DE OUDHEID

geschiedenis, wetenschap, filosofie, godsdienst, kunst.

Het begin
Miljoenen jarten geleden zag de aarde en anders uit dan tegenwoordig. Op vele plaatsen waar nu land is golfde toen zee en waar nu oceanen zijn strekten zich toen geweldige vastelanden uit. 200000geleden waren er al mensen, maar het pijl van de zee was vijftig meterlager. N afrika en Europa waren verbonden evenals Engeland en het vasteland. De Sahara was vruchtbaar en het Noorden was bedekt met een ijslaag halverwege Nederland en Duitsland. Er waren vier ijstijden van 500000 tot 15000 v chr Ten zuiden waren toendras met mammoets neushoorns. Mensen hadden al eenvoudige werktijgen waaronder vuursteen en stokken.

Oertijd van de eerste mensen 1/2 miljoen jar geleden noemt men de oude steentijd of paleolithicum ze eindigt met einde e=ijstijd rond 12000 v chr. De oudste mens 25000 piticantropus erectus (oost-Java) en de Neanderthaler 75000 tijdens de laatste ijstijd van 80000 - 12000 ontstaan moderne mens: de homo-sapiens vsn hun zijn de grotschilderingen. De volgende periode van 12000 is het mesolithicum of midden steentijd. Deze kenmerkt zich door afsmelten van de gletsjers. De4 mens bouwt rendiernederzettingen in de buurt van Hamburg(Hamburgse cultuur) zijn jagers en vissers.

In de latere pre-historie twee ingrijpende veranderingen op plaatsen en streken met vruchtbare grond en veel water. In 4 gebieden Mesopotamie, Egypte, China en Indie. In deze periode 8000-5000 v chr begint het Neolithicum of oude steentijd. Het is de overgang van nomaden cuktuur naar landbouw, waarin de mens eigen producent wordt van eten. Daarnaast ontstaat veeteelt en ontdekking van ploeg en wagenwiel. De afhankelijkheid van hogere natuurmachten leidde tot diepere godsdienstige gedachten. 2000 later het ontstaan vanm steden. Koper wordt in gebruik genomen. Er onstaat een specialisatie in mij en een bestuurlijke organisatie.


Mesopotamie
Mesopotamie ligt tussen twee dorre woestijnen, moet wel op een paradijs hebben geleken. Bevloeing door dijken an knalen. Het eerste volk was de Soemeriers ze leefden in stadstaten. Deden aan stronomie( geloofden dat sterren het leven beinvloeden astrologie). Zij vonden hetr schrift uit (spijkerschrift). Ze vereerden vele goden, waarvan de belangrijkste de zoonegod Mardoek. Ze hadden een indrukwekkend heldendicht Gilgamesj, met daarin de verwijzing naar de zondvloed(lijkt op het bijbelsverhaal). In het noorden was een sitisch volk. In 1700v chr ontstond een gemengde cultuur met babyloniscg=he rijk van Hammoerabi met zijn wetten voor wijs en verstandig bestuur. OPvallend is de overeenkomst met wetgeving van Mozes. 1200 kwamen verder in het noorden de Assyriers op en onderworpen de Babyloniers, Voor Azie en Egypte. Wegens wreed bestuur ontstond gemeenschappelijke aanval door Babyloniers en Meden. Het Assyrische volk werd uitgeroeid. Nu kwamen in 575 de Babyloniers weer aan de macht en veroverde Voor- Azie waaronder Jeruzalem 586 rn verplaatste de bevolking naar zijn land (ballingschap) Uit de soemerische stad Oer trok Abraham naar Egypte.


Egypte
Egypte heeft ook welvaart te danken aan de rivier. Lnd moest geiirigeerd worden. Was een strook land tussen woestijenen. Hierdoor was behoefte aan organisatie. In 3000 v chr is Egypte verenigd onder een Farao. Hij was niet alleen vorst, maar ook God en bezat onbperkte macht. Met naast zich hoge edelen en priesters. De grote massa boeren was arm en had weinig rechten en moesten zware lasten opbrengen voor Farao en ambtenaren. Egypte dreef handel met Syrie, Nubie en Soedan. De goden waren evnenals in Mesopotamie gerpersonificeerde natuurkrachten, die dikwijls plaatselijk vereerd werden. De meest geleifde waren de zonnegod Re of Amon de moedergodin Isis en haar broer en gemaal Osiris de god van de jaarlijkse overtsromingen en het dodenrijk, daarnaast mog verschillende dieren. Ze waren constant bezig met de dood want de ziel zou terugkeren in hetlichaam tenzij het lichaam niet meer zou bestaan, vandaar veel zorg voor doden met mummies.

Beroemde dodengrafen Pyramiden van Gizeh bij Cairo van farao 2700 v chr tijdens het Oude Rijk met de hoofdstad Memphis daarnaast Choefoe en Cheops ( de hoogste met 137 meter). Rond 1400 toen Egypte op het hoogtepunt van haar macht stond en delen van Voor-Azie beheerste lieten de farao's zich in de vallei der koningsgraven bij de toenmalige hoofdstad Thebe eneome diepe rotsgraven uithouwen. De beroemdste van de zoon van Echnaton is graf van Toetanchamon(1350)

Het oude rijk liep van 3100-2050 Middenrijk 2050-1600. 1650 inval van de Hyksos Niuwe Rijk van 1570-715. Hyksos worden verdreven onder Thutmosis. Grote macht.

Ook uit nieuwe Rijk uitgestrkte tempelcomplexen Loeksos en Karnak met obelisken bij Thebe. De kunst hing sterk samen met de godsdienst. Ontwikkeling van het schrift(hyrogliefen). Het nieuwe Rijk eindigt met verovering door perzen in 525. Tussen Mesopotamie en Egypte ook uitgestrekt vruchtbaar gebied. Daar waren oudste steden in Palestina Jericho(7000 v chr) en ook Byblos (4000 v chr) van Phoenicie. In huidig Turkije zaten de Hititieten(1400). Ze hadden enkele eeuwen een vrij grote macht en goed georganiseerd. Ze hadden het voornamelijk aande stok met Egypte. De kretenzers hadden gote betekenis door hun beschaving.

De minoische cultuur had hoogtepunt (1500). Zij waren kooplieden en zeevaarders en hielden verbindingen met de Oosthelft van de Middelandsezee. Na 1200-800 waren de phoeniciers het grote zeevolk. Ze stichten nederzettingen als Cartago. Hun gebied lag oorspronkelijk bij Libanon. In de stad Oeganit in Noorden werd stap naar het letterschrift gemaakt. Zij vereerden verschillemde Goden oa Baal en Moloch, die mensenoffers eistte. Kanaan later Palestina genoemd naar binnengevallen Filistijenen loopt tussen Libanon en de Woestijn. Uit die woestijn kwamen vele nomaden waaronder Abraham(1800). Voorlopig bleven deze Heebreeuwen nog herders , ook onder de volgende aartsvaders Isaak en Jkob of Israel(strijder Gods).

Een hongersnood dwong hen naar Egypte te trekken(zijn bveinvloed door Egypte) waar Jozef(jacobs zoon) onderkoning werd. Door onderdrukking werden ze onder leiding van Mozes in Sinai rondgeleid. Daar op de hoogste berg riep God Mozes tot zich en gaf de Wet der tien geboden. Mozes deed het volk geloven in een God Jaweh of Jehova. Onder zijn opvolger Jozua wisten twaalf stammen waarin het volk verdeeld was Knaan te veroveren. Omstreeksd 1000 kwam er meer eenheid met koning Saul, kreeg problemen met de profeet Samuel. David volgde hem op en oonderwierp de filistijnen. Ijn opvolger Salomo liet op top van de berg Sion een grootse tempel bouwen, daarin het heilige der heilige, de ark des verbonds, de gouden schrijn met de tafelen der Wet. Door despotisch bewind en opdeling tussen rijke noorden(Israel) en arme zuiden(Juda) kwam verzwakking en leide tot inval in 725 van Israel door Assyrieres.

Zij deporteerde de bevolking zodat 10 stammen uit de geschiedenis verdwenen. Juda ontsprong de dans, maar in 586 werden ook zij weggevoerd in Babylonische ballingscahp.

Toen perzen in 539 Babylon veroverden, kwam daaraan een einde, maar palestina werd een onderdeel van het Perziche Rijk. Vele Joden begonnen andere goden tre vereeren vooral Baal. De profeten rond 700-800 predikte monotheisme oa Jeseja 750 die de Messias voorspelde die de hele mensheid zou verlossen. Joden waren de eerste monotheisten



Perzisch Rijk
De nauw met elkaar verwante(indogermaanse) meden en perzen woonden als herders en landbouwers ten oosten van Mesopotamie op hoogvlakten van Iran. Eerst hadden de meden een hofdrijk 600 maar later stichtte onder Gyrus de perzen een wereldrijk. Zijn zoon pakte in 525 zelfs Egypte en zijn opvolger Darius1 500 een deel van zwartezeelanden(macedonie) zijn poging om Griekenland te pakken mislukte. Zijn verdienste was de organisatie van het Rijk. Hij verdeelde het in stadhoudersschappen. Na zijn door verviel het rijk door slecht bestuur en twisten, totdat het door Alexander 330 werd veroverd. Ze hadden een hoogstaande godsdienst.

Ze geloofden in een strijd tussen een goede God en een boze geest(Ahriman). Men moest door goed leven de goede(Ormoezd) dienen. Zo trachten Perzen deugdzame mensen te maken. De stichter van dit geloof noemden zij Zarathoestra. het ontwikkelde zich tot een monotheistische godsdienst met verering van Zonnengod Mithra, die later oa onder Romeinen aanhangers kreeg.


Grieken
Tijdens de Soemerische stadstaten en Egypte was randgebied Kreta met koning Minos (vandaar MInoische beschaving) al ijn opkomst. Omstreeks 2000 viel een krachtig maar onbeschaafd volk binnen. Zo ontstond de Myceense beschaving rondf Mycene op de Peloponnesus. Deze Mioisch-Myceense beschaving werd omstreeks 1200 vernietigd door de Doriers(indo-germanenen) in een volksverhuizing. Na 1000 kuenen we aantal volken onderscheiden. Het hoofdvolk Spartanen bij vooral pelopponesus en Ioniers bij het midden(Ionie van giekenland) klein-azie(later atheners). Door de vele eilanden leefden de nederzettingen vrijwel gescheiden. Een groot rijk kon dus moeilijk bestaan. Ze wisten echeter dat ze een volk waren door taal en godsdienst.

De goden konden zij via orakels raadplegen. oa Hades koning van het dodenrijk Apollo Zonnegod, Zeus oppergod Athehe(minerva) godin van de wijsheid en dapperheid en Dionysus god van de wijn, waaraan vele tragedies zijn opgeboerd. Van 1000-750 waren in de griekse wereld de addelijke grondbezitters zeer machtig. Landbouw was namelijk erg belangrrijk. Toen er te weinig grond over bleef trokken velke weg en stichten kolonoien elders waarvan oa Byzantium, Napels. Er ontstond tussen moederland en kolonien een rijke handel, waarbij ze concurrenten werden van de ZFoeniciers. Door deze handel kwam er in verschillenmden centra van de griekse wereld een ondernemersklasse op die invloed wilde in het bestuur. Het bestuur in de stadstaen was tegengesteld aan de grote rijken in het oosten waar ieder onderworpen was een een almachtig heerser. het waren allemaal republieken. In sommige was het bewind in handen van de aanzienlijke gondbezitters(aritocratie) Bij andere kregen later alle burgers stem (demos-het gehele volk) behalve de slaven en vrouwen.

