DE OUDHEID

geschiedenis, wetenschap, filosofie, godsdienst, kunst.

Het begin

Miljoenen jarten geleden zag de aarde en anders uit dan tegenwoordig. Op vele plaatsen waar nu land is golfde toen zee en waar nu oceanen zijn strekten zich toen geweldige vastelanden uit. 200000geleden waren er al mensen, maar het pijl van de zee was vijftig meterlager. N afrika en Europa waren verbonden evenals Engeland en het vasteland.

De Sahara was vruchtbaar en het Noorden was bedekt met een ijslaag halverwege Nederland en Duitsland. Er waren vier ijstijden van 500000 tot 15000 v chr Ten zuiden waren toendras met mammoets neushoorns. Mensen hadden al eenvoudige werktijgen waaronder vuursteen en stokken. Oertijd van de eerste mensen 1/2 miljoen jar geleden noemt men de oude steentijd of paleolithicum ze eindigt met einde e=ijstijd rond 12000 v chr.

De oudste mens 25000 piticantropus erectus (oost-Java) en de Neanderthaler 75000 tijdens de laatste ijstijd van 80000 - 12000 ontstaan moderne mens: de homo-sapiens vsn hun zijn de grotschilderingen. De volgende periode van 12000 is het mesolithicum of midden steentijd. Deze kenmerkt zich door afsmelten van de gletsjers. De4 mens bouwt rendiernederzettingen in de buurt van Hamburg(Hamburgse cultuur) zijn jagers en vissers.

In de latere pre-historie twee ingrijpende veranderingen op plaatsen en streken met vruchtbare grond en veel water. In 4 gebieden Mesopotamie, Egypte, China en Indie. In deze periode 8000-5000 v chr begint het Neolithicum of oude steentijd. Het is de overgang van nomaden cuktuur naar landbouw, waarin de mens eigen producent wordt van eten. Daarnaast ontstaat veeteelt en ontdekking van ploeg en wagenwiel. De afhankelijkheid van hogere natuurmachten leidde tot diepere godsdienstige gedachten. 2000 later het ontstaan vanm steden. Koper wordt in gebruik genomen. Er onstaat een specialisatie in mij en een bestuurlijke organisatie.


Mesopotamie
Mesopotamie ligt tussen twee dorre woestijnen, moet wel op een paradijs hebben geleken. Bevloeing door dijken an knalen. Het eerste volk was de Soemeriers ze leefden in stadstaten. Deden aan stronomie( geloofden dat sterren het leven beinvloeden astrologie). Zij vonden hetr schrift uit (spijkerschrift). Ze vereerden vele goden, waarvan de belangrijkste de zoonegod Mardoek.

Ze hadden een indrukwekkend heldendicht Gilgamesj, met daarin de verwijzing naar de zondvloed(lijkt op het bijbelsverhaal). In het noorden was een sitisch volk. In 1700v chr ontstond een gemengde cultuur met babyloniscg=he rijk van Hammoerabi met zijn wetten voor wijs en verstandig bestuur. OPvallend is de overeenkomst met wetgeving van Mozes. 1200 kwamen verder in het noorden de Assyriers op en onderworpen de Babyloniers, Voor Azie en Egypte.

Wegens wreed bestuur ontstond gemeenschappelijke aanval door Babyloniers en Meden. Het Assyrische volk werd uitgeroeid. Nu kwamen in 575 de Babyloniers weer aan de macht en veroverde Voor- Azie waaronder Jeruzalem 586 rn verplaatste de bevolking naar zijn land (ballingschap) Uit de soemerische stad Oer trok Abraham naar Egypte.

Egypte
Egypte heeft ook welvaart te danken aan de rivier. Lnd moest geiirigeerd worden. Was een strook land tussen woestijenen. Hierdoor was behoefte aan organisatie.


In 3000 v chr is Egypte verenigd onder een Farao. Hij was niet alleen vorst, maar ook God en bezat onbperkte macht. Met naast zich hoge edelen en priesters. De grote massa boeren was arm en had weinig rechten en moesten zware lasten opbrengen voor Farao en ambtenaren.

Egypte dreef handel met Syrie, Nubie en Soedan. De goden waren evnenals in Mesopotamie gerpersonificeerde natuurkrachten, die dikwijls plaatselijk vereerd werden.

De meest geleifde waren de zonnegod Re of Amon de moedergodin Isis en haar broer en gemaal Osiris de god van de jaarlijkse overtsromingen en het dodenrijk, daarnaast mog verschillende dieren. ZXe waren constant bezig met de dood want de ziel zou terugkeren in hetlichaam tenzij het lichaam niet meer zou bestaan, vandaar veel zorg voor doden met mummies. Beroemde dodengrafen Pyramiden van Gizeh bij Cairo van farao 2700 v chr tijdens het Oude Rijk met de hoofdstad Memphis daarnaast Choefoe en Cheops ( de hoogste met 137 meter).

Rond 1400 toen Egypte op het hoogtepunt van haar macht stond en delen van Voor-Azie beheerste lieten de farao's zich in de vallei der koningsgraven bij de toenmalige hoofdstad Thebe eneome diepe rotsgraven uithouwen. De beroemdste van de zoon van Echnaton is graf van Toetanchamon(1350)

Het oude rijk liep van 3100-2050 Middenrijk 2050-1600. 1650 inval van de Hyksos Niuwe Rijk van 1570-715. Hyksos worden verdreven onder Thutmosis. Grote macht. Ook uit nieuwe Rijk uitgestrkte tempelcomplexen Loeksos en Karnak met obelisken bij Thebe.

De kunst hing sterk samen met de godsdienst. Ontwikkeling van het schrift(hyrogliefen). Het nieuwe Rijk eindigt met verovering door perzen in 525. Tussen Mesopotamie en Egypte ook uitgestrekt vruchtbaar gebied. Daar waren oudste steden in Palestina Jericho(7000 v chr) en ook Byblos (4000 v chr) van Phoenicie. In huidig Turkije zaten de Hititieten(1400). Ze hadden enkele eeuwen een vrij grote macht en goed georganiseerd. ZAe hadden het voornamelijk aande stok met Egypte. De kretenzers hadden gote betekenis door hun beschaving. De minoische cultuur had hoogtepunt (1500).

Zij waren kooplieden en zeevaarders en hielden verbindingen met de Oosthelft van de Middelandsezee. Na 1200-800 waren de phoeniciers het grote zeevolk. Ze stichten nederzettingen als Cartago. Hun gebied lag oorspronkelijk bij Libanon. In de stag Oeganit in Noorden werd stap naar het letterschrift gemaakt. Zij vereerden verschillemde Goden oa Baal en Moloch, die mensenoffers eistte. Kanaan later Palestina genoemd naar binnengevallen Filistijenen loopt tussen Libanon en de Woestijn. Uit die woestijn kwamen vele nomaden waaronder Abraham(1800). Voorlopig bleven deze Heebreeuwen nog herders , ook onder de volgende aartsvaders Isaak en Jkob of Israel(strijder Gods).

Een hongersnood dwong hen naar Egypte te trekken(zijn bveinvloed door Egypte) waar Jozef(jacobs zoon) onderkoning werd. Door onderdrukking werden ze onder leiding van Mozes in Sinai rondgeleid. Daar op de hoogste berg riep God Mozes tot zich en gaf de Wet der tien geboden. Mozes deed het volk geloven in een God Jaweh of Jehova. Onder zijn opvolger Jozua wisten twaalf stammen waarin het volk verdeeld was Knaan te veroveren.

Omstreeksd 1000 kwam er meer eenheid met koning Saul, kreeg problemen met de profeet Samuel. David volgde hem op en oonderwierp de filistijnen. Ijn opvolger Salomo liet op top van de berg Sion een grootse tempel bouwen, daarin het heilige der heilige, de ark des verbonds, de gouden schrijn met de tafelen der Wet. Door despotisch bewind en opdeling tussen rijke noorden(Israel) en arme zuiden(Juda) kwam verzwakking en leide tot inval in 725 van Israel door Assyrieres.

Zij deporteerde de bevolking zodat 10 stammen uit de geschiedenis verdwenen. Juda ontsprong de dans, maar in 586 werden ook zij weggevoerd in Babylonische ballingscahp.

Toen perzen in 539 Babylon veroverden, kwam daaraan een einde, maar palestina werd een onderdeel van het Perziche Rijk. Vele Joden begonnen andere goden tre vereeren vooral Baal. De profeten rond 700-800 predikte monotheisme oa Jeseja 750 die de Messias voorspelde die de hele mensheid zou verlossen. Joden waren de eerste monotheisten

Perzisch Rijk
De nauw met elkaar verwante(indogermaanse) meden en perzen woonden als herders en landbouwers ten oosten van Mesopotamie op hoogvlakten van Iran. Eerst hadden de meden een hofdrijk 600 maar later stichtte onder Gyrus de perzen een wereldrijk. Zijn zoon pakte in 525 zelfs Egypte en zijn opvolger Darius1 500 een deel van zwartezeelanden(macedonie) zijn poging om Griekenland te pakken mislukte. Zijn verdienste was de organisatie van het Rijk.

Hij verdeelde het in stadhoudersschappen. Na zijn door verviel het rijk door slecht bestuur en twisten, totdat het door Alexander 330 werd veroverd. Ze hadden een hoogstaande godsdienst. Ze geloofden in een strijd tussen een goede God en een boze geest(Ahriman). Men moest door goed leven de goede(Ormoezd) dienen. Zo trachten Perzen deugdzame mensen te maken. De stichter van dit geloof noemden zij Zarathoestra. het ontwikkelde zich tot een monotheistische godsdienst met verering van Zonnengod Mithra, die later oa onder Romeinen aanhangers kreeg.

Grieken
Tijdens de Soemerische stadstaten en Egypte was randgebied Kreta met koning Minos (vandaar MInoische beschaving) al ijn opkomst. Omstreeks 2000 viel een krachtig maar onbeschaafd volk binnen. Zo ontstond de Myceense beschaving rondf Mycene op de Peloponnesus. Deze Mioisch-Myceense beschaving werd omstreeks 1200 vernietigd door de Doriers(indo-germanenen) in een volksverhuizing. Na 1000 kuenen we aantal volken onderscheiden. Het hoofdvolk Spartanen bij vooral pelopponesus en Ioniers bij het midden(Ionie van giekenland) klein-azie(later atheners).

Door de vele eilanden leefden de nederzettingen vrijwel gescheiden. Een groot rijk kon dus moeilijk bestaan. Ze wisten echeter dat ze een volk waren door taal en godsdienst. De goden konden zij via orakels raadplegen. oa Hades koning van het dodenrijk Apollo Zonnegod, Zeus oppergod Athehe(minerva) godin van de wijsheid en dapperheid en Dionysus god van de wijn, waaraan vele tragedies zijn opgeboerd. Van 1000-750 waren in de griekse wereld de addelijke grondbezitters zeer machtig. Landbouw was namelijk erg belangrrijk. Toen er te weinig grond over bleef trokken velke weg en stichten kolonoien elders waarvan oa Byzantium, Napels.

Er ontstond tussen moederland en kolonien een rijke handel, waarbij ze concurrenten werden van de ZFoeniciers. Door deze handel kwam er in verschillenmden centra van de griekse wereld een ondernemersklasse op die invloed wilde in het bestuur. Het bestuur in de stadstaen was tegengesteld aan de grote rijken in het oosten waar ieder onderworpen was een een almachtig heerser. het waren allemaal republieken. In sommige was het bewind in handen van de aanzienlijke gondbezitters(aritocratie) Bij andere kregen later alle burgers stem (demos-het gehele volk) behalve de slaven en vrouwen.

De bekendste aristocratie was Sparta. het was het type van een militaire staat. Daar de Spartanen hun overheersing alleen door geweld konmden handhaven werd de opvoedong op Spataanse wijze door de overheid die ze als soldaten opleide geregeld. Geestelijk werden ze minder ontwikkeld. Sparta zou de leiding van de Peloponessus krijgen. Ook in Athene was vooreerst de addelijke gootgrondbezit van belang, maar door handel en nijverheid nam deze af, Vooral door de wetten van Solon 600 die de lasten van de boeren verlichtte kreeg de volksvergadering meer te zeggen. In volgenden tijden dronegn de perzen op. Een aantal stadstaten in Voor-Azie waren gevallen.

De koning Darius probeerde ook de rest te krijgen en in 3 veldtochten (492-490-480)van Darius zoon Xerxes tegen de Spartaanse koning Leonidas, die verloor door verradt waarna Athene werd verwoest. Door een vloot van Themistocles zou xerxes uiteindelijk op zee verslagen in 479 worden. OP zee hadden niet de Spratanen, maar de Atheners de macht en zij bevrijdde de stadsstaatjes, die de Atthische zeebond oprichte, waarna zij aan het rijuke Athene schatplichtig werden.

Onder leiding van Pericles bereikte Athene (450) haar hoogtepunt. Door zijn toedeon kregen alle Atheners gelijke rechten. Zo werd zij een dmocratie. Zijn ideaal was een Athene waar iedereen trots op zou zijn. Hij liet de Acropoilis bouwen wn het Pantheon. Algemene ontwikkeling werd op prijs gesteld. In die tijd filosofen als Socrates, PLato en Aristoteles die omstreeks 350 v chr alle onderdelen van de Griekse wetenschap tot een systeem verenigde. Vijde eeuwe was griekenlasnd middelpunt van de wereld.

Er ontstaat evenwicht tussen idealisme en realisme. In beeldhouwen komt dit naar voren door evenwcihtig natuurgetrouw weergeven en stileren. Verder hoogont vaasschilderingen en architectuur. de groeiende macht en welvaart wekte de afgunst van oa Sparta, hierdoor ontstond een hardnekkige strijd die uitmondde in de Peloponessische oorlog, (431-404)wwarin Sparta het land en Athene de zee beheerste. Door rampen en tegenspoet werd Sparta tenslotte meester op zee en moest Athene zich overgeven. De Atthische zeebond werd opgeheven.

De geest van Athene was veranderd blijkend uit het proces van Socrates. Sparta was machtigste staat geworden en begon andere steden te onderdrukken. Ze sloten zelfs een overeenkomst met de PErzen waarbij Griekse steden in Voor-Azie aan de Perzen werd gegeven. Omstreeks 370 kwmanen de Thebanen(thebe) in opstand tegenhet onoverwinnelijke Sparta en ze wonnen, maar ze konden zniet de benodigde eenheid en rust in de stadstaten brengen. Griekenland was rijp voor vreemde overheersing. ten noorden van de Olympus woonden de Macedoniers, die wel niet alls zuivere Grieken werden gezien maar toch met hun verwant waren. Hun koning Philippus(350) had zich de Griekse beschaving eigen gemaakt. Zijn zoon Alexnder kreeg les van Aristoteles.

Hij (philippus)werd een bekwaam veldheer en winst onderlinge twisten tussen grieken te gebruiken om Griekenland te overheersen. Hij onderdrukte de Grieken niet, maar liet ze hun iegen bestuur houden en riep hen op zich in Voor-Azie te verzetten tegen de Perzen. Onder aanvoering van zijn zoon zou dit gaan gebeiuren. In 330 bereikte hij zelfs Egypte waar hij Alexandrie stichtte, het middelpunt van handel en cultuur. Zelfs in Indie drong Alexander door. Langs de Indus trok hij naar Babylon(324) dat hij de Hoofdstad van zijn wereldrijk wilde maken, waarin orde en eenheid moesten heersen. hij trachtte Volken samen te smelten en trouwde zelf met een perzische prinses. in het nieuwe rijk heerste de Grieks beschaving, en het bestuur van Perzie en hij liet zich daar dan ook als een God verheerlijken.

In 323 op 32 jarige leeftijd sterft hij plotseling, waarna het Rijk uiteenvalt in verschillende kleine Rijkjes zoals Perganum, die een grijkse cultuur houden, maar een monarchistisch bestuur ipv een democratie. Zo ontstond de Hellinistische cultuur. De taal was grieks ze beston van 300 voor tot 300 na christus. Brandpunt was Athene en Pergamun, maar vooral Alexandrie met zijn bibliotheek. Vooral op het gebied van de wetenschap presteert het veel met Euclides, Archimjedes edn Ptolemaeus de sterrekundige. Zijn opvatting bleef heersen tot de 16 eeuw toen Copernicus stelde dat de zon niet om de aarde draait, maar andersom. OP het gebeid van de filosofie had je de stoicijenen en Diogenes. De hellinistische rijken zijn tenslotte veroverd door de aRomeinen, zij behielden de hellinistische beschaving en bracht ze verder naar het wetsen.



De romeinen

De Etrusken die een stamverband vormden in N-Italie(600 v chr) waren goede handelaars en zeevaarders. In midden italie boeren als de Latijnen en Sabijnnen. De Etrusken waren de concurrenten van de Cartagers. De Romeinen hebben veel van hen overgenomen oa boog gwelfbouw en godsdienst. Rond Rome dat volgens een sage in 735 door Romulus werd gesticht(was Trojaan die volgens godin na oorlog, omdat hij verloren had ergens een stad zou gaan stichten). Eerst was het een koninkrijk later 510 werd het een aristocratie van patriciers( de rest waren slaven en plebejers) onder leiding van de senaat. Onder hun toezicht bestuurden de magistraten. Deze hoge ambtenaren werden gekozen. bovenaan stonden de legeraanvoerders-consuls.



De praetoren oefenden de rechterlijke macht, de Quaestoren beheerde de financien. De sencoren benoemde senatoren. Een dictator kon in tijden van nood voor 6 maanden onbeperkte macht hebben. de lagere stand waren de plebers. Door toegenomen handel ontstond er een standenstrijd die tussen 500-300 zorgde voor wetten die op schrift werden gesteld behalve het recht om volkstribunen te benoemmen toegang tot de senaat en de staatsambten. de oorspronkelijke romeinse godsdienst ging uit van de natuurkrachten, maar ze namen de griekse mensengodsdienst over. De romeinen onderwierpen de andere italiaanse volken. In 275 kwmanen interne botsingen met griekse stadstaten in Z-Italie.



Met koning Phyrrus van Epirus werden kleine overwinningen geboekt, maar uiteindelijk werden ze verslagen. De verschillende vestigingen werden door wegen verbonden.Toen de Romeinen met hun wilskracht probeerde sicilie te veroveren kwamen ze in conflict met Cartago. Zo ontstonden de Punische oorlogen(250-200) om de heerschappij van het westelijk deel van de midelandse zee. Sicilie werd als wingewest gebruikt door Romeinen met aan het hoofd een stadhouder. Met de komst van Hnnibal toen Cartago reeds Spanje had veroverd trachtte hij via Spanje en over de Alpen Rome te bereiken. Met behulp van de Galliers versloeg hij de Romeinen bij Etrurie in 216. De romeinse veldheer Scipio wist in 201 Cartago met Hannibal te verslaan. Toen beheersden zij het westen van de middelandse zee. DE derde unische oorlog(149-146) begton na provocatie van Carthagers. De romeienen onder leiding van Cato wilden de concurrent vernietigen. In 146 viel Scipio Minor de stad binnen en verwoestte de stad totaal. Ondertussen(200) probeerde Rome ook het OOsten van de middelandse zee te veroveren.





Eerst volgde Macedonie, griekenland, Syrie en palstina en in 31 v chr viel zelfs Egypte in de handel van de Roemeinen.Dit in totaal vormde het ZRomeinse imperium. Als laatste schakels wqerden fr en belgie ingelijfd.

Deze wereldmacht vertoonde innerlijjk veel gebreken. Naast de rijke grootgrondbezzitters en hasndelaren leefde een massa doodarme mensen. De proletariers werden zoetgehouden met bspelenIn gladiatoren spelen vielen soms wel 2000 a 3000 doden). Zij die de boerenstand land een welvaart wilde gevenTiberius en Grachus vormde de volkspartij en de tegenstanders de senaatspartij. de roemeinen ;ieten het mjuiste moment om de staat te hervormen voorbijgaan.



De twee partijen zouden tenslotte bloedige burgeroorlogen voeren, waaraan de republikijnse staatsvorm aan ten onder ging. In (100) wordt het leger hervormd en mokt er een beroepsleger ipv dienstplicht met proletairiers die behalve op soldij hoopte op oorlogsbuit. Deze huurlegers konden gewillige werktuigen worden in de handen van eerzuchtige veldheren. er brak oorlog uit (90-80).tussen de consul van de proletariers Marius van de volkspartij en tussen leider van dfe senaat Sulla. Sulla (wreed regiem) won en verschafte de Senaat vele voorrechten.



Na zijn dood heerste de optimalen(hoogsten) Crassus en de veldheer Pompejus die de slavenopstand onder Spartacus begwong, samen met Julius Ceasar.(60) Ceasar nam echter door burgeroorlogen de macht over en werd alleenheerser tegenover de senaat. Hij stichtte kolonieen waar proletariers als zelfstandige boerem konden leven. De senaatspartij die vurige republiekijnen waren smede een complot en in 44 doodde Btutus de weldoener van Rome.



Er ontstond een strijd om de mact tussen veldheren waarvan Antonius, Octavus tegen Brutus en Cassius. Zij lieten oa talrijke adel(cicero) vermoorden. NMa een overwinning op brutus bestuurde Octavius het wetsen en Antonius hetb oosten. De laatste kwam onder invloed van Cleopatra en koos Alexandrie als zijn woonplaats, waar hij als een oosterse vorst leefde. In 31 v chr kwam het echter tot een botsing met octavius in een zeeslag die octavius(Augustus, de verhefene) won. Hij was alleenheerser. DE republiek was afgedaan. Het keizerrijk begon.



Egypte werd een provincie in het wereldrijk. Het keizerrijk duurde van 31 v tot 395 n christus. Augustus liet republiek formeel bestaan, maar gaf zichzelf alle belangrijke fubncties. Na een eeuw verwoestende burgeroorlogen kwam er weer een tijd van rust en vrede de Pax Romana. Handel werd bevorderd en er ontstond een romanisering van Gallie en Spanje. Die talen zijn nog steeds romaans. De literatuur bereikt in die tijd een hoogtepunt met:Vewrgillius, Horatius en Ovidius en Livius. Om de orde te bewaren wilde augustus natuurlijke grenzen voor het Rijk. Langs de rivieren lagen grensvestingen als Wenen, Mainz, Bonn, Keulen en Nijmegen.



Twee eeuwen lang heeft de gouden eeuw geduurd slechts onderbroken door door mislukkingen als Nero howel opgevoed door Seneca. Hij was de ijdelheid zelve onder hem kwamen de eerste christenvervolgingen. Nadat hij van de troon was gestoten ontsstond er onrust bij de Batavan en Joden er heersye achtereenvolgens 4 hoge functionarissen. Onder de krachtige Vespasianus (100) werden de opstandelingen bedwongen. Na de verovering van Jeruzalem door de zoon van keizere titus werden vele uit palestina weggevoers. Na een tweede opstand (125) vond de totale verstrooing of Diaspora van de Joden plaats. Onder titus bedolf de Vesuvius Pompei. In de tweede eeuw (100-200) is het rijk goed geregeerd, omdat keizers goede opvolgers kozen(adoptiekeizers). Onder Trojanus(100) grrotste uitbreiding tot aan Roemenie geromaniseed.



Na 200 jaar vreedzame tijd brak eeuw van grote verwarring aan door burgeroorlogen tussen een vijftal soldatenkeizers en door invallen van Barbaren, Germaans en Aziatisch. De provincies verarmden, maar Diocletianus herstelde de orde 300. Keizer moest op oosterse wijze aanbid worden. Ijn opvolger Constantijn de Grote 325 vergrote de macht van de keizer nog meer. Hij koos Byzantium als hoofdstad. dat naar hem Konstantinopel ging heten. Hij was despotisch, maar gaf godsdienstvrijheid aan de Christenen.(edict van Milaan). OP zijn sterfbed liet zhij zich tot Christen dopen. Zijn opvolgers behalve Julianus waren allemaal Christenen.



Theodusius verklaarde (395+) het Christendom zelfs als staatsgodsdienst en verbood heidense erediensten. Tempels werden gesloten. Met zijn dood kwam het einde van het Rijk dat werd opgedeeld onder twee zoons in afzonderlijke staten Oost en Westelijk romeins Rijk.



De romeinse cultuur had behalve het recht, tempels, aquaducten, zuilen, boogreeksen, ppaarderennen, circussen, amfitheaters, colosseum voor maasale spelen, wegen, theaters, mozaik, bruggen, villa's, paleizen, triompfbogen, steden, literatuur, handel en nijverheid voortgebracht.



India

Voor-Indie bezat omstreeks 2500 v chr in de Indusvallei een hoge cultuur. Na 2000 kwamen vanuit het Noord-Westen strijdbare indogermanen het land binnen, die grote invloed op de verdere geschiedenis hadden. Daaruit ontstond kastenstelsel krijgers, priester, kooplieden, boeren en onaaraakbaren. Van hen is ook het Hindoeisme afkomstig. Een der oudste vormen was het brahmanisme, de priesters verklaarden met in Sanskriet geschreven heilige boeken dei spraken van reincarnatie en van de hoop dat de mens uiteindelijk volledig zou worden in de wereldziel(Brahman)



Teksten als de Veda's en Unpanishaden (1000 v chr). Omstreeks 500 v chr ontstond door de prediking van Boeddha ( de tot inzicht gekomene) het boeddhisme, dat door strenge zelfbeheersing en een hoogstaande levenswijze ten slotte de eindeloze keten der werdergeboorte hoopte te doorbreken. Ze stonden milder tegenover kastenstelsel. Omstreeks 1000 nam de islam de voornaamste religie in vanuit Perzie en Afganistan. In de Gangesvallei bleef de bevolking mohammedaans. Kort na de komst Potugezen(1600) ontstond met Delhi als middelpunt nog een machtig keizerrijk, waarvan het Rijk van de Groot-Mongols de Tadj Mahal lieten bouwen.





China

OP de neoltische cultuur van Kanzu Yeng-Shao en een nog niet nauwkeurig te bepalen cultuur in Noord-Hopei volgt de legendarische Hsiadynastie(1800-1500) opgevolgd door (1500-1000) de Shang-dynastie in Noordoost-Honan die een foedale staat vestigd onder een koning met priesterlijke functies. De steden die tempelgebouwen omvatten zijn met muren versterkt. Ontwikkeld zich tekenschrift gebruikt door orakelpriesters, gebruik van strijdwagens. Herhaaldelijke verplaatsing van de residentie en strijd tegen naburige stammen. Religie; in het middelpunt staat Tao(de baan) het principe dat het geordende heelal wetmatig leidt. Eveneens wordt vereerd de verheven hemel. Natuur en vooroudergeesten; offercultus en orakel.



Van 1000-770 westelijke Choudynastyie- zuiver feodale staat in het midden het koningsland en daaromheen de domeinen van de vazallen, die weer werden begrensd door kleinere lenen. Van 770-256 Oostelijke Choudynastie. De macht van de koningen verzwakt de feodale heren worden onafhankelijker. Vorming van grote vostendommen.



UItputting door voortdurende oorlogen. Macht van de boeren en kooplieden nam toe. In 6 eeuw v chr optreden van Confucius en Lao tze. Zelfgde tijd als Boeddha. Confucius probeerde de mensheid weg te wijzen naar bezonnenheid, rechtvaardigheid en eerbied. Met als richtlijn Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. Deze zedenleer is nog steeds de grondslag van Chineesfamilieleven. De middelpunt van mystieke leer van Lao Tze: de oorsprong en de bron van al het zijnde en al het ware. De menselijke samenleving wordt bestuurd door de wijze. Omstreeks 200 v chr werd China een rijk onder een krachtige keizer die tegen aanvallen van barbaren Chinese muur liet bouwen.



Lange bloeitijd onder uitstekende keizers wisselden af met perioden van verdeeldheid en oorlog tussen provinciale goeverneurs of verwoestende invallen van krijgshaftige Mongoolse nomadenvolken uit het Westen. Deze werden altijd door de hogere cultuur van Chinezen afgetroefd. Zo was bv de kleinzoon van Djengis Chan Choeblai die lang als keizer over China regeerde en aan wiens hof Marco Polo omstreeks 1280 een 20 jaar vertoefde, reeds een man van hoge beschaving. Wetenschap, Kunst en techniek stonden op hoog peil in China (porselein, IJde, boekdrukkunst, vingerschilkderkunst en literatuur).



Amerika

De indiaanse bevolking is waarschijnlijk omstreeks 20000 v chr vanuit Azie Amerika binnengekomen. Pas betrekkelijk laat begonnen zich landbouw en nijverheid te ontwikkelen bij ontbreken van wiel ploeg en ijzerbewerking. Wel stond de bromns,zilver en gpoudbewerking op hoog niveau. En weeef en pottenbakker ook staatsorganisatie en astronomie en wiskunde was ontwikkeld te zien in hoge bouwwerken. Met ontdekking van Amerike waren er twee rijken, daarvoor meeste indianen waren jagers in stammen.



Primitieve volken in Europa

Tijdens het NEolithicum onderscheiden we vijf hoofdvolken of leiver culturen de verschillen zijn door archeologen vastgelegd in bv aardewerk. De oudste was de Donoucultuur of bandkeramiek. Waren de eerste landbouwers in Europa vestigden zich op lossgronden(3000-2000) Een andere cultuur in Zuiden.Iets later 2250 verspreiddem zich de megalitische cultuur of trechterbekercultuur. Waren in Bretagne met Minhirs en Drenthe met hunnebedden. Ze geloofden in het voortbestaan van de ziel. Stonehenge kringen en minhirs hadden alle te maken met dodencultus.



De vierde cultuur vormde de srtijdhamervolen, waren veenomaden waarschijnlijk spraken ze Indo-germaans. Vijfde en laatste klokbekercultuur. Zij waren mischien handelaren en voorlopers van kopersmeden. Mert de geleidelijke overgang naar de bronstijd (1750-1500) begon handel zijn vleugels uit te slaan en kwamen aparte vakleiden en ontstonden handelswegen, maar steden nog niet. Er werd met de Kretenzers en phoeniciers handel gedreven. (goud tin Koper) Omstreeks 800 v chr gaat de bronstijd over in de ijzertijd. En deze stof was ook rond de Middelandse zee te inden, daarom kwam Noord-west Europa weer in een uithoek te liggen. Twee culturen met een krijgshaftige adelskaste gaven de toon aan. De eerste was de Halstatt cultuur(1100-600) kenmerkend zijn de zwaarden. Vervolgens van 500-50 de La Tenecultuur.





Hun taal was Keltisch een ondergroep van de Indogermanen. Hun invloed strekte zich in 300 in heel Europa uit. Hadden grote artis-tieke gaven blijkend uit de met lijnnenspel versierde gebruiksvoorwerpen. In de laatste eeuwen ging hun macht achteruit door opkomst van de Romeinene en de Germanen. Ze hielden stand in Schotland, Wales, Bretagne en Ierland. Een groot deel van het gebied van de Germanen zou niet door de Roemeinen worden geromaniseerd. Zo konden ze tenslotte toch de romeinen vezwakken en bedreigen. Oorspronkelijk leefden ze van jacht en visserij later ook van de landbouw. Het geslacht of de familiegroep speelde bij hen een grote rol. Het bestuur bestond uit een volksvergadering, democratisch, maar soms besliste de machtige stamhoofden. Zij aanbade de natuurkrachten gepersonificeerd met de oppergod Wodan en Donar of Thor de God van de donder, Balder was de god van licht en lante. De awlkuren, Wodans dochters voerden de gevallen strijders naar het heerlijke walhalla.



primitieven in Nederland

Nederland werd al bewond voor en tijdens de Neanderthalers, behalve natuurlijk tijdens de ijstijd. Wanneer het warmer wordt en toendra plaatsmaakt voor wouden en veenmoerassen kreeg men hier 12000 de Hamburgercultuur(pijl, harpoen, hadden kano's) Omstreeks 4000 kwamen in Limburg de eerste landbouwers met Donoucultuur. Daarna de Trechterbeker, standvoetbeker en klokbeker. Van de eerste(trechter) stammen de hunnebedden. Een bealngrijke verschijnsel op het eind van de bronstijd 700 is dat men van het begraven van de doden overging op het cremeren, zo ontstaan gote urnevelden. In het Noorden wonenen 700 vredelievender volken dan de krijgshaftige kelten(graf hoofdman in Oss) Friezen kwamen rond 500 v chr op kwelders, toen tegen 300 zeespiegel steeg, bouwden ze terpen(Ezinge Dorp)



Met de komst van de Romeinen begint bij ons de geschiedenis. Zij vonden hier behalve Friezen, Tubanten en Kaninefaten langs duinen en Bataven die als bondgenoten van Roemeinen rond 15 v chr zich vestigden bij de rivieren. Engeland was tot 5000 aan vasteland gekoppeld. Nederalnd was moerassig door rivieren en zee, maar onder Augustus vestigen de Roemeinen zich voorgoed. Bataven en Kaninefaten moesten troepen leveren. Eenopstand van de Friezen in 28 n chr werd bedwongen.



