SPECTRUM VAN DE SCHEIKUNDE

Scheikunde gaat om de electronen in de buitenste schil, deze moet idealiter volledig zijn. Atomen bestaan hoofdzakelijk uit lege ruimte. De kern vormt grootste massa. Deze is altijd positief, electronen er om heen negatief. Die worden in hun baan gehouden door de aantrekkingskracht tussen deze twee krachten. In de kern naast protonen (positief) neutronen met bijna dezelfde massa, maar neutrale lading. Protonen hebben 2000X de massa van het electron, maar hun lading is gelijk. Het aantal protonen in de kern geeft het atoomgetal. De prtonen en neutronen samen geven het atoomgewicht. Waterstof is het enige atoom zonder neutronen.

De grootste atomen hoeven niet tevens de zwaarste te zijn. De afmeting wordt bepaald door de rangschikking van de electronen. Een stof waarvan alle atomen gelijk zijn, heet een element. De atomen binnen binnen de elementen voegen zich samen en vormen moleculen. Bij moleculen met verschillende atomen spraakt men van een samenstelling (water). Valentie: hoeveel verbinding zijn er mogelijk met waterstof. de bindingskracht van een atoom is het aantal electronen dat het kan verliezen of winnen. Daarom is de basiseenheid voor de valentie een electron.

De buitenste schil streeft naar volledige bezetting. Electronen met volledige schil reageren niet met andere elementen (bv edelgassen). Atomen die geen volledige schil hebben zullen reageren door te winnen (verbinden), of af te staan, of te delen. Voor atomen met 4 buitenste electronen verbinden zich door te delen ( koolstof). Covalentie ontstaat als atomen een paar electronen delen, waardoor beide atomen een volledige buitenste schil verkrijgen. Twee waterstofatomen samen! Een ander soort verbinding is electrovalentie (ionenverbinding) een natriumatoom kan een volledige buitenste schil verkrijgen door de enkele electron af te staan aan b.v. chloorvalentie. Bij verlies van een electron wordt een atoom negatief geladen. Is daarmee een positieve ion.

De Ionen (b.v. natrium chloor) worden bijelkaar gehouden door de natuurlijke aantrekkingskracht tussen de twee ongelijke ladingen. Is geen echte molecule. Atomen met valentie 1 hoeven zich niet te verbinden met andere eenwaardigen. Ze kunnen ook met meerwaardigen valenties samen. Aluminium heeft een valentie van 3. Het heeft 3 electronen te veel voor een evenwicht. Het kan 3 electronen afstaan aan 3 eenwaardige atomen of twee atomen kunnen tezamen 6 electronen afstaan aan 3 atomen met valentie 2. Aluminiumoxyde. Al2 O3. Er zijn enekele elemten die een veranderlijke valentie hebben o.a fosfor, stikstof (3 en 5 waardig) is geen verklaring voor. Atomen met 2 onvolledige schillen schijnen dit eerder te hebben. Moleculair gewicht is het gewicht van elk van de moleculen.

Atoom met afwijkend aantal neutronen is een isotoop. Chlloor heeft mengsel met atomen met 35 en 37 het gemiddelde is 35.5 dat is het gewicht. Door gebruik te maken van een lijst van atoomgewichten is het eenvoudig het juiste gewicht te berekenen van chemische stoffen die dan zonder reststof met elkaar reageren. Het gewicht van het produkt kan makkelijk berekend worden. 2 gram waterstof verbindt zich met 16 gram zuurstof. Het equivalentie gewicht van zuurstof is 8 equivalent gewicht = het atoomgewicht. Valentie of het aantal grammen dat zich verbindt met 1 gram waterstof. 3 vormen van stoffen: vloeibaar, vast en gasvorm. elementen kunnen niet chemisch verder worden ontleed.