De bekendste aristocratie was Sparta. het was het type van een militaire staat. Daar de Spartanen hun overheersing alleen door geweld konmden handhaven werd de opvoedong op Spataanse wijze door de overheid die ze als soldaten opleide geregeld. Geestelijk werden ze minder ontwikkeld. Sparta zou de leiding van de Peloponessus krijgen. Ook in Athene was vooreerst de addelijke gootgrondbezit van belang, maar door handel en nijverheid nam deze af, Vooral door de wetten van Solon 600 die de lasten van de boeren verlichtte kreeg de volksvergadering meer te zeggen. In volgenden tijden dronegn de perzen op.

Een aantal stadstaten in Voor-Azie waren gevallen. De koning Darius probeerde ook de rest te krijgen en in 3 veldtochten (492-490-480)van Darius zoon Xerxes tegen de Spartaanse koning Leonidas, die verloor door verradt waarna Athene werd verwoest. Door een vloot van Themistocles zou xerxes uiteindelijk op zee verslagen in 479 worden. OP zee hadden niet de Spratanen, maar de Atheners de macht en zij bevrijdde de stadsstaatjes, die de Atthische zeebond oprichte, waarna zij aan het rijuke Athene schatplichtig werden. Onder leiding van Pericles bereikte Athene (450) haar hoogtepunt. Door zijn toedeon kregen alle Atheners gelijke rechten. Zo werd zij een dmocratie. Zijn ideaal was een Athene waar iedereen trots op zou zijn. Hij liet de Acropoilis bouwen wn het Pantheon. Algemene ontwikkeling werd op prijs gesteld. In die tijd filosofen als Socrates, PLato en Aristoteles die omstreeks 350 v chr alle onderdelen van de Griekse wetenschap tot een systeem verenigde.

Vijde eeuwe was griekenlasnd middelpunt van de wereld. Er ontstaat evenwicht tussen idealisme en realisme. In beeldhouwen komt dit naar voren door evenwcihtig natuurgetrouw weergeven en stileren. Verder hoogont vaasschilderingen en architectuur. de groeiende macht en welvaart wekte de afgunst van oa Sparta, hierdoor ontstond een hardnekkige strijd die uitmondde in de Peloponessische oorlog, (431-404)wwarin Sparta het land en Athene de zee beheerste. Door rampen en tegenspoet werd Sparta tenslotte meester op zee en moest Athene zich overgeven. De Atthische zeebond werd opgeheven. De geest van Athene was veranderd blijkend uit het proces van Socrates. Sparta was machtigste staat geworden en begon andere steden te onderdrukken. Ze sloten zelfs een overeenkomst met de PErzen waarbij Griekse steden in Voor-Azie aan de Perzen werd gegeven.

Omstreeks 370 kwmanen de Thebanen(thebe) in opstand tegenhet onoverwinnelijke Sparta en ze wonnen, maar ze konden zniet de benodigde eenheid en rust in de stadstaten brengen. Griekenland was rijp voor vreemde overheersing. ten noorden van de Olympus woonden de Macedoniers, die wel niet alls zuivere Grieken werden gezien maar toch met hun verwant waren. Hun koning Philippus(350) had zich de Griekse beschaving eigen gemaakt. Zijn zoon Alexnder kreeg les van Aristoteles. Hij (philippus)werd een bekwaam veldheer en winst onderlinge twisten tussen grieken te gebruiken om Griekenland te overheersen.

Hij onderdrukte de Grieken niet, maar liet ze hun iegen bestuur houden en riep hen op zich in Voor-Azie te verzetten tegen de Perzen. Onder aanvoering van zijn zoon zou dit gaan gebeiuren. In 330 bereikte hij zelfs Egypte waar hij Alexandrie stichtte, het middelpunt van handel en cultuur. Zelfs in Indie drong Alexander door. Langs de Indus trok hij naar Babylon(324) dat hij de Hoofdstad van zijn wereldrijk wilde maken, waarin orde en eenheid moesten heersen. hij trachtte Volken samen te smelten en trouwde zelf met een perzische prinses. in het nieuwe rijk heerste de Grieks beschaving, en het bestuur van Perzie en hij liet zich daar dan ook als een God verheerlijken.

In 323 op 32 jarige leeftijd sterft hij plotseling, waarna het Rijk uiteenvalt in verschillende kleine Rijkjes zoals Perganum, die een grijkse cultuur houden, maar een monarchistisch bestuur ipv een democratie. Zo ontstond de Hellinistische cultuur. De taal was grieks ze beston van 300 voor tot 300 na christus. Brandpunt was Athene en Pergamun, maar vooral Alexandrie met zijn bibliotheek. Vooral op het gebied van de wetenschap presteert het veel met Euclides, Archimjedes edn Ptolemaeus de sterrekundige. Zijn opvatting bleef heersen tot de 16 eeuw toen Copernicus stelde dat de zon niet om de aarde draait, maar andersom. OP het gebeid van de filosofie had je de stoicijenen en Diogenes. De hellinistische rijken zijn tenslotte veroverd door de aRomeinen, zij behielden de hellinistische beschaving en bracht ze verder naar het wetsen.
 


De romeinen

De Etrusken die een stamverband vormden in N-Italie(600 v chr) waren goede handelaars en zeevaarders. In midden italie boeren als de Latijnen en Sabijnnen. De Etrusken waren de concurrenten van de Cartagers. De Romeinen hebben veel van hen overgenomen oa boog gwelfbouw en godsdienst. Rond Rome dat volgens een sage in 735 door Romulus werd gesticht(was Trojaan die volgens godin na oorlog, omdat hij verloren had ergens een stad zou gaan stichten). Eerst was het een koninkrijk later 510 werd het een aristocratie van patriciers( de rest waren slaven en plebejers) onder leiding van de senaat. Onder hun toezicht bestuurden de magistraten. Deze hoge ambtenaren werden gekozen.

bovenaan stonden de legeraanvoerders-consuls. De praetoren oefenden de rechterlijke macht, de Quaestoren beheerde de financien. De sencoren benoemde senatoren. Een dictator kon in tijden van nood voor 6 maanden onbeperkte macht hebben. de lagere stand waren de plebers. Door toegenomen handel ontstond er een standenstrijd die tussen 500-300 zorgde voor wetten die op schrift werden gesteld behalve het recht om volkstribunen te benoemmen toegang tot de senaat en de staatsambten. de oorspronkelijke romeinse godsdienst ging uit van de natuurkrachten, maar ze namen de griekse mensengodsdienst over. De romeinen onderwierpen de andere italiaanse volken. In 275 kwmanen interne botsingen met griekse stadstaten in Z-Italie. Met koning Phyrrus van Epirus werden kleine overwinningen geboekt, maar uiteindelijk werden ze verslagen. De verschillende vestigingen werden door wegen verbonden.

Toen de Romeinen met hun wilskracht probeerde sicilie te veroveren kwamen ze in conflict met Cartago. Zo ontstonden de Punische oorlogen(250-200) om de heerschappij van het westelijk deel van de midelandse zee. Sicilie werd als wingewest gebruikt door Romeinen met aan het hoofd een stadhouder. Met de komst van Hnnibal toen Cartago reeds Spanje had veroverd trachtte hij via Spanje en over de Alpen Rome te bereiken. Met behulp van de Galliers versloeg hij de Romeinen bij Etrurie in 216. De romeinse veldheer Scipio wist in 201 Cartago met Hannibal te verslaan. Toen beheersden zij het westen van de middelandse zee. DE derde unische oorlog(149-146) begton na provocatie van Carthagers. De romeienen onder leiding van Cato wilden de concurrent vernietigen. In 146 viel Scipio Minor de stad binnen en verwoestte de stad totaal. Ondertussen(200) probeerde Rome ook het OOsten van de middelandse zee te veroveren.

Eerst volgde Macedonie, griekenland, Syrie en palstina en in 31 v chr viel zelfs Egypte in de handel van de Roemeinen.Dit in totaal vormde het ZRomeinse imperium. Als laatste schakels wqerden fr en belgie ingelijfd.

Deze wereldmacht vertoonde innerlijjk veel gebreken. Naast de rijke grootgrondbezzitters en hasndelaren leefde een massa doodarme mensen. De proletariers werden zoetgehouden met bspelenIn gladiatoren spelen vielen soms wel 2000 a 3000 doden). Zij die de boerenstand land een welvaart wilde gevenTiberius en Grachus vormde de volkspartij en de tegenstanders de senaatspartij. de roemeinen ;ieten het mjuiste moment om de staat te hervormen voorbijgaan. De twee partijen zouden tenslotte bloedige burgeroorlogen voeren, waaraan de republikijnse staatsvorm aan ten onder ging. In (100) wordt het leger hervormd en mokt er een beroepsleger ipv dienstplicht met proletairiers die behalve op soldij hoopte op oorlogsbuit. Deze huurlegers konden gewillige werktuigen worden in de handen van eerzuchtige veldheren.

er brak oorlog uit (90-80).tussen de consul van de proletariers Marius van de volkspartij en tussen leider van dfe senaat Sulla. Sulla (wreed regiem) won en verschafte de Senaat vele voorrechten. Na zijn dood heerste de optimalen(hoogsten) Crassus en de veldheer Pompejus die de slavenopstand onder Spartacus begwong, samen met Julius Ceasar.(60) Ceasar nam echter door burgeroorlogen de macht over en werd alleenheerser tegenover de senaat. Hij stichtte kolonieen waar proletariers als zelfstandige boerem konden leven. De senaatspartij die vurige republiekijnen waren smede een complot en in 44 doodde Btutus de weldoener van Rome.

Er ontstond een strijd om de mact tussen veldheren waarvan Antonius, Octavus tegen Brutus en Cassius. Zij lieten oa talrijke adel(cicero) vermoorden. NMa een overwinning op brutus bestuurde Octavius het wetsen en Antonius hetb oosten. De laatste kwam onder invloed van Cleopatra en koos Alexandrie als zijn woonplaats, waar hij als een oosterse vorst leefde. In 31 v chr kwam het echter tot een botsing met octavius in een zeeslag die octavius(Augustus, de verhefene) won. Hij was alleenheerser. DE republiek was afgedaan. Het keizerrijk begon. Egypte werd een provincie in het wereldrijk. Het keizerrijk duurde van 31 v tot 395 n christus. Augustus liet republiek formeel bestaan, maar gaf zichzelf alle belangrijke fubncties.

Na een eeuw verwoestende burgeroorlogen kwam er weer een tijd van rust en vrede de Pax Romana. Handel werd bevorderd en er ontstond een romanisering van Gallie en Spanje. Die talen zijn nog steeds romaans. De literatuur bereikt in die tijd een hoogtepunt met:Vewrgillius, Horatius en Ovidius en Livius. Om de orde te bewaren wilde augustus natuurlijke grenzen voor het Rijk. Langs de rivieren lagen grensvestingen als Wenen, Mainz, Bonn, Keulen en Nijmegen. Twee eeuwen lang heeft de gouden eeuw geduurd slechts onderbroken door door mislukkingen als Nero howel opgevoed door Seneca. Hij was de ijdelheid zelve onder hem kwamen de eerste christenvervolgingen.