Ook Bataven kwamen in opstand. Verschillende stammen sloten zich aan, doch pas nadat Vespussianus keizer was geworden werden deze streken weer tot rust gebracht. De stammen in ons land hebben veel van de Romeinen geleerd. sterkste invloed in Zuid- Limburg waar villas stonden daarnaast bouw van wegen, bruggen, kanalen, huizen kortom de aanleg van infrastructuur voor troepen en handel. Vecht was vlootbasis, later met Dorestad belangrijke handelsroute. Tot ongeveer 200 hebben invloed rustig kunnen inwerken. Dan komt echter de verzwakking van het grote rjk en ruwe Germaanse stammen, vooral Franken en Saksen beginnen invallen en rooftochten te doen. Met het verdwijenen van de Romeinse overheersing, verdwenen ook de eerste sporen van Christendom en grootste deel van de Romeinse beschaving.





DE MIDDELEEUWEN

Omstreeks 400 woonden er in Rome nog maar 5000 mensen. Oorzaken voor dit verval:

1. de uitgebreide slavernij, daarvoor was er na de eerste eeuwen geen sterke middeklasse meer. Deze zijn altijd de ruggegraat van een gezonde maatschappij.

2.het grootgrondbezit nam hand over hand toe. De vrije boeren werden meer een soort horigen, die weinig konden kopen.

3.Er was een tekort aan demokratie. De keizers stonden geen invloed van het volk toe.

4. Het leger bestond uit huurlingen steeds meer gerecruteerd uit Germaanse stammen( zo leerden ze de krijgskunst)

5.Overbevolking bij Germaans sprekende volken buiten de grenzen van het rijk en stijgend zelfbewustzijn, keken naa nieuwe ruimten.



De druk op de grenzen van het rijk werd te groot toen 375 de Hunnen een ruitervolk vanuit Azie binnendrongen en Germanen verdreven. Deze raakte op drift zo begonnen de volksverhuizingen. De Westgoten afkomstig uit Roemenie trokken plunderend via Italie naar Zijd-Frankrijk en Spanje. Het terugtrekken van de grenslegioenen 400 wat het sein voor verschillende Germaanse stammen om Gallie binnen te vallen. Vandalen trokken van Oost-Duitsland naar Cartago via Frankrijk van waaruit zij in 450 Rome plunderde. Franklen in Zuid-Nederland Belgie en N-Frankrijk. De allemannan bleven in Duitsland. Vanuit Italie en NW-Duitsland staken omstreeks 450 de Angelen en Saksen over naar Brittanie.



Ongeveer in dezelfde tijd hadden de Hunnen onder hun koning Attila dood en verderf zaaiend een machtig rijk gevormd van de RIjn tot aan de Wolga. Een uiterste inspanning van Romeinse en Germaanse troepen voorkwam zijn hegomonie over W-Europa. Na een mislukte aanval op Italier stierf hij en verdwenen de Hunnen. De formele einde van het Romeinse rijk kwam in 476 toen Odoaker keizer afzetten en zichzelf koning der Germanen in Italie noemde. Dit is het formele begin van de Middeleeuwen. De germaanse staten waren innerlijk niet sterk, vooral doordat de one=derworpen romaanse en katholieke bevolking de Germaanse overheersers minachten.



Omstreeks 500 onderwierp koning der Franken(Clovis) deel van Frankrijk en bekeerde zich tot het Christendom. IJ namen ook de taal en de zeden van de katholieken over en werden dus geromaniseerd Theodorik de Grote heerste over het Oostgotische Rijk. Onderwijl doemde er echter in het Oosten een groot gevaar: Het Oostromeinse of Byzantijnse rijk, dat zich herstelde onder keizer Justianus. Constantinopel 550 werd middelpunt van handel tussen Azie en Europa en brandpunt van wetenschap en kunst. Het zou in de miideeleeuwen een bolwerk zijn tegen aanvallen van Aziatische volken. De keizer streefde naar hertstel van het Oude rijk. Daarom stuurde hij onder leiding van Belisarius een leger naar het Westen dat na het rijk van de Vandalen met veldheer Narses ook het Oostgotsche volk overwon. Spoedig daarna kwamen de Longobaarden Italie binnen en stichten Lombardije en Midden zuid-Ityalie. De kust gebieden met Ravenna bleven aan het Byzantijnse rijk. De pau gregorius de Grote 600 wist dit volk en Angelsaksen te Romaniseren.



Islam

Tot 600 was Arabie een onbetekenend woestijnlan geweest, waar geen der veroverraars uit de oudheid zich mee bemoeid had. De bevolking was heidens en onbescaafd, men aanbad als andere natuurvolken verschillende goden. Voorqal een heilige zwarte steen, die te Mekka ingemetseld was in een gebouwtje de Kabah vond veel vereerders. Maar omstreeks 600 trad Mohammed een kameeldrijver en alter koopman uit Mekka, op als stichter van de Islam. Mohammed die op zijn handelsreizen kennis gemaakt had met Joden en Christenen en hun geodsdienst veel hoger steld dan het Arabische veelgodendom, was ervan overtuigd dat God hem tot profeet had uitverkoren. Hij verkondigde dat er een God bestaat met hijzelf als de profeet zijn leer heet de Islam(Onderwerping).



Door geregelde gebeden, vasten, mildadigheid, soberheid, reinheid, rechtvaardigheid en door bedevaart naar Mekka, maar het meest door de heilige oorlog voor uitbreiding van het geloof. De strijder behoeft voor geen gevaar te vrezen, daar het lot van de mens door Gods onveranderlijk besluit van te voren is vastgelegd. Niemand sterft voor zijn tijd. De gevallene wordt in het paradijs opgenomen. Mohammed vaond onder stadsgenoten weinig geloof en vertrok naar Medina in 622 daar breidde de Islamn zich uit. In 623 heel Arabnie Islamitisch.



Onder de Kaliefen (plaatsvervangerrs van M)

werd het rijk geweldig uitgebreid, waarmee grote gebiedn van Christendom werden geislamitiseerd oa Egypte. Op twee plaatsen werd Europa bedreigd. In konstantinopel en in Spanj. De aanval in het oosten mislukte in 717. In 732 zouden de Arabieren bij Poitiers wordeen teruggslagen door de franken. Na aanval op Spanje succes op de West-Goten. Omstreeks 750 strekte het Mosselmannenrijk zich uit van de Atlantische oceaan tot aan de Indus. In dat jaar werden de Omayaden(kaliefen) uitgeroeid door de Abbassiden. Een omayade Abderrahman ontkwam en stichtte in Spanje een onafhankelijk Rijk. Zo ontsronden twee moslimstaten. Het oosterskalifaat van Bagdad en het weters Kalifaat. Moslims waren verdraagzaam en vernietgde de Hellinisitisch-romeinse cultuur niet. Integendeel kwam periode van bloei van het Hellenisme met oosters gezicht. In de Arabische bibliotheken werden griekse werken vertaald. En op het gebied van de Wis-Schei en sterrekunde blonken zij uit, maar vooral de bouwkunst. Moskee van Cordoba- daarnaast de bloei van industrie en handel tussen Azie en Europa hadden zij het monopolie met Bagdad als middelpunt.



De karolingers

Tegenover de Arabieren stonden het Byzantijnse rijk, de Paus en het rijk van de Franken. Dit rijk was door merovingse koningen verzwakt, maar 700 wist Pipijn van het geslacht der Karolingers eenheid te herstellen. De merovingers bleven alleen in naam koning Ppijn was Hofmeier(eerste staatsdienaar). In deze tijd opkomst van de horigheid en leenstelsel. Boeren werden onafhankelijk van grootgrndbezitters(reeds in de romeinse tijd) van de villa. Horigen mochten niet elders vertrekken en moetsen hun opbrengst voor een deel inleveren. Ontstaat in die tijd wegzinking naar verarming(750). De welvaart van Europa verdween. Er bleven alleen een aantal armzalige kleine dorpjes over die nauwelijks contact met elkaar hadden. In die ongunstige tijden boden Heren (grootgrondbezitters)bescherming, maar ook de heren werden afhankelijker van hogere macht. De koning.





In oorlog met Arabieren die snelle ruiters hadden moset de koning naast het Germaanse voetvolk, edelen aan zich binden, die verplicht werden hem met hun volgelingen als ruiters te dienen. Door een eed verbonden deze vazallen zich voor hun leven aan hun leenheer, die hun weer bescherming bood. Als beloning kregen zij land, waardoor zij leenmannen werden. De grote leenmannen Graven en hertogenen gaven ook weer hun grond in leen zo ontstonden achterleenmannen. Later schonkt de koning ook ambten zoals rechtspraak. Dit is het feodale stelsel. Onder zwakke vorsten leidde dit verbrokkeling, omdat lenen erfelijk begonnen te worden.



In 751 zette Pippijn koning af en nam zelf koningstitel aan met steun van de Paus, omdat hij de Longobaarden versloegen bij Rome, waardoor de paus de kerkelijke staat terugkreeg. Er kwam een eenheid tussen hen voor de strijd tegen de heidense Germanen. Bekering betekende dat men onderdaan van de Frankische koning werd en onderwerrping betekende bekering. Het succes was de onderwerping van de Friezen, die met Saksen een bloeienderijk vormde. In die tijd was Friese wol in van de belangrijkste handelsartikelen tussen 600-800. ( In friezen veel vrije boeren Dorestadf was het voornaamste handelscentrum. Rond 1000 komen Utrecht, Tiel en Staveren op)



De kerstening begon pas in de *ste eeuw door toedoen van Angelsaksische predikers die in deeogen van de bevolking niet de handlangers van de Frankische veroverraars waren. De eerste was Willebrord.(700) die aardsbisschaop van Friezen werd en Utrecht als zetel koos en ook het Zuid-westen van Nederland bekeerde. Bonifacius ook uit Engeland zette zijn werk voort vooral in Duitslan. HGij zou later door heidense Friezen worden vermoord.754. Het oosten heeft zich het langst verzet, was onderdeel van de heidense Saskische gebieden. Pipijn werd opgevolgd door Karel de grote (768-814). Zijn staat na verovering van Saksen, Longobaarden enz kon in vele opzichten gelden als de vvortzetting van West-romeinse rijk. En in 800 werd hij door de Paus tot keizer bekroond. Hij bestuurde goed en verdeelde het land in gouwen, bestuurd door Graven, terwijl de grenzen ter beveiliging markgraven werden aangesteld. De onderworpen volken behielden in hoofdzaak hun eigen bestuur, daarnaast algemene wetten. Bijzonder hoog stelde Karel de geestelijke ontwikkeling. Geleerden en kunstenaars waren zijn protegees. Hij is in door hem gebouwde dom in Aken begraven.



De noormannen

Na karel kwam er verval, reeds onder Lodewijk de Vrome (814-840) ontstonden er twisten tussen hem en zijn zoons. Karel de kale kreeg oa deel Belgie, Lodewijk de Duitse kreeg ten oosten van de Rijn en Lotharius kreeg Nederland en Italie en de keizerskroon. Nadat hij en zijn geslacht waren uitgestorven verviel het aan het Oost-Frankenland. In respectievelijk 900 en 1000 na verdwijnen Karaolingers ontstonden er twee landen. Het romaanse Frankrijk en het Germaanse Duitsland, waaronder de Nederlanden. In deze ongunstige tijd sloegen de Noormannen toe. Tijdens Karel waagden zij dit niet, maar na zijn dood begonnen ze hun plundertochten tot diep in het binnenland. Ze hadden het gemunt op schatten inkerken en kloosters. Vooral boeren leden onder aanvallen. Ook Engeland werd door de Denen getergd. Zelfs tot aan Konstantinopel en via Rusland kwamen zij en stichten daar een rijk. De Zweden werden Russen genoemd. Slechts tegenn betaling werd Konstantinopel gespaard. Ijsland werd gekoloniseerd en onstreeks 1000 ontstonden nederzettingen op groenland en Amerika. Hun belangrijkste blijvende vestiging was Normandie. In die tijd van verwarring breidde het Christendom zich uit.



Want vele heidenen waaronder de Noormannen werden bekeerd. Niet al het zendingwqerk kwam vanuit Rome. De vorstendommen uit Rusland en de Balkan, die na de tijd van Justianus onder heerschappij van Slaven gekomen waren, werden vanuit Byzantium gekerstend(met de patriarch van Constantinopel als erkend leider en niet de paus). De oneingheid tussen de westerse Paus liep hoog op en leidde in 1050 tot een schichma tussen R.K en Grieks -Orthodxe kerk.



Het Duitse rijk en de strijd tussen de keizer en de paus

Na het uitsterven van de KArolingers was Duitsland een keizerrijk geworden, wat de koniklijke macht verzwakte en het ontstaan van allerlei staatjes in het rijk bevorderde. Otto de Grote van Saksen werd 950 na tocht tegen de Hongaren in Italie tot keizer gekroond. Sedert die tijd gold Duitsland officieel als het Heilige Roomse rijk. Het voornaamste land van de Christeneenheid. Opleving van het keizersschap leidde tot tegenstelling met de paus. Voorlopig was de keizer sterker. Hij had grote invloed op pauskeuze en benoemde bisschoppen. Zij werden een steun voor de keizer. Omstreeks 950 kwam er een tegenbeweging van Benedictijnen uit Cluncy met als doel: De toestand in de kerk verbeteren, omdat bisschoppen hun taken verzaakte.



De voornaamste paus was Gregorius VII(1073-1085). Hij kreeg gedaan dat de paus door kardinalen werd gekozen. Hij voerde celibaat in. De keizer Hendrik IV verzette zich tegen afschaffen benoemen geestelijke macht door wereldlijke macht. Zo ontstond investituurstrijd(1073-1122). Na afzetten bisscvhop kwam hij(keizer) in de banvloek. Hij kreeg absolutie van de paus, maar zou hem later met een leger uit Italie verjagen. Door de kruistochten zou macht van de paus weer groeien en in 1122 kwam het tot een vergelijk met Hendrik in het Concordaat van Worms, maar in het vervolg zou de paus bisschoppen wijden. De Kanunniken zouden bischoppen kiezen.. Keizer was de verliezer in geestelijke zaken. Onder de volgende geslacht van de Hohenstaufen laaide de srtijd weer op.



De keizer Frederik Barbarossa(1152-1190) kreeg tegen zich naast de paus ook Lombardische steden vooral Milaan, voor handel wilden zij liever een zwakke keizer. In 1175 eindigde die strijd in een compromis. De steden moesten oppergezag van keizer erkennen, maar kregen zelfbestuur. In 1190 verdronk keizer tijdens de kruistochten en in 1197 ook zijn jonge zoon. Ijn 3-jarige zoon Frederik II kreeg het Rijk met uitbreiding van Napels en Sicilie door huwlijk. Juist in di rijd stonnd aan het hoofd van de Kerk een sterke man Innicentius III. Geen paus is zo machtig geweest als hij. Onder hem verkreeg de kerk heerschappij over de staat. Nog gtoter werd zijn invloed door 4 kruistochten. Toen hij naast Westen ook Grieks-Ortoxen onder zijn geag bracht.



Na zijn dood ontpopte Frederik II zich als een der grootste vorsten van de Middeleeuwen en met zijn keizerschap 1215 begon de strijd voor de derde keer. De Hohenstaufen wist tegenstanders tegen elkaar uit te spelen. De pausen hielden zich te veel met politiek bezig en verwaarloosde geestelijkheid. Residentie van Frederik in Palermo werd middelpunt van Intellectuelen. Wegens zijn afwezigheid hadden veel rijksgenoten hem de gehoorzaamheid in Duitsland opgezegd en Willem II van Holland als tegenkoning gekozen. Frederik overleed in 1250 en Willem in 1256, maar ze stelden geen niuwe vorst aan. De leenmannenen waren nu de baas in Duitsland. In tegenstelling tot de leenmannen kon de paus niet lang van zijn overwinning genieten.



Niet meer het geheel met de keizer en de paus aan het hoofd was het bealngrijkste, maar de onderdelen afzonderlijk. Landen beginnen naar voren te komen. Waaronder Frankrijk en later Engeland. Duitsland zonk weg.



De kruistochten

Rond 1000 waren bij de mohammedanen de grote leenmannen machtige potentaten geowrden bv de sultan van Egypte. Omstreeks 1050 ontstaat turkse stam vanuit volksverhuizing de Seldsjoeken. Zij vestigen zich in gebied rond Perzie en werden heersers van het oostelijke islamitische wereldrijk.. Tegen de nog altijd zeer machtige moslimwereld richten de Chrtistenen hun tegenaanvallen. Strijd ter ere gods was in de geest van de Cluncy beweging. Er ontstonden pogingen om het heilige land te heroveren die bijna twee eeuwen zouden duren(1096-1275).



De aanleiding van de eerste tocht waren klachten over mishandeling van pelgrims door Seldsjoeken, terwijl de door hen bedreigde Byzantijnse keizer tevens om hulp vroeg. Edelen uit Frankrijk en Zuid-Nederland vormden met Normandiers uit Italie de kern van het kruisleger. Sommige wegens hungeloof anderen voor roem en rijkdom. De dappere Godfried van Bouliion kreeg grote invloed. Hij werd na de inname van Jeruzalem in 1099 hoofd van nieduwe staat. Evenenals in Europa ontstonden ook daar in de buurt leenstaatjes en al spoedig hadden ook hier edelen meer te zeggen dsan de vorst.



Bijzonder invloedrijk waren geestelijke ridderorden zoals de Johanniters en Tempeliers, waarvan de leden behalve kloostergeloften ook strijd tegen de Islam belooftden. Dde derde en vierde kruistochten waren de bealangrijkste. De derde was het gevolg van de Sultan van Egypte die in 1187 Jeruzalem innam, maar heel wat verdraagzamer was dan de ridders. Deze keer vormde Keizer Barbarossa, Filips de II van Frankrijk en Richard Leeuwenhart van Engeland een geweldige tegenmacht, waartegen de moslims niet opgewassen waren. Na het overkleiden van de keizer trokken veel Duitsers zich terug.



Ondanks de strijd kwam ook Richard terug echter zonder de bvrijding van Jerauzalem. In 1200 vond de vierde tocht plaats gepredikt door Innocentius, waarijn Venetiaanse kooplieden een belangrijk aandeel hadden. Ze moesten eerst de onttroonde Byzantijnse keizer herstellen en dan met zijn hulp Palestina bevrijden. De buit van herovering van Byzantium deed ridders aandacht verslappen. Byzantijnse rijk werd pas in 1260 hersteld met 1200-1260 van Latijnse keizerrijk onder Boudewijn van Vlaanderen, maar Turken zouden dit verzwakte rijk later weer onderwerpen. In Christenstaatjes ontstond handel met Islam waarmee kooplieden uit Pisa, Genua en Venetie rijk werden. Ook vervoer van pelgrims en kruisvaarders.



De gevolgen van de kruistochten waren:

scheen hoogtepunt van de macht van de adel, maar in werkelijkheid bleek het haar ondergang. Door het hebben van een te luxe levensstijl. De steden begonnen de vleugels uit te slaan wegens de toename van handel met andere gebieden. De welvaart onder burgerij nam toe met ontwikkeling eigenwaarde. Met behulp macht steden kon ook de andere vijand van de adel- de koning- zijn gezag versterken. In de stad hherste oredde en gezag en rechtszekerheid. Na 1250 raakt islamitische wereld in verval. Dit ten voordele van de Mongolen die in de 13 eeuw met aanvoerde Djengis Kahn een onmetelijk Rijk opbouwde van Peking tot de Donau. Omstreeks 1240 dwongen zijn opvolgers door tot Silezie. Europa werd gered door troontwisten. Ze trrokken zich terug.



In het verre oosten werd zijn kleinzoon Choeblai Chan keizer van China waarbij hij volgens Marco Polo voortreffelijk hherser was. In het nabije oosten plunderden ze Bagdad en verzwakte ze het oosters kalifaat, weliswaar kwam later het machtige Turkse rijk naar voren, dat het oosters kalifaat zou overtreffen, maar in cultureel opzicht trad verstarring in de Maansikkel en begon deze haar positie na 5000 jaar te verliezen ten bate van Europa.



Frankrijk en Engeland in de kruistochten

In Fr en engeland kwamen na de noormannen in 11 eeuw inheemse Angelsaksische vorsten aan het bewind. In Frankrijk had Hugo Capet een eind gemaakt aan de macht van de Karolingers. De gevaarlijkste leenmannen waren de hertogen van Normandie. Een van hen Willem de Veroveraar stak in 1066 over naar Engelang en onderwierp het. Na enige eeuwen versmolten fraznse taal en Angelsaksisch tot Engelse taal.



Opvolgers probeerde ten koste van Capetingers gebie in Frankrijk uit te breiden. In 1150 kwam in Normanidie het huis van Anjou aan de macht met koning Hendrik II.Onder zijn Zoon Richard en zijn opvolger Jan zonder land, ontstond krachtige tegenstand tegen Filips de II, die al zijn enbergie en het werk stelden Frankrijk onder zijn gezag te krijgen. Dit werk werd voortgezet door Lodewijk de Heilige 1250 De laaste kruisvaader. Hij ontwierp uitstekende wetten en was koning die gebied in Toulouse met katholieke ketterssekte van Albingenzen uitroeide in oorlog. Hij beknotte de macht van de adel en versterkte het gezag van de koning. Hij regeerde daarnaast modern bestuurlkichaam als de rekenkamer en koninklijke raad een soort minsterraad. Zijn regering waren voor frankrijk perioden van welvaart en hoge cultuur(gotische kathedralen).



Engeland verloor tijdens Jan zonder Land vele bezittingen in frankrijk aan Filips en kwam in conflict met de Paus die de ban uitsprak. Hij kreeg zijn gebied terug na afstaan van de leen. Na een opstand werd de koning in 1215 gedwongen de bereomde Magna Carta te ondertekenen, waarin oude rechten van edelen werden hertseld. Zo konden bevolking beschermd worden tegen de willekeur van de koning oa geen buitengewone bealstingen. In een strijd met de volgende koning kwam een vergadering van vertegenwoordigers van alle standen bijeen en zo werd de grondslag gelegd voor het Engelse parlement. In Europa was een situatie ontstaan van absolute vorsten tegenover de leenmannen en macht van de steden tegenover de adel en in de godsdienst steeds meer ketterse bewegingen.



Nederland tijdens de kruistochten.

Een eenheid vormde Nederland nog lang niet. het bestond slechts tot ver inde Middeleeuwen uit een verzameling leenstaatjes, die zich bitter weinig van hun leenheren aantrokken. Behalve Vlaanderen deze hoorde bij het Duitse Rijk. Ze spraken Frankisch, Saksisch, Franstalig of Fries. Vlaanderen en Brabant waren de belangrijkste gebieden in de middeleeuwen rond 1250. Welvarende industrie waarvan wol in Brugge en Gent was het handelscentrum van de wereld. In het noorden waren het bisdom Utrecht en Sticht het belangrijkst. Belangrijkste graven; Van Gelre dat hertogdom werd en graaf van Holland, Friesland strekte zich, nadat in 1275 West Friesland was veroverd door de graaf van Holland van Friesland en Groningen tot Duitsland en Frankrijk.



Men had er geen leenstelsel. De boeren waren vrij. Grote betekenis hadden de kloosters met hun grootgrondbezit. De latere graven van Holland breidde uit naar het oosten Utrecht en naar het Zuiden Zeeland. In die tijd veel inpolderingen georganiseerd doior boeren in gekozen watersschappen. Willem de I van Holland bevorderde dit. Willem de II van Holland werd in 1250 gekozen tot koning van Duitsland. Hij overleed na veldtocht tegen Westfriezen 1256. Zijn zoon Floris de V wreekte zijn vader eb vergrote de macht van Holland sterk.



Frankrijke en Engeland in de late Middeleeuwen.

De pogingen tot versterking van de koninklijke macht werden na Filips de II Augustus en Lodewijk de Heilige voortgezet door Filips de IV de schone (1300) onder wiens bestuur Frankrijk het toppunt van macht in de middeleeuwen bereikte. Hij trachtte zijn invloed te vergoten in Vlaanderen. In 1302 leden de Franse ridders een vernietgende nederlaag tegen de Vlaamse poorters in de Guldensporenslag bij Kortrijk, de eerste overwinning van burgers tegen ridders in de geschiedenis van Europa.



Een groot succes boekte Filips in het reeds vermelde conflict met paus Bonifacius VIII, waarbij de koning in de vergadering der Staten-Generaal door alle drie standen gesteund werd en waarin de paus een nederlaag leed. Na de dood van Bonifacius VIII. Na de dood van Bonifacius kwam de paus in vele opzichten onder invloed van de Franse koning: we wezen al op de Babylonische ballingschap. Ook nog een ander winstpunt behaal;de Filips: hij wist bij de paus te bereiken dat de machtige orde der Tempeliers werd opgeheven, zodat hij de rijke bezittingen in beslag kon nemen en bovcendien geen last meer had van deze invloedrijke leenmannen.



Zijn opvolgers brachten weer een herniewdw strijd met de koning van Engeland, de honderdjarige oorlog(1337-1453), die het ongelukkige Frankrijk tot tweemaal toe aan de rand van de ondergang bracht. Engeland kwam onder het bestuur van Eduard I 1300 en Eduard III (1327-1377) tot welvaart, de rechten van het parlement werden bevestigd en de handel ontwikkeld. Zo stond Engeland sterk in de komende strijd met Frankrijk. Eduard III bezat nog het Zuidwetsen van Frankrijk en toen niet lang na de dood van Filips de Schone het huis Capet uitstierf en een zijtak, het huis Valois, aan het bewind kwam, maakte ook hij als afstammeling van de Capetingers aanspraak op de Franse troon.



De engelsen veroverden eerst een deel van Calais bij een overwinnin bij Crecy. Frankrijk werd toen geteisterd door een geweldige boerenopstand en door de Zwarte dood. Gedurende de tweede periode leed Engeland onder woelingen en herstelde Frankrijk zich. Het derde tijdperk kenmerkte zich (1415) weer tot een verzwakking. De Engelse koning Hendrik V deed zijn intocht in Parijs. Toen kwam de beslissende ommekeer: in de eindstrijd overwon Frankrijk door Jeanne d'arc, die overtuigd was een goddelijke zensing te vervullen en het Franse leger door haar optreden wist te bezielen.



Ten slotte bleef alleen Calias in handen der Engelsen. Karel VII 91450 en zijn opvolger Lodewijk XI 1475 wisten hun gezag te versterken door het heffen van vaste belastingen buiten de toestemming van de Staten-Generaal om en door het vormen van een vast huurleger. Nog moesten zij een zware strijd voeren tegen de hertogenen van Bourgondie, maar nadat alle lenen aan de kroon getrokken waren, werd de koning bijna onbeperkt gebieder in zijn land. De tijd van het leenstelsel was in Fr voorbij. In Engeland gebuerde iets dergelijks. Na een tijd van woelingen en burgeroorlog werd de troonopvolging tussen de partijen van de Rode Roos en de Witte Roos kwam er eindelijk in 1485 met een nieuwe koning onder het huis Tudor, Hendrik VII, een tijdperk van rust.



Het overige Europa in de late middeleeuwen

Tijdens het interregnum dreigde (1256-1273) het Duitse Rijk uiteen te vallen. Er was geen centraal gezag meer, de leenmannen beschouwden zich als soeverreinen, de roofridders plaunderden naar hartelust. Gelukkig voor Duitsland werd in 1273 Rudolf van Habsburg door de zeven voornaamste vorsten(keur)tot koning gekozen. Hij hertstelde orde en wet en breidde zijn rijk uit met Oostenrijk(sindsdien het kerngebied van de Habsburgers).



In de periode daarna werd soms een niet habsburger gekozen als keizer, maar vanaf 1440-1806 tot het rijk werd betrokken bij dat van Napoleon regeerden habsburgers. Rond 1500 werd het Habsburgse huis door verbibtenissen met Bourgondiers en Spanje een wereldmacht. Aan het eind van de middeleeuwen verschuift zoals in de rest van Europa de macht naar de Duiste steden, vooral aande Ostzee.



Behalve het konkrijk Polen lag in het oosten het aan de Mongoolse schatplichtige (tot 16 eeuw)grootvorstendom Moskou. In het zuidoosten leiden het oude in 1261 herstelde Byzantijnse rijk een noodlijdend bestaan. Na de overheersing van de Mongolen herstelde de Ottomanan in dat gebied. Zij sloegen de Hongaren die de Griekse christenen te hulp kwamen kwamen en nu was het lot van Constantinopel bezegeld: In 1453 veroverden de Turken de stad. In 1525 veroverden zij onder andere: Mesopotamie, Syrie, Egypte en palestina.



De Nederlanden in de late middeleeuwen

Na de kruistochten hebben de Nederlanden nog dikwijls de invloed ondervonden van de omliggende landen, in het bijzonder van Frankrijk, Duitsland en Engeland. Dat blijkt uit de regering van Floris de Vijfde. Inde strijd tussen Engeland en Frankrijk koos hij partij voor Filips de IV. Met zijn zoon Jan I stierf in 1299 het geslacht uit Zijn neef Jan II werd opvolger en kon zijn landen slechts met moeite tegen de Vlamingen verdedigen. Onder de volgende graaf Willem III de Goede werd een overeenkomst met hun gesloten, waarbij een groot deel van Zeeland kreeg.



Zijn zoon Willem IV probeerde ook Friesland te krijgen maar verloor en sneuvelde in de slag in 1345 bij Warns. Omdat hij kinderloos was verviel Holland, Zeeland en Henegouwen aan de leenvorst de Duitse keizer Lodewijk van Beieren, die gaf ze aan zijn vrouw Margaretha van Henegouwen, die het weer aan haar zoon Willem van Beieren gaf. weldra ontstond strijd tussen beide. De hoeken meest edelen en enkelen steden steunden Margaretha, de Kabeljauwen, hoofdzakelijk een stedelijke partij hielpen Willem.



Zo onstond een burgeroorlog in heel Nederland, die overeenkwam met de strijd in anderen landen tussen stad en vorst en tussen adel. Na de krankzinnigwording Willem V kreeg zijn broer Albrecht het bestuur in handen onder hem kregen de steden meer macht. Zijn opvolger Willem VI vergrotte de gravelijke macht, maar zijn dochter raakt in moeilijkheden. In de Nederlanden was nl. een Rfans geslacht(Bourgondiers) tot grote macht gekomen. Een franse koningszoon Filips de stoute, had van zijn vader in 1363 het opengevallen herteogdom Bourgondie in leen gekregen en was door huwlijk o.a in het bezit gekomen van Vlaanderen en Artois.



Zijn zoon Jan zonder Vrees, erfde deze bezittingen en liet ze weer na aan zijn opvolger Filips de Goede(1419-1476). Deze nu, die een neef was van Jacoba van Beieren, mengde zich al spoedig in de opvolgingsoorlog, welke na Willem VI ontstond. De opvolging werd nl. aan Jacoba betwist door haar oom jan van Beieren van Luik. er ontstond weer een burgeroorlog; de Hoeksen steunden Jacoba, de kabeljauwen haar oom. Na de dood van Jan van Beieren werd haar toestand moeilijker, omdfat deze zijn aanspraken aan Filips van Bourgondie had nagelaten.



