islamitusche geleerden op dit gebied presteerden vinden we in het handboek der natuurkunde dat in de 12 e eeuw door Aboe l Fath Choesini een griekse slaaf is gepubliceerd. Het bevat een geschiedenis van de wertenschap tabllen van het soortelijk gewicht van vele stoffen en een algemene formulering van de wetten van de zwaartekracht. Met Ahazen (963 n chr Cairo) begon de optische wetenschap haar vorm als experimentele wetenschap aan te nmen. Eeuwen voor Galililei.



Biologie en Geneeskunde

Natuurlijke historie dier en planmkunde hebben eerste eeuwen geen grite belasgtelling genoten, maar in kweken van buitengewone blomen en wondermooie tuinen waren ze meesters. Geneeskunde had hoog aanzien. Er waren ziekenhuizen laboratoria en zelfs apothekers. De eerste ter werled Al Razi (844-926) schreef 131 banden over geneenskunde. Zijn roem werd nog overtroffen door de filosoof Avicenna (980 – 1037). Reeds op 10 jarige leeftijd beheerste de beginselen van verschiedene wetenschappen. Hij was een van de grootste middeleeuwse wijsgeren. Hij liet twee encyclopedien na.



GEOGRAFIE

Om heyt land te besturen moest men het kennen. Omstreeks 840 reisde soeleiman een koopman met zijn waren naar China. Her relaas van ijn ries is het oudste Arabische bericht over China dat wij bezitten. 425 jaren voor Marco Polo. De 10e eeuw was een glanstijd voor de Aardrijkskunde. L. Hassan Al Massoedi uit Baghdad (Herodotus van het Morgenland) schreef 50 banden encyclopedie van land en volkenkunde. Hij bereisde Szyrie, Palestina, Perzie, Indie, Egypte, Afrika en Spanje. Dat waren de meest uitgebriede nreisen die ooit door een sterveling gedaan waren. Hij zegt in een van werken dat een evolutie heeft plaatsgevonden van mineraal tot plant, plant tot dier en dier tot mens. Stond tegenover de scheppingsidee.


DE WETENSCHAP VAN DE EUROPESE MIDDELEEUWEN

Alles bleef ondergeschikt aan de godsdienst. De filosofie was de deinstmaagd van de teologie. De scholastieje wetenschap stond niet sympatiek tgenover de ontwikkelling va een empitrische wetenschap. Wat haar methode betreft, berustten de scholastieke filosofie niet op de ervaring maar op autoriteit. Enerzijds van de Schrift, anderzijds van de kerkvaders. Bijgeloof remde ook de wetenschappelijke ontwikkeling. Een heel leger van duivels en demonen omringde de mens, een mengelmoes van oeroude heidense voorstellingen en bijbelse Ewlfen, Feen, kabouters , reuzen , bloedzuigende vampiers en machtmerries waarden overal rond.Hun gezelschap nog versterkt met de zielen van de gestorvenen. En spokende geesten en heksen. Zo goed als alle geleerden en denkers van de middeleeuwen waren geestelijken in het bijzonder monniken. In de latere middeleeuwen zijn het in het bijzonder de beide bedeloorden der dominicanen en franciscanen die de leidende rol in de wetenschap en filosofie (Thomas , Albertus, Bacon). De geestelijke houding kwam voort uit het Middeleews vertrouwen in de redelijkheid van God. God als de perssonlijke macht van Jaweh. Verbonden met de rationaliteit van een Griekse filosoof. In de 12 e eeuw aaraking met de islam door Christenen. Uiterlijk kenmerk daarvan ie een ware vloed van vertalingen. Contact in het door de kruistochten in het middelpunt geraakte Oosten, op Sicilie en het Moorse Spanje. In hun diepste wezen kunnen beschavingen niet met elkaar samensmelten. Zij kunnen echter bevruchtend op elkaar inwerken. Dit is in het westen gebuerd. Grieks-Hellinistisch, Islamitisch en Latijns-Christelijke grondstenen vormen het fundament.

Toen de steden opkwamen onststonden ondanks de tegenstand van de geestelijkheid ook werkelijke scholen met leken- leraren het vroegst in Italier weldra in Vlaanderen en de Hanse steden. Ten gevolge van het binnenstromen van de Griekse wetenschap door bemiddeling der Arabieren deed universiteiten uit de grond oprijzen. Volgens middeleeuwse opvatting is alle waarheid a priori in het goddelijke wezen gegeven. Eenheid en algemeenheid zijn de grondtrekker can de wetenschap. Poging om met binnenstromen Griekse kennis en Aristoteles om eenheid kennis te handhaven en wereldlijke en geestelijke wetenschap in een eenheid samen te vaten. Het hoogtepunt vormen de werken van Thomas van Aquino. Hij lijfde Aristoteles in de officiele kerkleer. Twee redenen werkte daar toe mede: men moset een chritelijk tegenwicht hebben tegen de islamitische filosofie die vooral in de vorm van het averoisme de christelijke universiteiten overspoelde. Aan de andere kant bood het nuchtere realisme van Aristo het juiste voedsel aan de jonge Europese volkeren in hun onweerstaanbare honger naar werkelijkheid. In middeleeuwen opzien tegen autoriteit werd Aristo beslissend bij alle naturwetenschappelijke en filosofische strijdvragen. Het strevenb om in alles de goddelijke scheppin te zien, leidde tot een andere eigenaaardigheid van de ME wertenschap, naar vragen naar het doelmatige en doelbewuste in de natuur.
 