Nadat hij van de troon was gestoten ontsstond er onrust bij de Batavan en Joden er heersye achtereenvolgens 4 hoge functionarissen. Onder de krachtige Vespasianus (100) werden de opstandelingen bedwongen. Na de verovering van Jeruzalem door de zoon van keizere titus werden vele uit palestina weggevoers. Na een tweede opstand (125) vond de totale verstrooing of Diaspora van de Joden plaats. Onder titus bedolf de Vesuvius Pompei. In de tweede eeuw (100-200) is het rijk goed geregeerd, omdat keizers goede opvolgers kozen(adoptiekeizers). Onder Trojanus(100) grrotste uitbreiding tot aan Roemenie geromaniseed.

Na 200 jaar vreedzame tijd brak eeuw van grote verwarring aan door burgeroorlogen tussen een vijftal soldatenkeizers en door invallen van Barbaren, Germaans en Aziatisch. De provincies verarmden, maar Diocletianus herstelde de orde 300. Keizer moest op oosterse wijze aanbid worden. Ijn opvolger Constantijn de Grote 325 vergrote de macht van de keizer nog meer. Hij koos Byzantium als hoofdstad. dat naar hem Konstantinopel ging heten. Hij was despotisch, maar gaf godsdienstvrijheid aan de Christenen.(edict van Milaan).

Op zijn sterfbed liet zhij zich tot Christen dopen. Zijn opvolgers behalve Julianus waren allemaal Christenen. Theodusius verklaarde (395+) het Christendom zelfs als staatsgodsdienst en verbood heidense erediensten. Tempels werden gesloten. Met zijn dood kwam het einde van het Rijk dat werd opgedeeld onder twee zoons in afzonderlijke staten Oost en Westelijk romeins Rijk. De romeinse cultuur had behalve het recht, tempels, aquaducten, zuilen, boogreeksen, ppaarderennen, circussen, amfitheaters, colosseum voor maasale spelen, wegen, theaters, mozaik, bruggen, villa's, paleizen, triompfbogen, steden, literatuur, handel en nijverheid voortgebracht.


India
 

Voor-Indie bezat omstreeks 2500 v chr in de Indusvallei een hoge cultuur. Na 2000 kwamen vanuit het Noord-Westen strijdbare indogermanen het land binnen, die grote invloed op de verdere geschiedenis hadden. Daaruit ontstond kastenstelsel krijgers, priester, kooplieden, boeren en onaaraakbaren. Van hen is ook het Hindoeisme afkomstig. Een der oudste vormen was het brahmanisme, de priesters verklaarden met in Sanskriet geschreven heilige boeken dei spraken van reincarnatie en van de hoop dat de mens uiteindelijk volledig zou worden in de wereldziel(Brahman)

Teksten als de Veda's en Unpanishaden (1000 v chr).

Omstreeks 500 v chr ontstond door de prediking van Boeddha ( de tot inzicht gekomene) het boeddhisme, dat door strenge zelfbeheersing en een hoogstaande levenswijze ten slotte de eindeloze keten der werdergeboorte hoopte te doorbreken. Ze stonden milder tegenover kastenstelsel. Omstreeks 1000 nam de islam de voornaamste religie in vanuit Perzie en Afganistan. In de Gangesvallei bleef de bevolking mohammedaans. Kort na de komst Potugezen(1600) ontstond met Delhi als middelpunt nog een machtig keizerrijk, waarvan het Rijk van de Groot-Mongols de Tadj Mahal lieten bouwen.



China

OP de neoltische cultuur van Kanzu Yeng-Shao en een nog niet nauwkeurig te bepalen cultuur in Noord-Hopei volgt de legendarische Hsiadynastie(1800-1500) opgevolgd door (1500-1000) de Shang-dynastie in Noordoost-Honan die een foedale staat vestigd onder een koning met priesterlijke functies. De steden die tempelgebouwen omvatten zijn met muren versterkt. Ontwikkeld zich tekenschrift gebruikt door orakelpriesters, gebruik van strijdwagens. Herhaaldelijke verplaatsing van de residentie en strijd tegen naburige stammen.

Religie; in het middelpunt staat Tao(de baan) het principe dat het geordende heelal wetmatig leidt. Eveneens wordt vereerd de verheven hemel. Natuur en vooroudergeesten; offercultus en orakel. Van 1000-770 westelijke Choudynastyie- zuiver feodale staat in het midden het koningsland en daaromheen de domeinen van de vazallen, die weer werden begrensd door kleinere lenen. Van 770-256 Oostelijke Choudynastie. De macht van de koningen verzwakt de feodale heren worden onafhankelijker. Vorming van grote vostendommen. UItputting door voortdurende oorlogen. Macht van de boeren en kooplieden nam toe.

In 6 eeuw v chr optreden van Confucius en Lao tze. Zelfgde tijd als Boeddha. Confucius probeerde de mensheid weg te wijzen naar bezonnenheid, rechtvaardigheid en eerbied. Met als richtlijn Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. Deze zedenleer is nog steeds de grondslag van Chineesfamilieleven. De middelpunt van mystieke leer van Lao Tze: de oorsprong en de bron van al het zijnde en al het ware. De menselijke samenleving wordt bestuurd door de wijze.

Omstreeks 200 v chr werd China een rijk onder een krachtige keizer die tegen aanvallen van barbaren Chinese muur liet bouwen. Lange bloeitijd onder uitstekende keizers wisselden af met perioden van verdeeldheid en oorlog tussen provinciale goeverneurs of verwoestende invallen van krijgshaftige Mongoolse nomadenvolken uit het Westen. Deze werden altijd door de hogere cultuur van Chinezen afgetroefd. Zo was bv de kleinzoon van Djengis Chan Choeblai die lang als keizer over China regeerde en aan wiens hof Marco Polo omstreeks 1280 een 20 jaar vertoefde, reeds een man van hoge beschaving. Wetenschap, Kunst en techniek stonden op hoog peil in China (porselein, IJde, boekdrukkunst, vingerschilkderkunst en literatuur).


Amerika

De indiaanse bevolking is waarschijnlijk omstreeks 20000 v chr vanuit Azie Amerika binnengekomen. Pas betrekkelijk laat begonnen zich landbouw en nijverheid te ontwikkelen bij ontbreken van wiel ploeg en ijzerbewerking. Wel stond de bromns,zilver en gpoudbewerking op hoog niveau. En weeef en pottenbakker ook staatsorganisatie en astronomie en wiskunde was ontwikkeld te zien in hoge bouwwerken. Met ontdekking van Amerike waren er twee rijken, daarvoor meeste indianen waren jagers in stammen.


Primitieve volken in Europa

Tijdens het NEolithicum onderscheiden we vijf hoofdvolken of leiver culturen de verschillen zijn door archeologen vastgelegd in bv aardewerk. De oudste was de Donoucultuur of bandkeramiek. Waren de eerste landbouwers in Europa vestigden zich op lossgronden(3000-2000) Een andere cultuur in Zuiden.Iets later 2250 verspreiddem zich de megalitische cultuur of trechterbekercultuur. Waren in Bretagne met Minhirs en Drenthe met hunnebedden. Ze geloofden in het voortbestaan van de ziel. Stonehenge kringen en minhirs hadden alle te maken met dodencultus. DE vierde cultuur vormde de srtijdhamervolen, waren veenomaden waarschijnlijk spraken ze Indo-germaans. Vijfde en laatste klokbekercultuur. Zij waren mischien handelaren en voorlopers van kopersmeden.

Met de geleidelijke overgang naar de bronstijd (1750-1500) begon handel zijn vleugels uit te slaan en kwamen aparte vakleiden en ontstonden handelswegen, maar steden nog niet. Er werd met de Kretenzers en phoeniciers handel gedreven. (goud tin Koper) Omstreeks 800 v chr gaat de bronstijd over in de ijzertijd. En deze stof was ook rond de Middelandse zee te inden, daarom kwam Noord-west Europa weer in een uithoek te liggen. Twee culturen met een krijgshaftige adelskaste gaven de toon aan. De eerste was de Halstatt cultuur(1100-600) kenmerkend zijn de zwaarden. Vervolgens van 500-50 de La Tenecultuur.

Hun taal was Keltisch een ondergroep van de Indogermanen. Hun invloed strekte zich in 300 in heel Europa uit. Hadden grote artis-tieke gaven blijkend uit de met lijnnenspel versierde gebruiksvoorwerpen. In de laatste eeuwen ging hun macht achteruit door opkomst van de Romeinene en de Germanen. Ze hielden stand in Schotland, Wales, Bretagne en Ierland. Een groot deel van het gebied van de Germanen zou niet door de Roemeinen worden geromaniseerd. Zo konden ze tenslotte toch de romeinen vezwakken en bedreigen. Oorspronkelijk leefden ze van jacht en visserij later ook van de landbouw. Het geslacht of de familiegroep speelde bij hen een grote rol. Het bestuur bestond uit een volksvergadering, democratisch, maar soms besliste de machtige stamhoofden. Zij aanbade de natuurkrachten gepersonificeerd met de oppergod Wodan en Donar of Thor de God van de donder, Balder was de god van licht en lante. De awlkuren, Wodans dochters voerden de gevallen strijders naar het heerlijke walhalla.


primitieven in Nederland

Nederland werd al bewond voor en tijdens de Neanderthalers, behalve natuurlijk tijdens de ijstijd. Wanneer het warmer wordt en toendra plaatsmaakt voor wouden en veenmoerassen kreeg men hier 12000 de Hamburgercultuur(pijl, harpoen, hadden kano's) Omstreeks 4000 kwamen in Limburg de eerste landbouwers met Donoucultuur. Daarna de Trechterbeker, standvoetbeker en klokbeker. Van de eerste(trechter) stammen de hunnebedden. Een bealngrijke verschijnsel op het eind van de bronstijd 700 is dat men van het begraven van de doden overging op het cremeren, zo ontstaan gote urnevelden.

In het Noorden wonenen 700 vredelievender volken dan de krijgshaftige kelten(graf hoofdman in Oss) Friezen kwamen rond 500 v chr op kwelders, toen tegen 300 zeespiegel steeg, bouwden ze terpen(Ezinge Dorp) Met de komst van de Romeinen begint bij ons de geschiedenis. Zij vonden hier behalve Friezen, Tubanten en Kaninefaten langs duinen en Bataven die als bondgenoten van Roemeinen rond 15 v chr zich vestigden bij de rivieren. Engeland was tot 5000 aan vasteland gekoppeld. Nederalnd was moerassig door rivieren en zee, maar onder Augustus vestigen de Roemeinen zich voorgoed.

Bataven en Kaninefaten moesten troepen leveren. Eenopstand van de Friezen in 28 n chr werd bedwongen. Ook Bataven kwamen in opstand. Verschillende stammen sloten zich aan, doch pas nadat Vespussianus keizer was geworden werden deze streken weer tot rust gebracht. De stammen in ons land hebben veel van de Romeinen geleerd. sterkste invloed in Zuid- Limburg waar villas stonden daarnaast bouw van wegen, bruggen, kanalen, huizen kortom de aanleg van infrastructuur voor troepen en handel. Vecht was vlootbasis, later met Dorestad belangrijke handelsroute. Tot ongeveer 200 hebben invloed rustig kunnen inwerken. Dan komt echter de verzwakking van het grote rjk en ruwe Germaanse stammen, vooral Franken en Saksen beginnen invallen en rooftochten te doen. Met het verdwijenen van de Romeinse overheersing, verdwenen ook de eerste sporen van Christendom en grootste deel van de Romeinse beschaving.