Tegen de machtige Bourgondier was Jacoba niet bestand; bij het verdrag van Delft in 1428 werd filips regent over haar landen, terwijl zij moest beloven niet te zullen huwen zonder zijn toestemming. Jacoba bleef slechts in naam gravin. Toen zij het verdrak door in het geheim te trouwen met een zeeuwse edelman dwong Filips haar van alle rechten afstand te doen en werd hij wettelijk graaf van Holland Zeeland en Henegouwen. Zijn macht vergrotte doordat Brabant en Limburg door erfenis in zijn macht waren gekomen. Filips opvolger Karel de Stoute(1467-1477) bezette ook het hertogdom van Gelre en Lotharingen. Bij zijn pogingen om ook het westen van Zwitserlan erbij te voegen werd hij verslagen. Lotharingen ging verloren. Bij een poging tot herovering sneuvelde de Bourgondier bij Nancy.



Nu dreigde het Rijk uiteen te vallen, maar Albrecht van Saksen herstelde de wanorde. Bij de vrede met Frankrijk verviel Bourgondie aan de franse koning en werd de onafhankelijkheid van Gelre gehandhaafd. In 1494 kon Filips de Schone (de eerste Habsburger) zelf het bestuur over bijna alle vroegere Bourgondische gebieden aanvaarden. Zeer belangrijk was de politiek van de Bourgondiers om de onbeperkte macht in de staat te krijgen (absolutisme) en van de vele staatjes in geheel te maken.



Filips de Goede stichtte in algemeen bestuur naar Frans model. Aan het hoofd de hertog naast hem de Grote Raad voor het bestuur van alle gewesten samen. In deze gewesten regeerden stadhouders, bijgestaan door een raad of hof. Tevens werden een rekenkamer en een opper gerechtshof

geinstalleerd. De adel schikte zich in de nieuwe toestand, omdat zij de belangrijke functies vooral zelf bezetten. de vertegenwoordigers van de bevolking in de verschillende gewesten, de Gewestelijke Staten, meestal bestaande uit vertegenwoordigers van de drie standen werden vaak samengeroepen.





Ook riep de hertog soms de afgevaardigden uit de Staten van alle gewesten bijeen, de Staten Generaal. In de stedelijke besturen kregen de (vermogende)aanzienlijke burgers in die tijd steeds meer invloed door groeiende handel. In de noordelijke Nederlanden bezaten Holland en Zeeland in de 15 eeuw al verschillende belangrijke steden. In het zuiden eerst Brugge daarna Antwerpen. Zout werd gehaald uit Zuid-Frankrijk en Portugal gehaald en na zuivering uitgevoerd naar Oostzeelanden, vanwaar graan werd ingevoerd. Daardoor bloeide oa Middelburg, Zierikzee, Hoorn,Middelburg en Amsterdam. In het Oversticht en Gelre lagen verschillende Hanzesteden. Kampen overtrof rond 1400 andere steden. Van de bloei van de Nederlanden in de latere middeleeuwen getuigen naast de gotische kerken en torens vooral in het Zuiden ook de prachtige gotische stadhuizen en woonhuizen. Maar de grote roem van de (Zuiderlijke) Nederlanden berustte in de 15eeuw vooral op de schilderkunst(Jerroen Bosch en Jan van Eyck). De inhoud van de kunst bleef geheel godsdienstig van karakter. Met de Renaissance zou dit veranderen evenals de wetenschap die vooral door de uitvinding van de boekdrukkunst omstreeks 1450 in een stroomversnelling kwam.



DE RENAISSANCE



In plaats van de middeleeuwse gedachte dat er een groot Christenrijk moest zijn onder opperheerschappij van keizer of paus, waren er nu aparte, geheel onafhankelijke staten o.a Frankrijk, Engeland de bourgondische landen en Spanje. De steden werden belangrijker en haar burgers en ook het geldbezit tegenover het grondbezit. Er kwamen rijke handelaren. De medici in Florence en de Fuggers in Augsburg. In een aantal steden kwamen die rijken tegen het vorstelijk absolutisme (en de belastingen)in verzet. Naast het afnemen van de macht van de adel nam het gezag van kerk en geestelijkheid eveneens af. Met het optreden van Luther ontstond op godsdienstig gebied de Hervorming. Door de boekddrukkunst kregen ook leken een geestelijke ontwikkeling.



Op algemeen geestelijk gebied, in het bijzonder dat van kunst en wetenschap ontstonden de Renaissance en het Humanisme. In de middeleeuwen had sterk het gevoel geheerst dat ieder mens een onderdeel was van een groter geheel, daar tegenover kwam een streven naar vrijheid voor de eigen persoonlijkheid het individualisme. Ook was voor de middeleeuwer het leven een voorbereiding van het eeuwige leven. De nieuwe opvatting gign uit van carpe diem. Met deze opvattingen kwamen ook de oude grieken en Roemeinen weer in de belangstelling. Deze Renaissance ontstond al in de 14 eeuw in Italie en verbreidde zich omstreeks 1500 over West-en Midden-Europa. In Italie hadden de



De kunst

Noordelijke steden een hoge welvaart en ontwikkeling bereikt. Als de baanbreker wordt de dichter Dante beschouwd (1300). In de bouwkunst had men genoeg van de Gotiek met haar overdadige versieringen en haar verticale lijnen. De antieke stijl kwam weer terug. In de beeldende kunst had de Middeleeuwer gestreefd naar het uitdrukken van het bovenaardse en eeuwige, waarbij hij er weinig om gaf de aardse vormen nauwkeurig weer te geven. In de Renaissance daarentegen wilde de kunstenaar de werkelijkheid zo natuurgetrouw weergeven. Dit nieuwe realisme was onder andere bij italiaaanse (Michel Angelo Leonardo Botticelli en de Vlaamse schilders te zien. Omstreeks 1500 verbreidde de Rennaissance zich over de Alpen in het bijzonder naar de welvarende stedengebieden van Zuid Duitsland de Nederlanden en Frankrijk. Over de Alpen werd ook de nieuwe bouwstijl overgenomen zoals het stadhuis van Antwerpen. De literatuur bereikte omstreeks 1600 een schitterend hoogetpunt met Shakespeare



Het humanisme

De beroemdste humanist was Erasmus. Hij bestreed onder andere in de Lof der Zotheid de dwaasheid der mensen en de godsdienstige uiterlijkheden, bijgeloof en onverdraagzaamheid. Zijn ideaal van een christelijke eenheid, waarin katholicisme en protestantisme verzoenmd zouden zijn, kon niet verwezelijkt worden en hij wekte wantrouwen van beide partijen. Zijn Engelse vriend Thomas Moore (1525) was de beroemde schrijver van Utopia, waarin hij een ideale staat schildert. De Nederlander Coornhert(1575) kwam te midden van de opgezweepte haat der godsdiensttwisten standvastig op voor verdraagzaamheid. Een radicale omkering in de omvatting van de plaats der aarde in het heelal bracht de Pool Copernicus omstreeks 1540 door zijn stelling dat de aarde niet het middelpunt is waar alle hemellichamen omheen draaien, maar slechts een planeet die om de zon cirkelt.



De ontdekkingsreizen

De toevallige ontdekking van Amerika door columbus (hij was op zoek naar weg over zee tot indie. Met de latere reizen van Magelhaes werd bewezen dat de aarde rond was) op 1492 had eigenlijk een route naar Voor Indie moeten vastleggen, maar het is niet toevallig dat juist de Portugezen een nieuwe weg om Afrika heen naar Indie gevonden hebben. ( de weg over land en viawas voor de handel te kwetsbaar) Zij zetten hun godsdienststrijd tegen de mohammedanen voort op de Noord en Westkust van Afrika en trachtten de inboorlingen tot het Christendom te bekeren. In 1486 bereikte ze de Zuidpunt van Afrika Kaap de Goede Hoop. In 1486 berekite Vasco da Gama als eerste over zee Voor Indie. Lissabon werd de stapelplaats voor de Indische waren. De Italiaanse steden werden door deze verplaatsing van de handel zwaar getroffen en verloren hun betekenis. De Nederlanders en de Engelsen profiteerden want zij vervoerden die waren uit Lissabon naar West en Noord Europa.



Ferdinand Cortez veroverde in diezelfde tijd het zilverrijke Mexico op de oorlogszuchtige Azteken die daar een aoudere cultuur hadden overgenomen en erin geslaagd waren de meest omliggende volken te onderwerpen en dienstbaar te maken aan hun afschuwlijke, talloze mensenoffers vergende godsdienst en de Maya's, die een beeldschrift hadden en astronomie bedreven . Terwijl Pizarro enige jaren later een einde maakte aan het rijk de Inka's in het goudland Peru. De hoge beschavingen deze volken werrden door de Spanjaarden geheel vernietigd.



Het doel van de Spanjaarden was om naast de verbreiding van het Christelijk geloof grondstoffen te roven. De inheemse bevolking werd gebruikt in plantages als slaven. Door uitputting dreigde de Indianen uit te sterven. Daardoor kwam men op het denkbeeld de sterkere negers voor dit zware werk te gebruiken wat leidde tot de slavenhandel en- jachten. Evenals de Indische waren uit Lissabon het geval was kwam het vervoer van de produkten uit Amerika in handen van Nederlanders en Engelsen. Antwerpen werd het centrum van de wereldhandel. Een belangrijk gevolg van de ontdekkingen was naast de verniuwende inzichten voor de wetenschap (vb Aardrijkskunde) de verbreiding van dieren en planten. In de oude wereld leerde men aardappelen, tabak, cacao, mais koffie en katoen kennen en dieren als koeien en paarden. Tenslotte was een uiterst belangrijk gevolg dat de Europese invloed en beschaving zich geleidelijk over de hele wereld ging verbreiden.





De hervorming in Duitsland

De schatten uit Amerika versterkten de invloed van de machtigste vorst in Europa, Karel V. Hij was beheerser van vele rijken. Van zijn vader Filips de Schone erfde hij de Bourgondische landen, door zijn moeder Johanna, een dochter van Ferdinand en Isabella, verwierf hij Spanje, Zuid-Italie en de Amerikaanse kolonien, terwijl hij na de dood van zijn grootvader Maximiliaan de Oosterijkse erflanden kreeg en bovendien in 1519 tot keizer van Duitsland werd gekozen. Zijn doel de vestiging van het absolutisme in al zijn landen, het herstel van de oude keizerlijke macht om de werreldheerschappij te krijgen en de handhaving van het katholieke geloof, heeft hij niet bereikt.



De tegenstand was te groot. De voornaamste tegenstanders waren:

1. De duitse landvorsten, die zich verzetten tegen zijn streven om als keizer de onbeperkte macht te verwerven.

2. De duitse hervormden, die zich kantten tegen zijn handhaving van het rooms-katholicisme.

3. Frankrijk dat ook de Europese hegomonmie nastreefde.

En de turken en de paus.

Hardnekkig was de strijd met de Franse koning Frans I. In de vier oorlogen die beide vorsten tussen 1521 en 1544 met wisselende kansen tegen elkaar voerden, werd Frans gesteund door de Turken en Karel van Gelre en soms de Paus. Ondertussen had de Turkse sultan Soleiman de Grote een aanval gedaan op Hongarije en in 1529 stonden de Turken zelfs voor Wenen, waar ze met moeite weer uit werden geslagen. Hongarije bleef grotendeels bezet tot 1700. In 1544 sloot Karel vrede van Crepy met Frans.



Karel behield grootste deel gebied en in 1543 kreeg hij door onderwerping van Gelre alle Nederlandse gewesten. Door de buitenlandse oorlogen had karel eigenlijk nooit machtig opgetreden tegen ketters. In Hervorming of Reformatie komt evenals in de Renaissance en het Humanisme een streven tot uiting naar bevrijding van Middeleeuwse banden en naar zelfstandig onderzoek. Op godsdienstig gebied en kerkelijk gebied. De misstanden in de kerk, zoals rijkdom en weelde, onwetendheid en tuchteloosheid werkten stteds meer ergernis op en wekte de spotlust van Erasmus.



Bij het volk heerste door bittere armoed als gevolg van prijsstijgingen grote onvrede. Inkomsten o.a. door aflaat (afkopen zonde) Luther begon zijn opvattingen te verkondigen. De enige werkelijke bron van de waarheid is Gods woord, de Bijbel en het goede komt alleen voort uit Gods genade. Het grote verschil met katholieken die van mening zijn dat de mens de bemiddeling nodig heeft van gods vertegenwoordiger op aarde, de priester, die deze bemiddeling verleent door de heilige handelingen of sacrementen(communie). De Hervorming breide zich uit over Duitsland en Noord-Europa.



Sommige vorsten aasten op de rijkdommen van de Kerk. Revolutionaire prostanten groepen onstonden zoals de wederdopers. Pas na de vrede met Frankrijk en Turkije (Ī1545) durfde Karel tegen ze op te treden. Na de dood van Luther brak de Schmalkaldische oorlog uit (1546-1547). Na overwinning volgde nederlaag o.a. met behulp van Frankrijk hij sloot in 1555 de Vrede van Augsburg. In dat jaar volgt zijn zoon Philps de tweede hem op in Spanje, de Italiaanse bezittingen en Nederland. Karels broer Ferdinand werd tot Keizer gekozen. Zo werd het Habsburgse bezit verdeeld onder een Spaanse en Oostenrijkse tak.



In Geneve onstond een vellere beweging tegen de Kerk Het Calvinisme. De Bijbel is volstrekt richtsnoer voor het geloof en voor het levensgedrag. De mens moet streng godsdienstig zijn en ernstig en ingetogen (zoook de kerken)leven wars van wereldse vermaken. leer van de predestinatie. tegen absolute makcht van vorsten, maar opstand alleen bij gevaar geloof. Ondertussen liet Frans de eerste in Fr schitterende kastelen bouwen. In eigen land vervolgden de koningen de protstanten, maar met behulp van machtige edelen verspreide het geloof zich toch.



hendrik VIII was overtuigd katholiek, maar toen de paus weigerde zijn huwlijk met Catherina van Aragon ongeldig te verklaren stichte hij een nieuwe kerk met hem aan het hoofd ervan. De kloosters werden opgeheven. UIt het huwlijk met zijn tweede vrouw werd Elisabeth de eerste geboren. Onder zijn zoon uit een derde huwlijk Eduard VI die hem opvolgde in 1547 werd de leer protestants, maar vele katholieke gebruiken en de bisschoppelijke structuur bleef bestaan. Protestanten die zich daar niet mee konden vinden werden puriteinen genoemd(o.a.presbyterianen).



Nederland onder Karel V

Na Filips 1 (de schone) dood opvolging door Karel (de stoute) Keizer Maximiliaan werd regent, maar benoemd zijn dochter Margaretha van oostenrijk tot voogdes en vanaf 1530 Karels zuster Maria van Hongarije. Er was veel verzet van verschillende gewesten tegen Karel, vooral Karel van Gelre gesteund door Fr. In 1543 kwamen alle gewesten onde een enkele heer (uitgezonderd Luik). Nog geen echte eenheid. Elk gewest en en elke stad had zijn bijzondere rechten. Karel zette de politiek van de Bourgondiers voort en streefde naar centralisatie en groter vorstelijk gezag. De centrale regering werd versterkt doordat sedert 1531 drie vaste raden Maria ter zijde stonden. De Raad van State bestaande uit hoge edelen, zoals stadhouders, de Raad van Financien en de Geheime Raad.



In de steden was de volksinvloed gering. De vroedschap bestaond meestal uit voorname burgers, die voor hun leven zitting hadden. Daar zij gewoonlijk ook de burgemeesters en de schepenen benoemden, werden de stedelijke besturen op den duur tot oliegargieen. Handel tapijten uit Antwerpen werd grootste handelsstad van Europa. Met Fr met wijn, Italianen met zijde en glas en Engelsen met lakens. Met de eerste beurs werd het ook het wereldhandelscentrum van de geldhandel. In Noord Nederland begon Amsterdam te groeien ten koste van Kampen. het mereldeel van de bevolking was nog erg arm en werd armer door de prijsstijgingen. In de tijd van Karel V begon de gotiek plaats te maken voor renaissance kunst.



De Nederlandse musici uit de 15e en 16e eeuw genoten vermaardheid. Antwerpen werd een brandpunt van ketterij. Karel die katholiek was vreesde onrust en vaardigde pakkaten tegen de leer uit. Na 1530 begon de revolutionaire sekte der wederdopers een grote aanhang onder de armen te krijgen. Enigszins verwand waren de doopsgezinden. Ook zij werden streng vervolgd. Het strijdbare Calvinisme met zijn hechte organisatie en zijn vastomlijnde leerstellingen was veel gevaarlijker voor de katholike regreing dan de leer van Luther.





HET TIJDPERK VAN DE CONTRA-REFORMATIE (1550-1650)

Een tijdperk waarin de kerk krachtige maatregelen nam om de invloed van de protestanten tegen te gaan. Kracgtig bestrijder van de protestanten werd de orde der jezuieten, gesticht door de Spanjaard Ignatius de loyola, die eerst krijgsman was geweest en die zijn orde op militaire leest schoeide. Vooral door hun onderwijs en hun prediking en als zendelingen in Azie en MAkerika droegen zij veel bij aan het katholicisme. Op de kunstlievende, wereldlijke pausen volgden strenge krachtige pausen. De contra-reformatie en de formatie stonden in de 16e eeuw vel tegenover elkaar. Vermaningen van mannen als Willem van Oranje en Cornhert werden in het wilde strijdrumoer overstemd.



In Duitsland behaalden de proestanten overwinningen in Fr niet. In Spanje en Portugal werd het uitgeroeid. Scandinavie werd protestants. In Noord-Nederland zou een sterke katholieke minderheid blijven bestaan. De velste bestrijder van de hervorming was Philps de II (1565-1598). Zijn politiek was in hoofdzaak dezelfde als van Karel: bestrijing van ketterij, vestiging van het absolutisme in al zijn landen en alleenheerschappij over Europa. Maar de plannen van Filpis II waren te veelomvattend en juist daardoor mislukten zij. In plaats van de opstand in de Nederlanden te bedwingen, mengde hij zich tegelijk in de Franse en Engelse aangelegenheden, waardoor hij zijn krachten versnipperden en Spanje verarmde en verzwakte.





Fr en Eng laatste helft 16e eeuw

Al spoedig na de dood van Hendrik de II, die in 1559 bij een toernooi om het leven kwam, braken in Fr tussen beide geloofsrichtingen oorlogen uit, die echter tevens een politieke strijd waren van de adel tegen de vorst. Overigens was de adel wel verdeeld. Protestanten onder leiding van de Bourbons. In 1560 werd de vrede van St Germain gesloten, waarbij de hervormden vrijheid van godsdienst, toegang tot alle staatsbetrekkingen kregen. Thans groeide de macht van de hugenoten sterk aan en de anti-Spaanse politiek werd weer opgevat onder jonge koning Karel IX. De Coligny admiraal onder hem besloot Willem van Oranje, wiens broer Lodewijk van Nassau toen een der meest geziene protestanten aan het Franse hof was, te steunen in zijn pogingen om de Nederlanden van de Spaanse overheersing te bevrijden en nam maatregelen tot een grote veldtocht in 1572.



Bang voor een te grote macht van de hugenoten en voor een oorlog met Spanje, betichte Katherina de Medici(konining moder) de hugenoten van een samenzwering waarop Karel zijn toestemming gaf tot een aanval. In de nacht van 23 op 24 augustus 1572 Bartholomeusnacht of de nacht van de Parijse Bloedbruiloft. Onder andere kwam Colingy om het leven. De hugenoten wisten zich in de daarop volgende oorlog toch te handhaven en zelfs onder hendrik III weer aan invloed te winnen.



In 1589 volgde Hendrik van Navarre Henderik IV hem op. Hij was de eerste koning uit het huis Bourbon. De katholieken, vooral in Parijs verzetten zich er tegen, en Filips II steunde hen in die strijd o.a. door Parma uit de Zuidelijde Nederlanden met een sterk leger naar Noord=frankrijk te sturen, hetgeen aan Maurits de gelegenheid bood vele steden op de vijand te veroveren. Maar Filips die in 1588 zijn plannen zag mislukken om Engeland te veroveren verloor in 1594 ook in Fr, doordat Hendrik IV katholiek werd. De vrede werd gesloten en in 1598 zegevierde de geest van de verdraagzaamheid met het Edict van Nantes. De Hugenoten kregen vrijheid van godsdienst en toegang tot staatsambten.



Terwijl Fr zich onder het bestuur van de eerste Bourbonherstelde, ontwikkelde Eng zich krachtig onder de laaste Tudor, koningin Elisabeth I. belangrijk was vooral de Industrie en scheepvaart. Oprichting van de Oost-indische compagnie ec bloei en Shakespeare en ontdekkings-en veroveringstochten. Zij hield vast aan de anglicaanse kerk, aangezien de Katholieken, die streng vervolgd werden, de Schotse Maria Stuart als wettige vorstin zagen. In 1587 zou zij na gevangenschap onthoofd worden. De paus schonk daarop de troon aan Filips, maar die strande met zijn Armada. Elisabeth werd opgevolgd door de zoon van haar tegenstandster Jacobus de 1e



De Nederlanden

Nergens heeft de botsing tussen Reformatie en contra-reformatie een fellere strijd gewoed dan hier. Onder Filips groeide ontevredenheid omdat hij buitensporig streng optrad tegen hervormden. Men wilde geen absolute vorst en het feit dat hij Spanjaard was die Nederlands noch Frans kende speelde mee. Wegens oorlog met Fr bleef Filips tot 1559 in ons land, maar na de vrede vertrok hij spoedig naar Spanje. Voor zijn vertrek regelde hij het bestuur. Aan het hoofd kwam landvoogdes Margaretha van Parma, naast haar de Raad van State en de andere 2 raden.



Formeel werden 2 edelen als stadhouders aangesteld voor de 7 provincien, maar drie vertrouwelingen van Filips: Granvelle, Viglius en Berlaymont regeerde in de praktijk. Tegenover hen kwam al snel Willem van Oranje te staan. Na het vertrek van Filips groeide de ontevredenheid, vooral omdat Nederland vooral vanuit Spanje werd aangestuurd. Vooral de hoge edelen kwamen in verzet. De kettervervolging bleef streng en ondanks verwidering van Granvelle sloten vele lagere edelen zich aan bij een verbond of compromis. En in 1566 boden 400 van hen aan Margeretha een smeekschrift aan, waarin ontheffing van de inquisitie en verzachting der ketterplakkaten werd gevraagd.



Bij deze gelegenheid onstond de scheldnaam Geuzen, die later een erenaam werd. Dit optreden van de edelen versterkte het Calvinisme. verschillende vluchtelingen keerde terug. In een vlaag van anti katholieke sentimenten brak in 1566 de beeldenstorm uit, waarbij vele prachtige kerken geschonden en kunstwerken vernield werden. Het compromis viel daardoor uiteen. De landvoogdes kreeg steun van o.a. Egmond. Het legertje van de Calvinsten werd ontslagen. Filips achte achtte een voorbeeldige bestraffinf noodzakelijk en meende tevens dat het ogenblik was gekomen om het absolutisme volledig door te voeren en de ketterij uit te roeien. Daarvoor zond hij in 1567 veldheer Alva. Tienduizenden weken uit. Vooral naar Engeland en Friesland.



Alva volgde Margaretha ook op. Hij zetten aan aantal machtige graven gevangen. De bezittingen van de Prins werden in beslag genomen.Zijn oudste zoon werd naar Spanje gevoerd. Alleen met hulp van buiten was een opstand mogelijk. Prins Willem trachtte die te geven. Hij wilde de Nederlanden op vier plaatsen aanvallen. Een slaagde. Lodewijk van Nassau drong in 1568 Grongingen binnen. Alva trad onmiddelijk streng en vastberaden op. Hij onthoofden Egmand en Hoorne en versloeg Lodewijk. Enkele maanden later kwam de hoofdaanval van Willem ten zuiden van Roermond. Alva wist hem te verslaan en de gehoopte volksopstand bleef uit. Willem was verslagen.



Alva achtte het moment daar om het koninklijk gezag te versterken door invoering van vaste belastingen zonder benodigde goedkeuring van de Staten-Generaal. O.a. 1% op alle bezit. In Alva's macht zat een zwakke plek. Hij beheerste de zee niet. Prins Willem probeerde met watergeuzen (vluchtelingen die als kapers voor de kust voeren) een aanval in te zetten. De eerste in Den Briel. Binnen een maand beheersten ze de Scheldemond en de Zuiderzee. Lodewijk van Nassau viel Bergen in Henegouwen aan. Toen ook een aanval van het Fr leger en van Willem uit Duitsland, trok Alva zijn troepen in het Zuiden samen.



Nu kon de opstand zich boven de Rivieren uitbreiden. In Holland kwamen de opstandelingen tot samenwerking in de vorm van een statenbestuur. Ze erkenden Oranje als werkelijke stadhouder en beloofden hem financiele steun. Zo leek in de zomer van 1572 de kans op bevreiding van alle Nederlanden zeer groot, maar door de Bartholomeusnacht veranderde deze toestand. Uit Fr kwam geen hulp meer. Al speodig begon de tegenaanval der Spanjaarden. Via Mechelen en de Maasover naar Gelderland. Ze plunderden en moordde Zutpen en Naarden uit. Uiteindelijk werd ook Haarlem heroverd. In 1573 werd Alkmaar belegerd, maar de bezetting en burgerij sloegen de bestormingen af en weldra verdreef Hollands machtigste bondgenoot Het water de vijand voorgoet.







Europa van 1500 Ė 1789

Alvaís systeem van geweld had geen voldoende resultaten gehad en daarom besloot hij het met gematigdheid, maar godsdienstvrijheid kwam niet in Frage. gevaarlijk was de toestand in Leiden hongersnood en pest teisterden de stad. De dijken van de nieuwe maas en ijsel waren doorgestoken. Een geuzenvloot onder boiset volgde het water en kon de stad ontzetten. De stad krijgt zijn universiteit een jaar later. In 1576 werd de toestand weer kritiek toen ze Zierikzee wisten te overmeesteren, maar onder de troepen brak muiterij uit. mensen verlieten hun plaats waar vooral in het schatrijke Antwerpen door Spaanse furie werd huisgehouden. In het zuiden riep willem een algemene verzet op. Hij trad met de te Brussel bijeengekomen staten generaal in verbinding en bracht de pacificatie van Gent tot stand 1576:

-Ze zouden samen proberen de Spanjaarden te verwijderen

-volledige staten generaal bijeengeroepen worden en

-de ketterplakaten zouden geschorst worden



Het doel van een verenigd Nederlandse van Willem was vrede tussen protestantse en de katholieke bereiken. De opvolger van reguneus als landvoogd. Philips.halfbroer Don Juan wilde zijn troepen wegzenden, maar inzake godsdienst wil de koning niet toegegeven. Haalt voorlopig succes want de katholieke gewesten sloten zich bij hem aan en liet Holland en Zeeland in de steek. Het calvinisme nam sterk in kracht toe. Don Juan werd na zijn dood opgevolgd in 1578 door de hertog van Parma een zoon van landvoogdes Margaretha. Zijn plan was de katholieke door toegegevendheid te winnen. Doch met kracht op te treden tegen het calvinisme en op deze wijze het samengaan van alle Nederlanderen onmogelijk te maken.



Er was succes met unie van Utrecht tussen Artois en Henegouwen met als doel de voorwaarde van de pacificatie en dus ook het katholicisme te handhaven. Ongeveer gelijk sloten de meeste noordelijke provincies en grote steden in zuidelijke Nederlanden de unie van Utrecht bedoeld als nauwer militair bondgenootschap. Een probleem was het ontbreken van een krachtig centraal gezag . Beslissingen met eenstemmigheid en godsdienstvrijheid. Parma wist in het zuiden veel steden te veroveren.



1580 sprak Philips de ban uit over de prins. 1581 verklaarde de staten generaal in Den Haag Philips vervallen van de regering. Er was een opvolger gevonden in Frans van Anjou broer van de Franse koning Hendrik de derde. Na mislukte pogingen om zijn macht te vergroten onder andere door bezetting Antwerpen besloten staten van Holland om prins Willem ondertitel van graaf tot soeverein gewest te kiezen. maar dit plan werd verijdeld door moord 1584 door Balthazar gerards. Zijn zoon werd toen zeventien jaar oud benoemd tot stadhouder van Holland Zeeland later Utrecht Gelderland en Overijssel een zoon van Jan de oude in Friesland.



In1585 toen er geen hulp kwam van Frankrijk of Engeland veroverde Parma Antwerpen. de opstandelingen besloten nu tot blokkering Antwerpen van de zee af zodat het als wereldhandelsstad te gronde ging en Amsterdam deze rol overnam. Omdat Engeland niet heel Nederland weer onder Spaans gezag wilde, sloot Elisabeth de eerste in 1585 een overeenkomst voor hulptroepen. De graaf Leicster werd door de staten als landvoogd benoemd. Hij bereikte weinig tegen Parma. Het verzet tegen een hem ,hij was een sterke calvinist vooral geleid door landsadvocaat Johan van onder Barneveld werd groter toen hij op last van Elisabeth met het voorstel kwam om vrede te sluiten met Spanje.



Na mislukte poging om als Anjou zijn positie met geweld te versterken was zijn rol uitgespeeld. De staten moesten alleen verder. Zo werd door de dwang deer omstandigheden de republiek ter verenigde Nederlanden gevestigd in 1588. De toestand van de jonge republiek was in het begin van 1588 heel droevig. Philips probeerde de rest van West-Europa te krijgen en de ketterij uit te roeien. in Armada van 1588 probeerde hij Engeland te overwinnen maar deze werd door Hollanders en Engelsen tegengehouden bij Duinkerken. Ze leden grote verliezen. Oldebarneveld onderhield goede verhoudingen met Engeland en Frankrijk. Hij regelde financieren in staten generaal goed. Maurits en Willem l leidde het leger. In 1590 begin van de successieoorlog.



In 1594 innemen van Groningen en de rest. In 1596 drievoudig politiek verbond met Engeland en Frankrijk. Beiden erkende de republiek. Van zeer grote betekenis. Tevens een doorslaand bewijs van energie nieuwe republiek waren de ontdekkingsreizen en vestiging van het Nederlands gezag in IndiŽ. In 1600 met muiterij Spanjaarden trokken maurits in Vlaanderen tot Nieuwpoort. Na zware strijd wel een overwinning. In 1602 twaalfjarig bestand. Behoud van gebieden, wederzijds erkenning van de republiek.



De Nederlanden waren in opstand gekomen tegen absolutisme en de centralisatie van Philips. Daardoor gezag van opperste macht naar gewesten met adel en burgerij. Pas onder Karel de vijfde samenvoeging van de gewesten. Mensen voelen zich nog Vries of Hollander et cetera. Binnenlands bestuur bij gewesten. Buitenlandse zaken en defensie bij staten generaal .7 gewesten in totaal. In gewesten regeerden stadhouder ambtenaar benoemd door gewest. De Hollander van Oranje had veel invloed en soms monarchistische neigingen die tot conflicten leiden met republikeins gezinde regenten. Stadsregering bij vroedschap die zitting hadden voor het leven. Die stelde burgemeester en schepenen aan voor rechtspraak. Nauwelijks volks invloed.



Tijdens bestand godsdienst geschillen, tegenstellingen tussen stadhouder en regenten. Strenge calvinisten stonden tegenover vrijzinnigen en Armenianen. Hadden in Holland de meerderheid. Zij wilden macht van regering over de kerk (remonstranten). De legeraanvoerder Maurits had zich afzijdig gehouden, maar toen hij voor staten generaal moest ingrijpen koos hij de kant van contra remonstranten. Van Oldebarneveld probeerde de steden invloed te laten vergroten. In dispuut moest leger niet naar Maurits luisteren. De staten generaal gaf Maurits rechten om krachtig op te treden en van onder Barneveld werd gevangen gezet en terechtgesteld. strenge vervolging van remonstranten volgden.



In 1618 in Dordrecht nationale synode die de leer veroordeelde een geloofsbelijdenis in streng calvinistische geest vaststelde en tot een bijbelvertaling besloot die nog steeds wordt. De staten bijbel. Maurits was machtig stadhouder geworden maar bemoeide zich weinig met politiek, zodat regenten macht konden terugwinnen. De contra reformatie in Duitsland. De dertigjarige oorlog. Eind 16e eeuw begon contra reformatie krachtig op te treden o.l.v. jezuÔeten onder andere in Beieren geheel teruggedrongen. De oorlog van 1618 tot 1648 was niet enkel godsdienstoorlog maar ook het verzet van landvorsten tegen de nu weer herhaalde poging van De keyser het absolutÔsme door te drijven in 1625 krijgen protestanten hulp van de Deense koning die werd gesteund door Nederland, Engeland en Frankrijk, maar hij verloor. Na intriges moest winnaar Tilly veldheer alsnog het veld ruimen en kwam nieuwe kampioen hervorming Zweedse koning Gustaaf Adolf, die wilde ook invloed Noord Duitsland vanwege havens. Hij versloeg leger ook in Zuid Duitsland.



