Elektromagnetische straling

Wanneer er inde astrofysica over straling wordt gesproken, wordt daarmee elektromagnetische straling bedoeld. Licht is een vorm van elektromagnetische straling. Het zichtbare deel van het Elektromagnetische spectrum ligt tussen 750 en 380 nm. Het totale spectrum van elektromagnetische straling strekt zich uit van radiostraling tot röntgen en gammastraling.

Elektromagnetische straling kan op twee manieren worden beschouwd. De eerste manier is om de straling als golven te beschrijven. Deze golven hebben ieder hun eigen frequentie en golflengte. De tweede manier is om de straling als massaloze deeltjes te beschrijven, de zogenaamde fotonen. Een foton is een ‘energiequantum’ waarvan de energie gekoppeld is aan de frequentie en golflengte van de straling. De snelheid van zowel de elektromagnetische straling als de fotonen is de Lichtsnelheid, 299792,458 kilometer per seconde.

Elektromagnetische straling uit het heelal levert veel informatie op over processen die zich in het heelal afspelen. Vaak is het waarnemen en verwerken van deze straling het enige dat astronomen op aarde kunnen doen om meer te weten te komen over deze processen. Probleem hierbij is dat het grootste gedeelte van de elektromagnetische straling door de aardatmosfeer wordt tegengehouden. Er zijn een aantal ‘vensters’ in het elektromagnetisch spectrum waardoor bepaalde delen uit dit spectrum wel op aarde kunnen worden waargenomen. Zo is er het ‘optisch’ venster en het ‘radio’ venster. Door telescopen op hoge bergtoppen te plaatsen heeft men in bepaalde golflengtegebieden minder last van de absorptie van de atmosfeer. Ook wordt er gebruikt gemaakt van telescopen in satellieten om op die golflengten waar te nemen waarop men op aarde niet kan waarnemen, zoals de infrarood-, ultraviolet-, röntgen- en gammasatellieten in de afgelopen decennia.