"DE ISLAM IS OORLOGSZUCHTIG EN AANMATIGEND'; Jean-Claude Barreau trekt ten strijde tegen het taboe op een exotische godsdienst

Juurd Eijsvoogel
De l'islam en général et du monde moderne en particulier door Jean-Claude Barreau 135 blz., Le pré aux clercs 1991, f 38,50 ISBN 2 7144 2740 5

Zestien boeken schreef Jean-Claude Barreau - romans, theologische en politieke werkjes - en ze vielen nauwelijks op. Maar zijn zeventiende boek sloeg in als een bom. Het kostte hem zijn baan als hoge ambtenaar, het stond maanden in het lijstje van best verkochte boeken van Frankrijk en het bezorgde hem de Prix Aujourd'hui 1991. In één klap is de ex-priester een bekendheid geworden, zij het een omstreden bekendheid. Hij en zijn gezin zijn sinds de verschijning van het boek al herhaaldelijk bedreigd en staan nu onder politiebewaking.

Ondanks de wat droge titel - De l'islam en général et du monde moderne en particulier ("Over de islam in het algemeen en de moderne wereld in het bijzonder') - is het boek een fel pamflet, waarin Barreau hevige kritiek uit op de islam en op de omzichtige manier waarop Europa die godsdienst tegemoet treedt.

""Waarom mag een hoge Franse ambtenaar wèl de goddelijkheid van Jezus Christus in twijfel trekken, maar niet de profeet Mohammed ter discussie stellen?'', vroeg hij verontwaardigd op een persconferentie in november, kort nadat de minister van sociale zaken hem had ontslagen als directeur van het Bureau voor internationale migratie (OMI). De minister wilde met het ontslag elke indruk vermijden als zouden de persoonlijke stellingnames van Barreau het standpunt van de regering vertolken.

Barreau beschouwt de rel over zijn boek als de perfecte illustratie bij zijn stelling. ""Een Europese intellectueel kan alles bekritiseren, dat is zijn taak. Maar op de islam rust een taboe'', zegt hij. ""Veel intellectuelen, en vooral de islam-specialisten, hoeden zich er dan ook voor om een kwaad woord over de islam te zeggen. De meeste arabisten en islamologen verontschuldigen de islam, ze schotelen ons een opgepoetst beeld voor van een aantrekkelijke, exotische godsdienst, die veel gemeen heeft met het joodse geloof en met het christendom. De islam zou vreedzaam en tolerant zijn, maar dat is een leugen. De islam is oorlogszuchtig en aanmatigend. Zeker, dat kan veranderen. Frankrijk was tweehonderd jaar geleden ook oorlogszuchtig en aanmatigend, en dat is ook veranderd.''

LEZERSBRIEVEN

Barreau werd geboren in 1933 en ziet er vermoeid uit in zijn kale, bedompte kantoortje in het Nationale Instituut voor Demografisch Onderzoek, waar hij zetelt achter een rommelig bureau. Toen hij ontslagen werd als directeur van het migratiebureau, een half time baan, restte hem nog zijn andere halve baan, het directeurschap van dit instituut in het veertiende arrondissement van Parijs. Langs de wanden staan lege boekenkasten, en het dominante donkerbruin wordt slechts opgevrolijkt door een paar grote foto's aan de muur uit Jemen en Algerije.

Binnen handbereik heeft de auteur een dikke map met lezersbrieven. ""Het zijn er honderden. Alle briefschrijvers, ook moslims, zijn het met me eens. Maar dat zegt niets. Mensen die tegen zijn lezen het boek niet, en schrijven zeker geen brief. Boze brieven krijg je alleen na televisie- of radiouitzendingen.''

Kort na verschijning van De l'islam en général..., in september, drongen de "Liga voor de mensenrechten' en "Federatie voor solidariteit met gastarbeiders' (FASTI) eenstemmig aan op het ontslag van Barreau. In een interview zou hij gezegd hebben dat ""succesvolle integratie pas mogelijk is na het opgeven van de islamitische praktijk'', hetgeen de voormalig top-ambtenaar nu in alle toonaarden ontkent.