DE MIDDELEEUWEN


Omstreeks 400 woonden er in Rome nog maar 5000 mensen. Oorzaken voor dit verval:

1. de uitgebreide slavernij, daarvoor was er na de eerste eeuwen geen sterke middeklasse meer. Deze zijn altijd de ruggegraat van een gezonde maatschappij.
2.het grootgrondbezit nam hand over hand toe. De vrije boeren werden meer een soort horigen, die weinig konden kopen.
3.Er was een tekort aan demokratie. De keizers stonden geen invloed van het volk toe.
4. Het leger bestond uit huurlingen steeds meer gerecruteerd uit Germaanse stammen( zo leerden ze de krijgskunst)
5.Overbevolking bij Germaans sprekende volken buiten de grenzen van het rijk en stijgend zelfbewustzijn, keken naa nieuwe ruimten.


De druk op de grenzen van het rijk werd te groot toen 375 de Hunnen een ruitervolk vanuit Azie binnendrongen en Germanen verdreven. Deze raakte op drift zo begonnen de volksverhuizingen. De Westgoten afkomstig uit Roemenie trokken plunderend via Italie naar Zijd-Frankrijk en Spanje. Het terugtrekken van de grenslegioenen 400 wat het sein voor verschillende Germaanse stammen om Gallie binnen te vallen. Vandalen trokken van Oost-Duitsland naar Cartago via Frankrijk van waaruit zij in 450 Rome plunderde. Franklen in Zuid-Nederland Belgie en N-Frankrijk. De allemannan bleven in Duitsland. Vanuit Italie en NW-Duitsland staken omstreeks 450 de Angelen en Saksen over naar Brittanie. Ongeveer in dezelfde tijd hadden de Hunnen onder hun koning Attila dood en verderf zaaiend een machtig rijk gevormd van de RIjn tot aan de Wolga. Een uiterste inspanning van Romeinse en Germaanse troepen voorkwam zijn hegomonie over W-Europa.

Na een mislukte aanval op Italier stierf hij en verdwenen de Hunnen. De formele einde van het Romeinse rijk kwam in 476 toen Odoaker keizer afzetten en zichzelf koning der Germanen in Italie noemde. Dit is het formele begin van de Middeleeuwen. De germaanse staten waren innerlijk niet sterk, vooral doordat de one=derworpen romaanse en katholieke bevolking de Germaanse overheersers minachten. Omstreeks 500 onderwierp koning der Franken(Clovis) deel van Frankrijk en bekeerde zich tot het Christendom. IJ namen ook de taal en de zeden van de katholieken over en werden dus geromaniseerd Theodorik de Grote heerste over het Oostgotische Rijk.

Onderwijl doemde er echter in het Oosten een groot gevaar: Het Oostromeinse of Byzantijnse rijk, dat zich herstelde onder keizer Justianus. Constantinopel 550 werd middelpunt van handel tussen Azie en Europa en brandpunt van wetenschap en kunst. Het zouin de miideeleeuwen een bolwerk zijn tegen aanvallen van Aziatische volken. De keizer streefde naar hertstel van het Oude rijk. Daarom stuurde hij onder leiding van Belisarius een leger naar het Westen dat na het rijk van de Vandalen met veldheer Narses ook het Oostgotsche volk overwon. Spoedig daarna kwamen de Longobaarden Italie binnen en stichten Lombardije en Midden zuid-Ityalie. De kust gebieden met Ravenna bleven aan het Byzantijnse rijk. De pau gregorius de Grote 600 wist dit volk en Angelsaksen te Romaniseren.

 

Islam

Tot 600 was Arabie een onbetekenend woestijnlan geweest, waar geen der veroverraars uit de oudheid zich mee bemoeid had. De bevolking was heidens en onbescaafd, men aanbad als andere natuurvolken verschillende goden. Voorqal een heilige zwarte steen, die te Mekka ingemetseld was in een gebouwtje de Kabah vond veel vereerders. Maar omstreeks 600 trad Mohammed een kameeldrijver en alter koopman uit Mekka, op als stichter van de Islam. Mohammed die op zijn handelsreizen kennis gemaakt had met Joden en Christenen en hun geodsdienst veel hoger steld dan het Arabische veelgodendom, was ervan overtuigd dat God hem tot profeet had uitverkoren.

Hij verkondigde dat er een God bestaat met hijzelf als de profeet zijn leer heet de Islam(Onderwerping). Door geregelde gebeden, vasten, mildadigheid, soberheid, reinheid, rechtvaardigheid en door bedevaart naar Mekka, maar het meest door de heilige oorlog voor uitbreiding van het geloof. De strijder behoeft voor geen gevaar te vrezen, daar het lot van de mens door Gods onveranderlijk besluit van te voren is vastgelegd. Niemand sterft voor zijn tijd. De gevallene wordt in het paradijs opgenomen. Mohammed vaond onder stadsgenoten weinig geloof en vertrok naar Medina in 622 daar breidde de Islamn zich uit. In 623 heel Arabnie Islamitisch.

Onder de Kaliefen (plaatsvervangerrs van M) werd het rijk geweldig uitgebreid, waarmee grote gebiedn van Christendom werden geislamitiseerd oa Egypte. Op twee plaatsen werd Europa bedreigd. In konstantinopel en in Spanj. De aanval in het oosten mislukte in 717. In 732 zouden de Arabieren bij Poitiers wordeen teruggslagen door de franken. Na aanval op Spanje succes op de West-Goten. Omstreeks 750 strekte het Mosselmannenrijk zich uit van de Atlantische oceaan tot aan de Indus. In dat jaar werden de Omayaden(kaliefen) uitgeroeid door de Abbassiden. Een omayade Abderrahman ontkwam en stichtte in Spanje een onafhankelijk Rijk.

Zo ontsronden twee moslimstaten. Het oosterskalifaat van Bagdad en het weters Kalifaat. Moslims waren verdraagzaam en vernietgde de Hellinisitisch-romeinse cultuur niet. Integendeel kwam periode van bloei van het Hellenisme met oosters gezicht. In de Arabische bibliotheken werden griekse werken vertaald. En op het gebied van de Wis-Schei en sterrekunde blonken zij uit, maar vooral de bouwkunst. Moskee van Cordoba- daarnaast de bloei van industrie en handel tussen Azie en Europa hadden zij het monopolie met Bagdad als middelpunt.



De karolingers

Tegenover de Arabieren stonden het Byzantijnse rijk, de Paus en het rijk van de Franken. Dit rijk was door merovingse koningen verzwakt, maar 700 wist Pipijn van het geslacht der Karolingers eenheid te herstellen. De merovingers bleven alleen in naam koning Ppijn was Hofmeier(eerste staatsdienaar). In deze tijd opkomst van de horigheid en leenstelsel. Boeren werden onafhankelijk van grootgrndbezitters(reeds in de romeinse tijd) van de villa. Horigen mochten niet elders vertrekken en moetsen hun opbrengst voor een deel inleveren. Ontstaat in die tijd wegzinking naar verarming(750). De welvaart van Europa verdween. Er bleven alleen een aantal armzalige kleine dorpjes over die nauwelijks contact met elkaar hadden. In die ongunstige tijden boden Heren (grootgrondbezitters)bescherming, maar ook de heren werden afhankelijker van hogere macht. De koning.

In oorlog met Arabieren die snelle ruiters hadden moset de koning naast het Germaanse voetvolk, edelen aan zich binden, die verplicht werden hem met hun volgelingen als ruiters te dienen. Door een eed verbonden deze vazallen zich voor hun leven aan hun leenheer, die hun weer bescherming bood. Als beloning kregen zij land, waardoor zij leenmannen werden. De grote leenmannen Graven en hertogenen gaven ook weer hun grond in leen zo ontstonden achterleenmannen. Later schonkt de koning ook ambten zoals rechtspraak. Dit is het feodale stelsel. Onder zwakke vorsten leidde dit verbrokkeling, omdat lenen erfelijk begonnen te worden.

In 751 zette Pippijn koning af en nam zelf koningstitel aan met steun van de Paus, omdat hij de Longobaarden versloegen bij Rome, waardoor de paus de kerkelijke staat terugkreeg. Er kwam een eenheid tussen hen voor de strijd tegen de heidense Germanen. Bekering betekende dat men onderdaan van de Frankische koning werd en onderwerrping betekende bekering. Het succes was de onderwerping van de Friezen, die met Saksen een bloeienderijk vormde. In die tijd was Friese wol in van de belangrijkste handelsartikelen tussen 600-800. ( In friezen veel vrije boeren Dorestadf was het voornaamste handelscentrum. Rond 1000 komen Utrecht, Tiel en Staveren op)

De kerstening begon pas in de *ste eeuw door toedoen van Angelsaksische predikers die in deeogen van de bevolking niet de handlangers van de Frankische veroverraars waren. De eerste was Willebrord.(700) die aardsbisschaop van Friezen werd en Utrecht als zetel koos en ook het Zuid-westen van Nederland bekeerde. Bonifacius ook uit Engeland zette zijn werk voort vooral in Duitslan. HGij zou later door heidense Friezen worden vermoord.754. Het oosten heeft zich het langst verzet, was onderdeel van de heidense Saskische gebieden. Pipijn werd opgevolgd door Karel de grote (768-814). Zijn staat na verovering van Saksen, Longobaarden enz kon in vele opzichten gelden als de vvortzetting van West-romeinse rijk. En in 800 werd hij door de Paus tot keizer bekroond. Hij bestuurde goed en verdeelde het land in gouwen, bestuurd door Graven, terwijl de grenzen ter beveiliging markgraven werden aangesteld. De onderworpen volken behielden in hoofdzaak hun eigen bestuur, daarnaast algemene wetten. Bijzonder hoog stelde Karel de geestelijke ontwikkeling. Geleerden en kunstenaars waren zijn protegees. Hij is in door hem gebouwde dom in Aken begraven.



De noormannen

Na karel kwam er verval, reeds onder Lodewijk de Vrome (814-840) ontstonden er twisten tussen hem en zijn zoons. Karel de kale kreeg oa deel Belgie, Lodewijk de Duitse kreeg ten oosten van de Rijn en Lotharius kreeg Nederland en Italie en de keizerskroon. Nadat hij en zijn geslacht waren uitgestorven verviel het aan het Oost-Frankenland. In respectievelijk 900 en 1000 na verdwijnen Karaolingers ontstonden er twee landen. Het romaanse Frankrijk en het Germaanse Duitsland, waaronder de Nederlanden. In deze ongunstige tijd sloegen de Noormannen toe. Tijdens Karel waagden zij dit niet, maar na zijn dood begonnen ze hun plundertochten tot diep in het binnenland. Ze hadden het gemunt op schatten inkerken en kloosters. Vooral boeren leden onder aanvallen. Ook Engeland werd door de Denen getergd. Zelfs tot aan Konstantinopel en via Rusland kwamen zij en stichten daar een rijk. De Zweden werden Russen genoemd. Slechts tegenn betaling werd Konstantinopel gespaard. Ijsland werd gekoloniseerd en onstreeks 1000 ontstonden nederzettingen op groenland en Amerika. Hun belangrijkste blijvende vestiging was Normandie. In die tijd van verwarring breidde het Christendom zich uit.