In 1632 slag bij Luben. Wint Adolf maar hij sneuvelt, Duitsland leed erg onder plunderingen en moorden van huur troepen. Daarom verbond in 1635 tussen keizer en vorsten. Nederland Frankrijk en Zweden bleven Duitsland binnenvallen en Duitsland leed zware nederlagen. Dit leidde in 16 48 tot de vrede van West-Falen. Het einde van dertigjarige en tachtigjarige oorlog. Frankrijk en Zweden kregen delen van Duitsland. Nederland officieel onafhankelijk van het Duitse rijk. Duitse vorsten werden soeverein over hun gebieden en recht op godsdienstvrijheid voor calvinisten en Lutheranen. Het Habsburgse huis had zowel in Spanje als in Duitsland veel verloren. Frankrijk en Zweden in het noorden sterk. Nederland kon nu machtige positie verwerven met handel.



Absolutisme in Engeland en Frankrijk in de zeventiende eeuw. Op het tijdperk Elisabeth 1 volgden tijd van onrust en burgeroorlogen onder vorsten uit het huis stuart. Omdat zij absolute macht nastreefden kwamen ze in conflict met het parlement. De welvaart van de burgers was toegenomen. In 1603 werd Jacobus de eerste koning, zoon van Maria Stuart, was al koning van Schotland. Hij voelde zich vorst bij de gratie Gods. Rechten parlement slechts gunst van de koning en hij hield vast aan leiding van de anglicaanse kerk. Hij benoemde bisschoppen. Veel puriteinen de de pelgrim vaders verlieten Engeland voor Noord-Amerika. Hij ontbond het parlement voor zeven jaar.



Zijn zoon Karel de eerste zorgde voor voortzetting strijd die tot burgeroorlog zou leiden. 1628 parlement biedt hem Petition of Rights aan met onder andere geen belasting zonder toestemming parlement. In 1642 burgeroorlog. Oliver cromwell leidde leger van het parlement de independenten. Zij wisten de Caveliers van de koning te verslaan bij naseby in 1645. Karel vluchtte naar de Schotten die hem echter uitleverden. Het independent parlement veroordeelde Karel De Eerste via rechtbank in 1649 ter dood. Daarna volgden het uitroepen van de republiek. Cromwell regeerde met sterke hand. Toen het parlement zich tegen hem verzetten werd het in 1653 ontbonden. Wel vrijheid van godsdienst. In 1652 tot 1654 oorlog met de Nederlandse republiek als concurrent op zee. In 1658 stierf Cromwell en werd Karel de tweede in 1660 uit ballingschap teruggeroepen en koning. In Frankrijk werd in dezelfde tijd absolutisme succesvol. Er was nog geen machtige burgerij slechts adel. In 1624 werd kardinaal richelieu eerste minister. Hij wilde absolute gezag koning voltooien en ontnam hugenoten veiligheidsplaatsen. Hoge adel moest zich onderwerpen. Hij streed tegen- Habsurgers. Matzarin volgden hem op. Lodewijk de veertiende was minderjarig. In de strijd met Habsburgers haalde matzarin grote successen.



Het tijdperk van de tachtigjarige oorlog was voor ons land van grote betekenis, omdat toen de republiek de verenigde Nederlander een grote mogendheid werd. In 1621 werd de West Indische compagnie opgericht. In 1632 ondernam opvolger van Maurits, Frederik Hendrik een veldtocht langs Maes, waaronder Venlo en Maastricht veroverd werden. De krachtige pogingen van Spaanse en keizerlijke zeide om de laatste stad te ontzetten mislukte geheel. Roermond en Venlo gingen later weer verloren. Ter zee trachten Spanjaarden positie te versterken door armada naar de Nederlander te sturen, doch deze werd in 1639 door admiraal Maarten Tromp op de rede van duns vernietigd. Spanje ging naar vrede verlangen. Zuidelijke Nederlanden raakte in verval. Het gezag van opvolger van Hendrik, Willem de tweede was nog niet groot, zodat republiek in 16 48 een afzonderlijke vrede te munster besloot met Spanje. Spanje erkende onafhankelijkheid republiek. De zuidelijke Nederlanden bleven Spaanse.



De gouden eeuw:

de gunstige economische ontwikkeling berustte vooral op handel en scheepvaart. Veel handel met kleine AziŽ in het nabije Oosten. Veel piraterij door zeerovers in Middelandse Zee. Op verschillende manieren werd geprobeerd IndiŽ te bereiken. Bekend is de tocht van Willem Barnes die in 1596 strande op Nova Zembla. Belangrijk was de vestiging van de Nederlanders op de kaap de goede hoop in 1667. De verkoop van nieuw Amsterdam New York voor Suriname van de Engelsen. De West Indische compagnie behaalde in 1628 groot succes met de verovering van de Spaanse zilvervloot door Piet Hein. jan Pieterszoon Koen eerste gouverneur IndiŽ.



Ook een Noorse compagnie hield zich bezig met walvisvaart. in 1600 had Amsterdam 50.000 inwoners in 1660 200.000 inwoners daarom ontstonden de grachtengordels. Mokum grootste handelsstad van de wereld. De industrie was niet meer ontwikkeld behalve leiden samen met Lyon textielindustrie. Door groei en ontwikkeling steden meer grond platteland een cultuur door droogmakerijen. Andersdenkenden remonstranten werden gedoogd. Met economische ontwikkeling culturele bloei universiteiten voor burgerij. Op platteland nog steeds armoede en analfabetisme. Grote wetenschappers Christiaan Huygens Antoni van Leeuwenhoek ontdekker bacteriŽn in de schilderkunst en ontwikkeling recht.



De barok

in de tweede helft van de zestiende eeuw ontwikkelde de kunst zich van de renaissance tot barok zich over groot deel van Europa uit. Was vooral uiting van macht en grootheid van de rooms-katholieke kerk en van de absolute vorsten. Daarom minder in protestantse landen. Zij voelden zich vertegenwoordigers van God op aarde. Sterk op effecten berekend groots en imponerend. Ook in de mode overdaad. Twee hoofdrichtingen ItaliŽ Spanjer zuidelijke Nederlanden in Zuid Duitsland (drukke beweging)2 barok Frankrijk classisistisch. In ItaliŽ grootmeester bernini van het Sint Pietersplein. Vanuit barok ontstond pompeuse Louis de veertiende stijl. In Frankrijk hoogbloei Franse cultuur met MoliŤre en fabels van Lafontaine. In zuidelijke Nederlanden was bloei zeventiende eeuw teneinde door Spaanse overheersing hoogtepunt met Rubens in 1625. Duitsland bleven na de culturele bloei van de renaissance in 1550 tot 1700 achter bij West-Europa onder andere door verdeeldheid vorsten en zwakke keizer en de dertigjarige oorlog. Slot apotheose barok in Zuid Duitsland in de achttiende eeuw met katholieke kerk en kloosters.



Het tijdperk lodewijk de veertiende

gedurende zijn bewind werd Frankrijk het machtigste land van Europa onder andere door innerlijke kracht een goede orde van zijn land en door de verzwakking van het Habsburgse huis. Spanjer door tachtigjarige oorlog en Duitsland door dertigjarige oorlog. Oostenrijk werd in die tijd door Turken bedreigd. Engeland pas door burgeroorlog geteisterd kwam bovendien tijdens Karel de tweede spoedig onder invloed van Lodewijk de veertiende. Alleen ons land kon weerstand bieden. Lodewijk zag zich als plaatsvervanger van God en alleen aan hen verantwoording schuldig. Een van zijn belangrijkste adviseurs was Colbert. Hij ging uit van mening dat de rijkdom van een staat berust op de aanwezige hoeveelheid edelmetaal, omdat de regering alleen met geld instaat was om met huurlegers macht te vergroten==.mercantilisme



hij trachtte dit doel te bereiken door invoerrechten, exportindustrie, aanleg wegen en kanalen om het vervoer van grondstoffen en producten te ver gemakkelijken en kolonieen. Maatregelen tegen republiek die groot deel handel in handen hadden. In de tijd van le grand siecle veel kunst en wetenschap. Frankrijk werd toonaangevend. Op het platteland nog armoede en vertrek van veel hugenoten, waaronder fabrikanten en kooplui die niet zwichten onder geweld tot bekering naar rooms-katholieke en door opheffing Edict van nantes in 1685 verliezen ze al hun rechten. Het eind van zijn bewind liet hij vooral kleine zeer rijke elite achter en arme massa.



De republiek van 1648 tot 1672

Willem de tweede was tegen de vrede geweest omdat hij geen krijgers roem kon behalen. onenigheid tussen de straten leiden in 1650 tot staatsgreep Willem de tweede. Hij liet 6 regenten gevangen zetten en probeerde tevergeefs Amsterdam te belegeren. Toen Willem een paar maanden later overleed besloten de meeste gewesten zijn zoon Willem niet tot stadhouder te benoemen, maar zelf het bestuur te nemen. Stadhoudersloos bewind van 1650 tot 1672. Het leger ging door het ontbreken van generaal achteruit. Kwam slecht uit. Engeland probeerde naar het eind van de burgeroorlog handel over te nemen in 1652 oorlog. Tromp de Wit en de Ruiter belangrijkste admiraals van die tijd. Engelse sloot was moderner en groter. In 1654 vrede van Westminster. Ook in noorden strubbelingen met Zweden. Oostzee gebied in 1658 overwinning. In 1664 weer problemen met Engeland vanwege bezettingen aan de kust van guini leiden tot nieuwe oorlog van 1665 tot 1667 met wisselende successen. Onder andere doortocht van de Wit naar Thames waar oorlogsschepen werden geblokkeerd en gebombardeerd



Lodewijk maakte na de dood van zijn schoonvader Philips aanspraak op deel erfenis en bezette deel zuidelijke Nederlanden. Daartegen kwam een alliantie in 1668 van Engeland, de republiek en Zweden. Uiteindelijk mocht hij een klein gebied houden. In 1670 besloot lichtzinnige koning Karel de tweede in geheim verdrag van Dover met Lodewijk tot aanval op de republiek. Zweden werd omgekocht en een aantal Duitse vorsten deden mee. Johan de Wit leidde de republiek van 1653 tot 1672. Aanval was gecombineerd. Prins Willem werd voor een veldtocht tot generaal benoemd. Nederland scheen verloren, maar door energieke ingrijpen van Jan de Wit waren verschillende dijken doorgestoken.



Prins Willem trok zich achter deze Hollandse waterlinie terug en versterkte zich. Aan de zijkant beveiligde vloot onder leiding van de Ruiter Nederland onder andere door overwinning bij solebay. In Zeeuws Vlaanderen werd een aanval afgeslagen. Het volk gaf De Wit de schuld en Oranje werd sterker en regenten werden gedwongen om Willem toch weer als stadhouder te benoemen. De gebroeders de Wit werden vermoord en staatsgezinde regenten werden vervangen door Oranje mannen. In 1673 verbeteringen doordat het Spanje en de Duitse keizer de grote macht van Louis vreesden en daarom een verbond sluiten met de republiek.



Tenslotte wist Willem de derde met hulp Bonn te veroveren, waardoor het Franse leger in de rug werd bedreigd. In de heroverde provincies Utrecht Gelderland en Overijssel kreeg hij overwegende invloed. Frankrijk moest het zonder bondgenoten stellen. Na 1673 werd oorlog nog gevoerd in de zuidelijke Nederlanden. Willem trachtte nog Engeland in een coalitie te betrekken en huwde daarom met Maria en nicht van Karel. Het plan lukte niet. In 1678 vrede van Nijmegen. Bezet gebied waaronder Maastricht werd teruggegeven.



Het Europees evenwicht van 1678 tot 1713

Willem de derde zijn levensdoel was Europa te beschermen tegen Franse veroveringszucht. In 1685 twee gebeurtenissen die voor protestanten ongerustheid opleverde: 1. opheffing edict van Nantes en opvolgen in Engeland van Karel de tweede door katholieke broer Jacobus de tweede. Toen deze zoon kreeg kon zijn protestantse dochter Maria die met Willem getrouwd was geen koningin meer worden en zou Engeland in Franse katholieke invloedssfeer komen,. Dit zou het evenwicht in Europa verstoren. Willem stak in 1688 over naar Engeland, waar zijn schoonvader vluchtte. In 1689 werden Willem en Maria tot koningin en koning uitgeroepen, terwijl tevens in de declaration of rights de rechten van het parlement werden vastgesteld.



The glorious revolution. Jacobus de tweede probeerde het katholieke Ierland te herwinnen, maar werd daar door Willem de derde volledige verslagen in de slag om de Boyne. Van 1688 tot 1697 9-jarige oorlog van Engeland Spanje Duitsland en republiek tegen Frankrijk. Beide partijen raken uitgeput. Terwijl tevens Spaanse opvolging tot spoed aanmaanden zodat in 1697 vrede van Rijswijk werd getekend. Willem de derde als koning Engeland erkent. Doordat zowel Frankrijk als Duitsland aanspraak maakte op opvolging van Habsburgse Spanje en daarmee het evenwicht in gevaar kwam was vrede van korte duur. Zo ontstond Spaanse successieoorlog van 1701 tot 1713. Willem de derde stierf kort daarna. Zij schoonzuster Anna nam roer over in Engeland en in republiek weer regenten stadhouderloos van 1702 tot 1747. In Engeland kwamen tories die voor vrede met Frankrijk waren. In 1713 vrede van Utrecht. Philips de vijfde kreeg Spanje en koloniŽn. Oostenrijk zuidelijke Nederlanden en Engeland onder andere Gibraltar. Engeland had zijn zeemacht vergroot en de republiek was innerlijk verzwakt geraakt.



Het Oostzee gebied

bij het sluiten van de Westfaalse vrede was Zweden tweede machtigste staat. Rusland had nog geen betekenis. Polen had grote omvang, maar was innerlijk verzwakt. Duitsland was door tachtigjarige oorlog verzwakt en strijd met Turken en Frankrijk. Een Duitse staat begon echter langzamerhand sterker te worden: Brandenburg de vorst wist de koningstitel te verwerven door de steun te verlenen in Spaanse successieoorlog. Zo werd Brandenburg koninkrijk van Pruisen. Omstreeks 1700 nam onder het bestuur van Peter de grote Rusland in betekenis toe.Hij begreep de belangrijkheid van de zee. Hij wilde vloot scheppen.



Daarnaast wijzigingen van kerkbestuur en staat. Aan de edelen en geestelijken werd macht ontnomen en hij werd hoofd van de Griekse orthodoxe kerk. Peter de grote liet zijn opstandige zoon vermoorden. In 1697 begon Peter de slag om de Oostzee met Zweden tegen de nieuwe koning van Zweden Karel de twaalfde. In grote Noorse oorlog van 1700 tot 1721 won hij eerst en veroverde een deel van Polen. De Zweed trachtte met behulp van kozakken hoofdman in het hart van Rusland door te dringen doch werd in 1709 verslagen. Na een mislukte aanval op Noorwegen moest de uitgeputte Zweed verschillende vrede sluiten. Rusland nam met vrede van nystadt de leidende positie over



de achttiende eeuw

door de grote oorlogen eind zeventiende en begin achttiende eeuw was de politieke constellatie in Europa sterk veranderd. Vooral de Oostenrijkse Habsburgers hadden een machtige positie verworven door de Spaanse successieoorlog en door de succesvolle strijd met het Turkse rijk. Belegering van Wenen in 1529 nog een poging in 1683. Sindsdien gingen de Turker achteruit en moesten zij Hongarije SloveniŽ en KroatiŽ ontruimen bij vrede van Belgrado in 1739. Karel de zesde moest ItaliŽ prijsgeven. Hij wenste tevergeefs met zogenaamde pragmatieke sanctie opvolging van zijn dochter Maria Theresia in alle delen van zijn rijk veilig te stellen. Hij moest sanctie kopen.



Toen hij stierf brak er toch weer een Oostenrijkse successieoorlog uit die een jaar duurde vanaf 1747. Gevaarlijkste tegenstander Maria was Pruisen met koning Willem de eerste. Om de staat sterk te maken zorgde hij voor een groot en gedisciplineerd leger en streefde naar zuinigheid en ordelijke FinanciŽn. Maria die ook door de Frankrijk en Spanjer werd aangevallen, de Engelse en republiek steunde haar, kon zich met moeite handhaven. Met hulp Hongaren hield zijn stand. Hevige strijd in Duitsland en zuidelijke Nederlanden. De oorlog eindigt met vrede van aken 1748.



In de de opkomst van Pruisen bracht omkering in de bestaande bondgenootschappen. Na lang vijandschap bondgenootschap Oostenrijk en Frankrijk. Ook bondgenootschap Engeland en Pruisen. Koning van Engeland was ook keurvorst van Hannover en wilde Pruisen te vriend houden. In 1756 7- jarige oorlog waardoor Pruisen met de ondergang werd bedreigd. Door vijanden omringd. Opvolger Russische troon Peter de derde was bewonderaar van Frederik en sloot vrede. Pruizen behield selezie. Engeland, dat zijn tegenstanders op zee verslagen had en in de kolonien had gewonnen werd een van de belangrijkste koloniale mogendheden. Tot 1795 verdere opdeling Poolse rijk en helemaal van de kaart verdwenen in 1795.



Eťn van de belangrijkste ontwikkelingen in moderne geschiedenis is het bestaan van een groot Brits koloniaal rijk in de achttiende eeuw. Bij de dood van Willem de derde was zijn schoonzus Anna hem opgevolgd. Toen zij stierf in 1714 werd een verre bloedverwant, de keurvorst van Hannover George de eerste, koning van Engeland. Deze was geen krachtige vorst en daardoor konden macht van het hoger en Lagerhuis toenemen. In de rest van Europa absolutisme. Zowel in voor IndiŽ als in Noord-Amerika hadden Engeland en Fransen koloniŽn. Leidde tot veel botsingen. Sedert Elisabeth hadden uitgeweken puriteinen en later katholieke en kwekers verschillende nederzettingen gebouwd.



De Fransen hadden uitgebreide bezittingen in Canada en Louisiana. Zevenjarig oorlog om bezittingen. Bij vrede van Parijs in 1763 verloor Frankrijk haar bezittingen. Was een kostbare oorlog geweest. George de derde wilde het parlement en koloniŽn voor kosten laten opdraaien. Reeds verzet in Amerikaanse oostkust. Ontvlamt doordat aantal inwoners uit Boston uit protest de belastingen lading in zee wilde gooien en Engeland dit wilde bestraffen. Zo begon Amerikaanse vrijheidsoorlog in 1773 o.l.v. George Washington.



Op 4 juli verklaren dertien staten zich onafhankelijk. Verklaring door Thomas Jefferson opgesteld. Uitspraak tegen absolutisme. Sterke stem uit Frankrijk door Amerikaanse gezant benjamin Franklin. Ook Spanje en republiek tegen Engeland. In 1781 capituleren Engeland bij yorktown erkende bij vrede van Versailles Verenigde Staten in 1783. Instelling van een republiek met president en democratisch bestuur senaat en huis van afgevaardigden. Het congres wetgevende macht. In voor-IndiŽ vergrootte Engeland intussen wel invloed onder andere AustraliŽ. Engeland handelt veel op Noord-Amerika. Nog sterkere ontwikkeling in de industrie doorgroeiende welvaart minder klasse. Meer vraag naar onder andere textiel. Leidde tot de uitvinding van de spinmachine. In fabrieken samengebracht werkte vrouwen en kinderen. Door grond onteigening enclousers kwamen er veel arbeidskrachten vrij. In 1770 ontwikkeling stoommachine door James watt. Zo begon in de achttiende eeuw de overgang van Engeland van agrarisch land tot handel en industrie staat, welke in de negentiende eeuw werd voortgezet en uitgebouwd.



De verlichting

cultuurgeschiedenis van Europa tussen 1500 en 1800. Drie perioden Renaissance streven naar vrijheid en individualisme. Twee de barok van 1550 tot 1700 meer erkenning gezag autoriteiten, mengeling vooral deductief tewerk. Dat wil zeggen dat men juist enige grondbeginselen als onbetwijfelbare axioma's opstelden en daaruit alle verdere beginselen afleiden. Drie de verlichting van 1700 tot 1775. Opnieuw leidende beginselen van renaissance naarvoren vrijheid individualisme, eninductieve empirische geest. Gezag van de oudheid was wel minder. Ook wel perioden van rationalisme.



Daarna verschuiving naar het gevoel. Op godsdiensti gebied was de zestiende eeuw begonnen met het zoeken naar nieuwe wegen, maar in de zeventiende eeuw waren de hervormingsbewegingen verstart in officiŽle staatskerken. Omstreeks 1700 kwam er zoals bij locke kritiek op de bestaande godsdienstige opvattingen. Tegenover de orthodoxie, die overtuigd is van de zonde van de mens begon de opvatting te groeien dat de mens met zijn rede als grondslag tot een deugdzaam leven kan komen. In die tijd al atheÔsten die Gods bestaan ontkenden. Invloedrijke figuren als Diderot de hoofdredacteur van de encyclopedie. In de loop van de achttiende eeuw verbreidde de verlichting zich steeds meer onder ontwikkelde burgerij.



Ook door publicatie encyclopedie. Ook de vrijmetselaars beweging kreeg grote invloed. De mensheid maakt voortdurende vooruitgang in menselijkheid en deugd. Daarom begon mens ook meer waarde te hechten aan opvoeding en onderwijs. Op politiek gebied was Engeland het voorbeeld. De parlementaire democratie. Montesquieu die twee jaar in Engeland had doorgebracht schreef onder andere het werk lťsprit de corps waarin hij betoogt dat de wetten een uitvloeisel behoren te zijn van het volkskarakter. Veel grotere invloed heeft Voltaire gehad. Krachtig bestreed hij het absolutisme en de kerk. Rousseau profeet nieuwe maatschappij. Streven naar natuurlijkheid en eenvoud sterk naar voren. Tijdens de Franse revolutie heeft men getracht verschillende ideeŽn van hen in praktijk te brengen en wetten vast te leggen.



In de 17 eeuw hadden economen vastgehouden aan mercantilisme . Maar in de achttiende eeuw was het Adam Smith die verkondigde dat alle arbeid die de waarde der goederen verhoogd productief is zowel in landbouw als industrie. Daartoe is voor alles vrijheid in bedrijfsleven noodzakelijk. Geen belemmeringen en tol. Verschillende vorsten probeerden moderne denkbeelden in te corpereren in het bestuur. Een verlichte despoot was Frederik de grootte van Pruisen. Belangrijkste politieke vernieuwing was de republiek in Amerika. In de beeldende kunst bleven de vormen van barok en classicistische barok toonaangevend. In de laatste periode met rococo werd stijl luchtig en sierlijk.



Met opkomst Rousseau overgang van rationalisme naar de romantiek. Het gevoel. Engelse tuinen. Vanaf 1750 ontstaat er sterke voorkeur voor romans en brieven waarin personages hun gevoelens uitstorten. In Duitsland hoogtepunt met storm und drang. goethe, handel en bach. De romantiek zal tot diep in negentiende eeuw heersen, maar omstreeks 1800 ondergaat zij een verandering vooral door mislukkeling Franse revolutie. Escapisme naar fantasiewereld en geÔdealiseerd verleden.



Frankrijk Lodewijk 15e

bij de dood van de zonnekoning was de toestand van Frankrijk slecht. Onder Lodewijk 15e tussen 1715 en 1774 nog slechter. Handel breidde zich uit, maar politieke en sociale rechten slechts voor kleine toplaag.



Nederland tijdens stadsdeel houdersloos tijdperk

in politiek opzicht was deze periode een tijd van achteruitgang. FinanciŽn door oorlogen niet op orde. Ieder deel van de unie beschouwde zich als zelfstandig. Het leger en de vloot raakten daardoor in verval. De regenten begonnen steeds meer een afgesloten stand te vormen. Ze steunden elkaar en bevooroordeelde familie en vrienden doorv erkoop ambten et cetera. Het landsbelang werd ernstig beschadigd.



Na het overlijden van de kinderloze Willem de derde in 1702 kwam een sterke reactie op zijn grote macht en namen de regenten weer geheel het heft in handen. Vooral nadat de jonge Friese stadhouder Jan Willem Friso in 1711 bij de Moerdijk was verdronken, stond hun bestuur geruime tijd stevig gevestigd. De zoon van Friso, de latere Willem de vierde, werd wel achtereenvolgens stadhouder van Friesland Groningen en Drenthe en Gelderland maar andere gewesten benoemen geen opvolger voor Willem de derde. Ieder deel van de unie beschouwde zich vrijwel als zelfstandig gewest. De regenten begonnen steeds meer een afgesloten stand te vormen door onderlinge overeenkomsten de zogenaamde contracten van correspondentie die zich reeds onder Willem de derde ontwikkelt hadden. In de buitenlandse politiek werd de lijn van Willem de derde doorgetrokken door raadspensionarissen Heinsius en slingeland. Dus in het algemeen aansluiting bij Engeland en Oostenrijk.



Met Engeland had Nederland de pragmatieke sanctie getekend inruil voor opheffing van de concurrerende Oost-Indische compagnie in Oostende.De Fransen veroverden enkele steden in zuidelijke Nederlanden en deden in 1747 een inval in ons land. De regering werd terecht aansprakelijk gesteld voor het wanbeleid en de machteloosheid en een Oranje beweging bewerkte enkele dagen de verheffing van Willem de vierde. Het volgende jaar werd de vrede van Aken gesloten. Het stadhouders schap werd erfelijk verklaard.



Nederland tijdens Willem de vijfde

Willem de vierde werd na zijn dood in alle gewesten opgevolgd door zijn driejarig zoontje Willem de vijfde. Eerst onder regentschap van zijn moeder Anna en na haar dood in 1759 onder voogdij van de hertog van Brunswijk die militair raadgever van Willem de vierde was geweest. De regenten maakten van het gering gezag van de gouvernante gebruik om de macht weer naar zich toe te trekken. Tijdens de zevenjarige oorlog was republiek neutraal gebleven waarvan onze handel grote voordelen plukten, maar toestand van vloot en het leger was zo droevig dat onze neutraliteit niet behoorlijk konden verdedigen en de Engelsen vele koopwaren opbrachten.



Over de vraag of het leger of de vloot voorrang moest hebben een stonden heftige geschillen. Tegenstanders waren van oudsher grotendeels staatsgezinde regering tegen aristocratie en patricier families in de steden vooral in Holland, maar ook meer en meer democratisch gezinde burgers uit de middenklasse van zakenlieden intellectuelen. De vijanden van de opkomende democraten waren de bovengenoemde regenten die hardnekkig aan een bevoorrechte positie vasthielden hun natuurlijke bondgenoot was de prins Willem de vijfde. Die stelde democraten teleur en zij wendde zich meer en meer van Oranje af en zochten toenadering tot staatsgezinde regenten en omstreeks 1780 waren beide groepen verenigd in de partij de patriotten.



De patriotten waren Amerikaansgezind omdat regenten en kooplieden hoopten op verzwakking van de Engelse concurrent. Er ontstonden tal van moeilijkheden met Engeland onderhandelen over smokkelhandel en contrabande. Het slot was door ons in 1780 de oorlog te verklaren. Deze vierde Engelse oorlog was 1780 tot 1784 verliep voor ons land heel ongelukkig. In ons land was de partij strijd vel opgelaaid. De prins krijgt van alles de schuld vooral van de zo noodlottig verlopen Engelse oorlog. De patriotten richten zich op om militair te oefenen. Vertrek van Willem de vijfde na een opstootje richting Gelderland.



De gemeenschappelijke vijand was verdwenen en de innerlijke tegenstellingen in de patriotten partij. Vele aristocratische behoudende regenten begonnen in te zien dat de democraten voor hun heerschappij gevaarlijker waren dan Willem de vijfde. Ze zochten toenadering tot hem en in 1787 besloot zijn gemalin prinses Wilhelmina een nicht van Frederik de grote naar Den Haag te reizen om daar een krachtige actie van prins gezinde in het leven te roepen. Zij werden door patriotten tegengehouden. Koning Frederik Willem de tweede van Pruisen voelde zich beledigd voor zijn zuster en trok met een leger ons land binnen. De patriotten die tevergeefs op steun van Frankrijk gehoopt hadden waren niet instaat tot tegenstand. Veel patriotten vooral democraten vluchtten naar Frankrijk. Zo werd de vermolmde republiek door buitenlandse steun kunstmatig op de been gehouden tot ze acht jaar later in 1795 door een stoot uit Frankrijk ineenstortte.



Ontevredenheid in Frankrijk leidde tot de Franse revolutie. Van belang zijn hierbij de nieuwe denkbeelden in Europa. Reeds in de zestiende eeuw had Copernicus in tegenstelling met de gangbare leer verkondigt, dat de aarde om de zon draait, welke opvatting omstreeks 1600 gesteund werd door de onderzoekingen van Kepler en galilei. De grote geleerde Newton stelde ongeveer 100 jaar later de wet van de zwaartekracht op waardoor hij het stelsel van Copernicus wiskundig bewees, tevens de hoge waarde, die men in politiek en economie literatuur en wetenschap hechten aan het verstand. noemt men de nieuwe geesteshouding wel het rationalisme, of verlichting. volgens de rationalisten moest het geloof gegrond zijn op de rede. de meeste van hen, de Daisten, erkenden op grond van het menselijk geweten en van de doelmatigheid van het bestaan van een Opperwezen de atheÔsten ontkenden dat.



Het krachtigst werden verlichte denkbeelden ontwikkeld in Engeland in het bijzonder door locke, een tijdgenoot van newton. De politieke situatie in Engeland kwam in hoofdzaak overeen met de moderne theorieŽn, maar in het absoluut geregeerde Frankrijk was dat volstrekt niet het geval. Mede daardoor vond later juist in dat land het grote conflict tussen vorst en volk plaats. In zijn opvattingen van een constitutionele monarchie sloot Montesquieu zich aan bij de idee van locke en bij de staatsinrichting van Engeland. Nog groter is de invloed van de veelzijdige Voltaire die evenals Montesquieu geruime tijd in Engeland leefden. Hij bestreed de dwingelandij van het absolutisme, terwijl hij tevens de vele misstanden op staatkundig maatschappelijk en kerkelijk gebied hekelde, Voltaire was in de eerste plaats bestrijder en vernietiger van het oude. Rousseau daarentegen meer profeet van een nieuwe maatschappij.



Tijdens de Franse revolutie heeft men getracht verschillende ideeŽn van Rousseau en Montesquieu in praktijk te brengen en in wetten vast te leggen. In 17 eeuw hadden de economen onder andere Colbert streng vastgehouden aan mercantilisme, dat ter vergroting van de geldvoorraad de industrie en de export wilde bevorderen door voorschriften, hoge invoerrechten ,export premies en verovering van koloniŽn. In de achttiende eeuw kwam o.l.v.Quesnay de lijfarts van Lodewijk 15e de fysiocraten, die ook op economisch gebied tot de natuur teruggingen tegen dit stelsel in verzet. Volgens hen waren landbouw en veeteelt de enige productieve takken van bedrijf terwijl ze zich kanten tegen hun inziens nutteloos zijnde pogingen tot stimulering van de industrie. Adam Smith betoogde juist dat alle arbeid die de waarde der goederen verhoogd productief is. Daarvoor is vrijheid in het bedrijfsleven noodzakelijk alle belemmeringen behoren opgeheven te worden. Hij is daarmee de grondlegger van het economisch liberalisme van de negentiende eeuw. Vergelijking van de vele politieke sociale en economische gebreken in het toenmalige Frankrijk met de nieuwe idealen deed het verlangen naar een beter ingerichte maatschappij steeds sterker worden.



