datum: 09-09-1995 | sectie: Zaterdagsbijvoegsel | pagina: 1

Naar de bron van de Rozenkruisers

Margriet Oostveen
De eerste Rozenkruisers waren lutheranen die meenden dat de mens in staat moest worden gesteld zich in wetenschap, filosofie en religie tot 'goddelijke hoogte' te ontwikkelen
. Of zij in de zeventiende eeuw werkelijk een broederschap vormden is nog steeds niet duidelijk. Op de tentoonstelling 'Wat wonder wat nieuws' wordt de mythe, die de Rozenkruisers omringt, maar zeer ten dele ontsluierd.

Tentoonstelling: 'Wat wonder wat nieuws.' De Manifesten der Rozenkruisers. Universiteitsbibliotheek, Singel 425 Amsterdam. T/m 20 oktober, ma-vrij 10-16u.
Catalogus: 'Cimelia Rhodostaurotica.' Die Rosenkreuzer im Spiegel der zwischen 1610-1660 entstanden Handschriften und Drucke. Samenstelling: C. Gilly, 191 blz., geïll, f. 45,-
 

Op 31 oktober 1612, de dag dat de Duitse arts, notaris en chemicus Adam Haslmayer vijftig jaar oud werd, moest hij zijn kleren afstaan, werd zijn hoofd kaalgeschoren en werd hij op een Genuees galeischip in de kettingen geslagen. Drie maanden eerder was Haslmayer in Innsbruck voor de duur van viereneenhalf jaar tot de galeien veroordeeld, vanwege zijn in het geheim gedrukte Antwort an die lobwürdige Brüderschafft der Theosophen von RosenCreutz N.N.
Dat boekje is nu te zien op de tentoonstelling 'Wat wonder wat nieuws'. De Manifesten der Rozenkruisers in de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek. Het is het eerste gedrukte document waarin de naam van de Broederschap van het Rozenkruis voorkomt. Het zeer zeldzame werkje markeert het begin van een enorme stroom publikaties over de 17de-eeuwse beweging van de Rozenkruisers, een van de meest ondoorgrondelijke 'genootschappen' uit de geschiedenis van de godsdienst, filosofie en wetenschap. Op de tentoonstelling, een initiatief van de Bibliotheca Philosophica Hermetica (BPH), zijn er ruim honderdvijftig van te bezichtigen.
Ze vormen het topje van een ijsberg die de bibliothecaris Carlos Gilly in opdracht van de BPH aan het onthullen is. Over een paar jaar hoopt hij een bibliografie te voltooien van zevenhonderd handschriften en gedrukte werken over de Rozenkruisers uit de periode 1610-1660. Gilly speurt al tien jaar in alle belangrijke bibliotheken van Europa naar geschriften over de vroegste Rozenkruisers. Bijna de helft van de tentoongestelde werken komt uit de grote Rozenkruiserscollectie van de Herzog August Bibliothek in het Duitse Wolfenbüttel, een van de weinige Europese bibliotheken die rechtstreeks teruggaan op de 17de eeuw. De stichter Herzog August was bevriend met Johann Valentin Andreae (1586-1654), die naar men nu aanneemt de anonieme auteur was van de Fama (roep) uit 1614, de Confessio (belijdenis) uit 1615 en de Chymische Hochzeit (1616). Dat waren de eerste geschriften waarmee de Duitse Rozenkruisers zich manifesteerden. Ze zijn alle drie in eerste druk op de tentoonstelling te zien.
 

Rozenkruisers, de hermetische filosofie, mystiek en alchemie zijn de belangrijkste verzamelgebieden van de Bibliotheca Philosophica Hermetica, die in 1957 werd gesticht door de collectioneur Joost Ritman met het doel het westerse hermetisme te ontsluiten. De term hermetisme is ontleend aan het Corpus Hermeticum, een verzameling filosofisch-religieuze teksten uit de Griekse oudheid, die wordt toegeschreven aan Hermes Trismegistus. De hermetische filosofie die in dit werk voor het eerst tot uiting komt, is een samensmelting van zowel het platonisme, de bijbel als oud-Egyptische mysteriegodsdiensten. Mystiek, alchemie en de filosofie van de Rozenkruisers zijn met hermetisme doordrongen.
F. Janssen, directeur van de BPH, zei in zijn openingstoespraak bij de tentoonstelling dat het Corpus Hermeticum waarschijnlijk de vroegste inspiratiebron van de Rozenkruisers is geweest. Daarom wordt er ook een eerste druk van de Latijnse vertaling (1471) van het Corpus getoond.
Lutheranen
 