MATHEMATICA EN ASTRONOMIE

De stand van de wiskunde zowel in theorie als in de praktijk was in Europa buitengewoon laag. In de rekenkunde staan ze nog beneden de Pythagreers uit de oudheid. De Indische bevijfering bij de Arabieren reeds in zwang, was onbekend. Tegen de nieuwe algoritme was fel en langdurig verzet. Zelfs kooplieden verzetten zich tegen het nieuwe van Leonardo van Pisa (1200 n chr)

Door groeinde geldverkeer en handel ontsproot vanzelf de noodzaak tot het invoeren van Arabisch getallen. Nicolaas van Osenie schreef rond de 14 eeuw werk over de oorsprong natuur recht en veranderingen van het geld. Het is de oudste ons bekende boek over staathuishoudkunde in Europa. Hij zei dat op natuurverschijnselen de matematische methoden kon worden toegepast: dat men het verloop der veranderingen grafisch kon weergeven. Hij gebruikte uitdrukkingen lengte en breedte. Hij bestreed de astrologie fel.



NATUUR EN SCHEIKUNDE

Petrus Periinius. Pas na eerste millenium eerste vemelding can het kompas als hulpmiddel schepvaart in Chinees. Hij gaf in 1296 in zijn Epistola de magneta de oudste bekendste beschrijving van de magnetische verschijnelen in Europa. Zijngeschrifte betekende een mijlpaal in de geschiedenis van de natuurwetenschappen: door zijn methode van expirimenteren. Een wetenschapper moet met zijn handen werken. Hij was leermeester van Roger Bacon. Bacon: Zijn hoofdwwerk Scriptum Principake moest in 4 banden alle wetenschappen bevatten: grammatica, logica, optica, geografie, astrologie, alchewie, geneeskunde, metafyscia en moraal. Bacon raakte in moeilijkheden met zijn ordeoverste. Zij werden nog verscherpt en op de spits gedreven doordat Bacon speodig daarop zijn compendium studi philosofica het licht deed zien waarin hij een felle kritiek op veel filosofische gedachte can zijn tijd en scherpe aanval op de zeden van de kerk. In 1277 veroordeling en gevangenis voor 15 jaar. Volgens hem zou het experiment tot grondslag worden van de wetenschap, maar stelt vast dat zij pas volmaakt zal zijn, wanneer zij haat stelling over de natuur in mathematische vorm vermag uit te drukken. Voor hem bleef wel gelden dat het inzicht in goed en kwaad belangrijker is dan natuurwetenschap. Deels door vertalingen van Islamitische werken, door ontdekkingen en de inovering in Aziatische landen werden in de 12e eeuw en 13 e eeuw allerlei nieuwe stoffen bekend, zoals het door hen beschreven buskruit.



BIOLOGIE

Onder belangstelling van Griekse vertalingen van wetenschap werd natuurkunde gestuurd. Ondanks dat bleven de gehele middeleeuwen door de meeste gabelachtige en wonderlijke voorstellingen omtrent planten en dieren in verre landen in zwang. Grote invloed had een werk Physiologus uit 2 of 3 eeu uit Alexandrie, daarin komt bijvoorbeeld de mierenleeuw voor. Die zou uit een mier en een leeuw geboren zijn en onmiddellijk na de geboorte weer sterven. Frederik II de Hohenstaufer keizer (1194 – 1250) en stimuleerde het samengaan van Oost en West. Hij sprak negen talen waaronder Grieks en Arabisch. Hij stimuleerde de vertaling van talrike wetenschappelijke werken uit het Grieks en Arabisch in het Latijn. Albertus Magnus (1193 – 1280) werd leeraar van Aquino. Albertus was de eerste die het volledige werk van Arsito en diens Arabische commentaren benutte. Zijn studies hadden overwegend het krakter van een commentaar op werken van Aristo. Hij beschouwde de planten niet meer uit geneeskunde of landbouwkundig oogpunt, maar bestudeert zewetenschappelijk om hun eigen wezen. Hij beschreef een ontzagwekkelijk aantal planten. Hij was de eerste die sedert Aristo de insecten bestudeerde.