De voornaamste gebreken:

-regering was een voorbeeld van absolutisme. Koning dacht egoÔstisch aan eigen genoegens verkwisten schatten op onzinnige wijzen. Ook de hoge adel en de hoge geestelijkheid leefden grotendeels ten koste van het volk, ze waren ondanks hun rijkdom bijna vrijgesteld van belastingen en bekleedde de hoge ambten en velen ontvingen als hovelingen rijke geschenken van de koning. Bovendien hadden zij allerlei middeleeuwse voorrechten die in de later maatschappij geen reden van bestaan hadden. De belastingen werden grotendeels van de derde stand dus niet naar draagkracht geheven. Ook in de steden heerste ontevredenheid.Hier echter juist doordat handel en industrie sterk vooruitgingen waardoor vele burgers tot welstand en ontwikkeling gekomen waren. Hierdoor stijgend zelfbewustzijn en voelden ze hun politieke rechteloosheid en sociale achterstelling des te sterker. Het gevolg van de bovengenoemde hoofdoorzaken waaronder de ontredderde toestand der geldmiddelen leidde tot val van het absolutisme. Bij aanvang van Lodewijks regering met goeie eerste minister eerst een betere tijd door verstandige bezuiniging op nutteloos uitgaven aan het hof en andere maatregelen van zijn eerste minister. werd afgebroken na zijn ontslag door de koning.











DERDE BOEK



Nieuwste geschiedenis

ontevredenheid in Frankrijk leidde tot de Franse revolutie. Van belang zijn hierbij de nieuwe denkbeelden in Europa. Reeds in de zestiende eeuw had Copernicus in tegenstelling met de gangbare leer verkondigt, dat de aarde om de zon draait, welke opvatting omstreeks 1600 gesteund werd door de onderzoekingen van Kepler en galilei. De grote geleerde Newton stelde ongeveer 100 jaar later de wet van de zwaartekracht op waardoor hij het stelsel van Copernicus wiskundig bewees, tevens de hoge waarde, die men in politiek en economie literatuur en wetenschap hechten aan het verstand. noemt men de nieuwe geesteshouding wel het rationalisme, of verlichting. volgens de rationalisten moest het geloof gegrond zijn op de rede. de meeste van hen, de Daisten, erkenden op grond van het menselijk geweten en van de doelmatigheid van het bestaan van een Opperwezen de atheÔst en ontkenden dat.



Krachtig werden verlichte denkbeelden ontwikkeld in Engeland in het bijzonder door locke, een tijdgenoot van newton. de politieke situatie in Engeland kwam in hoofdzaak overeen met de moderne theorieŽn, maar in het absoluut geregeerde Frankrijk was dat volstrekt niet het geval. Mede daardoor vond later juist in dat land het grote conflict tussen vorst en volk plaats. In zijn opvattingen van een constitutionele monarchie sloot Montesquieu zich aan bij de idee van locke en bij de staatsinrichting van Engeland. Nog groter is de invloed van de veelzijdige Voltaire die evenals Montesquieu geruime tijd in Engeland leefden. Hij bestreed de dwingelandij van het absoluutisme, terwijl hij tevens de vele misstanden op staatkundig maatschappelijk en kerkelijk gebied hekelde, Voltaire was in de eerste plaats bestrijder en vernietiger van de oude. Rousseau daarentegen meer profeet van een nieuwe maatschappij.



Tijdens de Franse revolutie heeft men getracht verschillende ideeŽn van Rousseau en Montesquieu in praktijk te brengen en in wetten vast te leggen. In 17 eeuw hadden de economen onder andere Colbert streng vastgehouden aan mercantilisme, dat ter vergroting van de geldvoorraad de industrie en de export wilde bevorderen door voorschriften, hoge invoerrechten ,export premies en verovering van koloniŽn. In de achttiende eeuw kwam o.l.v.Quesnay de lijfarts van Lodewijk 15e de fysiocraten, die ook op economisch gebied tot de natuur terugvinden tegen dit stelsel in verzet. Volgens hen waren landbouw en veeteelt de enige productieve takken van bedrijf terwijl ze zich kanten tegen hun inziens nutteloos zijnde pogingen tot stimulering van de industrie. Adam Smith betoogde juist dat alle arbeid die de waarde der goederen verhoogd productief is. Daarvoor is vrijheid in het bedrijfsleven noodzakelijk alle belemmeringen behoren opgeheven te worden. Hij is daarmee de grondlegger van het economisch liberalisme van de negentiende eeuw. Vergelijking van de vele politieke sociale en economische gebreken in het toenmalige Frankrijk met de nieuwe idealen deed het verlangen naar een beter ingerichte maatschappij steeds sterker worden.



De voornaamste gebreken:

-regering was een voorbeeld van absoluut is me. Koning dacht egoÔstisch aan eigen genoegens verkwisten schatten op onzinnige wijzen. Ook de hoge adel en de hoge geestelijkheid leefden grotendeels ten koste van het volk zowaar ondanks hun rijkdom bijna vrijgesteld van belastingen zijn bekleedde de hoge ambtenaar en een vele en ontvingen als hovelingen rijke geschenken van de koning. Bovendien bestaat zij allerlei middeleeuwse voorrechten die in de later maatschappij geen reden van bestaan hadden. De belastingen werden grotendeels van de derde stand dus niet naar draagkracht geheven. Ook in de steden eerste ontevredenheid hier echter juist doordat handel en industrie sterk vooruitgingen vele burgers tot welstand en ontwikkeling gekomen waren. Hierdoor stijgend zelfbewustzijn en voelden ze hun politieke rechteloosheid en sociale achterstelling des te sterker. Het gevolg van de bovengenoemde hoofdoorzaken waaronder de ontreddering toestand er geldmiddelen leidde tot geval van het absoluut is me. Bij aanvang van Lodewijk regering geen eerste een betere tijd zullen aanbreken. Door verstandige bezuiniging op nutteloos uitgaven aan het hoofd en andere maatregelen van zijn eerste minister werd afgebroken na zijn ontslag door de koning.







Nadat verschillende pogingen tot uittreding mislukt waren, werd besloten de vertegenwoordigers van de drie standen, de staten generaal bijeen te roepen. De derde stand kreeg 600 afgevaardigden terwijl de adel en de geestelijkheid en ook 300 mochten kiezen zo kon het volk d.m.v. vertegenwoordiging invloed op de regering uitoefenen, waardoor het ancien rťgime met zijn absoluut de voorste macht en zijn standen privileges eindigde.



De Constituante (1789-1791)

op 5 mei 1789 werd de vergadering der Etats-Genereux te Versailles plechtig door de koning geopend. Maar de regering werkte niet met de hervormingen tot diepe teleurstelling van de derde stand. Er ontstond ook onenigheid over de wijze van stemmen. De afgevaardigden van de derde stand loste het vraagstuk radicaal op door zichzelf te verklaren tot vertegenwoordigers van het gehele Franse volk die besluiten, nemen zonder adel en geestelijkheid. Lodewijk de zestiende besloot aan dit optreden einde te maken en vergaderingen naar de standen voor te schrijven. De 20e juni vonden de leden van de derde stand hun zaal gesloten, waarop ze zich naar een nabijgelegen kaatsbaan begaven en daar de beroemde eed zwoeren, niet uit een te zullen samen voor Frankrijk een constitutie had verkregen.



Een tweede volstrekt revolutionair besluit, want ze waren alleen bijeengeroepen om over de financiŽn te beraadslagen. Tegen zoveel vastberadenheid was de koning niet bestand hij gaf toe en spoorde zelfs onwillige edelen en hoge geestelijke aan zich bij de derde stand te voegen. Hiermee had de absolute monarchie de nederlaag geleden en was de politieke revolutie begonnen. Weldra begon ook de straatrevolutie. Op het gerucht van troepen concentraties bij Versailles kwam het Parijse volk aangestuurd door heftige redenaars in beweging en bestormde de veertiende juli de gehate oude staatsgevangenis de Bastille. Door de opgerichting van nationale garde wist het nieuwe Parijse bestuur de orde te handhaven en zich tevens militair onafhankelijk maakte. Op voorbeeld van Parijs werd in vele steden gemeenteraden en nationale gardes ingesteld, waardoor gegoede burgerij de macht in handen kreeg, terwijl de boeren de herendiensten weigerden en kastelen plunderden. Verschillende edelen en voelden zich niet meer veilig, de emigratie begon.



Onder invloed van die berichten, hieven de staten- generaal in een zitting van 4-5 aug (de bartholomeusnacht der privilegien) de voorrechten van adel, geestelijkheid en gilden op, zodat in enkele uren het gehele oude stelsel vernietigd werd. In het najaar van 1789 brak onieuw oproer te Parijs uit wegens gebrek aan levensmiddelen. Een gewapende menigte vooral vrouwen trok om brood roepende in oktober naar Versailles en wist Lodewijk te dwingen zich naar Parijs te begeven, waarheen hem de deconstituante volgde.



De overgrote meerderheid van de afgevaardigden wenste een constitutionele monarchie. Republikeinen waren er nog niet en het absolutisme had, ook al door migratie, de meeste aanhangers verloren. Er waren kiemen van nieuwe politieke partijen zoals die de gematigde jakobijnen waartoe RobesPierre behoren. Aan de constitutie gingen beginselverklaring vooraf: le decleration des droits de lhomme et du citoyen, waarin ideeŽn van achttiende eeuwse filosofen vooral die van Rousseau en Montesquieu tot uiting kwamen. Volgens het stelsel van Montesquieu werden in de grondwet de drie staatsmachten een gescheiden.



Om vooral de gegoede burgerij invloed op de regering te geven werd het kiesrecht niet algemeen, maar afhankelijk gesteld van een zekere bijdrage in de belastingen. De vertegenwoordiging verklaarde om geldmiddelen te verbeteren de kerkelijke goederen tot nationaal naar eigendom en verkocht deze, waardoor veel boeren instaat gesteld werden hoeven en land in eigendom te verkrijgen. Zo ontstond in Frankrijk een belangrijke verschuiving van groot naar klein grondbezit. De geestelijken werden voortaan gesalarieert door de staat en daarom als ambtenaar beschouwd. Lodewijk de zestiende was het met verschillende besluiten niet eens. In het voorjaar van 1791 probeerde hij te vluchten naar het leger van immigranten in West Duitsland. Zijn reiskoets werd echter te Varennes aangehouden, waarna Lodewijk als gevangene naar Parijs teruggevoerd werd. De volksvertegenwoordiging schorste hem tijdelijk was koning, totdat hij enige tijd later de gereedgekomen grondwet bezwoer en in zijn waardigheid hersteld werd. Maar door zijn vlucht waren veel Fransen Republiekijns geworden.



De legislative 1791-192

Frankrijk was nu een constitutionele monarchie. De jakobijnen stuurden al spoedig op een republiek aan. Zij splitsten zich laat in twee groepen op. De gematigde republikeinse girondijnen veelal welgestelde burgers uit het zuiden van Frankrijk en de jakobijnen veelal kleine middenstanders. De verhouding tussen koning volk werd slechter door het uitbreken van de oorlog met Oostenrijk en pruizen in het voorjaar van 1792. De girondeinen wilden hun ideeŽn ook in het buitenland gestalte doen geven. Vijanden trokken Frankrijk binnen. De vijandelijke opperbevelhebber publiceerde een manifest waarin hij de Fransen op dreigende toon sommeerden de koning gehoorzaam te zijn en verklaarde Parijs totaal te zullen verwoesten, indien Lodewijk nog eens beledigd werd.



In de nacht van 19 augustus vervingen jakobijnen de Parijse gemeenteraad door een revolutionaire commune o.l.v. de geweldige volksmenner Danton. De jakobijnen beheerste Parijs en vele departement de koning werd geschorst en opgesloten in de tempel. Het vijandelijke leger o.l.v. de hertog van Brunswijk rukte op naar Parijs. Tal van arrestaties hadden plaats. De gevangenis werd gevuld met verdachten van de vijand. Honderden van deze verdachten werden op gruwelijke wijze vermoord in de beruchte september moorden. De opmars van Brunswijk werd bij valmy gestopt.



De nationale Conventie 1792-1795

De nieuwe kamer schafte met algemene stemmen het koningschap af en Lodewijk de veertiende werd ter dood veroordeeld en stierf begin 1793. Na de slag bij Valmy waren de Fransen met succes overgegaan tot het offensief. Een groot deel van de Duitse wijnstreken werd veroverd. De Oostenrijkers werden uit de zuidelijke Nederlanden verdreven. Een en ander leidde tot verschillende coalities tegen Frankrijk tussen 1793- 1815. Bij Oostenrijk en Pruisen sloot zich Engeland Nederland en Spanje aan. Met de Spanjaarden trokken zij Frankrijk binnen. De Engelse kregen Toulon in handen. Bovendien was de binnenlandse toestand gevaarlijk. In verschillende streken waren er royalistische opstanden uitgebroken en de jakobijnen bestreden de girondijnen.



De jakobijnen namen in Parijs de macht over en stelde een uiterst democratische grondwet samen, die echter nooit werd ingevoerd, vanwege de interne tegenstellingen. Daarentegen organiseerde zij een dictatiriaal regieme. Een schrikbewind dat van juli 1793 tot juli 1794 duurde. De opstanden in departement werden hard neergeslagen. Ook de buitenlandse vijanden stonden tegenover een sterk leger. Robespierre werd daarin een almachtig. Als overtuigt aanhanger van Rousseau liet hij de eredienst de reden vervangen door een staatsgodsdienst waarin het bestaan van een Opperwezen en de onsterfelijkheid van de ziel erkend werd. Vanwege zijn despotische optreden werd ook Robespierre zelf ten val gebracht in 1794 door de jakobijnen.



In 1795 werd het algemeen kiesrecht afgeschaft en weer census kiesrecht ingevoerd. Uit vrees dat bij de verkiezingen de monarchisten de meerderheid zouden behalen bepaalden de conferentie dat zij tweederde deel van de nieuwe volksvertegenwoordiging uit haar midden zou aanwijzen. Hierdoor ontstond in 1795 een gaullistische oproer dat door de 26-jarige generaal Napoleon Bonaparte bedwongen werd. Daarmee was republiek voorlopig gered. Tegenover het buitenland stond de republiek sterk. In 1795 werd Nederland veroverd dat als Bataafse republiek de bondgenoot van de Franse werd en het rijnland werd weer bezet. De Pruisen en de Spanjaarden sloten in datzelfde jaar vrede. Alleen Engeland en Oostenrijk zette de strijd voort.





Het directoire 1795-1799

Voor de nieuwe regering bleven er moeilijkheden. De economische toestand was bitter slecht. Hele streken waren tijdens de burgeroorlog verwoest en steden gedeeltelijk ontvolkt. Velen verlangden naar krachtig bestuur. De royalisten hadden het plan om de oudste broer van de onthoofde koning als Lodewijk de achttiende voor de kroon op te dragen. Het plan mislukte omdat de aanvoerder van het Franse leger in ItaliŽ Bonaparte troepen zond. In het voorjaar van 1796 drong hij ItaliŽ binnen, versloeg de sardieniers en noodzaakte de koning vrede te sluiten, waarbij savoje en Nice aan Frankrijk werden afgestaan.



De Oostenrijkers moesten zich terugtrekken en ontruimde na de nederlaag bij lodi een groot deel van Lombardije. Oostenrijk stond de zuidelijke Nederlanden aan Frankrijk af. Zo eindigde de eerste coalitieoorlog met de grote uitbreiding van Frankrijk. Alleen Engeland zette de strijd voort. Napoleon beraamde in 1797 een tocht naar Egypte van waaruit een aanval op voor-IndiŽ hem niet onmogelijk leek. Nelson vernietigde zijn vloot bij Egypte. Tevens verklaarden de sultan van Turkije Frankrijk de oorlog. In Europa vormde zich een nieuwe coalitie tegen Frankrijk. De coalitie van Engeland Oostenrijk Turkije en Rusland zorgden voor druk op Frankrijk. Op vier plaatsen, waaronder in Noord Nederlands, werd Frankrijk aangevallen. Frankrijk werd gered door onenigheid tussen de Russen en de Oostenrijkers. De toestand was enigszins verbeterd toen Napoleon terugkeerde.



Op zijn terugtocht in Parijs juichde het volk hem toe. De Fransen zagen in hem de redder. De tijd voor een alleenheerser was gekomen. Napoleon begreep dit, en door de staatsgreep van de negende november 1799 wist hij met behulp van zijn grenadiers een einde aan het directoir te maken. Napoleon werd eerste consul met bijna dictatoriale macht. Van democratie was geen sprake meer. Op de revolutie volgde thans de militaire dictatuur.



Nederland tijdens de Franse revolutie.

In het begin van 1793 verklaarden de nationale conventie de oorlog aan stadhouder Willem de vijfde. De meeste vestingen gaven zich zonder slag of stoot over, alleen Willemstad hield stand. In 1794 waande de Fransen zich na enige tegeslag weer sterk genoeg om een verdeelde vijand terug te drijven. De zuidelijke Nederlanden werden opnieuw bezet. Ons land werd in 1795 veroverd. Willem de vijfde vluchtte naar Engeland. De Franse werden als verlosser ingehaald. De roemrijke republiek der verenigde Nederlanden was roemloos ten ondergegaan. Het oude regeringsstelsel verdween onmiddellijk. Door uitvaardiging van rechten van de mens en de burger gaf men te kennen, dat thans de tijd van vrijheid en gelijkheid was gekomen.



De verhouding tussen Frankrijk en Nederland werd in het Haagse verdrag geregeld:

- Frankrijk en het Duitse republiek sloten een of-en defensief verbond

- Vlaanderen, Maastricht en Venlo werden afgestaan

- Nederland zou f. 100 miljoen betalen en moest tot de algemene vrede 25.000 man Franse troepen onderhouden. Door die bepalingen was ons land feitelijk een vazalstaat geworden. Ons land werd vanzelf betrokken in de oorlog van Frankrijk met Engeland, die onze handel vernietigde en binnen korte tijd het verlies van alle koloniŽn behalve Java ten gevolg gehad. Toen de Engelsen in 1797 de vloot bij camperduin verslagen hadden, beheerste zij de zee geheel. Van de nieuwe vrijheid en gelijkheid profiteerde vooral katholieken.

-

- In de nationale vergadering stonden de twee partijen scherp tegenover elkaar, de vooruitstrevende Unitaristen, die een eenheidsstaat wensten en de meer behoudende federalisten die een zekere gewestelijke zelfstandigheid wilde. In 1797 werd de grondwet aangenomen die feitelijk een compromis was. Deze werd bij volksstemming verworpen. De unitarissen waagden daarop in 1798 een staatsgreep. De voornaamste tegenstanders werden uit de nationale vergadering verwijdert. De grondwet van 1798 was een navolging van de Franse. De uitvoerende macht kwam aan vijf direteuren, de wetgeving aan het vertegenwoordigend lichaam dat zich splitste in de eerste en tweede kamer. In de grondwet waren de hoofdbeginselen van de Franse revolutie neergelegd, terwijl voor Nederland ook het beginsel van de staatseenheid nieuw was. Uit het vrijheid beginsel vloeide onder andere voort vrijheid van godsdient en van drukpers. De meeste bestuurders waren van matige kwaliteit en er ontstond administratieve chaos. De moeilijkheden vermeerderde in 1799 doordat Nederland in de tweede coalitieoorlog betrokken werd. Nederland was sterk afhankelijk van Frankrijk. Die werd groter toen Napoleon in 1799 zijn militaire dictatuur had gevestigd.



Het tijdperk van Napoleon 1799-1804

De strijd tegen Engeland en Oostenrijk bleef veel gevaar opleveren. Zelf trok hij onder grote moeilijkheden in 1800 met een leger over de Grote sint-bernhard en versloeg zijn vijanden ten noorden van Genua, terwijl Moreau. Duitsland binnenviel in de buurt van MŁnchen en een overwinning behaalde bij hohenlinden. De weg naar Wenen lag voor Franse open, waardoor de keizer noodzaak was in 1801 vrede te sluiten. De Rijn bleef een grensrivier terwijl in ItaliŽ de toestand van 1797 hersteld werd. Daarmee het einde van de tweede coalitieoorlog.



Zo kwam in 1802, nadat de hardnekkige tegenstander van Frankrijk, william Pitt in Engeland was afgetreden de vrede van amiens tot stand, waarbij Engeland de veroveringen teruggaf enkele o.a het Nederlandse Ceylon. Napoleon had een nieuw bestuur in Frankrijk ingericht dat orde rust en welvaart bracht. De leidende beginselen van Napoleon waren zelf een oppermachtige positie innemen, door een politiek van verzoening alle krachten in Frankrijk te doen samenwerken en het gelijkheidsbeginsel uit de revolutie te behouden. De politiek van verzoening bleek vooral tegenover de kerk. De Franse regering zou de bisschop aanwijzen. Om in het recht met zijn vele plaatselijke verschillen meer eenheid te brengen , wilde Napoleon bestaande wetten codificeren.



Zo kwam het burgerlijk wetboek tot stand. Een zeer belangrijk beginsel van de revolutie wensde Napoleon niet te erkennen dat van volksinvloed en vrije meningsuiting. De meeste mensen waren daarmee tevreden, vooral omdat de economische toestand verbeterden. Er heerst veiligheid, oude wegen werden hersteld en nieuwe aangelegd. Aan Napoleons systeem ontbrak nog een schakel: de monarchale waardigheid. Stelselmatig trachtte hij ook die te bereiken. Met Grote statie had de tweede december 1804 in tegenwoordigheid van de paus de bekroning's plechtigheid in de Notre Dame plaats van keizer Napoleon.



Het keizerrijk tot de vrede van Wenen 1804-1809

Met het keizerrijk keerde het ancien regieme terug er was zelfs, geheel in strijd met het gelijkheidbeginsel, een ridderorde, het legioen van leer, opgericht. Thans ontstond zelfs een formele keizerlijke Adel met baronnen graven hertogen en prinsen. Als keizer werd Napoleon meer en meer de alleen heersende despoot, die geen mening naast de zijne dulde. Zijn tienjarig bewind werd een aaneenschakeling van oorlogen. Napoleon besloot tot een landing in Engeland en bracht daartoe een sterk krijgsmacht bijeen.



Ondanks de zorgvuldige voorbereiding, werd het plan niet uitgevoerd worden, omdat Engeland op zee te sterk bleek. Bovendien wist Pitt, die weer minister was geworden, in 1805 de derde coalitie tot stand te brengen tussen Engeland Rusland Oostenrijk en Napels. Napoleon versloeg de Oostenrijkers en de Russen in de beroemde drie keizer slag bij Austerlitz. Een Frans Spaanse vloot werd echter vernietigd in 1805 bij travelgar door Nelson. Begin 1806 wenste Napoleon een grootscheepse versteviging van zijn macht. De Duitse vorsten die hem gesteund hadden, kregen vergroting van gebied en verhoging van rang.



Omdat het oude Duitse keizerrijk uiteengevallen was lichte Frans de tweede de titel Roomse keizer neer en noemde zich Frans de eerste. Keizer van Oostentijk. Het Duitse rijk werd afhankelijk van Napoleon. Hij benoemde zijn oudste broer Josef tot koning van Napels. Zijn broer Lodewijk werd koning van Holland. Door machtsaanwas van Napoleon begon Pruisen zich bedreigd te voelen. In augustus 1806 sloten koning Frederik Willem de derde zich bij Engeland en Rusland aan tot de vierde coalitie. Napoleon wist zijn vijanden te verrassen. Bij Jena en Auerstadt werden de Pruisen vernietigd. De koninklijke familie trok naar Oost- Pruisen, waar men hulp van de Russen verwachten. Daar werd in 1807 nog gevochten, doch na de nederlaag bij Frietland besloot de tsaar tot vrede.



Napoleon had het idee om samen met de tsaar Europa te beheersen. De keizer het Westen en de tsaar het Oosten. Alexander erkende het keizerrijk met de vazalstaten. Uit een aantal streken vormen Napoleon de nieuwe vazalstaat het koninkrijk Westfalen. Door vrede van Tilsit met de tsaar was Napoleon heerser geworden over West en centraal Europa. Hij kon zich opmaken voor de beslissende strijd tegen de felste tegenstander: Engeland. Militair was Engeland niet te overwinnen. Vandaar de uitvaardiging van het continentaal stelsel waarbij Frankrijk en alle afhankelijke staten voor het Engelse handelsverkeer gesloten werden.



Het plan van de keizer mislukte omdat Engeland door een uitgebreide smokkelhandel heel wat aan Europa bleef leveren. Voor ons land was het stelsel noodlottig voor onze de economische toestand. Napoleon wist Zweden tijdelijk tot de invoer van de continentaal stelsel te dwingen. Portugal werd door de Franse troepen bezet. Ook in ItaliŽ trachtte Napoleon het stelsel door te voeren. Pius de zevende die zich verzetten werd gevangengenomen. Hiermee kreeg hij problemen met de geestelijkheid. Was een sterk nadeel in relatie tot Spanje. Napoleon had zijn onbekwame broer Josef op de Spaanse troon gezet maar het Spaanse volk verzetten zich. Een gevaarlijke volksopstand brak uit.



Gesteund door de Engelsen. Van deze moeilijkheden trachtte Oostenrijk gebruik te maken om de verloren gebieden terwinnen. Het leger was georganiseerd en versterkt. Met Engelse hulp ontstond de vijfde coalitieoorlog, deze coalitie bestond uit Engeland Oostenrijk en Spaanse en Portugese guerrilla leiders. Na een aanvankelijke nederlaag wist Napoleon een overwinning te behalen. Oostenrijk moest weer heel wat land afstaan. Zo eindigde ook de vijfde coalitieoorlog met grotere machtsverheffing van Napoleon.



Nederland gedurende het consulaat 1799-1810

De geschiedenis van ons land tijdens het consulaat in het keizerrijk toont hoe sterk afhankelijk Nederland doen van Napoleon was. De nieuwe grondwet was in navolging van de Franse van 1799. Betekende regeringsmacht door een college van twaalf leden. De volksvertegenwoordiging had weinig invloed van. Het kiesrecht werd beperkt door een Census. De beginselen waren minder democratie, minder centralisatie, verzoening tussen de partijen. Het streven naar verzoening blijkt uit het feit dat de nieuwe regering naast vroegere patriotten ook voor oranjegezinden en oud-regenten een vonden. Op de binnenlandse verzoening volgde die met het buitenland, onder andere vrede met Engeland te Amiens.



De verhouding tot de verdreven stadhouder verbeterde: het Oranjehuis deed afstand van zijn rechten in Nederland en kreeg daarvoor een nieuw gebied in Duitsland. Zo scheen werkelijk een betere tijd voor de Batafse republiek te komen,. Maar door het weder uitbreken van de oorlog tussen Napoleon en Engeland in 1803 veranderde de situatie zich. De meeste koloniŽn ging opnieuw spoedig verloren. Napoleon stelden 1804 vertrouweling aan het hoofd van de republiek. Rutger Jan schimmelpennink.. Deze ontwierp onder goedkeuring van Napoleon een nieuwe constitutie. Die was meer centralistisch en nog minder democratisch. In 1805 werd deze vervangen door Lodewijk Napoleon.



Door zijn spilzucht en ongedurigheid joeg hij het land op hoge kosten. Maar het belangrijkste was wel de invoering van burgerlijk wetboek. Het koninkrijk werd wel vergroot met Oost-Friesland, door de vrede van tilsit in 1807. Het zwakke punt in Lodewijks bestuur was een afhankelijkheid van de keizer. Daarnaast waren de staatsfinanciŽnin en slechte staat door verarming van bevolking en afdracht voor het Franse leger. De koning wekte de woede op van zijn broer omdat hij het continentaal stelsel waarop Napoleon politiek geheel berusten, ter wille van de Nederlanders niet streng genoeg toepastte. Napoleon besloot daarom een einde aanLodewijks regering te maken. De eerste inval in Zeeland door de Engelse gaf daartoe een geschikte aanleiding. De Napoleon beschuldigde hem het land onvoldoende verdedigd te hebben. Hij werd ontboden naar Parijs en in 1810 deed Lodewijk afstand van regering. Waarop Napoleon het land inlijfde bij Frankrijk.



Het hoogtepunt en val van het keizerrijk 1810-1815

Door de vrede van Wenen van 1809 bereikte Napoleon macht zijn hoogtepunt. Gedurende twee volgende jaren was hij vrijwel onbeperkt machthebber in West en Midden- Europa. Alleen Engeland hield de strijd vol en steunde Spaanse opstandelingen. De macht van Napoleon was echter meer schijn dan wezen, want het was een geweld heerschappij geworden zonder innerlijke kracht. Hij was niet langer de redder. Frankrijk verlangde naar vrede. De keizer wilde slechts machtsvergroting, dus oorlog. De tegenstanders versterkten zich. Vooral Pruisen werd sterker.



In 1812 begon de toestand van Napoleon te wijzigen. De guerrilla in Spanje eisten nieuwe troepen, terwijl Wellington de strijd met succes vol hield en in het Pirenese schiereiland doordrong. Tevens voltrok zich een wijziging in de verhouding tot Rusland. Er bestonden zoveel tegenstrijdige belangen. Bijvoorbeeld ten opzichte van Polen en de Balkan. Al deze oorzaken deden de oorlog in 1812 uitbreken. Rusland sloot een verbond met Engeland en Zwede. Met bijna 400.000 man trok Napoleon de vijandelijke grens over. Zijn plannen mislukte door de uitgestrektheid en ongewone strijdwijzen van de Russen. Maar hij wist toch nog Moskou te bereiken.



Nu zou Alexander genegen zijn tot vrede, maar zijn plannen werden verijdeld doordat de oude hoofdstad in vlammen opging. Blijven in de verwoeste stad was onmogelijk. De Fransen werden naar de reeds leeggeplunderde streken teruggedreven en zo begon de vreselijke terugtocht van uitgehongerde slechtgeklede troepen door de eindeloos sneeuwvelden. De keizer verlied nog in Rusland zijn leger en snelde naar Parijs om nieuwe troepen bijeen te brengen. Het eerst koos Pruisen de zeide van zijn tegenstanders. Oostenrijk sloot zich daarbij aan.



Na een laatste overwinning van Napoleon bij Dresden kwam de ontknoping tijdens de grote veldslag bij Leipzig in oktober 1813. Daarbij leden Franse nederlaag. Napoleon snel terug naar zijn eigen land om het te behoeden voor een inval. Nadat een vredesaanbod van de geallieerden was afgeslagen trokken deze in 1814 op verschillende plaatsen de rijn over. Ze bereikte in maart Parijs. Dat betekende de val van het keizerrijk. Napoleon was gedwongen afstand van de troon te doen. De oudste broer van de onthoofde Lodewijk de zestiende werd tot Lodewijk de achttiende als koning van Frankrijk uitgeroepen. De overwinnaars lieten Napoleon de titel van keizer behouden en gaven de soevereiniteit van een eiland. M



et Frankrijk sloten de geallieerden de vrede van Parijs, waarbij het de grenzen van 1792 kreeg. Door opeenvolgende fouten van de nieuwe koning ontstond al spoedig weer het verlangen naar de terugkeer van Napoleon. Hij ontsnapte van Elba en landde met ruim honderd man bij Cannes. Hij riep het volk op de vruchten van de revolutie te verdedigen. Een nieuwe zevende coalitie tegen Napoleon was geboren. De Engelse en de Nederlanders trokken evenals de Pruisen Frankrijk binnen. Op 18 juni 1815 viel de beslissing bij Waterloo. Nadat Lodewijk de achttiende teruggekeerd was, sloot de verbonden mogendheden, met hem de tweede vrede van Parijs. Waarbij ze her Rijk teruggebracht tot de grenzen van 1790. Ook moesten zij 700 miljoen francs betalen. De rollen ware omgedraaid.



BLZ 87

Inlijving en vrijwording van Nederland

Door de inlijving van 1810 was Nederland als zelfstandige staat verdwenen, de Nederlanders waren Fransen geworden. Aan het hoofd kwam een gouverneur Generaal te staan. Lebrun. Kwam invoering van de consriptie, wat dood betekende van vele jonge mannen, Daarnaast wekte strenge handhaving van het Continentaan stelsel verbittering. Verder censuur. Verder invoering van Franse wetboeken en belastingstelsel. Op economisch geboed veel reden tot klagen.. De hoofdbron van welvaart de handel had bijna opgehouden te vloeien.