Want vele heidenen waaronder de Noormannen werden bekeerd. Niet al het zendingwqerk kwam vanuit Rome. De vorstendommen uit Rusland en de Balkan, die na de tijd van Justianus onder heerschappij van Slaven gekomen waren, werden vanuit Byzantium gekerstend(met de patriarch van Constantinopel als erkend leider en niet de paus). De oneingheid tussen de westerse Paus liep hoog op en leidde in 1050 tot een schichma tussen R.K en Grieks -Orthodxe kerk.

 

Het Duitse rijk en de strijd tussen de keizer en de paus

Na het uitsterven van de KArolingers was Duitsland een keizerrijk geworden, wat de koniklijke macht verzwakte en het ontstaan van allerlei staatjes in het rijk bevorderde. Otto de Grote van Saksen werd 950 na tocht tegen de Hongaren in Italie tot keizer gekroond. Sedert die tijd gold Duitsland officieel als het Heilige Roomse rijk. Het voornaamste land van de Christeneenheid. Opleving van het keizersschap leidde tot tegenstelling met de paus. Voorlopig was de keizer sterker. Hij had grote invloed op pauskeuze en benoemde bisschoppen. Zij werden een steun voor de keizer. Omstreeks 950 kwam er een tegenbeweging van Benedictijnen uit Cluncy met als doel: De toestand in de kerk verbeteren, omdat bisschoppen hun taken verzaakte. De voornaamste paus was Gregorius VII(1073-1085). Hij kreeg gedaan dat de paus door kardinalen werd gekozen. Hij voerde celibaat in. De keizer Hendrik IV verzette zich tegen afschaffen benoemen geestelijke macht door wereldlijke macht. Zo ontstond investituurstrijd(1073-1122). Na afzetten bisscvhop kwam hij(keizer) in de banvloek. Hij kreeg absolutie van de paus, maar zou hem later met een leger uit Italie verjagen. Door de kruistochten zou macht van de paus weer groeien en in 1122 kwam het tot een vergelijk met Hendrik in het Concordaat van Worms, maar in het vervolg zou de paus bisschoppen wijden. De Kanunniken zouden bischoppen kiezen.. Keizer was de verliezer in geestelijke zaken. Onder de volgende geslacht van de Hohenstaufen laaide de srtijd weer op. De keizer Frederik Barbarossa(1152-1190) kreeg tegen zich naast de paus ook Lombardische steden vooral Milaan, voor handel wilden zij liever een zwakke keizer. In 1175 eindigde die strijd in een compromis. De steden moesten oppergezag van keizer erkennen, maar kregen zelfbestuur. In 1190 verdronk keizer tijdens de kruistochten en in 1197 ook zijn jonge zoon. Ijn 3-jarige zoon Frederik II kreeg het Rijk met uitbreiding van Napels en Sicilie door huwlijk. Juist in di rijd stonnd aan het hoofd van de Kerk een sterke man Innicentius III. Geen paus is zo machtig geweest als hij. Onder hem verkreeg de kerk heerschappij over de staat. Nog gtoter werd zijn invloed door 4 kruistochten. Toen hij naast Westen ook Grieks-Ortoxen onder zijn geag bracht. Na zijn dood ontpopte Frederik II zich als een der grootste vorsten van de Middeleeuwen en met zijn keizerschap 1215 begon de strijd voor de derde keer. De Hohenstaufen wist tegenstanders tegen elkaar uit te spelen. De pausen hielden zich te veel met politiek bezig en verwaarloosde geestelijkheid. Residentie van Frederik in Palermo werd middelpunt van Intellectuelen. Wegens zijn afwezigheid hadden veel rijksgenoten hem de gehoorzaamheid in Duitsland opgezegd en Willem II van Holland als tegenkoning gekozen. Frederik overleed in 1250 en Willem in 1256, maar ze stelden geen niuwe vorst aan. De leenmannenen waren nu de baas in Duitsland. In tegenstelling tot de leenmannen kon de paus niet lang van zijn overwinning genieten.

Niet meer het geheel met de keizer en de paus aan het hoofd was het bealngrijkste, maar de onderdelen afzonderlijk. Landen beginnen naar voren te komen. Waaronder Frankrijk en later Engeland. Duitsland zonk weg.



De kruistochten

Rond 1000 waren bij de mohammedanen de grote leenmannen machtige potentaten geowrden bv de sultan van Egypte. Omstreeks 1050 ontstaat turkse stam vanuit volksverhuizing de Seldsjoeken. Zij vestigen zich in gebied rond Perzie en werden heersers van het oostelijke islamitische wereldrijk.. Tegen de nog altijd zeer machtige moslimwereld richten de Chrtistenen hun tegenaanvallen. Strijd ter ere gods was in de geest van de Cluncy beweging. Er ontstonden pogingen om het heilige land te heroveren die bijna twee eeuwen zouden duren(1096-1275). De aanleiding van de eerste tocht waren klachten over mishandeling van pelgrims door Seldsjoeken, terwijl de door hen bedreigde Byzantijnse keizer tevens om hulp vroeg. Edelen uit Frankrijk en Zuid-Nederland vormden met Normandiers uit Italie de kern van het kruisleger. Sommige wegens hungeloof anderen voor roem en rijkdom. De dappere Godfried van Bouliion kreeg grote invloed. Hij werd na de inname van Jeruzalem in 1099 hoofd van nieduwe staat. Evenenals in Europa ontstonden ook daar in de buurt leenstaatjes en al spoedig hadden ook hier edelen meer te zeggen dsan de vorst. Bijzonder invloedrijk waren geestelijke ridderorden zoals de Johanniters en Tempeliers, waarvan de leden behalve kloostergeloften ook strijd tegen de Islam belooftden. Dde derde en vierde kruistochten waren de bealangrijkste. De derde was het gevolg van de Sultan van Egypte die in 1187 Jeruzalem innam, maar heel wat verdraagzamer was dan de ridders. Deze keer vormde Keizer Barbarossa, Filips de II van Frankrijk en Richard Leeuwenhart van Engeland een geweldige tegenmacht, waartegen de moslims niet opgewassen waren. Na het overkleiden van de keizer trokken veel Duitsers zich terug. Ondanks de strijd kwam ook Richard terug echter zonder de bvrijding van Jerauzalem. In 1200 vond de vierde tocht plaats gepredikt door Innocentius, waarijn Venetiaanse kooplieden een belangrijk aandeel hadden. Ze moesten eerst de onttroonde Byzantijnse keizer herstellen en dan met zijn hulp Palestina bevrijden. De buit van herovering van Byzantium deed ridders aandacht verslappen. Byzantijnse rijk werd pas in 1260 hersteld met 1200-1260 van Latijnse keizerrijk onder Boudewijn van Vlaanderen, maar Turken zouden dit verzwakte rijk later weer onderwerpen. In Christenstaatjes ontstond handel met Islam waarmee kooplieden uit Pisa, Genua en Venetie rijk werden. Ook vervoer van pelgrims en kruisvaarders. De gevolgen van de kruistochten waren:

sheen hoogtepunt van de macht van de adel, maar in werkelijkheid bleek het haar ondergang. Door het hebben van een te luxe levensstijl. De steden begonnen de vleugels uit te slaan wegens de toename van handel met andere gebieden. De welvaart onder burgerij nam toe met ontwikkeling eigenwaarde. Met behulp macht steden kon ook de andere vijand van de adel- de koning- zijn gezag versterken. In de stad hherste oredde en gezag en rechtszekerheid. Na 1250 raakt islamitische wereld in verval. Dit ten voordele van de Mongolen die in de 13 eeuw met aanvoerde Djengis Kahn een onmetelijk Rijk opbouwde van Peking tot de Donau. Omstreeks 1240 dwongen zijn opvolgers door tot Silezie. Europa werd gered door troontwisten. Ze trrokken zich terug.

In het verre oosten werd zijn kleinzoon Choeblai Chan keizer van China waarbij hij volgens Marco Polo voortreffelijk hherser was. In het nabije oosten plunderden ze Bagdad en verzwakte ze het oosters kalifaat, weliswaar kwam later het machtige Turkse rijk naar voren, dat het oosters kalifaat zou overtreffen, maar in cultureel opzicht trad verstarring in de Maansikkel en begon deze haar positie na 5000 jaar te verliezen ten bate van Europa.



Frankrijk en Engeland in de kruistochten

In Fr en engeland kwamen na de noormannen in 11 eeuw inheemse Angelsaksische vorsten aan het bewind. In Frankrijk had Hugo Capet een eind gemaakt aan de macht van de Karolingers. De gevaarlijkste leenmannen waren de hertogen van Normandie. Een van hen Willem de Veroveraar stak in 1066 over naar Engelang en onderwierp het. Na enige eeuwen versmolten fraznse taal en Angelsaksisch tot Engelse taal. Opvolgers probeerde ten koste van Capetingers gebie in Frankrijk uit te breiden. In 1150 kwam in Normanidie het huis van Anjou aan de macht met koning Hendrik II.Onder zijn Zoon Richard en zijn opvolger Jan zonder land, ontstond krachtige tegenstand tegen Filips de II, die al zijn enbergie en het werk stelden Frankrijk onder zijn gezag te krijgen. Dit werk werd voortgezet door Lodewijk de Heilige 1250 De laaste kruisvaader. Hij ontwierp uitstekende wetten en was koning die gebied in Toulouse met katholieke ketterssekte van Albingenzen uitroeide in oorlog. Hij beknotte de macht van de adel en versterkte het gezag van de koning. Hij regeerde daarnaast modern bestuurlkichaam als de rekenkamer en koninklijke raad een soort minsterraad. Zijn regering waren voor frankrijk perioden van welvaart en hoge cultuur(gotische kathedralen). Engeland verloor tijdens Jan zonder Land vele bezittingen in frankrijk aan Filips en kwam in conflict met de Paus die de ban uitsprak. Hij kreeg zijn gebied terug na afstaan van de leen. Na een opstand werd de koning in 1215 gedwongen de bereomde Magna Carta te ondertekenen, waarin oude rechten van edelen werden hertseld. Zo konden bevolking beschermd worden tegen de willekeur van de koning oa geen buitengewone bealstingen. In een strijd met de volgende koning kwam een vergadering van vertegenwoordigers van alle standen bijeen en zo werd de grondslag gelegd voor het Engelse parlement. In Europa was een situatie ontstaan van absolute vorsten tegenover de leenmannen en macht van de steden tegenover de adel en in de godsdienst steeds meer ketterse bewegingen.



Nederland tijdens de kruistochten.

Een eenheid vormde Nederland nog lang niet. het bestond slechts tot ver inde Middeleeuwen uit een verzameling leenstaatjes, die zich bitter weinig van hun leenheren aantrokken. Behalve Vlaanderen deze hoorde bij het Duitse Rijk. Ze spraken Frankisch, Saksisch, Franstalig of Fries. Vlaanderen en Brabant waren de belangrijkste gebieden in de middeleeuwen rond 1250. Welvarende industrie waarvan wol in Brugge en Gent was het handelscentrum van de wereld. In het noorden waren het bisdom Utrecht en Sticht het belangrijkst. Belangrijkste graven; Van Gelre dat hertogdom werd en graaf van Holland, Friesland strekte zich, nadat in 1275 West Friesland was veroverd door de graaf van Holland van Friesland en Groningen tot Duitsland en Frankrijk.