GEOGRAFIE

Scharen pelgrims bezield door godsdienst ijver maar ook gedreven door de lust tot zwerven en avonturen vulde straten en zeeen van de middeleeuwse wereld. Het meest verleidelijke doel was het heilige land met het graf van de heiland. Al deze reizen bewerkstelligden de aanraking met vreemde gebieden en volken en droegen bij tot juistere voorstellingen en grondigger kennis van de ligging en de uitgebreidheid en het krakter van de landen. De onherbergzaamheid van hun vaderland dreef de Noormanen de zee op. Met hun nietige drakenschepen bevoeren zij zonder navigatiemiddelen de Noordelijke Ijszeeen. Ijsland dat in de 8e eeuw voor het eerst door Ierse monniken was betreden werd ongeveer 900 door Noormannen gekoloniserd. Erik de Rode uit Ijsland verbannen stak naar Groenland over. Eriks zoon Leif werd op de terugreis van Noorwgen naar Groenland op de kust van Amerika gedreven. Italiaanse zeevaarders bevoeren de reeds in de oudhied bekende Canartische eilanden. Anderen verrichten met succes de ronding van Afrika. De beroemdste Aziereiziger van de Middeleeuwen Marco Polo. Broer Niccolo Reisde 1250 van Konstantinopel naar het hof van Koeblai Khan, de eerste Mongoolse keizer van China (kleinzoon van Djengis Khan). Marco stond in de gunst van de keizer. De verhalen die de reizigers over dir grote rijk vertelden werden nauwelijks geloofd. De kartografen verwerking der nieuwe ontdekte landen hield naturlijk niet gelijke tred met de prestaties van de ontdekkers. De zeemansgidssen die in de 13e eeuw in zwang waren waren redelijk betreouwbaar. In vergelijking daarmee zijn de door de monniken vervaardigde werledkaarten schematisch, zuiver theoretisch en ten dele onzinnig.


GENEESKUNDE

De middeleeuwse geneeskunde was allerminst wetenschappelijk: zij was volkskunst. De kuidenvrouw die de juist spreuekn en middelen kende, kwakzalvers van alle formaat zij de uitvoerders, naast de geestelijken. Hongersnoden en epidemien zijn schering en inslag . Besmettelijke ziekten van allerlei aard deden zich voor: cholera, tyfus, de pest. De diepste indruk maakte de zwarte pest in 1348. Het aantal slachtoffers lag rond de 25 miljoen. De landbouw werd wegens gebrek aan werkkrachten lamgelegd, steden werden verwoest, paleizen verzonken in puin. Het bijgelovig angstige volk gaf vaak de schuld aan de joden waarop vervolgingen volgden. De stedebn waren met hun vestingwerken tot een samengedrongen bouwwijze gedwongen en wel schilderachtog, maar ongezond. De straten waren naauw, donker en vuil.


GEESTESWETENSCHAPPEN

De geschiedenis is voor de middeleeuwen geleerden in de eerste plaats heilsgeschiedenis; zij is een ontzagwekkend drama dat zich volstrekt tussen de schepping , zoals beschreven in Genesis en de dag van het jongste gericht. Grondslag door de kerkvader Augustinus. In zijn godsstaat Civitus Dei, schildert hij de strijd tussen beide rijken van het goede en het kwade, van de kinderen Gods tegen de afvalligen: deze strijd tussen beide rijken is de wereldgeschiedenis.

Hij keert zich tegen de antieke gedachte can de eeuwigheid der wereld en van de eeuwige kringloop der dingen. Aan encyclopedische werken is de middeleeuwen geen gebrek. Zij zijn de typische vorm van de Middeleeuwse geleerdheid. Opkosmt van Humanisme met Dante en zijn Devine Comedie (1265 – 3121) Geeft een gertouw beeld van kennis en levensbeschouwing van de middeleeuwen. Hij stond aan de drempel van ontmoeting van de Europses geest met de oudheid die in de 14 e eeuw zal opbloeien. Dantes stadgenoot Francesco Petrarcia (1304-1374) leid het humanisme in. Hij had grot liefde voor de oudheid en Latijnse Literatuur en letterkunde. Met hem begint de wetenschappelijke studie van de Ltijnse oudheid.


RECHT

De Germaanse volken brachten een rijke rechtsoverlevering mede. In Engeland vooral het Romeins recht. De bekende mijlpaal voor die ontwikkeling is de Magna Carta van 1215 die recht van de kerk en de adel vastlegd. Aan de andere kant stichtte de kern een eigen recht op bijbelse grondslag steunend op de leringen van de kerkvaders. Het grootste deel van het Kannonieke reht kreeg zijn vaste vorm in het werk van de monnik Gratianus (12 e eeuw) . Voor de rechtswetenschap was de opnloei van de Italiaanse rechtscholen het be;langrijks. De Bolognes Giovanni de Leguano (1383) behandelde int recht en privaat en publiek recht en het probleem van oorlog. Bestaat er een rechtvaardige oorlog. Wie kan de oorlog verklaren en hoe behandel je krijgsgevangennen.