Het platteland beleefde daar en tegen goede tijden. Als bijgevolg raakten de Nederlanders gewent aan een krachtig centraal bestuur, zo verschillend van de oude republiek. Er kwam wel hier en daar verzet., maar Napoleons macht was nog te groot. De leider van het verzet, de Oranjegezinde Gijsbert Karel van Hogendorp, was reeds lang in stilte met een opstand bezig. In 1813 was er een volksoproer in Amsterdam . Toen de nationale garde de rust daar hersteld had, werd wel een bestuur gevormd ,maar dat durfde zich niet tegen Frankrijk te verklaren. De beweging die 2 dagen later in Hogensdorp stad Den Haag begon ging verder.



De graaf van Limburg Stirum werd door van Hoogendorp en zijn vrienden tot gouverneur van de stad aangesteld in naam van de prins van Oranje, en tegerlijk een pittige proclematie ĎOranje boven, Holland is vrijĒ Er volgde een aanval van de fransen uit Utrecht op Woerden. Maar thans was het leed ook spoedig geleden, want nog dezelfde dag verschenen kozakken te Amsterdam, terwijl de Pruisen Gelderland binrukten. De Fransen waren genoodzaakt naar het Zuiden af te zakken. Ondertussen waren afgezanten naar Engeland gegaan om Willem Frederik de zoon van Willem V, uit te nodigen naar Nederland te komen. Op 13 november 1813 landde hij te Scheveningen. Het volk wenste een constitutionele monarcie onder een eenheidsstaat.



Veel van het goed dat de revolutie gebracht had blef, o.a. staatkundige eenheid, gelijkheid voor de wet, Napoleontische wetboeken etc. Met Napoleon verdewwn de censuur, en vooral het Continentaal stelsel.De zee was weer open. Nog enkele plaatsen waren door Fransen bezet. Pas in 1814 was Nederland geheel bevrijd. Een commissie onder Hogendorp werkte aan een nieuwe grondwet, die werd sterk monarchaal en weinig democratisch. De voornaamste bepalingen:

soeverijene vorst kreeg veel gezag.

weinig invloedrijke Staten-Generaal bestond uit een kamer.

Provinciale staten werd samengesteld uit vertegenwoordigers van adel en stad

leden van gemeenteraden werden voor het leven aangesteld via Censuskiesrecht.



Het Wener congres

Nadat de mogendheden bij de eerste vrede van Parijs in 1814 de Franse toestanden geordend hadden, besloten zij tot een groot congres te Wenen om de vele kwesties, die er na de val van Napoleon waren, te regelen. DE meeste Europese vorsten namen hier aan deel. Als richtsnoer nam men het legitimiteitsbeginsel. DE twee voornaamste kwesties waren de Poolse en de Saksische. Tsaar Alexander wernste het groothertogdom Warschau voor zich, waarin Pruisen desnoods wilde toestemmen indien het zelf Saksen verkreeg. Bijna ontstond daarover en niejuwe oorlog, maar de terugkeer van Napoleon leerde de bondgenoten enige inschikkelijkheid. Onder andere Pruisen en Oosterijk werden vergroot. Het congres had belangrijke gevolgen, die in de loop van de 19e eeuw veschillende conflicten te voorschijn riepen. Rusland was nu veder naar het westen uitgebried en vekreeg een machtige positie. Pruisen beheerste in vele opzichten de Noordduitse laagvlakte. De mogendheden beschouwden Frankrijk met wantrouwen en vergootten daarom Nederland en Sardionie.



Het tijdperk van Reactie en Revolutie.

De eerste helft van de 19e eeuw wordt voral beheerst door twee factoren: de franse Revolutie en de veranderingen op het gebied der techniek. De ideeen van de 18e eeuwse dekers uit het tijdperk der verlichting waren tijdens de Revulutie in praktijk gebracht; in de eeste constituties vooral de denkbeelden van Montesquieue en Voltaire in de latere radicalere periode tijdens Robespierre meer de gedachten van Rousseau. Zo maakte het ancien regieme met zijn standsvoorechten plaats voor een moderne staat, waari gelijkheid van alleen voor de wet centraal stond. Nu ontstond in bijna geheel Europa in regeringskringen een felle reactie tegen de ideeen van revolutie vooral tegen het vrijheidsbeginsel. Veel gegoede burgers en intellectuelen, liberalen genoemd streefden er nl naar, de vorstelijke macht o.a. door een grondwet te beperken en zelf invloed op het staatsbestuur te krijgen.



Naast dit leberalisme bestond in verschillende landen een nationaal gevoel van naauwe saamhorigheid. Tot een nieuw soort nationalisme. Het congres van Wenen had met het nieuwe begfinsel van het zelfbeschikkingsrecht der volken nog volstrekt geen rekening gehouden en ook vele latere regeringen erkenden het niet, zodat de Duitsers en Italianen in veel staten verdeeld bleven. In 1815 kwam een groot vebond tot stand nl, de grote Alliantie tussen Oostenrijk, Rusland, Pruisen en Engeland waarbij zich al spoedig Frankrijk aansloot. Het doel ervan was de bepalingen van het Wener congres te handhaven en te zorgen dat de liberale en nationale beginselen nergens in praktijk zou worden gebracht.



OP het dagelijks leven en op de maatschappelijke toestanden heft de reeds in de 18e eeuw begonnen industriele revolutie d.i. het verdringen van handenarbied door machinearbied een zeer belangrijke invloed uitgeoefend.



De nietsbezittende arbeidersklasse hadden het in die tijd zeer moeilijk. De nieuwe machines brachten tijdelijk werkeloosheid. In de beeldende kunst, de muziek en de literatuur heerste in de eerste helft van de 19 e eeuw de Romantiek, waarin als reactie op het rationalisme gevoel en fantasie de knellende banden van kunstregels doorbraken. De Romantiek was een vlucht uit de nuchtere alledaagse werkelijkheid.



De reactie in Duitsland en Oostenrijk (1815- 1848)

De habsburgse monarcie en ook in Pruisen was de regering conservatief,maar die trachtte ten minste door verschillende goede matregelen het land tot welvaart te brengen. De adellijke Junker hadden er als grootgrondbezitters een invloedrijke positie en stonden er als officieren en diplomaten in hoog aanzien. In het roerige jaar 1830 ontstonden nieuwe bewegingen, naar aanleiding van de franse juni revolutie, zodaqt zelfs in veschillende staten in Duitsland constituties werden uitgevaardigd en het volk enig aandeel in de regering kreeg.



Maar na enkele jaren had de politiek van Metternich gezegevierd en begonnen vervolgingen tegen professoren, studenten en andere intellectuelen opnieuw. Een nauwere samenhang tussen een aantal Duitse landen ontstond in deze periode, doodat Pruisen met tussenliggende staatjes tolverbonden sloot, waardoor het vervoer van handelswaar gemakkelijker werd. Ze groeiden in 1834 uit tot het Duitse tolverbond dat zich later ook uitstrekte over Zuid-Duitsland. Zo werd Pruisen het centrum vcan de Duitse economische eenheid.



Reactie en revolutie in Zuid-Europa.

Tijdens de vrijheidsoorlog hadden Spaanse opstandelingen een vrijzinnige regering gevormd, waarbij het land volgens een in 1812 te Cadiz samengestelde grondwet bestuurd werd. Met het herstel van de fanateieke Ferdinand VII als koning van Spanje keerde echter ook het absolutisme terug. De liberales werden hevig vervolgd. De amerikanen weigerden de Bourbons te erkennen. In 1823 kondigden de Amerikanen in 1823 de Monroeleer: Amerika voor de Amerikanen. Ze dulden geen gebiedsuitbreding van een Europese staat meer op het Amerikaanse continent. Daardoor kreeg Ferdinand geen steun van de grote Alliantie en maakten de kolonien zich onafhanekelijk, zodat in Centraal en Zuid-Amerika verschillende republieken ontstonden. Op soortgelijke wijze scheidde rond 1820 Brazilie zich van Portugal af.



In 1820 begon ook een opstand in Spanje zelf met een beweging onder de slecht betaalde troepen die naar Amerika ingescheept zouden worden. Ontevreden liberalen sloten zich er bij aan en de koning kon alleen zijn troon redden door de grondwet van 1812 af te kondigen. De allianfie besloot Ferdiand ter hulp te komen en een Frans leger trok Spaje binnen en wist de vrijzinnige beweging te onderdrukken, waarna het absolutisme onder ontzettende wreedheden werd hersteld.



Bij de dood van Fedinand onstond er een opvolgingscrisis wat de aanleiding werd tot de bloedige Carlistenoorlog (1833-1840), Die tevens een strijd was tussen liberalen en conservatieven. Ongeveer tegerlijkertijd woedde er een dergelijk opvolgingsoorlog in Portugal en in beude gevallen kozen Engeland en Frankrijk, die toen meer liberaal geregeerd werden, de partij van de liberalen, die dan ook in Portugal en Spanje overwonnen. Vele malen bleven biede landen het toneel van revoluties.



Rusland en de Balkankwestie tot 1830

De tsaar Alexander liep geheel aan Metternichsa leiband. Bleek vooral uit de Balkankwestie. In deze kwestie dien In Europa in de 19e en 20e eeuw zoveel moeilijkheden en oorlogen had veroorzaakte, was de vraag wat er gebeuren moest met het Turkse Rijk dat sedert het eid va de 17e eeuw in verval was. Nadat de Turken in 1683 voor Wenen verslagen waren, hadden de Oostenrijkers en later de Hongaren en de Russen later hen telkens verder teruggedrongen, zoadat het Rijk Hongarije en de Oekraine had verloren en tot het Balkanschiereiland was beperkt.



De balkankwestie werd in de 19e eeuw beheerst door twee factoren:

het opgekomen nationalisme van de christelijke Balkan landen

invloed van tegenmstrijdige belangen van de grote mogendheden

Rusland wilden het Balkanschiereiland.

Engeland en Frankrijk wilde hun belangen in Middelandsezee vergroten.



Vooral in Griekenland werd de drang naar zelfstandiheid groot. In 1821 brak mede onde invloed van de revolutionaire bewegingen in Spanje en Italie de Griekse vrijeidsoorlog tegen de Turken uit. Zij beleken niet bij machte in deze bloedige rassen en godsdinstoorlog de overwinning te halen. Met behulp van Egypte wisten deTurken de Grieken weer in in het naauw te drijven, maar nog in hetzelfde jaar veranderde de toestand door het ingrijpen van Rusland, Engeland en Frankrijk ten batevan Griekenlans. Een Engels-Franse vloot versloeg de Turken bij Navarino. DE Fransen verdreven deTurken uit de Peleponesos en een Russisch leger trok over het Balkangebergte. In 1829moest desultan de vrede van Adrianopel sluiten.De invloed van Rusland in de Balkan was sterk vergroot en de rest van het Turks rijk brokkelde steeds verder af.



Restauratie in Frankrijk. De juli-revolte

Na de 100 dagen had de tweede restauratie van de Bourbons plaats en keerde Lodewijk XVIII voorgoed als Koning van Frankrijk terug. Deze koning voerde tussen 1816-1820 een redelijk gematige beleid tegenover liberalen. In 1820 kwam er echter een plotselinge ongunstige verandering doordat een fanatiek republiekijn de hertog can Berry vermoordde, waardoor Lodewijk gedwongen werd reactionairder te reageren. Nog sterker werd de reactie onder Lodewijks broer Karel X (1824-1830).



Ondanks de hoop van de regering dat een krijgstocht tegen Algiers popularitiet zou opleveren behaalde de liberalen in 1830 een grote overwinning. Karel X stelde een strenge censuur en mede daarom onstond hevig verzet en weldra brak de Juni-revolutie uit, waarbij regeringstroepen het onderspit dolven. Nadat Karel gevlucht was, riepen de overwinnaars een lid van het huis van Orleans, die als betrekkelijk vrijzinnig bekend stond uit tot koning der Fransen. In Engeland en Frankrijk volgde nu een periode waarin de liberalen de wind mee leken te hebben.



Het burgerkoningschap in Frankrijk. De februari-revolutie

Vanwege het censuskiesrecht was de arbiedersklasse nog uitgesloten van politieke invloed. Verder trok de schrijnende armoede van de arbeiders deaandacht van de socialisten.



De Egyptische kwestie die voortvloeide uit de Griekse vrijheidsoorlog. De eerste zuchtige Memet Ali, die Egypte met Franse hulp tot grote ontwikkeling gebracht had, eiste van de sultan van SyriŽ, omdat hij de hem beloofde peleponnesus na de vrijwording van Griekenland niet gekregen had. Na de weigering van de sultan veroverde hij het geeiste gebied en liet zijn leger op Constantinopel aanrukken. Tsaar Nicolaas de eerste die liever een zwak Turkije dan een krachtige Egyptische rijk zag, steunde Turkije met Engeland. Frankrijk steunde Memet.



Een grote oorlog leek aanstaande omdat in 1840 Pruisen en Oostenrijk zich met Engeland en Rusland verenigden. Hierdoor bekoelde de krijgslust in Frankrijk. Een ander deel van Noord Afrika, Algerije wist Frankrijk te onderwerpen. In 1840 begon met het ministerie Guizot het laatste conservatieve tijdperk van het burgerlijk koningschap. Zijn afkeer van vernieuwing liet hij blijken door in verbinding met Oostenrijk en Pruisen in Zwitserland ten gunste van conservatieven te interveniŽren.



De liberale meerderheid overwon echter en Zwitserland ontwikkelde zich rustig tot een democratische bondsstaat. Guizot weigeren elke kiesrecht hervorming. Daardoor kreeg hij de republikeinen en de liberalen tegen zich. Er ontstond een oproerige beweging in Parijs. De koning was genoodzaakt in 1848 Guizot te ontslaan en droeg de liberaal Thiers voor. De hervorming's partij had dus gezegenvierd en Frankrijk scheen een liberale monarchie te worden. Maar door een noodlottige botsing tussen manifestanten en soldaten brak het oproer opnieuw uit en zo hevig dat Louis Philippe afstand deed ten behoeve van zijn kleinzoon de graaf van Parijs. De republikeinen die het Parijse volop in beweging brachten, wisten dit te verhinderen en te bewerken dat de voorlopige regering tot stand kwam, die de republiek uitriep (Tweede republiek 1848 tot 1852).



Het verloop te revolutie is van 1848.

De Franse februarirevolutie sloeg over een andere landen waardoor voor groot deel van Europa een democratische periode begon. De socialisten die op steun van de Parijse arbeiders konden rekenen hadden in het begin veel invloed. Het verloop het bewind was na algemeen kiesrecht gebracht, zonder vrouwen. In 11848 stelde de nationale vergadering en constitutie op die de wetgevende macht opdroeg aan een kamer, de algemeen kiesrecht samengesteld en de uitvoerende macht aan een niet onmiddellijk hectisch paar president. Lodewijk Napoleon was er terug op het politieke toneel gekomen en hij werd met grote meerderheid tot president gekozen. Zo werd de democratische revolutie van 1848 niet anders dan een overgang tot een nieuw tijdperk van absoluut is me.



Duitsland

ook een Duitsland heerste dicht voor het uitbreken van februarirevolutie ontevredenheid het was haar eilander Karel Marx die in 48 het communistisch manifest publiceren.

Regeerders sedert 48 de conservatieve Frederik Willem de vierde. Naar aanleiding van een botsing tussen soldaten en het volk kwam de nationale vergadering bijeen waarin radicalen die evenals de Parijse arbeiders van de hoofdstad in beweging brachten veel invloed krijgen. Voorlopig de democratische beweging Pruisen veel succes. Trouwens heel Duitsland vrijzinnige regering stelsels ingericht werden trachtte men ook de Duitse eenheid tot stand te brengen. De frank voorts kwam daartoe een Duitse parlement gekozen volgens algemeen kiesrecht bijeen en de voorste durven zeggen wegens de heersende stemming onder het volk daartegen niet verzetten. Langzaamaan medewerkster neerslaan van de Parijse jun oproer stakende conservatieve het hoofd erop onder andere in Berlijn en Wenen. De Parijse koning ontbond in 1848 de nationale vergadering.



Radicale leider van het parlement trachten door volksoproer een Duitse republiek tot stand te brengen, maar de regeringen waren zeer sterk genoeg geworden om deze te onderdrukken. Verbeterende vierde poogde nog de Duitse voorste voornaam verbonden Pruisen te winnen zal een nieuwe eenheid te verkrijgen. Vorming van een democratisch Duitse rijk was mislukt. De Duitse eenheid zou twintig jaar later totstandkomen, maar dan door Pruisische militaire macht en niet op liberale democratische grondslag.





De Habsburgse monarchie en ItaliŽ

bij de eerste inwerkingen van februarirevolutie blijkt grote haat tegen stelsel van Metternich en de innerlijke zwakheid van Lodewijk. Overal waar opstanden huis. In 1848 moest Metternich vluchten voor een volksbeweging in Wenen en enige tijd later werd keizer Ferdinand gedwongen de nationale vergadering bijeen te roepen die een grondwet samenstellen. In Praag had een heftige beweging onder de zesde plaats, die een groot Slavische rijk hoopte te stichten. Ook in ItaliŽ ontstonden geweldig volksbewegingen, die ten doel hadden meer invloed van het volk, een verdrijving van de gehate Oostenrijkers en eenheid van ItaliŽ.



De Habsburgse monarchie schijnt ten onder te gaan, er toch is zijn nog stand te houden en te overwinnen. De voornaamste oorzaak hiervan was de onderlinge verdeeldheid van haar tegenstanders. Moeite hadden ze met Hongaren tot onderwerping te brengen. Pas nadat de machtige tsaar Nicolaas de eerste hulptroepen gevonden had bezweken de Hongaren voor overmacht van de Russen en Oostenrijkers. Uit vrees voor de grote macht van Oostenrijk in ItaliŽ en tevens ondersteunde geestelijkheid te verwerven van president Paul de paus een Franse leger te hulp.



Terwijl Frankrijk Duitsland Oostenrijk in ItaliŽ door opstanden oorlogen geteisterd werden blijven het in de meeste andere Europese landen vrij kalm. Nederland kreeg in 1848 vooral onder invloed van de revolutionaire beweging Duitsland en nieuwe grondwet in liberale geest waardoor de gegoede burgerij meer invloed kreeg. Het absoluut is me was iets verzwakt. Het streven van nationaliteiten naar zelfstandigheid en eenheid was totaal mislukt Oostenrijk en Rusland bleek een beletsel voor de vorming van Duitse en een Italiaanse eenheidsstaat.



Engeland in de eerste helft van de negentiende eeuw

Engeland had zich in de vorige eeuw een sterke politieke en economische positie verworven. Het was de onvermoeide tegenstander van Napoleon geweest. Londen werd het financieel wereldcentrum. Door verstandige staatslieden werden langzaam hervormen ingevoerd, zodat Engeland langs de weg revolutie verkreeg waarbij verschillende andere staten door revoluties niet mogelijk bleek. Het sterk toegenomen eigen gebruik had ontbossing en steeds nijpend herhaalt schaars tengevolge. Dit vraagstuk werd opgelost door de uitvinding van de cokesoven.



Nadat de Amerikaan Fulton stoomboot had uitgevonden opende in 1825 George Stevenson de eerste spoorweg. Het berichtenverkeer werd bevorderd door de elektromagnetische telegraaf van morsen en eind 18 eeuw was ook al de stoommachine uitgevonden. Door James watt. Naast groothandelaren verhuur voor de autofabrikanten en mijn eigenaren verbazende rijkdommen naar de toestand van de arbeidersbevolking werd slechter. Veel van de landarbeiders waren afkomstig van het platteland omdat ze hierdoor de enclosers en omzetting van Baalen in zijn land geen bestaan, vinden.



In Liverpool werden de hogere klassen in 48 gemiddeld 35 jaar oud, de arbeidersklasse vijftien jaar. Het Engels kiesstelsel bekeerde nog uit de middeleeuwen was daardoor geheel verouderd. De grootgrondbezitters stapte onevenredig veel macht en andere groep in de samenleving verlangen naar hervormen van het kiesstelsel, maar het tories weigerde hardnekkig enige wijziging aan te brengen. Ook van de conservatieve koningen George derde en George de vierde was niet te verwachten. De katholieke hadden nog bijzondere reden tot ontevredenheid dat zij volgens de oude test-act van alle regering kan de waren uitgesloten.



Het was vooral hartelijk voor Ieren. Een groot deel van dit land was in bezit gekomen van Engels leren hier belangrijke inkomsten van trokken terwijl eerste pachters in armoede leven. Verder moest het tiende betaald worden aan de anglicaanse kerk hoewel de bevolking overwegend katholiek was. Om een burgeroorlog gekomen werd de test-act opgeheven. In 38 tijd die jullie revolutie haar invloed in Engeland gelden. De Whigs voelden zich sterker de grote massa van het volk stond achtereen en de nieuwe koning Willem de vierde was anders dan zijn voorgangers niet afkerig van hervormingen. Dit verzwakte de tories.



In 1832 kwam er een reform bill. Waarbij de zetels van het Lagerhuis meer in overeenstemming met het aantal inwoners werd verdeeld. De arbeiders verwierven nog geen kiesrecht. In 1833 landen werd tot beperking van de kinderarbeid tot stand. En afschaffing van de slavernij in de koloniŽn. Daarmee was Engeland andere landen voor. De belangrijke hervormingen werden voortgezet tijdens regering van koningin Victoria die haar woning binnen de vierde opvolgden. O.l.v. Adam Smith was er een nieuwe economische leer ontwikkeld die stond voor vrijheid in handel en industrie. Zij wensten in eerste plaats afschaffing van de invoerrechten, die het graan dus bloot duur maakte ze verzetten zich tegen sociale wetgeving. de richting van lassai faire.



In 1849 zegevierde het vrij handel stelsel, wat een positief effect had op Engelse handel.. Verschillende hervormingen verbeterde wel de maatschappelijke positie van de arbeiders, maar wettelijke politieke invloed hadden deze nog niet. Evenmin als de arbeiders bereikte de Ieren hun doel. Er begon een sterke emigratie naar Amerika waar zich ten slotte enige miljoenen die vestigden die gaarne elke Antilliaanse beweging in het moederland financieel en moreel steunden.



De verenigde Nederlanden 1815-1830

de hereniging van de noordelijke en zuidelijke Nederlanden die stedelijke opstand tegen spanning gescheiden waren was een gevolg van de politieke grote mogendheden in de eerste plaats Engeland. Het wenste een orgaan van Frankrijk vrij sterke bevriende mogendheid. Engeland gaf in 1814 de kolonie terug met uitzondering van de kaap Ceylon. Zuid Nederland was stelselmatig verfranst waardoor het Vlaams en bij de ontwikkelde geminacht dialect was geworden. Willem de eerste wat een moeilijke taak al deze tegenstrijdige belangen met elkaar in overeenstemming te brengen.



Moeilijkheden begonnen al in 1815 bij de besprekingen over de grondwet die voor de nieuwe staten gelden. Een ontwerp werd door de volksvertegenwoordiging worden aangenomen maar door de meerderheid van de opgekomen notabelen uit het zuiden verworpen. De voornaamste bepalingen van een nieuwe grondwet waren: de uitvoerende macht aan een koning die de wetgevende macht uitoefent in samenwerking met de staten generaal. 2. Bij staten generaal bestaat twee kamers eerste kamer wordt voorgelezen door een koning benoemd. De grondwet van 1815 was gematigd conservatief te koning was een constitutie gebonden, maar bezat toch een sterke macht.



De koning benoemde en ontsloeg zijn ministers naar eigengoed vinden, terwijl hij bovendien in plaats van bij de wet zoveel mogelijk bij koninklijk besluit geregeerd werd. De verdienste van in de eerste laag vooral op economisch gebied. Tot ontwikkeling te brengen. In de steden eerste nog veel armoede. De Nederlandse kooplui waren vroegere relaties in de koloniŽn grotendeels kwijt. Ze hadden weinig ondernemingsgeest en de Engelsen waren overal de baas zelfs in de Nederlandse koloniŽn. Reeds d dadelijk in 1814 nam Willem de eerste het initiatief tot oprichting van een Nederlandse bank. De handel op de Oostzee en langs terrein herstelde zich langzamerhand. Ook Antwerpen ontwikkelde zich voorspoedig. De koning werkte voor een uitstekend stelsel van kanalen en wegen en later voor spoorweg aanleg.



In 1824 werd een Nederlandse handelsmaatschappij opgericht. De scheepvaart op IndiŽ nam toe wat gunstig was voor de scheepsbouw en de textielnijverheid. Zuid Nederland. De bemoeienis van Willem de eerste voor de handel hadden tot resultaat dat de Nederlanden 38 tweede handelsland ter wereld waren al had Engeland nog negen maal zoveel schepen. Door de invoering van moderne machines ontstonden belangrijke katoen en in de fabriek in Gent en grote eisen industrie. De toestand de arbeidersklasse was slecht. Lage lonen overmatige arbeidsduur, die de arbeid, slecht ingerichte werkplaatsen et cetera.



In Zuid Nederland ontstond onrust over zijn bestuur. Onder andere vanwege de wijze waarop de grondwet was aangenomen, de achterstelling van Zuid Nederland bij staten betrekkingen, en het aantal kamerzetels. Verder hadden de eerste Nederlandse als officieel. Taal van het Zuid Nederland een bepaald, omdat de verontwaardiging opwekken van de waarde en verfranst Vlamingen. Van de grootste betekenissen was de tegenstand van de geestelijkheid. Reeds duidelijk in 1815 verklaarde Franse bisschop van Gent de grondwet strijdig met de geestelijke teruggekeerd. In enkele opzichten gaf Willem de eerste toe zowel in andere gevallen buitengewoon streng werd opgetreden.



in juli van 1830 brak in Frankrijk te juli revolutie uit die ook op Zuid Nederland een geweldige invloed uitoefenen. Een opstand daar leidde ook tot een algemeen opstand. Willem de eerste zon troepen onder zijn beide stand naar Brussel wat onrust deed toenemen. Het bleek de prins van Oranje dat door invoering van de bestuur scheiding tussen Noord en Zuid te ontevredenheid weggenomen zou kunnen worden. Een deel van de opstandelingen wenste afscheiding van het noorden. Nu gaf Willem zijn tweede zoon Frederick bevel Brussel gewapende hand te bezetten maar na vier jaar strijd werden Nederlandse troepen uit de stad geworpen. De laatsten de regering in bestuur scheiding toe. De verbetering groeide nog nadat Antwerpen gebombardeerd was door de commandant derde citadel chasse.



Een nationaal congres proclameerde dan ook in november 38 de onafhankelijkheid van BelgiŽ een sloot het huis massaal voor eeuwig van de troon uit. Tijdens een conferentie van de vijf grote mogendheden te Londen die een wapenstilstand uitvaardigde en tot een scheiding besloot met de volgende voorwaarden. Een punt Nederland krijgt grenzen van 1719 2. Luxemburg blijft aan binnen de eerste. BelgiŽ wordt verklaard tot een nieuwe staat. In 1831 werden de voorwaarden ten gunste van BelgiŽ gewijzigd. Binnen de eerste weigerde een besloot de Belgen door de wapenen tot het aannemen van de aanvankelijk regeling te dwingen.



De veldtocht duurde slechts tien dagen. Het Nederlandse leger trok uit Noord-Brabant onder leiding van de prins van Oranje de grens over. BelgiŽ was overwonnen maar werd gered door Frankrijk troepen vond. Koning Willem wenste geen oorlog met Frankrijk en BelgiŽ ontruimen. De scheiding voorwaarden werden opnieuw onderhandeld in oktober 18 31 ten gunste van ons land geregeld. Een deel van Limburg met Maastricht komt een Nederland toe. In 1839 van eind regeling tot stand, gelijk aan de laatste regeling van 1831, behalve dat het Belgische aandeel in de rente van de staatsschuld van verlaagd werd tot 5 miljoen.



Liberalen onder leiding van de Leidse hoogleraar doorbreken wenste meer volkse invloed, nog daartoe was Willem de eerste niet geneigd. Vandaar ook tot de grondwetsherziening van 48 die wegens afscheiding van BelgiŽ noodzakelijk was uitliep op enkele vrij om belangrijke wijzigingen. De stemming tegenover de koning werd slecht. Bekend werd dat er van plan was in het huwelijk treden met een katholieke Belgische gravin in 48 deed afstand van de troon. Zijn oudste zoon Willem de tweede volgde hem op(1840-1849).



Het tijdperk van Willem de tweede(1840-1849)

de nieuwe koning die gehuwd was met Anna Paulowna een zuster van tsaar Nicolaas de eerste was een populaire figuur. Een voorstel tot grondwetswijziging dat negen liberale kamerleden o.l.v. Thorbecke in 1844 hadden ingediend werd echter waren overwegend conservatief tweede kamer met grote meerderheid verworpen. Wat echter jarenlang werk van liberalen niet had vermocht volbrachten de revolutie van 1848 in enkele dagen. Vooral onder invloed van de gebeurtenissen in Duitsland werd Willem de tweede volgens zijn eigen zeggen en 24 uur van conservatief liberaal en daarom stelde hij in maart 1848 commissie een onder voorzitterschap van Thorbecke. De nieuwe grondwet van 1848 maakt ons land een parlementair bestuurde constitutionele monarchie. Er was echter nog geen algemeen kiesrecht. Rechtstreekse verkiezingen voor de tweede kamer provinciale staten en de gemeenteraden, verkiezing van eerste kamer door de provinciale staten. Recht van initiatief interpellatie en enquÍte. Vaststelling van de begroting. En volkomen vrijheid van godsdienst drukpers vereniging vergadering en onderwijs. In 1849 stierf plotseling Willem de tweede.



Het tijdperk van de vestiging ter Italiaanse en Duitse eenheid (1850-18'70) tussen 1815 en 1850 bestond er betrekkelijk tevreden tussen de grote mogendheden. Naar aanleiding van de oosterse kwestie ontstond na veertig jaar de eerste onderlinge strijd. De claim oorlog die zou uitlopen op een tijdelijke versterking van Frankrijk aanzien. Sociaal overheerste in nederigheid Europa de grootgrondbezitters in West-Europa daarentegen de ondernemers in handel en industrie. Sommige staten of prijzen hoe strijd werden conservatief geregeerd anderen\zoals Engeland BelgiŽ Nederlands Duitsland werden volgens liberale beginselen bestuurd. De Frankrijk heerst een dictatuur. En sociale maatregelen. Behalve Nederland nog weinig of niets gedaan.



De tweede Franse republiek van 1848-1852 stond vrij wankel. Toen Napoleon op 2 december 1851 staatsgreep brachten van bijna niemand iets voor de nationale vergadering op. Duizenden arrestaties hadden er plaats, zodat zowaar Bonaparte Christie schrikbewind in Frankrijk heerst de punt in zijn keizerrijk zijn twee perioden te onderscheiden autocratische tot 68 en meer liberalen gedurende de laatste tien jaar. Gedurende zijn regering met Frankrijk een rijk land en dat stelde hem later instaat bezwaren oorlog schatte in die het 1861 moest opbrengen spoedig te betalen voor de arbeiders tijd Napoleon veel.



Werk was in overvloed en hij trachtte doorstikte ouderdom en ongevallenverzekeringen ťťn en ander te leveren. Tsaar Nicolaas de eerste minister steeg in Europa nog gestegen was sedert revolutie naar 1848 precies zijn land rustig was gebleven, achtte de situatie Europa gunstig zijn invloed op de Balkan schiereiland te vergroten. Hij eiste van de sultan, de zieke man, het Perot per voorraad over alle Griekse katholieke en het Turkse rijk. De Russen tegen een inval naar weigering van de sultan. Een Frans Engels expeditie leger belandde op de kring om de belangrijkste vloot bases Sebastopol te veroveren. Deze bases moest zich in 1855 overgeven. Rusland was door deze strijd uitgeput en daarom besloot Alexander de tweede tot tevreden. Die kwam in 1856 te Parijs tot stand. Door de claim oorlog had Rusland zijn grote invloed in Europa verloren. De opvolger van Napoleon de tweede Napoleon de derde werd een der meest vooraanstaande vorsten van Europa.