Men had er geen leenstelsel. De boeren waren vrij. Grote betekenis hadden de kloosters met hun grootgrondbezit. De latere graven van Holland breidde uit naar het oosten Utrecht en naar het Zuiden Zeeland. In die tijd veel inpolderingen georganiseerd doior boeren in gekozen watersschappen. Willem de I van Holland bevorderde dit. Willem de II van Holland werd in 1250 gekozen tot koning van Duitsland. Hij overleed na veldtocht tegen Westfriezen 1256. Zijn zoon Floris de V wreekte zijn vader eb vergrote de macht van Holland sterk.



Frankrijke en Engeland in de late Middeleeuwen.

De pogingen tot versterking van de koninklijke macht werden na Filips de II Augustus en Lodewijk de Heilige voortgezet door Filips de IV de schone (1300) onder wiens bestuur Frankrijk het toppunt van macht in de middeleeuwen bereikte. Hij trachtte zijn invloed te vergoten in Vlaanderen. In 1302 leden de Franse ridders een vernietgende nederlaag tegen de Vlaamse poorters in de Guldensporenslag bij Kortrijk, de eerste overwinning van burgers tegen ridders in de geschiedenis van Europa. Een groot succes boekte Filips in het reeds vermelde conflict met paus Bonifacius VIII, waarbij de koning in de vergadering der Staten-Generaal door alle drie standen gesteund werd en waarin de paus een nederlaag leed. Na de dood van Bonifacius VIII. Na de dood van Bonifacius kwam de paus in vele opzichten onder invloed van de Franse koning: we wezen al op de Babylonische ballingschap. Ook nog een ander winstpunt behaal;de Filips: hij wist bij de paus te bereiken dat de machtige orde der Tempeliers werd opgeheven, zodat hij de rijke bezittingen in beslag kon nemen en bovcendien geen last meer had van deze invloedrijke leenmannen. Zijn opvolgers brachten weer een herniewdw strijd met de koning van Engeland, de honderdjarige oorlog(1337-1453), die het ongelukkige Frankrijk tot tweemaal toe aan de rand van de ondergang bracht. Engeland kwam onder het bestuur van Eduard I 1300 en Eduard III (1327-1377) tot welvaart, de rechten van het parlement werden bevestigd en de handel ontwikkeld. Zo stond Engeland sterk in de komende strijd met Frankrijk. Eduard III bezat nog het Zuidwetsen van Frankrijk en toen niet lang na de dood van Filips de Schone het huis Capet uitstierf en een zijtak, het huis Valois, aan het bewind kwam, maakte ook hij als afstammeling van de Capetingers aanspraak op de Franse troon. De engelsen veroverden eerst een deel van Calais bij een overwinnin bij Crecy. Frankrijk werd toen geteisterd door een geweldige boerenopstand en door de Zwarte dood. Gedurende de tweede periode leed Engeland onder woelingen en herstelde Frankrijk zich. Het derde tijdperk kenmerkte zich (1415) weer tot een verzwakking. De Engelse koning Hendrik V deed zijn intocht in Parijs. Toen kwam de beslissende ommekeer: in de eindstrijd overwon Frankrijk door Jeanne d'arc, die overtuigd was een goddelijke zensing te vervullen en het Franse leger door haar optreden wist te bezielen. Ten slotte bleef alleen Calias in handen der Engelsen. Karel VII 91450 en zijn opvolger Lodewijk XI 1475 wisten hun gezag te versterken door het heffen van vaste belastingen buiten de toestemming van de Staten-Generaal om en door het vormen van een vast huurleger. Nog moesten zij een zware strijd voeren tegen de hertogenen van Bourgondie, maar nadat alle lenen aan de kroon getrokken waren, werd de koning bijna onbeperkt gebieder in zijn land. De tijd van het leenstelsel was in Fr voorbij. In Engeland gebuerde iets dergelijks. Na een tijd van woelingen en burgeroorlog werd de troonopvolging tussen de partijen van de Rode Roos en de Witte Roos kwam er eindelijk in 1485 met een nieuwe koning onder het huis Tudor, Hendrik VII, een tijdperk van rust.

 

Het overige Europa in de late middeleeuwen

Tijdens het interregnum dreigde (1256-1273) het Duitse Rijk uiteen te vallen. Er was geen centraal gezag meer, de leenmannen beschouwden zich als soeverreinen, de roofridders plaunderden naar hartelust. Gelukkig voor Duitsland werd in 1273 Rudolf van Habsburg door de zeven voornaamste vorsten(keur)tot koning gekozen. Hij hertstelde orde en wet en breidde zijn rijk uit met Oostenrijk(sindsdien het kerngebied van de Habsburgers). In de periode daarna werd soms een niet habsburger gekozen als keizer, maar vanaf 1440-1806 tot het rijk werd betrokken bij dat van Napoleon regeerden habsburgers. Rond 1500 werd het Habsburgse huis door verbibtenissen met Bourgondiers en Spanje een wereldmacht. Aan het eind van de middeleeuwen verschuift zoals in de rest van Europa de macht naar de Duiste steden, vooral aande Ostzee.

Behalve het konkrijk Polen lag in het oosten het aan de Mongoolse schatplichtige (tot 16 eeuw)grootvorstendom Moskou. In het zuidoosten leiden het oude in 1261 herstelde Byzantijnse rijk een noodlijdend bestaan. Na de overheersing van de Mongolen herstelde de Ottomanan in dat gebied. Zij sloegen de Hongaren die de Griekse christenen te hulp kwamen kwamen en nu was het lot van Constantinopel bezegeld: In 1453 veroverden de Turken de stad. In 1525 veroverden zij onder andere: Mesopotamie, Syrie, Egypte en palestina.



De Nederlanden in de late middeleeuwen

Na de kruistochten hebben de Nederlanden nog dikwijls de invloed ondervonden van de omliggende landen, in het bijzonder van Frankrijk, Duitsland en Engeland. Dat blijkt uit de regering van Floris de Vijfde. Inde strijd tussen Engeland en Frankrijk koos hij partij voor Filips de IV. Met zijn zoon Jan I stierf in 1299 het geslacht uit Zijn neef Jan II werd opvolger en kon zijn landen slechts met moeite tegen de Vlamingen verdedigen. Onder de volgende graaf Willem III de Goede werd een overeenkomst met hun gesloten, waarbij een groot deel van Zeeland kreeg. Zijn zoon Willem IV probeerde ook Friesland te krijgen maar verloor en sneuvelde in de slag in 1345 bij Warns. Omdat hij kinderloos was verviel Holland, Zeeland en Henegouwen aan de leenvorst de Duitse keizer Lodewijk van Beieren, die gaf ze aan zijn vrouw Margaretha van Henegouwen, die het weer aan haar zoon Willem van Beieren gaf. weldra ontstond strijd tussen beide. De hoeken meest edelen en enkelen steden steunden Margaretha, de Kabeljauwen, hoofdzakelijk een stedelijke partij hielpen Willem. Zo onstond een burgeroorlog in heel Nederland, die overeenkwam met de strijd in anderen landen tussen stad en vorst en tussen adel. Na de krankzinnigwording Willem V kreeg zijn broer Albrecht het bestuur in handen onder hem kregen de steden meer macht. Zijn opvolger Willem VI vergrotte de gravelijke macht, maar zijn dochter raakt in moeilijkheden. In de Nederlanden was nl. een Rfans geslacht(Bourgondiers) tot grote macht gekomen. Een franse koningszoon Filips de stoute, had van zijn vader in 1363 het opengevallen herteogdom Bourgondie in leen gekregen en was door huwlijk o.a in het bezit gekomen van Vlaanderen en Artois. Zijn zoon Jan zonder Vrees, erfde deze bezittingen en liet ze weer na aan zijn opvolger Filips de Goede(1419-1476). Deze nu, die een neef was van Jacoba van Beieren, mengde zich al spoedig in de opvolgingsoorlog, welke na Willem VI ontstond. De opvolging werd nl. aan Jacoba betwist door haar oom jan van Beieren van Luik. er ontstond weer een burgeroorlog; de Hoeksen steunden Jacoba, de kabeljauwen haar oom. Na de dood van Jan van Beieren werd haar toestand moeilijker, omdfat deze zijn aanspraken aan Filips van Bourgondie had nagelaten. Tegen de machtige Bourgondier was Jacoba niet bestand; bij het verdrag van Delft in 1428 werd filips regent over haar landen, terwijl zij moest beloven niet te zullen huwen zonder zijn toestemming. Jacoba bleef slechts in naam gravin. Toen zij het verdrak door in het geheim te trouwen met een zeeuwse edelman dwong Filips haar van alle rechten afstand te doen en werd hij wettelijk graaf van Holland Zeeland en Henegouwen. Zijn macht vergrotte doordat Brabant en Limburg door erfenis in zijn macht waren gekomen. Filips opvolger Karel de Stoute(1467-1477) bezette ook het hertogdom van Gelre en Lotharingen. Bij zijn pogingen om ook het westen van Zwitserlan erbij te voegen werd hij verslagen. Lotharingen ging verloren. Bij een poging tot herovering sneuvelde de Bourgondier bij Nancy. Nu dreigde het Rijk uiteen te vallen, maar Albrecht van Saksen herstelde de wanorde. Bij de vrede met Frankrijk verviel Bourgondie aan de franse koning en werd de onafhankelijkheid van Gelre gehandhaafd. In 1494 kon Filips de Schone (de eerste Habsburger) zelf het bestuur over bijna alle vroegere Bourgondische gebieden aanvaarden. Zeer belangrijk was de politiek van de Bourgondiers om de onbeperkte macht in de staat te krijgen (absolutisme) en van de vele staatjes in geheel te maken. Filips de Goede stichtte in algemeen bestuur naar Frans model. Aan het hoofd de hertog naast hem de Grote Raad voor het bestuur van alle gewesten samen. In deze gewesten regeerden stadhouders, bijgestaan door een raad of hof. Tevens werden een rekenkamer en een opper gerechtshof

geinstalleerd. De adel schikte zich in de nieuwe toestand, omdat zij de belangrijke functies vooral zelf bezetten. de vertegenwoordigers van de bevolking in de verschillende gewesten, de Gewestelijke Staten, meestal bestaande uit vertegenwoordigers van de drie standen werden vaak samengeroepen.

Ook riep de hertog soms de afgevaardigden uit de Staten van alle gewesten bijeen, de Staten Generaal. In de stedelijke besturen kregen de (vermogende)aanzienlijke burgers in die tijd steeds meer invloed door groeiende handel. In de noordelijke Nederlanden bezaten Holland en Zeeland in de 15 eeuw al verschillende belangrijke steden. In het zuiden eerst Brugge daarna Antwerpen. Zout werd gehaald uit Zuid-Frankrijk en Portugal gehaald en na zuivering uitgevoerd naar Oostzeelanden, vanwaar graan werd ingevoerd. Daardoor bloeide oa Middelburg, Zierikzee, Hoorn,Middelburg en Amsterdam. In het Oversticht en Gelre lagen verschillende Hanzesteden. Kampen overtrof rond 1400 andere steden. Van de bloei van de Nederlanden in de latere middeleeuwen getuigen naast de gotische kerken en torens vooral in het Zuiden ook de prachtige gotische stadhuizen en woonhuizen. Maar de grote roem van de (Zuiderlijke) Nederlanden berustte in de 15eeuw vooral op de schilderkunst(Jerroen Bosch en Jan van Eyck). De inhoud van de kunst bleef geheel godsdienstig van karakter. Met de Renaissance zou dit veranderen evenals de wetenschap die vooral door de uitvinding van de boekdrukkunst omstreeks 1450 in een stroomversnelling kwam.