De meeste gassen vormen verbindingen, komen niet afzonderlijk voor, maar twee aan twee (wel edelgassen Helium). In het algemeen verbinden de metalen zich niet tot samenstellingen (wel met b.v. zuurstof en waterstof), daarom zijn ze in de natuur te vinden: goud, platina. Zuurstof verbindt zich met bijna alles (oxyden). Enkele elementen (meestal met zuurstof)verenigen zich en vormen groepen atomen die zich gedragen als afzonderlijke eenheden: de radicalen b.v. nitraat NO3. Chloor gaat ook makkelijk verbindingen aan. Koolstof gaat verbindingen aan vooral met waterstof en zuurstof. Hiervan zijn er meer dan 1/2 miljoen bekend: de organische chemie. Een symbool vertegenwoordigt een atoom. Een formule een molecule O2 of een smanstelling H2O. Een getal voor een formule geeft het aantal moleculen aan 5Fe2 o3.

Een chemische reactie wordt aangegeven in vergelijkingen. Stoffen die reageren staan links en producten rechts. Vergelijking moet in evenwicht zijn. Kan niets ontstaan of verdwijnen. (wel bij kernreacties). Is grondwet chemie. Verbindingen door o.a. verhitting of koeling: v.b. Fe + S = FeS of 2MG + O2 = " MGO. De toestand van de reagerende stof staat er niet ook niet bij welke temperatuur.

Het grootste gedeelte van de anorganische samenstellingen wordt gevormd door de metaalzouten. (b.v. natriumchloride). oplossingen naam vergelijking bij elementen die meer valenties hebben: SO3 Sulfiet (weinig zuurstof SO4 Sulfaat veel zuurstof = Sulfide geen zuurstof. het antal moleculen in een gram moleculen van elke stof is 6,025 x 10 tot 23 = 602.500.000.000.000.000.000.000.

Soorten chemische reacties
Als een stuk hout, dat hoofdzakelijk uit koolstof bestaat, verbrand in lucht, verbindt iedere atoom zich met een molecule zuurstof(bestaat uit 2 atomen O2) en vormt zich kooldixyde. Deze reactie vintd in ons lichaam plaats waar koolstof uit het voedsel langzaam verbrandt om ons te voorzien van enrgie en om warm te blijven. Als we een stukje natrium met de hand opnemen, zouden we ons hand verbranden. Chloor is een zeer giftig gas, maar als we een stukje natrium in een met chloor in een met chloor gevulde gasfles gooien, vat het vlam als ze zich verbinden en wordt het ongevaarlijke keuekenzout gevormd.

Ionen
Als een zuur, een base of een zout wordt opgelost in water ontbinden zich enkele zo niet alle moleculen tot geladen deelstjes: ionen. Heowel dus negatieve en positieve vrijkomen blijft de oplossing in zijn geheel neutraal. De lading van een ion is gelijk aan de valentie van het overeenkomstige atoom. Als ze oplossen in water heten ze electrolyten. de geschiktheid van een ion om stroom te dragen, hangt af zvan zijn valentie, hoe meer hoe beter. Ok snelheid is van belang wordt beinvloed door temperatuur en stuwkracht (voltage)

zuren, basen en zouten
er zijn belangrijke industriele zuren, zwavelzuur worden minerale zuren, omdat ze worden vervaardigd uit mineralen. Zwavelzuur wordt gebruikt voor verfstoffen, genesmiddelen, plastic etc. Een zuur is een samenstelling die waterstof bevat en een groep atomen die zich als eenheid (zuur radicaal gedragen). In water scheiden de 2 delen zich. Zwakke zuren azijn, onrijp fruit. De meeste zuren tasten metalen aan. Basen: stoffen die in stat zijn zuren te neutraliseren. alkalien en oxyden en hydrooxyden. Bij neutralisatie ontstaat een zout en water. Basen worden bij neutralisatie zelf ook vernietigd. Alkalien wordt gebruikt in glas, zeep, papier etc. Calcium-hydrooexyde wordt gestrooid op het land dat zuur is om te neutraliseren en vruchtbaar te maken. PLanten zijn zeer gevolig voor zuren. Zouten zijn vaste stoffen die kunnen voorkomen als kristallen . Zout bestaat uit een metaal en een zuurradicaal. elk zout is direct of indirect verkregen uit een zuur. Gebruikt voor verfkleuren soorten nitraten, sulfaten, nitirieten, fosfaten en nog een paar. Als zuren enbasen reageren met zuurstof worden oxyden genoemd. Batterij nikkel+ cadmium -