De Italiaanse eenheid

Sedert vele honderden jaren was ItaliŽ verbrokkeld en overheerste vreemdelingen. Napoleon de eerste had in zekere zin de eenheid hersteld maar het bijna congres verbrak die weer vergroten de invloed van Oostenrijk. Veranderd worden de derde was niet ongenegen mee te werken tot verzwakking van Oostenrijk in ItaliŽ zijn gunsten van Franse invloed. 11859 verbrak tussen Frankrijk en Oostenrijk over SardiniŽ en oorlog uit die zonder al teveel gebiedswijzigingen alweer in hetzelfde jaar werd beŽindigd. Een eenheidsbeweging was zelfs hadden Frankrijk zich teruggetrokken had sterk ontwikkeld.



Toscane en Parma hadden vorsten verjaagd ook strijd ItaliŽ werd verenigd naar interne strijd tussen sardinische troepen en het Oosten werd Victor Emmanuel de tweede in 18 61 uitgeroepen tot koning van ItaliŽ. Een poging van Garibaldi, 100 11867 de kerkelijke staat te veroveren mislukte doordat Franse troepen zijn legertje uiteendrijven. Toch toen 78 tot ongelukkige verloop van Franse Duitse oorlog naar poging om gedwongen was Perot moeten ontruimen trefzeker Emmanuel de handen vrij militair opgesteld bezetten, die daarop de hoofdstad van het herenigde ItaliŽ werd.



De koning vestigde zich in Quirinaal terwijl het Vaticaan met omgeving aan de paus was vrij gebied gelaten werd. In tegenstelling met de achteruitgang van de wereldlijke macht van de paus werd zijn kerkelijk gezag in 78 steviger. In een encycliek had Pius de negende reeds eerder verschillende liberale denkbeelden streng veroordeeld. Nu stelde een oecumenische concilie dat in het Vaticaan gehouden werd, de pauselijke onfeilbaarheid als dogma van de katholieke kerk vast. De macht van de paus die volgens dit dogma begraven heeft van in zaken welk geloof verzwegen leer betreffen, niet te kunnen dwalen indien hij als algemeen leraar de kerk optreedt.





(Met spellingcheck al gedaan)

De Verenigde Staten

in 1787 kwam de in hoofdzaak nu nog bestaande grondwet tot stand waarbij de afzonderlijke staten een verregaande autonomie behielden. Na George Washington werd Thomas Jefferson president. Vooral door immigratie uit Europa werd het reusachtige gebied langzamerhand bevolkt en in cultuur gebracht. Toen er in 1849 in CaliforniŽ goud gevonden werd, deed de goudkoorts hier het aantal blanken in twee jaar tijd van 2000 tot 53.000 stijgen.



Onschatbare betekenis hadden de spoorwegen. Die aangelegd werden in de wildernis. de slavernij kwestie bracht de eenheid in gevaar. Er bestonden grote tegenstelling tussen noordelijke en de zuidelijke staten. De partij van de zuidelijke die zich de democraten noemden was tot dusver in meerderheid geweest, maar het aantal republikeinen die vooral in het noorden aanhangers vonden groeide met de dag door de voortdurende toevoer van landverhuizers uit Europa. In 1860 werd voor het eerst een republikeinen Abraham Lincoln gekozen als president die voor afschaffing van slavernij was.



Deze verkiezing was voor het zuiden reden tot afscheiding. In 1861 traden zij uit de unie. Dit leidde tot de bloedige burgeroorlog die vier jaar duurde. Frankrijk had tijdens de burgeroorlog de kans waargenomen om zich te gaan bemoeien met Mexico. Napoleon de derde versterkte zijn leger. Hij wenste een uitgestrekte katholiek Romaans rijk te stichten onder protectoraat van Frankrijk als tegenwicht tegen protestants Angelsaksisch noordelijk deel van Amerika. De habsburger Maximiliaan werd tot keizer van Mexico gekozen. Na de burgeroorlog keerde Amerika zich tegen de Franse toe-eigening en de Franse keizer gaf toe.



De strijd om de hegemonie in Duitsland

na het verlopen van de vrijheids en eenheidsbeweging van 1848 had Oostenrijk weer de hegemonie in de Duitse bond. Dit veranderde nadat Willem de eerste koning van Pruisen geworden was. Hij benoemde Otto van Bismarck tot minister-president. Het doel van Bismarck was Pruisen de hegemonie in Duitsland te verschaffen. Hij reageerde als dictator daardoor kwam hij in conflict met koning en kamer. Door een oorlog tegen Denemarken en de daaropvolgende strijd tegen Oostenrijk wist Bismarck te zegevieren. In 1864 ontstond een nieuwe oorlog tegen Denemarken. Deze moesten een nadelige vrede sluiten waarbij ze delen van Sleeswijk en holstijn moesten afstaan. Bismarck lokte in 1861 een oorlog uit met Oostenrijk door deze te beschuldigen van een schending van het vredesverdrag met Denemarken. Oostenrijk werd door bijna alle Duitse staten bijgestaan, terwijl ItaliŽ Pruisen hielp. Bismarck overwon. Hij wenste een snelle vrede om inmenging van Napoleon te derde te voorkomen. Bij de vrede van Praag werd de Duitse bond opgeheven. Pruisenn formde nu een aaneengesloten geheel van de Franse tot de Russische grens. Het had in plaats van Oostenrijk nu de hegemonie in Duitsland. Frankrijk voelden zich daardoor bedreigd.



De Franse Duitse oorlog

Voor 1860 regeerde Nazpeleon autocratisch, na die tijd enigszins liberaal. Hoofdzaak; de italiaanse kwestie. Nu de steun van de katholieken hem ontviel, moest de keizer wel trachten op goede voet met de liberalen te komen, doch da was onmogelijk. De hoop van Napoleon om Belgie te kunnen annexeren mislukte mede door toedeon van bismarck en door tegenstand van Engeland, bij een poging om in 1867 Luxemburg van Willem III te kopen vond eveneens Bismarck tegenover zich. Door deze tegenslagen groeide oppositie in het binenland,zodal Napoleon ten slotte in 1870 zelfs een vrijzinnige grondwet bij plebisciet liet invoeren en een liberaal ministerie benoemde.



De door velen in Napoleons omgeving gewenste oorlog met Pruisen brak ten slotte onverwachts uit door een opvolgingskwestie in Spanje. Na een revolutie tegen het reactionair geworden bestuur van Isabella hadden de aanhangers van de constirtutionele monarchie de Spaanse kroon aangeboden aan Leopold van Hohenzollern die uit een katholieke Ziudduitse tak van het huis Hohenzollern stamde. Daardoor ontstond hevige ongerustheid in Frankrijk dat tussen de rijken der Hohenzollern zou worden ingesloten, evenals vroeger tussen dat der Habsburgers. In 1870 begon de oorlg. Het franse leger werd na bloedige gevechten afgesneden en in Metz ingesloten. Ook op andere plekken moesten zich terugtrekken.



Napoleon moest zich, ongeveer een maand na het begin van de vijandelijkheden, capituleren. Vrijwel het gehele leger was buiten gevecht gesteld en Napoleon een gevangen van de Duitsers. Toch was de oorlog nog nietten einde. Er brak een heftige beweging uity in Parijs: het keizerrijk werd ten val gerbracht, en de republiek werdd uitegeroepen met Gambetta als hoofdpersoon. Hiermee begon een nieuwe periode van strijd: een volksoorlog tegen de duitsers. Deze sloten Parijs weldra in. Parijs wist 4 maanden stand te houden, maar door hongersnood getiesterd moest zij in 1871 ten slotte capituleren. Bij de vrede van Frankfurt deed Frankrijk afstand van Elzas Lotharingen en moest herstelbetalingen doen, Zolang deze niet betaald was zouden ze delen van Frankrijk bezet houden.



Een belangrijk door Bismarck voorzien gevolg was de voltooing van de Duitse eenheid: noggedurende het beleg van Parijs werd in 1871 in de spiegelzaal van Versailles!!! De stichting van het Keizerrijk afgekondogd en Willen I tot Duitse lkeizer uitgeroepen. De Italiaanse eenheid wasreeds in 1870 tot stand gekomen,door de troepen van Victor Emmenuel II na het wegtrekken van het Franse garnizoen dat Rome had bezet. Voor Frankrijk had de oorlog het ontstaan van de Derde tot gevolg. Deze maakte dadelijk een enstrige crisis door metde Parijse comune opstand. Het bestuur kwam in handen van een gekozen grotendeels socialistisch gemeenteraad of commune. Na 2 maanden van bittere gevechten tegen vertegenwoordigers van de republiek kwam de hoofdtstad weer in handen van de regering, die streng tegen de revolutionairen optrad. Het ongelukkigste van de Fr-Dts oorlog was de slechte verhouding tussen beide landen en de steeds sterkere bewapening, die uiteindelijk zou voeren na de 1WO.





Nederland tijdens het tijdperk 1848-1870

De gronfdwet van 1848 was volgens liberale denkbeelden opgesteld. DE nieuwe koning Willem IIII (1848-1890) was voor een sterk monarchaal gezag en mede daarom de liberale Thorbecke minder gunstig gezind. Thorbecke bracht desondanks een niewe kieswet tot stand, en regelde daarna in de provinciale wet en in de gementewet de verhouding va het rijk tot de onderdelen zodanig dat deze grotere autonomie kregen.. Belemmerende rechten werden opgehevn en evenals in Engeland zegevierde het vrijhandelsstelsel. De katholieken steunde hem, omdat ze van hem vrijheid voor de ontwikkeling van de kerk verwachtten.



De grondwet van 1848 waarborgde het recht van vrije organisatie. Toen in 1853 Utrecht, Haarlem, Breda en Roermond Bisdommen werdenm kwam een felle protestantse actie, die de conservatieven gebruikte om hun tegenstander ten val te brengen. De pausveranderde zijn besluit echter niet. Onder volgende conservatieve regeringen bracht de schoolstrijd grote moeilijkheden. Sedertde wet van 18096was het openbaar onderwijs in beginsel neutraal op kerkelijk gebied. De liberalen en conservatieven vonden dit juist, maar de antirevoli]utionaieren wesnten destijds dat van staatswege christelijk onderwijs zou worden gegeven. Ze bleven het openbaar onderwijs bestrijden, daarbij weldra gesteund door de katholieken, die zie meer van de liberalen afwenden.



Sedert de volksvertegenwoordigign door de grondwet van 1848 invloed op het bestuur van de kolonien had gekregen, groeide zeer langzaam de belangstelling voor Indie. O.a. door Multatuliís Max Havelaars. In 1867 brak groot conflict uit toen Napoleon III in beginsel van Willem III toestemming kreeg tot verkoop van Luxemburg aan Frankrijk, waarop een oorlog met Pruisen. De liberalen keurden de houding van de minister van buitenlandse zaqken af. Nederland had eigenlijk niets met de Luxemburgse kwestie. De kamer verwierp de begroting van buitenlandse zaken en Willem III koos partij tegen de liberalen. Uiteindelijk haalde hij bakzeil en zegevierde het parlematiare stelsel, waarmee de grondwet van 1848 bevestigd. Thorbecke stelde de nieuwe regering samen, zonder er zelf aan deel te nemen.



Duitsland van 1871-1914

Van de overwinning op Frankrijk to de eerste wereld oorlg was Duitland militair de machtigste staat van Eiuropa. De eerste 20 jaar onder leing van Bismarck, die als rikskanselier grote machte had. De keizaer stond zelfs onder zijn invloed terwijl ook de rjksdag en de bondsraad hem gewoonlijk aseunden. Daar hij van Frankrijk pogingen tot revanche vreeesde trachtte hij dat land te isoleren, waarot4e hij voor Duirtsland in 1879 Oostenrijk en in 82 Italie tot bondgenoot ver2wierf. De nog jonge Duitse nijverheid ondevond veel nadeel van de buitenlandse, voornamelijk Engese concurrentei, waarom vele fabrikanten op het heffen van invoerrechten op buitenlandse fabrikanten aandrongen. In deze periode was het tempo van haar industrialisatie bina verbijsterend.



Met deindustrie was ook het socialisme snel gegroeid. Reeds voor 1848 telde het aanhangers, maar eerst omstreeks 1860 begon de betelkenis van de beweging, vooral door het optreden van Lasalle, belangrijker te worden. Behalve door onderdrukking trechhte Bismarck het socialisme te bestrijden door de levensomstbndigheden van de arbieders te verbeteren. Een ander gev olg van de bloei van de insudtie was de groeide vraag aan grondstoffen en daarmee de wil om kolonien te exploiteren. Duitsland bezette in 1885 o.a Zuid wets Africa en Kameroen. Met het overlijden va Keiser Wilehelm ! nam de invloed van Bismarck af.



Na een korte opvolging wegens ziekte door zijn zoon, nam Wilhelm II het roer over. Met hem kwamen er snel conflicten. In de eerste plaats strijd om de macht. Bovendien ernste de keizser een nieuwe koers te volgen: verzoening tov de socialisten en meer aansluiten bij engeland. In 1890 werd Bismarck tot aftreden gedwongen. Wilhelm II beoogde van Duitsland een wereldmacht te maken en daarom achtte hij behalve een geweldig leger een sterke marinenoodzakelijk. De toegenomen ambities kwamen op een minder goede verstandhouding met de Engelsen te staan, zodat dit land zich ten slotte bij Duitslands vijanden Frankrijk en Rusland aansloot. Door het ingrijpe van de keizer en admiraal Tirpitz besloot men in 1900 tot het bouwen van een geweldige oorlogsvloot die zich met de Engelsen zou kunnen meten.



Engeland na 1850. Het Britse rijk.

De Victorian age. Handel en industrie ontwikkelden zich reusachtig Ė de steden bevatten thans meer dan 80% van de Engellse bevolking Ė de democratisering van de staatsinrichting is telkens voortgegeaan en het koloniaal gebied zo enorm uitgebried dat men met recht kon spreken een wereldrijk. Alleen de Ierse kwestie zou lange tijd gaan spelen. Na enkele verbeteringen in het kiesstelsel voerde men in 1918 tenslotte het algemen kiesrecht voor mannen en vrouwen in, voor de laatste eersye met een hogere leeftijdsgrens. Rond 1900 was de kritiek op de lassiaz faire politek van de liberalen groeiende. Veel jongeren zowel ter rechter als ter linker zijde, wenden zich af van de oude liberalisme af eb een vereniging asl de fabian-society een brandpunt van readicale intellectuelen, kreeg grote invloed.



Van veel groter betekenis nog was de opkomst van de labour-party. Enige hervormingen volgde. Rond 1900 begreep minister Gladstone dat het geven van zelfbestuur het enige middel was om de Ierse kwestie voorgoed lop te lossen, maar zijn voorstel werd in 1886 verworpen. Engeland werd febrikant, de koopman en de bankier van de gehele wereld. Het is niet te verwonderen dat Engelse staatslieden onder zulke omstandighenden voor vrede en vrijhandel waren. De blanke kolonien (Australie, Canada) kregen meer zelfbestuur. Disraeli was het tijdens zijn optreden als minister van 1874-1880 met deze politiek niet eens. Hij trachtte de machtssfeer van Engeland uit te breiden in Asfrica, ndata hij al eerder door de aankoop van de meerderheid de aandelen van het suezknaal aijn land grote invloed had gegeven in Egypte en dus een nieuwe verbindingsweg naar Indie had verzekerd.



Gladstone die in 1880 weer aan het bewind gekomen was, kon de maatregelen van zijn voorganger niet gehel ongedaan maken. Wek beeindigde hij het conflict met transvaal en trol de Engelse troepen uit Afganstan terug, maar Egypte werd, zoals we zagen geheel onder Engelse invloed gebracht. Sedert omstreeks 1875 begon de Engelse uitvoer te vermideren, een bewijs dat de buitenlandse concurrentie gevraarlijk werd. Verschillende landen voerden daartegen en beschermend stelsel, waaronder Duitsland. In de strategie van offensief economische en politiek beleid kwam in de twintigste eeuw vernadering onder Victoriaas opvolgers Eduard VII en George V. Deze periode kwam meer in het teken te staan van Engelands positie versterken door het aangaan van bondgenootschappen.



Habsburgse monarchie 1870-1914

Het zwakke punt in de staat was het ontrekene van nationa;e eenheid. Grote verdeeldheid. Bovendien haden sommige delen van de monarchie een zo gemengde bevoliking, dat een federatie naar de nationaliteiten bijna onmogelijk was. In Oostenrijk-Hogarije wasn een strijd van allen tegenallen. Deenige samenbindende kracht was de conservatieve keizer frans Jozef. Ten opzichte van het buitenlamd was Oostenrijks positie na 1866 veranderd: het was verdreven uit Duitsland en Italie en richtte zijn blikken naar de Balkan, waar het 1878 Bosnie en Herzegowina bezette. Maar juist daardoor veranderde het aantral Slaven in zijn gebied, terwijl het tevens een gevaarlijke verkreeg in het Slavische Servie, dat de voorpast van Rusland was.





Italie van 1870 tot de eerste WO.

Door de voltooieg van de eenheid in 1870 was Italie in de rij der grote mogendheden gekomen, maar voorlopig was de binnen en buitenlandse positie van de jonge staatniet sterk. Zo heerste in het Zuiden met zijn grootrgrondbezit nog achterlijke toestanden. De economie was slecht en dit leide tot veel emigratie, vooral naar Amerika. Een gevolg van de tot standkoming van de eenheid was de slechte verhouding tot de paus. Vanwege verschillende belangen her en der sloot Italie zich aan bij Duitsland en Oostenrijk, maar later verbeterde de verhouding met Frankrijk, die vanwege verscillende territoriale kwesties onder druk had gestaan. Itlaie liet zijn vroegere bondgenoten inde steek. Sinds de wrijving met Frankrijk over Tunis (dat die kolonie wegkaapte) en het sluiten van de Driebond onstond ook in Italie een imoerialistische geest, waartoe de hrinnering aan het Romeinse rijk zeker bijdroeg. Eritrea aan de westkust werd bezet, maar de poging om Abessinie te veroveren werd verijdeld door een nederlaan in 1896door toedoen van Adeoa.







Rusland sedert 1850

Rusland was, zoals de krimoorlog had aangetoond innerlijk niet sterk. Opmerkelijk is daartegenover de bloei van de 19e eeuwse Russische literatuur. De opvolger van Nicolaas 1, tsaar Alexander de tweede 1855-1881 begeep dat hervormingen noodzakelijk waren. Hij liet mede voor militaire doeleinden spoorwegen aanleggen, verbeterde het onderwijs en stelde provinciale raden in. Zijn belangrijkste werk was de opheffing van de lijfeigenschap 1861. Mede door een opstand in Polen tegen Russische overheersing kwam er van zijn kant een reactionaire reactie. Het gevolg was dat de tegenstellingen in de binnenlandse politiek zich toespitst.



De in West-Europa steeds machtiger worden klasse der gegoede burgerij ontbrak in Rusland, en toen nu de gewekte hoop in rook vervloog kreeg de jonge intelligentsia, vaak van aristocratische huize gemakkelijk de overhand. Toen in 1881 de strijd tussen reactie en evolutie twijfelende Alexander door een bom werd gedood, was het enige gevolg dat onder zijn opvolgers Alexander 3 en Nicolaas 2 het systeem van vervolgingen door o.a de geheime politie en verbanningen nog strenger werden, terwijl men tevens met allerlei middelen de Russificering en de uitbreiding van de Griekse katholieke kerk in de Baltische provincies in Finland bevorderde. De buitenlandse politiek stond in het teken van het verkrijgen van ijsvrij havens.



Daarom werden pogingen tot expansie gedaan, onder andere bij Finland en Constantinopel. In 1891 begon men met de aanleg van de Transsiberische spoorweg en tevens deed Rusland krachtige pogingen om in het verre Oosten ijsvrije havens in bezit krijgen als geschikt eindpunt voor die lijn. Daarbij stuitte het op Japan en in die strijd bedolven Rusland in 1905 het onderspit. Deze Russische Japanse oorlog werd een keerpunt in de buitenlandse politiek van Rusland en bovendien belangrijke binnenlandse gevolgen omdat hij het zijn gaf tot revolutionaire woelingen. Onder invloed van de vele onlusten besloot de tsaar een volksvertegenwoordiging in te stellen die echter al spoedig weer ontbonden werd. Pas een derde Doema die volgens beperkte kiesrecht gekozen was toonde zich volgzamer. Daar er maatregelen genomen werden tot verbetering van de agrarische toestanden. Toch bleef er in Rusland nog veel ontevredenheid heersen, vooral omdat regeringskringen zich langzamerhand weer veilig begonnen te voelen(russificering). In de Eerste Wereldoorlog zal de regering hirevan de gevolgen ondervinden.



De Balkan kwestie van 1870 tot 1914

had dit vraagstuk reeds tussen 1815-1817 tot internationale conflicten geleid met de Griekse vrijheidsoorlog, de Syrische kwestie en de Krimoorlog nog gevaarlijker werd het, toen na de opening van het Suezkanaal in 1869 de Middelandsezee in het wereld verkeer opgenomen werd. Tot een nieuwe uitbarsting kwam het met de Russische Turkse oorlog van 1875 tot 1878 ditmaal naar aanleiding van de Bulgaarse gruwelen, vreselijke wandaden van de Turken tegen de nog steeds aan hen onderworpen Bulgaren. Rusland nam het voor de Slavische geloofsgenooten op en trachtte opnieuw de Balkan in zijn macht te krijgen.



Bij de vrede van 1878 werd de nieuwe staat Bulgarije gevormd. door verzet tegen de Russische overheersing in de Balkan kwam het tot een congres te Berlijn waar deze kwestie geregeld werd:

1 Bulgarije wordt een kleine staat

2.Oostenrijkers bezet BosniŽ-Herzegowina. 3. Romenie Servie en Montenegro werden onafhankelijk.

Zo hadden vooral Engeland en Oostenrijkers de Russische invloed ingeperkt. Oostenrijk lijfde BosniŽ-Herzegowina in 1878. In 1912, kwam het tot een nieuwe uitbarsting. Turkije was door de oorlog naar Den Helder geweest met ItaliŽ verzwakt en daarvan maakte Bulgarije ServiŽ Montenegro en Griekenland gebruik om gezamenlijk Turkije aan te vallen. Door bemiddeling met de mogendheden kwam in 1913 een voorlopige vrede tot stand, die echter van korte duur was, doordat de overwinnaars twist kregen over de te verdelen van de buit, speciaal over het door allerlei nationaliteiten bewoonde MacedoniŽ.



Bulgarije werd niet alleen door ServiŽ Montenegro en Griekenland maar ook door RoemeniŽ en Turkije aangevallen en moest weldra vrede sluiten. De vrede was slechts een wapenstilstand daar ieder land meende teveel verloren te hebben. Daarmee werd deze kwestie een van de voornaamste oorzaken tot de eerste wereldoorlog.





De kleinere Europese staten

Spanje verloor in 1898 door een roorlog met de Verenigde Staten o.a Cuba en de Filipijnen. later wist het gebied in Noord Marokko te verkrijgen. Portugal had in 1910 nog het bezit van koloniŽn in Costa Rica en Angola. Economisch bleven ze grotendeels afhankelijk van Engeland. BelgiŽ ging onder het bestuur van de Leopold en van koning Albert sterk vooruit op industrieel gebied. Een zwak punt vormt voor BelgiŽ de tegenstelling tussen Walen en Vlaanderen. Door twintig jaar Frans bewind hadden de Fransen sterk veld gewonnen. Luxemburg was sedert 1815 door personele unie met Nederland verbonden, maar werd na de dood van Willem 3 in 1898 van ons land gescheiden. De personele unie die Zweden en Noorwegen sedert 1815 verenigde werd in 1905 ontbonden. Noorwegen koos een Deense prins tot koning. In Zweden regeerde de Bernadottes.



Staatkundig ontwikkeling van Nederland van 1870 tot 1914

omstreeks 1870 werd de grote tijd van het liberalisme in Nederland afgesloten. De conservatieven verdwenen langzamerhand als zelfstandige partij. Vooral na de dood van de invloedrijke leider Thorbecke trad de tegenstelling tot de behoudende en de vooruitstrevende liberalen aan het licht. Een tweede oorzaak van de minder gunstige positie der liberalen was de veranderde houding van hun vroegere bondgenoten de katholieken.



Reeds in 1864 puas Pius II elf de liberale leerstellingen veroordeeld en steeds minder konden zij zich verenigen met de neutrale openbare school. Als derde oorzaak van de achteruitgang van de liberale noemen we de snelle groei van de antirevolutionaire partij, krachtig georganiseerd door Adam Kuyper. Hij ging fel tegen het openbaar onderwijs in. Mede daardoor werden voortaan in Nederland de partij behoudende vooral beÔnvloed door godsdienst en school kwestie, terwijl in andere landen de tegenstelling behoudend of vooruitstrevend het zwaarst woog.



Het duurde nog tot 1888 voor het eerste coalitie ministerie o.l.v. de anti revolutiionair Mackay tot stand kwam, welk kabinet de onderwijswet wijzigde en de enige subsidiŽring van het bijzonder onderwijs tot stand bracht. De hoop dat dat aan de schoolstrijd een eind gekomen werd niet verwezenlijkt. Reeds eerder had een zeer belangrijk kwestie de aandacht gevraagd, die kiesrecht uitbreiding, met de school kwestie in het begin, en het sociale vraagstuk het derde hoofdrol bij deze periode. De grondwetswijziging van 1887 wilde:o.a. opheffing van het censuskiesrecht. De leden van de eerste kamer werden niet uitsluitend kozen uit de hoogst aangeslagen in de belasting.



In 1898 overleed de koning opgevolgd door koningin Wilhelmina, onder rvan de gentschap van koningin moeder Emma. Eind jaren tachtig werd ons land gegrepen door machtige technische en economische expansie. In die tijd kwam de arbeidersbeweging op met de socialistische ex predikant, Nieuwenhuis had reeds veel aanhangers. Na zijn tijdelijk kamerlidmaatschap ging hij de anarchistische kant op, en kwam de leiding aan J. Troelstra die in 1894 met elf andere de SDAP opgericht had. De christelijke arbeiders waar al vroeger met een eerste vakorganisatie begonnen -patrimonium- opgericht in 1877, terwijl in 1880 de rooms-katholieke volksbond gesticht werd. Het laatste decennium van de eeuw was de periode van de laatste kracht ontplooieing van de de liberalen en wel in vooruitstrevende geest. Volgende jaren was er gewoonlijk strijd tussen de linkse partijen en de vrijzinnige democraten, waarmee de sociaal-democraten soms samengingen en de rechtse christelijke partijen.





Economische en geestelijke ontwikkeling van Nederland sedert 78

in vele opzichten is Nederland sedert het midden van de negentiende eeuw economische sterk vooruitgegaan. De handel met het buitenland was tussen 1870 en 1913 met 800 procent toegenomen. Vooral Amsterdam en Rotterdam ontwikkelden zich krachtig. De toestand op het platteland was aanvankelijk minder gunstig. Door de invoer van buitenlands goedkoop graan daalde de prijzen. Verder steeg de bevolking snel onder andere door de vooruitgang van medische wetenschap en hygiŽne en de voedselvoorziening. De werktijden waren gemiddeld 12 tot 15 uur per dag. De woningvoorziening was nog slecht voor arbeiders. Na 1890 begon de positie van de Nederlandse arbeider langzaam te verbeteren doordat de lonen stegen.



Het Nederlands gebied buiten Europa van 1850 tot 1914.

Het Nederlandse gebied in Oost IndiŽ werd sedert het midden van de negentiende eeuw uitgebreid. Rond omstreeks 18 50 was ons invloed buiten de Java gering terwijl rond 1914 de gehele archipel met uitzondering van het Engelse deel van Borneo en de Portugese helft van Timor onder Nederlands gezag. De verhouding tot Atjeh was geregeld door een traktaat met Engeland. In 1871 werd een nieuw verdrag gesloten. Toen bleek dat Atjeh steun trachten te krijgen van Turkije of Verenigde Staten brak in 1873 een oorlog uit die niet minder dan dertig jaar duurde, omdat de Nederlandse regering geen voldoende kennis van de Adjeh toestanden had en met onvoldoende middelen een dappere en fanatieketegenstander trachten te overwinnen.



Door van Heutz werd uiteindelijk Atjeh onderworpen. Door Multatuli begon men in te zien dat het moederland de kolonie niet langer kon beschouwen als wingewesten waarvan het zoveel mogelijk voordeel moest trachten te trekken maar dat Nederland een verplichting had voor het welzijn van de inheemsen te zorgen. Er was geen plaats meer voor het cultuurstelsel. In tegenstelling tot de gunstige ontwikkeling van Oost IndiŽ waren de toestanden in Amerikaanse kolonie minder bevredigend. Suriname heeft vooral sedert de afschaffing van de slavernij in 1863 gebrek aan werkkrachten. Een poging om daarin door aanvoer van arbeiders uit dit IndiŽ en Java te voorzien zijn niet geslaagd.



De verdeling van Afrika

nergens is de invloed van het moderne imperialisme duidelijker te merken dan in Afrika. Eerst maakte ontdekkingsreizigers als Livingston enStanley Afrika meer bekend, daarna namen handelsverenigingen groote gedeelte ervan in exploitatie. Uiteindelijk traden de regeringen als beschermers van het begeerde gebied op. Voor 1880 warijna geen kolonien, reeds in 1914 was het gehele werelddeel met uitzondering van Liberia en Abessinie in bezit of onder invloed van Europese staten. Het grootste gedeelte kwam in handen van Engeland en Frankrijk. Egypte was vooral sedert 1869 toen het Suez kanaal geopend werd voor Engeland van grote betekenis omdat het de weg naar IndiŽ beheersten.



Voor de Engelse was Egypte dan ook een belangrijke kolonie. Onvermoeid werkten de Franse voort om hun kolonien met elkaar te verbinden, daardoor kwamen ze in een ernstige botsing met Engeland. In 1899 werd een overeenkomst gesloten waarbij het Nijldal in Britse handen kwam. Deze confentie trachten de invloedssfeer van beide mogendheden af te bakenen, zodat een beter verhouding tussen Engeland en Frankrijk kon ontstaan. Daarna traden de Engelse in Zuid-Afrika met kracht op in de boerenoorlog (1890-1902) met daarop gevolgd te opneming van de Oranjevrijstaat en Transvaal in het Britse wereldrijk, wisten zij ook dit gedeelte van Afrika in macht te krijgen.



Zuid-Afrika in de negentiende en 20e eeuw

Nadat Engeland in 1806 de Kaapkolonie bezet in 1814 behouden had, kwamen er voor een grotendeels van Nederlandse afstanden bewoners zware tijden. De Engelse bevoorrechte de inlanders ten koste van de boeren. Deze begonnen daarop een nieuwe woonplaats te zoeken. In 1836 begon de grote trek. Vele boeren gezinnen trokken over de oranjerivier en vestigden zich tussen stroom en de Vaal. In die streek ontstond later de oranje vrijstaat.



De Engelse beschouwen deze nieuwe nederzettingen echter als hun gebied en annexeerd onder andere in 1844 Natal waarop de meeste boeren dat land weer verlieten en over de Vaal trokken. Zo schenen zich zelfstandige boeren republieken te kunnen ontwikkelen, maar die toestand veranderde met ontdekking aldaar van diamanten en goud. Engeland probeerde de republieken te onderwerpen maar bewoners verdedigde zich. Onder andere door de vestiging van Duitsers en verdere druk van Engelse moesten deze boeren republieken toch het onderspit delven. Rond 1895 was de omsingeling van de boeren republieken gelukt. In 1899 brak oorlog uit. Er was bijgevolg van Europa veel sympathie voor de helden-boeren, maar regeringen blijven onzeidig en de Engelse wisten de toestand in de Kaapkolonie te beheersen.



Een aantal nederlagen volgde. Toch uit het Britse wereldrijk werder steeds nieuwe troepen naar Zuid-Afrika verscheept zodat een nieuwe opperbevelhebber Lord Roberts in 1900 met grote overmacht kon optreden.. Tenslotte lukte het de opvolger van Roberts Kitchener, die zeer hardvochtig optrad en door wiens toedoen duizenden vrouwen in concentratiekampen omkwamen een einde een oorlog te maken. In 1910 verenigde de verschillende republieken zich tot een geheel, de unie van Zuid-Afrika.