DE RENAISSANCE

In plaats van de middeleeuwse gedachte dat er een groot Christenrijk moest zijn onder opperheerschappij van keizer of paus, waren er nu aparte, geheel onafhankelijke staten o.a Frankrijk, Engeland de bourgondische landen en Spanje. De steden werden belangrijker en haar burgers en ook het geldbezit tegenover het grondbezit. Er kwamen rijke handelaren. De medici in Florence en de Fuggers in Augsburg. In een aantal steden kwamen die rijken tegen het vorstelijk absolutisme (en de belastingen)in verzet. Naast het afnemen van de macht van de adel nam het gezag van kerk en geestelijkheid eveneens af. Met het optreden van Luther ontstond op godsdienstig gebied de Hervorming. Door de boekddrukkunst kregen ook leken een geestelijke ontwikkeling. Op algemeen geestelijk gebied, in het bijzonder dat van kunst en wetenschap ontstonden de Renaissance en het Humanisme. In de middeleeuwen had sterk het gevoel geheerst dat ieder mens een onderdeel was van een groter geheel, daar tegenover kwam een streven naar vrijheid voor de eigen persoonlijkheid het individualisme. Ook was voor de middeleeuwer het leven een voorbereiding van het eeuwige leven. De nieuwe opvatting gign uit van carpe diem. Met deze opvattingen kwamen ook de oude grieken en Roemeinen weer in de belangstelling. Deze Renaissance ontstond al in de 14 eeuw in Italie en verbreidde zich omstreeks 1500 over West-en Midden-Europa. In Italie hadden de

De kunst

Noordelijke steden een hoge welvaart en ontwikkeling bereikt. Als de baanbreker wordt de dichter Dante beschouwd (1300). In de bouwkunst had men genoeg van de Gotiek met haar overdadige versieringen en haar verticale lijnen. De antieke stijl kwam weer terug. In de beeldende kunst had de Middeleeuwer gestreefd naar het uitdrukken van het bovenaardse en eeuwige, waarbij hij er weinig om gaf de aardse vormen nauwkeurig weer te geven. In de Renaissance daarentegen wilde de kunstenaar de werkelijkheid zo natuurgetrouw weergeven. Dit nieuwe realisme was onder andere bij italiaaanse (Michel Angelo Leonardo Botticelli en de Vlaamse schilders te zien. Omstreeks 1500 verbreidde de Rennaissance zich over de Alpen in het bijzonder naar de welvarende stedengebieden van Zuid Duitsland de Nederlanden en Frankrijk. Over de Alpen werd ook de nieuwe bouwstijl overgenomen zoals het stadhuis van Antwerpen. De literatuur bereikte omstreeks 1600 een schitterend hoogetpunt met Shakespeare


Het humanisme

De beroemdste humanist was Erasmus. Hij bestreed onder andere in de Lof der Zotheid de dwaasheid der mensen en de godsdienstige uiterlijkheden, bijgeloof en onverdraagzaamheid. Zijn ideaal van een christelijke eenheid, waarin katholicisme en protestantisme verzoenmd zouden zijn, kon niet verwezelijkt worden en hij wekte wantrouwen van beide partijen. Zijn Engelse vriend Thomas Moore (1525) was de beroemde schrijver van Utopia, waarin hij een ideale staat schildert. De Nederlander Coornhert(1575) kwam te midden van de opgezweepte haat der godsdiensttwisten standvastig op voor verdraagzaamheid. Een radicale omkering in de omvatting van de plaats der aarde in het heelal bracht de Pool Copernicus omstreeks 1540 door zijn stelling dat de aarde niet het middelpunt is waar alle hemellichamen omheen draaien, maar slechts een planeet die om de zon cirkelt.


De ontdekkingsreizen

De toevallige ontdekking van Amerika door columbus (hij was op zoek naar weg over zee tot indie. Met de latere reizen van Magelhaes werd bewezen dat de aarde rond was) op 1492 had eigenlijk een route naar Voor Indie moeten vastleggen, maar het is niet toevallig dat juist de Portugezen een nieuwe weg om Afrika heen naar Indie gevonden hebben. ( de weg over land en viawas voor de handel te kwetsbaar) Zij zetten hun godsdienststrijd tegen de mohammedanen voort op de Noord en Westkust van Afrika en trachtten de inboorlingen tot het Christendom te bekeren. In 1486 bereikte ze de Zuidpunt van Afrika Kaap de Goede Hoop. In 1486 berekite Vasco da Gama als eerste over zee Voor Indie. Lissabon werd de stapelplaats voor de Indische waren. De Italiaanse steden werden door deze verplaatsing van de handel zwaar getroffen en verloren hun betekenis. De Nederlanders en de Engelsen profiteerden want zij vervoerden die waren uit Lissabon naar West en Noord Europa.

Ferdinand Cortez veroverde in diezelfde tijd het zilverrijke Mexico op de oorlogszuchtige Azteken die daar een aoudere cultuur hadden overgenomen en erin geslaagd waren de meest omliggende volken te onderwerpen en dienstbaar te maken aan hun afschuwlijke, talloze mensenoffers vergende godsdienst en de Maya's, die een beeldschrift hadden en astronomie bedreven . Terwijl Pizarro enige jaren later een einde maakte aan het rijk de Inka's in het goudland Peru. De hoge beschavingen deze volken werrden door de Spanjaarden geheel vernietigd.

Het doel van de Spanjaarden was om naast de verbreiding van het Christelijk geloof grondstoffen te roven. De inheemse bevolking werd gebruikt in plantages als slaven. Door uitputting dreigde de Indianen uit te sterven. Daardoor kwam men op het denkbeeld de sterkere negers voor dit zware werk te gebruiken wat leidde tot de slavenhandel en- jachten. Evenals de Indische waren uit Lissabon het geval was kwam het vervoer van de produkten uit Amerika in handen van Nederlanders en Engelsen. Antwerpen werd het centrum van de wereldhandel. Een belangrijk gevolg van de ontdekkingen was naast de verniuwende inzichten voor de wetenschap (vb Aardrijkskunde) de verbreiding van dieren en planten. In de oude wereld leerde men aardappelen, tabak, cacao, mais koffie en katoen kennen en dieren als koeien en paarden. Tenslotte was een uiterst belangrijk gevolg dat de Europese invloed en beschaving zich geleidelijk over de hele wereld ging verbreiden.

De hervorming in Duitsland

De schatten uit Amerika versterkten de invloed van de machtigste vorst in Europa, Karel V. Hij was beheerser van vele rijken. Van zijn vader Filips de Schone erfde hij de Bourgondische landen, door zijn moeder Johanna, een dochter van Ferdinand en Isabella, verwierf hij Spanje, Zuid-Italie en de Amerikaanse kolonien, terwijl hij na de dood van zijn grootvader Maximiliaan de Oosterijkse erflanden kreeg en bovendien in 1519 tot keizer van Duitsland werd gekozen. Zijn doel de vestiging van het absolutisme in al zijn landen, het herstel van de oude keizerlijke macht om de werreldheerschappij te krijgen en de handhaving van het katholieke geloof, heeft hij niet bereikt. De tegenstand was te groot.

De voornaamste tegenstanders waren:

1. De duitse landvorsten, die zich verzetten tegen zijn streven om als keizer de onbeperkte macht te verwerven.
2. De duitse hervormden, die zich kantten tegen zijn handhaving van het rooms-katholicisme.
3. Frankrijk dat ook de Europese hegomonmie nastreefde.

En de turken en de paus.

Hardnekkig was de strijd met de Franse koning Frans I. In de vier oorlogen die beide vorsten tussen 1521 en 1544 met wisselende kansen tegen elkaar voerden, werd Frans gesteund door de Turken en Karel van Gelre en soms de Paus. Ondertussen had de Turkse sultan Soleiman de Grote een aanval gedaan op Hongarije en in 1529 stonden de Turken zelfs voor Wenen, waar ze met moeite weer uit werden geslagen. Hongarije bleef grotendeels bezet tot 1700. In 1544 sloot Karel vrede van Crepy met Frans. Karel behield grootste deel gebied en in 1543 kreeg hij door onderwerping van Gelre alle Nederlandse gewesten. Door de buitenlandse oorlogen had karel eigenlijk nooit machtig opgetreden tegen ketters. In Hervorming of Reformatie komt evenals in de Renaissance en het Humanisme een streven tot uiting naar bevrijding van Middeleeuwse banden en naar zelfstandig onderzoek. Op godsdienstig gebied en kerkelijk gebied. De misstanden in de kerk, zoals rijkdom en weelde, onwetendheid en tuchteloosheid werkten stteds meer ergernis op en wekte de spotlust van Erasmus. Bij het volk heerste door bittere armoed als gevolg van prijsstijgingen grote onvrede. Inkomsten o.a. door aflaat (afkopen zonde) Luther begon zijn opvattingen te verkondigen. De enige werkelijke bron van de waarheid is Gods woord, de Bijbel en het goede komt alleen voort uit Gods genade. Het grote verschil met katholieken die van mening zijn dat de mens de bemiddeling nodig heeft van gods vertegenwoordiger op aarde, de priester, die deze bemiddeling verleent door de heilige handelingen of sacrementen(communie). De Hervorming breide zich uit over Duitsland en Noord-Europa. Sommige vorsten aasten op de rijkdommen van de Kerk. Revolutionaire prostanten groepen onstonden zoals de wederdopers. Pas na de vrede met Frankrijk en Turkije (1545) durfde Karel tegen ze op te treden. Na de dood van Luther brak de Schmalkaldische oorlog uit (1546-1547). Na overwinning volgde nederlaag o.a. met behulp van Frankrijk hij sloot in 1555 de Vrede van Augsburg. In dat jaar volgt zijn zoon Philps de tweede hem op in Spanje, de Italiaanse bezittingen en Nederland. Karels broer Ferdinand werd tot Keizer gekozen. Zo werd het Habsburgse bezit verdeeld onder een Spaanse en Oostenrijkse tak.

In Geneve onstond een vellere beweging tegen de Kerk Het Calvinisme. De Bijbel is volstrekt richtsnoer voor het geloof en voor het levensgedrag. De mens moet streng godsdienstig zijn en ernstig en ingetogen (zoook de kerken)leven wars van wereldse vermaken. leer van de predestinatie. tegen absolute makcht van vorsten, maar opstand alleen bij gevaar geloof. Ondertussen liet Frans de eerste in Fr schitterende kastelen bouwen. In eigen land vervolgden de koningen de protstanten, maar met behulp van machtige edelen verspreide het geloof zich toch. hendrik VIII was overtuigd katholiek, maar toen de paus weigerde zijn huwlijk met Catherina van Aragon ongeldig te verklaren stichte hij een nieuwe kerk met hem aan het hoofd ervan. De kloosters werden opgeheven. UIt het huwlijk met zijn tweede vrouw werd Elisabeth de eerste geboren. Onder zijn zoon uit een derde huwlijk Eduard VI die hem opvolgde in 1547 werd de leer protestants, maar vele katholieke gebruiken en de bisschoppelijke structuur bleef bestaan. Protestanten die zich daar niet mee konden vinden werden puriteinen genoemd(o.a.presbyterianen).



