DE DANSENDE WOELIEMEESTERS

Quantum mechanica met stellingen die worden bepaald door processen van observatie, waaraan subject en object te pas komen, die de oude logica gehoorzamen, maar deze in de steek laten zodra er een observatie plaatsvindt. Hij houdt zich bezig met het niet bestaande, potentiele. Het is de studie van de beweging van hoeveelheden.

Het schildert de waarschijnlijkheid af van verschijnselen die niet te onmschrijven ]ijn en onmogelijk visueel voorstelbaar zijn. In het subatomaire rijk kunnen we niet zowel de positie als de impuls (massaxsenelheid en richting) weten. We kunnen beide bij benadering kennen, maar hoe meer we van de een weten, des te minder weten we van de ander. Observator is participant in het experiment. We veranderen de werkelijkheid. Licht is golf of deeltjs al naar gelang methode van experiment. Kern van atoom zo groot als zoutkorrel in flat van 14 verdiepeingen. electron stofje.

Deeltjes lijken beslissingen te nmen en ze weten welkre beslissingen er elders worden getroffen op hetzelfde moment in zelfs zover als een ander melkwegstelsel. Ze onderhouden relaties(zie experiment licht door 2 spleten) Te berekenen door kansrekening'waarschijnlijkheid. Daar had Einstein moeite mee: God dobbelt niet. Zie experiment met kat schrodinger. Volgens klassieke fysica leren er iets kennen door het te observeren. Volgens de quantummechanica is het er niet totdat we het detecteen.

Wat we waarnemen is geen externe werkelijkheid, maar onze interactie ermee (complexiteit). Wat we observeren is niet de natuur zelf, maar de natuur die is onderworpen aan onze manier van vragen stellen: Heisenberg.

Speciale relativiteit gaat niet zozeer over wat er relatief is, maar meer over wat niet relatief is. De klassieke fysica leert dat een specifieke hoeveelheid kracht nodig is om de snelheid van een bewegend object met een bepaalde hoeveelheid te te verhogen. Die kracht om te versnellen van 100 naar 101 of van 8000 naar 8001 is dezelfde. Maar bij een hogere versnelling meer kenetische energie, lijkt op extra massa.

Wat wij materie neomden wordt constant geschapen, vernietigd en opnieuw geschapen. Spin van deeltjes ook gequantificeerd. Spin wordt uitgedrukt in impulsmoment: afhankelijk van de massa, afmeting en mate van rotatie. Foton spin wordt als 1 genomen. Als deeltjes botsen zijn verschilende dingen mogelijk:

2 proton = 1 proton + 1 neutron + positief pion of 2 proton = 1 proton +lambdadeeltje + positief kaon. Er zijn talloze combinaties mogelijk. De waarschijnlijkheid van de diverse combinaties hangt af van omstandighedne als hoeveelheid impuls. Meeste fysici beschouwen golven niet als werkelijk bestaand, maar als louter mathematische constructies. Quantum theorie is moeilijk uit te leggen vanwege ontoereikheid taallaogica bij beschrijving van van verschijnselen.

De gewone taal is onstaan vanuit alledaagse ervaringen en kan daar nooit bovenuit groeien. Als je je een quantum wilt voorstellen als een stip, zit je in de val. Dan geef je er vorm aan met behulp van klassieke logica. Het gaat er juist om dat er geen klassieke voorstelling van bestaat. De distributiewet de grondslag van de klassieke logica: A en b = C, c = a + b, of a en c. Experiment polarisrend licht gaat door polarisator ( materiaal plastic langgerekte moleculen die in dezelfde richting liggen) lichtgolven treden op alle mogelijke manieren uit verticaal, horizontaal. Polarisator horizontaal, laat allen horizontaal lichtgolven door.

Als we licht beschouwen als deeltjes zien we de paradox: Hoe kan namelijk een foton worden afgesplists in een horizontale component en een verticale (kan niet). Onze ogen hebben geen weet van het feit dat wat we zien volgens de klassieke logica onbmogelijk is, maar dat komt omdat ervaring (werking oog) de spelregels volgt van de quantumlogica. Er komen in het spel geen golven aan te pas, ook geen deeltjes. Wat werkelijk in het geding zijn, zijn quanta.

Wanneer we bruikbaar lezen zodra we het woors waar tegen komen krijgtb fysuca een juist perspectief. Deeltjes kunnen met snelheden boven de lichtsnelheid signalen uitwisselen (Bells theorema). Volgens de quantemmechanica worden afzonderlijke gebuertenissen bepaald door toeval. Bij verval positief Kaon = 63% kans leidt tot antimuon en een neurtrino. 21% 2 positieve pionen en een negatief pion (5,5%). 4,8% een positron, een neutrino en een neutraal pion enz