De centrale gedachte in het Corpus Hermeticum, die ook is terug te vinden in de spirituele hervormingen die de Rozenkruisers voorstonden, is: 'De aardse mens is een sterfelijke God, en de hemelse God is een onsterfelijk mens.' De eerste Rozenkruisers waren teleurgestelde lutheranen die vonden dat er honderd jaar na de Reformatie nog te weinig ruimte aan de kwaliteiten van de mens zelf werd gegeven. Die moest de mogelijkheid hebben zich in wetenschap, filosofie en ook religie 'tot goddelijke hoogte' te ontwikkelen. Vooral de gedachte dat mens en god in potentie gelijkwaardig waren, en het feit dat de Rozenkruisers niet kerkgebonden waren, leidde in de 17de eeuw tot hun verkettering.

De verdeelde reacties die de geschriften van Andreae losmaakten onder filosofen, wetenschappers en theologen, en die tot in de achttiende eeuw voortduurden, zijn in heftigheid dan ook te vergelijken met de reacties op de Reformatie.
Of de 17de-eeuwse Rozenkruisers werkelijk een broederschap waren, is nog steeds de vraag. Andreae suggereert van wel, en lange tijd is gedacht dat zijn romanfiguur Christian Rosenkreutz de daadwerkelijke stichter van een beweging van Rozenkruisers was. Rosenkreutz, zo wordt nu aangenomen, was echter geen historische figuur maar vooral een probaat literair middel waarmee Andreae in Fama, de Confessio en de bildungsroman Chymische Hochzeit zijn pleidooi voor spirituele hervorming in een aansprekende vorm aan de man bracht.
 

De 17de-eeuwse broederschap van Rozenkruisers bestond waarschijnlijk uit slechts een vriendenclub van Andreae en een paar gelijkgestemde intellectuelen. De rest is voor een groot gedeelte mythevorming, en de 17de-eeuwse Rozenkruisers zijn dan ook vooral bekend geworden door wat er óver ze geschreven is. Andreae deed er zelf ook alles aan om de Rozenkruisers met geheimen te omhullen. "Niemand weet beter dan ik dat de Rozenkruisers niet hebben bestaan", schreef hij in 1642. Maar inmiddels is aan de hand van andere geschriften van Andreae bewezen dat hij wel degelijk de auteur van de Fama, de Confessio en de Chymische Hochzeit was.
De Bibliotheca Philosophica Hermetica verzamelt in principe 'naar de bron', wat betekent dat vooral naar handschriften of een zo vroeg mogelijke druk wordt gezocht. 'Terug naar de bronnen' is ook het uitgangspunt van de tentoonstelling. "Je zit op deze expositie midden in het bedrijf van de wetenschapper, en dat is belangrijker dan het zoveelste verhaal over de Rozenkruisers", aldus BPH-directeur F.A. Janssen.

Voor goed ingevoerde collega-onderzoekers van Gilly zal de expositie zeker een schat aan informatie bieden. Maar de geïnteresseerde leek, voor wie de tentoonstelling ook is bedoeld, verdwaalt al snel tussen de veelheid aan geschriften en de talloze begeleidende tekstjes vol nauwelijks toegelichte namedropping. Het lezen van de doorwrochte Duitse catalogus kan uitkomst bieden, maar dat vergt wel een paar dagen studie. Het boek heeft een uitgebreide index op namen maar geen inhoudsopgave en mist een duidelijke structuur die wat over de betekenis van de bibliografische vondsten zou kunnen verhelderen. Het is jammer dat juist het onmiskenbaar indrukwekkende werk van Gilly voorlopig blijft opgeborgen in een ivoren toren waartoe de gewone bezoeker zich nauwelijks toegang kan verschaffen.
Onderschrift: Foto: Het 'Tehuis Sancti Spiritus', dat symbolisch de Broederschap der Rozenkruizers verbeeldt. Gravure uit Speculum sophicum rhodostrauroticon uit 1618