Nederland onder Karel V

Na Filips 1 (de schone) dood opvolging door Karel (de stoute) Keizer Maximiliaan werd regent, maar benoemd zijn dochter Margaretha van oostenrijk tot voogdes en vanaf 1530 Karels zuster Maria van Hongarije. Er was veel verzet van verschillende gewesten tegen Karel, vooral Karel van Gelre gesteund door Fr. In 1543 kwamen alle gewesten onde een enkele heer (uitgezonderd Luik). Nog geen echte eenheid. Elk gewest en en elke stad had zijn bijzondere rechten. Karel zette de politiek van de Bourgondiers voort en streefde naar centralisatie en groter vorstelijk gezag. De centrale regering werd versterkt doordat sedert 1531 drie vaste raden Maria ter zijde stonden. De Raad van State bestaande uit hoge edelen, zoals stadhouders, de Raad van Financien en de Geheime Raad. In de steden was de volksinvloed gering. De vroedschap bestaond meestal uit voorname burgers, die voor hun leven zitting hadden. Daar zij gewoonlijk ook de burgemeesters en de schepenen benoemden, werden de stedelijke besturen op den duur tot oliegargieen. Handel tapijten uit Antwerpen werd grootste handelsstad van Europa. Met Fr met wijn, Italianen met zijde en glas en Engelsen met lakens. Met de eerste beurs werd het ook het wereldhandelscentrum van de geldhandel. In Noord Nederland begon Amsterdam te groeien ten koste van Kampen. het mereldeel van de bevolking was nog erg arm en werd armer door de prijsstijgingen. In de tijd van Karel V begon de gotiek plaats te maken voor renaissance kunst. De Nederlandse musici uit de 15e en 16e eeuw genoten vermaardheid. Antwerpen werd een brandpunt van ketterij. Karel die katholiek was vreesde onrust en vaardigde pakkaten tegen de leer uit. Na 1530 begon de revolutionaire sekte der wederdopers een grote aanhang onder de armen te krijgen. Enigszins verwand waren de doopsgezinden. Ook zij werden streng vervolgd. Het strijdbare Calvinisme met zijn hechte organisatie en zijn vastomlijnde leerstellingen was veel gevaarlijker voor de katholike regreing dan de leer van Luther.


HET TIJDPERK VAN DE CONTRA-REFORMATIE (1550-1650)

Een tijdperk waarin de kerk krachtige maatregelen nam om de invloed van de protestanten tegen te gaan. Kracgtig bestrijder van de protestanten werd de orde der jezuieten, gesticht door de Spanjaard Ignatius de loyola, die eerst krijgsman was geweest en die zijn orde op militaire leest schoeide. Vooral door hun onderwijs en hun prediking en als zendelingen in Azie en MAkerika droegen zij veel bij aan het katholicisme. Op de kunstlievende, wereldlijke pausen volgden strenge krachtige pausen. De contra-reformatie en de formatie stonden in de 16e eeuw vel tegenover elkaar. Vermaningen van mannen als Willem van Oranje en Cornhert werden in het wilde strijdrumoer overstemd. In Duitsland behaalden de proestanten overwinningen in Fr niet. In Spanje en Portugal werd het uitgeroeid. Scandinavie werd protestants. In Noord-Nederland zou een sterke katholieke minderheid blijven bestaan. De velste bestrijder van de hervorming was Philps de II (1565-1598). Zijn politiek was in hoofdzaak dezelfde als van Karel: bestrijing van ketterij, vestiging van het absolutisme in al zijn landen en alleenheerschappij over Europa. Maar de plannen van Filpis II waren te veelomvattend en juist daardoor mislukten zij. In plaats van de opstand in de Nederlanden te bedwingen, mengde hij zich tegelijk in de Franse en Engelse aangelegenheden, waardoor hij zijn krachten versnipperden en Spanje verarmde en verzwakte.


Fr en Eng laatste helft 16e eeuw

Al spoedig na de dood van Hendrik de II, die in 1559 bij een toernooi om het leven kwam, braken in Fr tussen beide geloofsrichtingen oorlogen uit, die echter tevens een politieke strijd waren van de adel tegen de vorst. Overigens was de adel wel verdeeld. Protestanten onder leiding van de Bourbons. In 1560 werd de vrede van St Germain gesloten, waarbij de hervormden vrijheid van godsdienst, toegang tot alle staatsbetrekkingen kregen. Thans groeide de macht van de hugenoten sterk aan en de anti-Spaanse politiek werd weer opgevat onder jonge koning Karel IX. De Coligny admiraal onder hem besloot Willem van Oranje, wiens broer Lodewijk van Nassau toen een der meest geziene protestanten aan het Franse hof was, te steunen in zijn pogingen om de Nederlanden van de Spaanse overheersing te bevrijden en nam maatregelen tot een grote veldtocht in 1572. Bang voor een te grote macht van de hugenoten en voor een oorlog met Spanje, betichte Katherina de Medici(konining moder) de hugenoten van een samenzwering waarop Karel zijn toestemming gaf tot een aanval. In de nacht van 23 op 24 augustus 1572 Bartholomeusnacht of de nacht van de Parijse Bloedbruiloft. Onder andere kwam Colingy om het leven. De hugenoten wisten zich in de daarop volgende oorlog toch te handhaven en zelfs onder hendrik III weer aan invloed te winnen. In 1589 volgde Hendrik van Navarre Henderik IV hem op. Hij was de eerste koning uit het huis Bourbon. De katholieken, vooral in Parijs verzetten zich er tegen, en Filips II steunde hen in die strijd o.a. door Parma uit de Zuidelijde Nederlanden met een sterk leger naar Noord=frankrijk te sturen, hetgeen aan Maurits de gelegenheid bood vele steden op de vijand te veroveren. Maar Filips die in 1588 zijn plannen zag mislukken om Engeland te veroveren verloor in 1594 ook in Fr, doordat Hendrik IV katholiek werd. De vrede werd gesloten en in 1598 zegevierde de geest van de verdraagzaamheid met het Edict van Nantes. De Hugenoten kregen vrijheid van godsdienst en toegang tot staatsambten. Terwijl Fr zich onder het bestuur van de eerste Bourbonherstelde, ontwikkelde Eng zich krachtig onder de laaste Tudor, koningin Elisabeth I. belangrijk was vooral de Industrie en scheepvaart. Oprichting van de Oost-indische compagnie ec bloei en Shakespeare en ontdekkings-en veroveringstochten. Zij hield vast aan de anglicaanse kerk, aangezien de Katholieken, die streng vervolgd werden, de Schotse Maria Stuart als wettige vorstin zagen. In 1587 zou zij na gevangenschap onthoofd worden. De paus schonk daarop de troon aan Filips, maar die strande met zijn Armada. Elisabeth werd opgevolgd door de zoon van haar tegenstandster Jacobus de 1e



De Nederlanden

Nergens heeft de botsing tussen Reformatie en contra-reformatie een fellere strijd gewoed dan hier. Onder Filips groeide ontevredenheid omdat hij buitensporig streng optrad tegen hervormden. Men wilde geen absolute vorst en het feit dat hij Spanjaard was die Nederlands noch Frans kende speelde mee. Wegens oorlog met Fr bleef Filips tot 1559 in ons land, maar na de vrede vertrok hij spoedig naar Spanje. Voor zijn vertrek regelde hij het bestuur. Aan het hoofd kwam landvoogdes Margaretha van Parma, naast haar de Raad van State en de andere 2 raden. Formeel werden 2 edelen als stadhouders aangesteld voor de 7 provincien, maar drie vertrouwelingen van Filips: Granvelle, Viglius en Berlaymont regeerde in de praktijk. Tegenover hen kwam al snel Willem van Oranje te staan. Na het vertrek van Filips groeide de ontevredenheid, vooral omdat Nederland vooral vanuit Spanje werd aangestuurd. Vooral de hoge edelen kwamen in verzet. De kettervervolging bleef streng en ondanks verwidering van Granvelle sloten vele lagere edelen zich aan bij een verbond of compromis. En in 1566 boden 400 van hen aan Margeretha een smeekschrift aan, waarin ontheffing van de inquisitie en verzachting der ketterplakkaten werd gevraagd. Bij deze gelegenheid onstond de scheldnaam Geuzen, die later een erenaam werd. Dit optreden van de edelen versterkte het Calvinisme. verschillende vluchtelingen keerde terug. In een vlaag van anti katholieke sentimenten brak in 1566 de beeldenstorm uit, waarbij vele prachtige kerken geschonden en kunstwerken vernield werden. Het compromis viel daardoor uiteen. De landvoogdes kreeg steun van o.a. Egmond. Het legertje van de Calvinsten werd ontslagen. Filips achte achtte een voorbeeldige bestraffinf noodzakelijk en meende tevens dat het ogenblik was gekomen om het absolutisme volledig door te voeren en de ketterij uit te roeien. Daarvoor zond hij in 1567 veldheer Alva. Tienduizenden weken uit. Vooral naar Engeland en Friesland. Alva volgde Margaretha ook op. Hij zetten aan aantal machtige graven gevangen. De bezittingen van de Prins werden in beslag genomen.Zijn oudste zoon werd naar Spanje gevoerd. Alleen met hulp van buiten was een opstand mogelijk. Prins Willem trachtte die te geven. Hij wilde de Nederlanden op vier plaatsen aanvallen. Een slaagde. Lodewijk van Nassau drong in 1568 Grongingen binnen. Alva trad onmiddelijk streng en vastberaden op. Hij onthoofden Egmand en Hoorne en versloeg Lodewijk. Enkele maanden later kwam de hoofdaanval van Willem ten zuiden van Roermond. Alva wist hem te verslaan en de gehoopte volksopstand bleef uit. Willem was verslagen. Alva achtte het moment daar om het koninklijk gezag te versterken door invoering van vaste belastingen zonder benodigde goedkeuring van de Staten-Generaal. O.a. 1% op alle bezit. In Alva's macht zat een zwakke plek. Hij beheerste de zee niet. Prins Willem probeerde met watergeuzen (vluchtelingen die als kapers voor de kust voeren) een aanval in te zetten. De eerste in Den Briel. Binnen een maand beheersten ze de Scheldemond en de Zuiderzee. Lodewijk van Nassau viel Bergen in Henegouwen aan. Toen ook een aanval van het Fr leger en van Willem uit Duitsland, trok Alva zijn troepen in het Zuiden samen. Nu kon de opstand zich boven de Rivieren uitbreiden. In Holland kwamen de opstandelingen tot samenwerking in de vorm van een statenbestuur. Ze erkenden Oranje als werkelijke stadhouder en beloofden hem financiele steun. Zo leek in de zomer van 1572 de kans op bevreiding van alle Nederlanden zeer groot, maar door de Bartholomeusnacht veranderde deze toestand. Uit Fr kwam geen hulp meer. Al speodig begon de tegenaanval der Spanjaarden. Via Mechelen en de Maasover naar Gelderland. Ze plunderden en moordde Zutpen en Naarden uit. Uiteindelijk werd ook Haarlem heroverd. In 1573 werd Alkmaar belegerd, maar de bezetting en burgerij sloegen de bestormingen af en weldra verdreef Hollands machtigste bondgenoot Het water de vijand voorgoet.