AustraliŽ en AziŽ tot 1914



evenals Afrika trachten de Europese mogendheden ook AziŽ en AustraliŽ te verdelen maar in AziŽ lukte dat slechts gedeeltelijk. Hier kwam namelijk een inheemse Aziatische staat op Japan die dat verhinderde. Het continent AustraliŽ waar de Engelsen zich in de achttiende eeuw sedert de ontdekkingsreiziger van Cook gevestigd hadden viel bijna geheel aan hen ten deel. Eerst werd nieuw Holland als strafkolonie gebruikt maar langzamerhand kwamen er ook vrije kolonisten als boeren. Vooral nadat de omstreeks 1850 goud werd gevonden. Nederland bezette om in tijd delen van Indie. Terwijl Amerikanen Hawaii en door de oorlog met Spanje de Filippijnen verwierven.



De Engelse wisten hun bezit in voorIndiŽ uit te breiden. Bovendien breiden Engelse gezag westwaarts uit in de richting van Afghanistan en PerziŽ. Behalve het uitgestrekte Indische gebied bezet Engeland nog enkele belangrijke strategische steunpunten zoals Koeweit en Hongkong. Door de Eerste Wereldoorlog verkreeg het grote invloed in de Arabische wereld. Ze verkregen zo een verbinding van de kaap met IndiŽ over Egypte. Engeland dwong China nn 1842 na de Opium oorlog tot het sluiten van handelsverdrag waarbij het Hongkong verwierf. Tevens moesten enige havens voor vreemde handel opengesteld worden. Eerst voor Engeland spoedig daarna ook voor Frankrijk en de Verenigde Staten.



De vreemdelingen kregen het recht zich in afzonderlijk gedeelte van deze steden te vestigen zogenaamde concessies waar zij ex territoriale rechten genoten en dus niet onder de Chinese wet vielen. De belangrijkste was Shanghai. Geheel anders daarentegen was de houding. Japan nam moderne beschaving gedeeltelijk over en werd daardoor in plaats van het slachtoffer een geduchte concurrent voor Europa en Amerika. Ook Japan had zich evenals China van de buitenwereld afgesloten, uitgezonderd de aanraking met de Nederlanders op Decima, heeft de toenemende wereld verkeer opening. In 1854 moesten enkele havens voor Amerika opengesteld worden en spoedig daarna ook voor Engeland Nederland en Rusland.



Tegenover de westerse gedachtenwereld echter blijft de Japanner vasthouden aan zijn aan geloof in volk en vaderland gepersonaliseerd in de Micado die als een god vereerd werd. Op voorgaan van zijn leermeesters ging het verjongde rijk van de een rijzende zon al vlug de weg op van het imperialisme. Dit vanwege de overbevolking en in het belang van handel en industrie. Daarbij kwam het in conflict met zijn grote concurrent in Oost AziŽ- Rusland. De Japanners wisten na een succesvolle oorlog tegen China hun doel te bereiken wordt Port Arthur en Formosa werden Japans, en Korea kwam onder Japanse invloed te staan. Daarop greep Rusland met behulp van Frankrijk en Duitsland in. De Japanners moest afzien van het strategisch belangrijke port Arthur.



Door deze vermeerdering van vreemde invloeden ontstond in China in 1901 een sterke nationalistische beweging. De opstand der boksers waarvan vele vreemdelingen het slachtoffer werden. En die door een internationale troepenmacht bedwongen moest worden. De Russen maakten van de verwarde situatie in China gebruik om Mntsjoerije te bezetten. In 1904 brak de oorlog uit waarbij Engelse onpartijdig bleef. De Japanners versloegen de Russen. Toen in Rusland zelf een revolutie uitbrak nam de deze regering de bemiddeling aan van Roosevelt. Bij de vrede de in 1905 tot stand kwam kreeg Japan Port Arthur en het protectoraat over Korea.



De ontwikkelingsgang van Amerika van 1870 tot 1914

Amerika had een grote hoeveelheid immigranten uit Europa te verwerken. Door sterke concurrentie met andere landen begaf Amerika zich ook op pad van het imperialisme. De verhouding tot Japan werd door concurrentie in Oost AziŽ en het streven naar beheersing van de grote oceaan, slecht. Behalve het Panama het kanaal kreeg de unie ook een aantal Midden-Amerikaanse gebieden onder haar invloedssfeer. Latijns-Amerikaanse had voorlopig aanmerkelijk minder invloed op de wereldgeschiedenis. De meeste midden en Zuid-Amerikaanse staten had een leiding in een heftige partijstreid tussen conservatief klerikale en antiklerikale liberalen waarbij revolutie en staatsgrepen herhaaldelijk voorkwamen.



Oorzaak van de Eerste Wereldoorlog.

Zwak punt was de groeiende tegenstelling tussen Oostenrijk en Rusland door de Balkan kwestie. De opening van het Suezkanaal in 1869 was het oostelijk deel van de Middelandsezee sterk in betekenis toegenomen. Engeland kon niet toestaan ook daar door Rusland te worden bedreigd. Daarom besloten ze dat rijk op de Balkan terug te dringen. In 1879 sloten Duitsland en Oostenrijk een verbond. De verhouding tussen Duitsland en Rusland die lange tijd goed geweest was verkoelde. Naast de Balkan kwestie werkte nog andere vooral moderne imperialistische invloeden.



Engeland en Frankrijk begonnen allebei hun koloniale gebieden sterk te vergroten en werden daarin spoedig door andere mogendheden gevolgd, wat tot vele botsingen aanleiding gaf. Vooral Duitsland begon gevaarlijk te worden vanwege de pan Germaanse gedachte die dreigde de werkelijkheid te zullen worden. Ook economisch had het zich tot een geduchte concurrent ontwikkelt. Mede door de activiteiten keizer Wilhelm ook nog een sterke vloot begon op te bouwen, waardoor door het Britse rijk direct in het hard bedreigd werd. Daarom besloten de Britse regering te proberen met Duitsland een bondgenootschap aan te gaan. Duitsland ging hier niet op in. In 1902 sloten zij een defensief verbond met Japan. In 1904 ontstond een entante tussen Engeland en Frankrijk. Deze overeenkomst leidde in 1905 tot een conflict met Duitsland over Marokko.



In 1907 kwam het tot een entante tussen Engeland en Rusland waarbij de geschilpunten in AziŽ uit de weg geruimd werden en invloedssferen afgebakend. Zo ontstond de triple entente van Engeland Frankrijk en Rusland tegenover de driebond van de centrale mogendheden. De Turkse revolutie met de daaropvolgende annexatie van BosniŽ-Herzegowina door Oostenrijk leidde in 1908 bijna tot een Russisch Oostenrijks conflict dat tevens een strijd tussen de wederzijdse bondgenoten ten gevolge gehad zou hebben. Marokko kwestie van 1911 bracht Europa opnieuw aan de rand van oorlog. Doch het gevaar werd afgewend door een Frans -Duitse overeenkomst.



De verzwakking van Turkije door de Italiaanse oorlog was een der oorzaken van de aanval in 1902 der Balkanstaten op Turkse gebied, en daarna van onderlinge strijd tussen de overwinnaars. De verhouding tussen Engeland en Duitsland was steeds slechter geworden. De Engelse zagen met toenemende bezorgdheid de snelle groei van Duitse handel en industrie. Het oorlogsgevaar voor Europa werd steeds groter en de mogendheden bereiden zich dan ook door sterke uitbreiding van leger en vloot op mogelijke strijd voor. De hoofdoorzaken tot de Eerste Wereldoorlog waren:

1-tegenstelling van Frankrijk en Duitsland na de oorlog van 1870-1871 die door Marokkaanse kwestie verscherpt werd

2-tegenstrijdige belangen van Oostenrijk en Rusland in de Balkan.

3-de economische politieke tegenstellingen tussen Duitsland en het Britse imperium.





Van de Eerste Wereldoorlog tot heden.

de aanleiding tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was de moord eind 1914 te Sarajevo van de Oostenrijkse troonopvolger Franz Ferdinand en zijn gemalin gepleegd werd ten gevolge van de systematische grote Servische propaganda. De Habsburgse regering greep dat aan als een middel om servie voorgoed te verzwakken zond een ultimatum. Servie gaf op bijna alle punten toe maar Oostenrijk vond dit antwoord toch onvoldoende en verklaarde ServiŽ de oorlog. Rusland begon daarop een algemene mobilisatie en zo kwamen begin augustus 1914 de mobilisatie, ultimata en oorlogsverklaringen van alle kanten los.



Na enkele dagen stonden Oostenrijk en Duitsland gewapend tegenover ServiŽ Rusland en Frankrijk. Het reeds lang voorbereide krijgsplan van Duitsland om snel met Frankrijk in een blitzkrieg af te rekenen en zich daarna met volle kracht tegen Rusland te wenden. Daartoe moest echter gezien de zware versterkingen aan de Oostgrens van Frankrijk de verzwakte noordgrens geforceerd worden, wat alleen mogelijk was als Duitsland de onpartijdigheid van BelgiŽ die Pruizen gegarandeerd had schond. Het gebeurde maar daarmee werd de laatste aarzeling in Engeland weggevaagd en schaarde zij zich aan de zijde van Frankrijk en Rusland welk voorbeeld door Japan gevolgd werd.



Turkije sloot zich aan bij de Centrale. De Franse wisten echter de Duitserd met een tegenoffensief te keren. Vanuit Parijs werden flankaanvallen uitgevoerd en na een heroÔsche strijd wisten Franse en Engelse troepen de Duitsers terug te slaan. Deze slag aan de Marne besliste in zeker zin de gehele oorlog. De strijd aan het westfront veranderde na de slag vrij spoedig van karakter de bewegingsoorlog verstarde tot een loopgraven strijd. In dat jaar ontstond een reusachtige frontlinie die zich van de Noordzee langs de ijzer en via Parijs en Verdun tot aan Zwitserland uitstrekte. Op dit uitgestrekte front werd zonder dat de hoofdlijnen veel werd gewijzigd ongeveer 4 jaar lang gevochten, waardoor in vreselijke slachtingen honderdduizenden gedood of verminkt raakten.



De centralen waren in het nadeel omdat de Engelse vloot de zeeen beheersten. De meeste Duitse koloniŽn gingen spoedig verloren. Na de bloedige vergeefse strijd om Verdun in 1916 trokken de Duitsers zich in het defensief. De steun van ItaliŽ sinds 1915 baat de geallieerden niet veel. Aan het oostfront kwam het in 1916 tot een grote opgezette aanval van de Russen samen met de Roemenen. Vanwege een blokkade van Engelse schepen besloten de Duitsers tot een duikbootoorlog die het torpederen van alle schepen zonder waarschuwing beval, ondanks het grote risico de Verenigde Staten hiermee in de oorlog te drijven. In april 1917 besloot Amerika aan de oorlog deel te nemen. In het Oosten verbeterde de positie der centralen doordat in Rusland de revolutie uitbrak.



De Russische legers bleken door de revolutie gedesorganiseerd te zijn. Toen in de herfst met behulp van de Duitsers de communisten onder leiding van Lenin aan de macht kwamen besloten zij tot een wapenstilstand met de centralen. Begin 1918 werd de vrede van Brestlitovsk getekend. Door een steeds sterkere bemoeienis van Amerikaanse soldaten lieten de Duitsers zich aan Westfront langzamerhand terugdringen, terwijl in het achterland het moreel met de dag slechter werd. Als eerste van de centralen bezweek Bulgarije. Turkije dat van 1917 af Palestina SyriŽ en Arabie aan de Engelsen verloren had, moest kort daarop een wapenstilstand sluiten. Kort daarna werden onderhandelingen met de Amerikanen ingezet op basis van de zogenaamde veertien punten van Wilson als basis voor een rechtvaardige vrede en zelfbeschikkingsrecht der volkeren en vergoeding van aangerichte schade en de oprichting van een volkbond.



Terwijl men hierover onderhandelde brak ook in Duitsland een revolutie uit. Keizer Wilhelm week uit naar Nederland. Op 11 november 1918 werd namens de voorlopige regering van gematigde socialisten de wapenstilstand getekend. Een half jaar kwam na moeizame besprekingen tussen Wilson, Lloyd George en Clemens zou met Duitsland de Vrede van Vesailles tot stand. Daarin kwamen Elzas en Lotharingen aanFrankrijk. Posen en Westpruizen aan Polen en het Saargebied kwam vijftien jaar onder volkenbond bestuur. Duitsland stond alle koloniŽn af en moest zware herstelbetalingen doen. Daarnaast mog het og slechts een klein leger en geringe vloot bezitten. Als waarborg tegen de Duitsers werd de linkerr Rijnoever bezet door frankrijk. Oostenrijk werd een kleine staat.



Als nieuwe staat ontstonden Tsjecho-Slowakije en JoegoslaviŽ. Bulgarije en vooral Turkije werden sterk verkleind. Frankrijk werd SyriŽ en Engeland Palestina en MesopotamiŽ toegewezen als mandaat van de volkenbond.





Op initiatief van president Wilson werd als inleiding voor de vredesverdragen het statuut van een volkenbond opgenomen een poging tot uitbannen van de oorlog. De voornaamste organen van de bond werden de vergadering, de raad met permanente en niet permanente leden en het permanente hof van internationale justitie te Den Haag. Ondanks deze idealen werden de verhoudingen tussen Duitsland en Japan in ItaliŽ enerzijds en de rest van de volkenbond steeds slechter.



Tussen twee oorlogen

de hele maatschappij was door de oorlog ontwricht. Staten gingen gebukt onder een reusachtige schuldenlast en de bevolking verarmde door dalenede koopkracht. 9 miljoen soldaten waren gesneuveld. Politieke en sociale onrust leidde o.a in Duitsland en Hongarije tot revolutionaire woelingen gestimuleerd door de Russische revolutie. De herstelbetalingen van Duitsland aan andere Europese landen zouden de verhoudingen de komende jaren tekenen. Bovendien waren er verschillende moeilijkheden over grensbepalingen.



Europa daalde sterk in betekenis, terwijl Amerika en AziŽ vooral Japan van steeds meer gewicht werden. Dus begrijpelijk dat in verschillende landen het streven opkwam zich af te wenden van de oude denkbeelden van ongeremd individualisme, zo weinig mogelijk beperkte vrijheid en te komen tot maatschappij die in al zijn geledingen gebaseerd zou zijn op collectivisme en gebondenheid. Zo zien we dan ook totalitaire stromingen als het communisme en racisme langzamerhand veld winnen. Toch ook opvallende versnelling en radicalisering op het gebied van wetenschap en techniek, uitvinding van auto fiets vliegtuig en radio. Ook sociale vernieuwing. In vele landen werd het algemeen kiesrecht ingevoerd.



Na een slechts korte tijd van economische vooruitgang tussen 25-30, ontstond omstreeks 1930 een wereldcrisis die de hele maatschappij ontwrichtte en een ontzettende werkloosheid ten gevolg gehad. De internationale toestand werd voortdurend moeilijker in de eerste plaats door de groei van het nationaal socialisme en het Duitse imperialisme. Van deze tijd af werd de dreiging van de Duitse herbewapening steeds meer kernpunt van de Europese politiek. Italie doet in 1935 een overval op bijna weerloos Abessinie. En in Spanje begon een burgeroorlog tussen republikeinen en fascisten die van 1936 tot 1939 zou duren. Dit alles ondanks de volkenbond.



Duitsland de republiek van Weimar en de dictatuur van Hitler.

De eerste maanden na de oorlog waren moeilijk voor Duitsland dat door revoluties en armoede geteisterd werd. Overal riepen de communisten of Spartakisten de bevolking op tot een tweede nieuwe sociale revolutie. Onder deze ongunstige omstandigheden bracht in 1919 de nationale vergadering te Weimar de grondwet van de Duitse republiek tot stand. In 1923 werden er nog eens zowel van de kant van de communisten als die der nationalisten, o.a met Hitler, pogingen gedaan om de republiek ten val te brengen, maar deze mislukte. Toen Duitsland niet de instaat bleek aan de herstelbetalingen te voldoen bezette Frankrijk in 1923 het Ruhrgebied.



Duitsland liet bewust zijn financiŽle structuur ineenstortten met het uitgeven van grote hoeveelheden geld. Het deed de staatsschulden met een slag verdwijnen. In 1924 werd met het Dauwesplan afgesproken dat Duitsland een internationale lening zou kregen om zijn economische positie te verbeteren en instaat te worden de gouden standaard te herstellen. Daarnaast werd in 1925 het verdrag van Locarno tussen Duitsland, Frankrijk en BelgiŽ ondertekend waarbij een aantal belangrijke grenskwesties werden geregeld. In 1929 werden bij het Youngplan de herstelbetalingen definitief geregeld worden en in 1930 werd het laatste stuk Rijnland door Frankrijk ontruimd. De wereldcrisis van 1930 gooide echter roet in het eten.



Onheilspellend groeide onder deze omstandigheden de invloed van het extremisme van links en van rechts. De revolutie kwam in de eerste maanden van 1933 toen de oude Hindenburg Hitler tot rijkskanselier benoemde. De verkiezingen gaf zijn partij de absolute meerderheid van toen af aan kwam mede door machinaties als de Rijksdagbrand de dictatuur opgang. Op politiek economisch en sociaal terrein werd alles gelijkgeschakeld. In 1934 werd Hitler na de dood van een Hindenburg ook nog officieel staatshoofd.



In 1933 verlaat Duitsland de volkenbond. Ook het verdrag Locarno werd verscheurd. Ne in 1936 dreunde de paradepas weer in het Rijnland. Er werden overeenkomsten in 1936-1937 met ItaliŽ en Japan gesloten. In 1935 kreeg Duitsland via volksstemming het Saargebied terug. In 1938 wordt Oostenrijk bij Duitsland gevoegd. Het conflict met Tsjecho-Slowakije over de daar levende SudetenDuitsers was de volgende stap in Hitlers imperialistische politiek. Bohemen en MoldaviŽ werden als protectoraten bij Duitsland gevoegd. De inlijving van de Tsjechen deed bij Engeland en Frankrijk het restje hoop op een vergelijk verdwijnen. Zij versterkten hun bewapening en gaven garanties tegenaanvallen aan staten onder andere aan Polen. In 1939 kwam er een nonagressie pakt tussen Duitsland en Rusland.



Frankrijk tussen 1919-1939

Hoewel Frankrijk als overwinnaar uit Eerste Wereldoorlog te voorschijn getreden was, had het in vele opzichten zwaarder geleden dan het overwonnen Duitsland. Een belangrijk deel van het grondgebied werd hier nog lang geteisterd door de voorbije oorlog. Toch was haar militaire en politieke positie na de oorlog sterk. De wereldcrisis, de overwinning van hwt nationaal socialisme, de Duitse machtsvergroting, het optreden van ItaliŽ in Abessinie en de burgeroorlog in Spanje maken de positie van Frankrijk moeilijker. Door een defensief verbond met Rusland in 1935 trachtte de republiek zich hiertegen te beveiligen.



Engeland 1919-1939

Engeland had van de wereldoorlog minder geleden gehad dan Frankrijk en kon zich bovendien door zijn grotere hulpbronnen sneller herstellen. Het verkreeg een belangrijk deel van de Duitse kolonie in Afrika en AustraliŽ en delen van het oude Turkse rijk in Palestina en MesopotamiŽ. Na een korte tijd van opbloei evenals in de meeste andere landen kwam een zware economische crisis die met een ernstige werkloosheid gepaard ging. Mede onder invloed van de wereldoorlog werd in verschillende delen van het Britse rijk pogingen tot meer zelfstandigheid en afscheiding gedaan. In voor-IndiŽ wist de regering deels door streng optreden, deels door het toekennen van meer zelfbestuur meester van de toestand te blijven. Daar bleven veel moeilijkheden door het optreden van hindoe leider Ghandi.



De conflicten tussen joden Arabieren in mandaatgebied Palestina veroorzaakte grote moeilijkheden. Na de Eerste Wereldoorlog vestigde vele joodse kolonisten uit Europa, zogenaamde zionisten, zich in Palestina vertrouwend op te beloften van de Belfour Declaration in 1917. Bedreigend voor Engeland was de zelfstandigheidsbewegingen in Ierland. Deze hoopte met de hulp van Duitsland een opstand in Dublin op te wekken. Deze mislukte, maar in 1921 kreeg de Ierse vrijstaat een zelfstandig bestuur met de Engelse koning als staatshoofd. Het grote struikelblok was het geschil over Ulster.



De wereld malaise trof ook Engeland in 1930. De zware handeling industrie werd ontwricht en het moest in 1931 zelfs de gouden standaard prijsgeven. De laatste jaren werd de internationale positie van Engeland voortdurend moeilijker onder andere door het opdringen van Japan, en de herbewapening van Duitsland.



Rusland

na de revolutie van 1917 scheen Rusland uit een te zullen vallen. Verschillende staten waaronder Polen scheidde zich af. Overigens wisten de bolsjewieken, die zich echter tegen alle binnen- en buitenlandse aanvallen te handhaven, vooral door steun van de kleine boeren. In 1923 overleed Lenin. Zijn plaats werd ingenomen door Stalin. Met hem kwam de politiek van de vijfjarenplannen. Op het platteland richtte de regering reusachtige collectieve bedrijven op. De gegoede boerenstand die der koelakken, die gedurende de vorige periode was ontstaan, werd stelselmatig uitgeroeid. De Sovjet-Unie werd een totalitaire staat. De bolsjewisten trachtte ook hun beginselen in het buitenland ingang te doen vinden en steude daarom overal het communisme krachtig. De conflicten met Duitsland over de vrijstaat Dantzig en de corridor werden tenslotte de aanleiding tot de Tweede Wereldoorlog.



De Donoulanden en de Balkan

na de oorlog viel de Habsburgse monarchie uiteen, wat vooral voor Oostenrijk en Hongarije noodlottige gevolgen had. Wenen bleef in economisch opzicht nog altijd het middelpunt van de donorlanden. Sedert 1930 ging echter ook daar de toestand achteruit. Ook hier won het totalitaire streven veld.De nationaal socialisme groeide gestaag. Hun pogingen in 1930 om aansluiting bij Duitsland te verkrijgen, waarbij zij premier Dulfuss om het leven brachten, slaagde ten gevolge van het verzet van mussolini toen nog niet, maar in 1938 werd de Anschluss een feit. In de buitenlandse politiek sloot Hongarije zich nou aan ItaliŽ en Duitsland.



In JoegoslaviŽ werd de strijd tussen de Serven en Kroaten in 1929 beslecht door een koninklijke dictatuur. Toen taliŽ op eigen houtje Fiume annexeerde werd dit een twistappel met Joegoslavie. Tsjecho-Slowakije het enige overwegend democratische land kreeg na de Ansluss grote moeilijkheden met zijn minderheden onder andere vanwege het streven van de sudetenDuitsers naar autonoom bestuur. Kort na de 1e wereldoorlog ontstond een heftige strijd tussen Griekenland en Turkije. De Grieken moesten daarin het onderspit delven. In 1923 werd de Turkse republiek uitgeroepen. Kemal, latere Ataturk, vader van alle Turken genoemd, werd president.



ItaliŽ onder mussolini

ItaliŽ was vergroot uit de oorlog te voorschijn gekomen, maar had te kampen met ernstige binnenlandse moeilijkheden. De lire sterk gedaald. mussolini, een vitale en ijdele persoonlijkheid, regeerde na zijn mars naar Rome als dictator. Hoewel de koning in naam soeverein bleef. Van grote betekenis is de overeenkomst die het koninkrijk in 1929 sloot met de heilige stoel, waardoor de Romeinse kwestie uit de weggeruimd werd. Hierbij werd als volkomen soevereine staat Vaticaanstad ingesteld.



De herinnering aan het vroegere Romeinse wereldrijk had een grote invloed op mussolini die zich in vele opzichten als een nazaat van de Romeinse inperatoren gedroeg. Zijn politiek was gericht op de vorming van een machtige Italiaanse imperium dat de Miidelandse zee moest beheersen, waarbij ook de snelle aanwas ter bevolking en het verlangen naar grondstoffen factoren waren. Hierbij had mussolini het vooral gericht op Abbesinie. Ondanks sancties van de volkenbond veroverde hij dit gebied in 1936, waarbij zelfs gifgassen niet gespaard werden. Gedurende de Spaanse burgeroorlog steunde mussolini de leider van de opstandelingen generaal franco met materiaal en troepen.



Kleinere mogendheden

Spanje was in de Eerste Wereldoorlog neutraal gebleven. Had verschillende gevoelige nederlagen te incasseren bij uitbreidingsplannen in Marokko. Later 1930 moesten dictator generaal primo de RiviŤreen in 1931 koning Alfonso het land verlaten. Maar de republiek bracht nog geen rust. In 1936 verwierven de linkse partijen bij de verkiezingen een grote meerderheid waardoor een linkse republikeinse regering optrad. Tegen dit democratische bewind brak een militaire fascistische opstand uit o.l.v. gaat franco. De buitengewoon bloedige burgeroorlog die hier ontstond werd gaandeweg het gevaar voor vrede in Europa.



Verenigde Staten

De Verenigde Staten kwamen na de Eerste Wereldoorlog in en buitengewoon gunstige positie. Gedurende eerste jaren leefde zij tegen reusachtige winsten Europa allerlei benodigdheden en bereidde hun handel op Zuid-Amerikaanse en Azie uit. Door de wereldcrisis werden zij ook zwaar getroffen. Het werkloosheidscijfer steeg tot 14 miljoen. Onder deze omstandigheden werd de democratische Franklin Roosevelt tot president gekozen. Onder zijn bewind werden sociale en economische besluiten genomen. Devaluatie van de dollar met 40 procent en ontwikkeling van grote openbare werken waaronder een grote visie onder de noemer nieuwe deal.



Ook in zijn buitenlandse politiek had Roosevelt grote weerstanden te overwinnen vanwege het isolationisme van zijn voorganger. De stille oceaan werd door de Amerikanen steeds meer als een binnenzee en China als een privť afzetmarkt beschouwd en dus zagen ze met groeiende ongerustheid de toenemende invloed van Japan toe. In 1921 en 1922 werd te Washington een ontwapeningsconferentie gehouwen. De Verenigde Staten Japan Engeland Frankrijk en ItaliŽ zou de sterkte van hun vloten verminderen. Blijvende resultaten had deze conferentie weinig.



China en Japan

De opkomst van Japan maakte vele Oosterlingen zich van hun eigen kracht bewust een daarna had de Eerste Wereldoorlog een nog grotere uitwerking. Die strijd verzwakte Europa en versterkte AziŽ. Van de gunstige positie waarin het door de Eerste Wereldoorlog plaatst werd, profiteerde Japan nog meer dan de Verenigde Staten. Verkreeg onder andere Duitse eilanden in de grote oceaan als mandaatgebied maar gaf ze na het uittreden uit de volkenbond niet terug. Bovendien maakte ze van de wereldoorlog gebruik om zijn invloed in China uit te breiden.



De Japanners hadden zeer veel belangstelling voor de industrialisering van het land gemakkelijk was dat niet, door een gebrek aan grondstoffen. Geholpen door lage lonen werd Japan een bedreiging voor de West-Europese en Amerikaanse handel. In de tijd na 1930 tijdens de wereldcrisis toen ieder land genoeg aan zijn eigen zorgen had ging het tot nieuwe gebiedsuitbreidingen over. Van de verwarring in China profiteerden Japan on zijn invloed te vestigen in Mantsjoerije. Was een vruchtbaar gebied en bovendien rijk aan steenkolen en ijzer. In 1932 werd het praktisch een Japanse kolonie. Japan verliet in 1933 volke bond. Tijdens de algemene verwarring die na 1911 in China heerste vestigde Soen Jat Sen in 1917een regering in kanton. zijn partij de Kwomintan verzette zich tegen de buitenlandse concessies en extra-territoriale rechten.



Bij het streven om het gezag van deKwomintan over China uit te breiden kreeg het hulp van de partijgenoten uit Rusland. Toen hij in 1925 stierf woeden er in China een heftige strijd tussen verschillende generaals onderling. Met steun van de gematigden wist echter langzamerhand de energieke schoonzoon van Soen generaal Tjan-Kai_tsjek de partij van communistische elementen te zuiveren en de eenheid te herstellen. Nog groter werden problemen van Japan na de stichting van Mantsjoekwo in 1932. Hij bracht noordelijke provincies van China ook onder zijn militaire controle . Dit leidde ten slotte in 1937 tot een openlijke oorlog. Japan deed een geweldige aanval op China waardoor uitgestrekte gebieden onder andere Peking en Sjanhai bezet werden. De tegenstand der Chinezen was hardnekkig, zodat Japan geen definitieve overwinning behaalde.



Nederland gedurende en na de Eerste Wereldoorlog

Ons land was in 1914 onpartijdig. De ervaren staatsman kort Van derlinden stond aan het hoofd van de regering. In 1917 werd een belangrijke grondwetsherziening doorgevoerd met algemeen kiesrecht voormannen boven 25 en evenredige vertegenwoordiging. Met de vreden het volgende jaar kwam er een eind aan voedsel moeilijkheden die vooral in 1918 met andere oorzaken tot enkele ernstige ongeregeldheden aanleiding had gegeven.



Er was een revolutiepoging van Troelstra die in de gebeurtenissen van november 1918 in Duitsland het begin zag van een socialistische wereldrevolutie. Naast poging tot revolutie bracht het Belgie plannen tot annexatie van heel Vlaanderen en een deel van Limburg ons land in moeilijkheden. De Nederlandse geschiedenis tussen de Twee Wereldoorlogen is evenals die de ander landen verdeling in drie periode: de periode van naoorlogse moeilijkheden, de hausse tijd vanaf 1924 tot 1930 en daarn de grote economische crisis. Bij velen stond in deze jaren het pacifisme en anti-militarisme op de voorgrond, zoals bleek uit het verwerpen van voorgestelde vlootwet in 1923.



Het streven naar eenzijdig ontwapening bij verschillende partijen en de muiterij op de kruiser "de zeven provinciŽn" in 1933 te IndiŽ. In 1931 sloeg de crisis ook hier toe. De kabinetten probeerde met grote maatregelen de bestrijding van de werkloosheid onder ander met droogmakerij van der Zuiderzee en het graven van nieuwe kanalen te bestrijden. Daarnaast waren er bezuinigingen op de rijks uitgaven waartegen de SDAP oppositie voerden. Een aansluiting op andere totalitaire stromingen ten gevolge van de invretende crisis en werkloosheid ontstond ook in Nederland een partij die op grondslag van het leidersbeginsel was gebaseerd ,de NSB. De verkiezingen van 1935 waren succesvol voor Colijn die daarom een nieuw kabinet vormde tot 1939. Toen kwam een coalitiekabinet waarin voor het eerst ook de sociaal-democraten zitting hadden.





Nederlands IndiŽ

met de 20e eeuw brak een tijd aan van bewustwording van de inheemse volken. Er werd gestreefd naar meer zelfbestuur. 1903 werden de gewestelijke raad en gemeenteraden ingesteld in IndiŽ die in feite een aandeel in het bestuur van hun gebied krijgen. Na de Eerste Wereldoorlog ging het in sneller tempo en van 1925-1930 kwam op Java een nieuwe bestuursregeling inwerking waardoor het zwaartepunt verschoven werd van de Europese bestuurder naar het inheemse bestuur. Ook in het landsbestuur kwam een belangrijke verandering. Er kwam in 1918 een landelijke volksraad. Zijn bevoegdheid werd in 1925 belangrijk uitgebreid. Zij kregen wetgevende macht. Deze veranderingen gingen veel Indonesische intellectuelen niet ver genoeg. Het verst ging de partij van Soekarno en de PKI de Indonesische communistische partij. In 1926-1927 ontstonden in verschillende streken van Java en Sumatra vanuit Rusland en China voorbereidde communistische woelingen, die door de gewapende macht onderdrukt werden. Na 1945 werd de toon van deze radicalen verzoenender. De wereldcrisis die omstreeks 1930 intrad trof ook IndiŽ zeer zwaar. Vooral door de prijsdalingen van de uitvoerproducten. In 1936 ontstond enige opleving in deze toestand. Zo ging Indie in verschillende opzichten gesterkt toekomst in. Een zware dreiging pakte zich echter in de verte samen met het imperialisme van Japan.