In oktober werd Barreau ook onder vuur genomen door de van regeringswege ingestelde "Raad voor bezinning op de islam in Frankrijk' (CORIF) en de "Associatie voor islamitisch-christelijke dialoog' (ADIC). Met zijn bewering dat ""niet alle religies gelijkwaardig zijn'' zou hij zich schuldig maken aan religieuze discriminatie en rassendiscriminatie in de hand werken. Bovendien zou Barreau in zijn boek ""getuigen van een grote onbekendheid met de islamitische cultuur''.

Aanvankelijk leek de Franse regering van plan de storm te laten overwaaien. Barreau werkte in 1985 en 1986 als adviseur op het Elysée, en zijn uitgesproken meningen en onverbloemde uitspraken waren daar bekend toen hij als directeur van de OMI werd belast met het gevoelige dossier van de migratie. ""Ambassades van islamitische landen hebben druk op de regering uitgeoefend om me te ontslaan'', zegt hij nu. ""Ik denk dat men daarvoor is gezwicht. Hoe het precies is gegaan, weet ik niet, maar de druk zou vooral van Saoedi-Arabië zijn gekomen.''

PARADOX

Als uitgangspunt van zijn boek signaleert Barreau een paradox: in Frankrijk, en in West-Europa in het algemeen, zijn de moslims vaak het slachtoffer van discriminatie en vreemdelingenhaat. Maar tegelijkertijd wordt het islamitische geloof door intellectuelen overschat en nauwelijks kritisch benaderd.

"De tegenspraak is slechts schijnbaar'', betoogt Barreau. ""Als je mensen minacht, zeg je niet wat je van hen denkt. Alsof ze te stom zijn om je kritiek te horen. Ik respecteer moslims, en juist daarom schrijf ik eerlijk op wat ik van de islam vind, zoals ik dat eerder heb gedaan, in even kritische boeken, over het joodse geloof en het christendom. Ik zeg altijd tegen de beurs, de jonge Arabieren uit de voorsteden, die met honderden komen luisteren naar discussiefora over mijn boek: de mensen die voor jullie kruipen zijn valse vrienden, eigenlijk minachten ze jullie. Dat slaat altijd erg aan.''

Professionele islamologen, arabisten en oriëntalisten zijn volgens Barreau bijna allemaal in de ban van wat hij noemt la légende dorée, de dromerige mythe van een zachtaardige, mysterieuze islam. ""Het zijn experts die verliefd worden op hun studie-object. Deels is het de oude fascinatie voor de oriënt, deels komt het voort uit schuldgevoel over het koloniale verleden. Bovendien: wie zich kritisch uitlaat over de islam loopt al gauw het risico van godslastering beschuldigd te worden en tot een aantal islamitische landen niet meer toegelaten te worden. Voor een islamo-loog is dat een serieuze bedreiging voor zijn carrière. Daarom is er een nuttige rol weggelegd voor ongebonden niet-specialisten zoals ik.

""En bij dat alles speelt dan ook nog de modieuze gedachte dat alle religies gelijkwaardig zouden zijn. Ik wil juist vergelijkende theologie bedrijven, laten zien dat er grote verschillen zijn. Maar dan is men gekwetst. Het doet me denken aan sommige Amerikaanse universiteiten, waar een klimaat heerst waarin je niets meer mag zeggen wat iemand kan kwetsen. Dat is toch de verloochening van het denken? Als je iets kritiseert, kwets je wel eens.

""De Europese intellectueel verzaakt zijn plicht. De roeping van de Verlichting, je kritische geest te gebruiken, is universeel. Er is geen enkele reden om de islam, of welke andere godsdienst dan ook, van kritiek uit te zonderen. In de achttiende eeuw was de islam heel wat bedreigender dan nu, maar dat stoorde onze voorouders niet. Zij hadden een totale intellectuele vrijheid, ze kritiseerden alle religies. Diderot, Beaumarchais, Voltaire, ze hebben vreselijke dingen over de islam gezegd.''

TABOE

Barreau treedt wat dat betreft met zijn pamflet in hun voetspoor. De l'islam en général... is geschreven om een taboe te doorbreken en een debat aan te zwengelen. De auteur heeft er dan ook geen genuanceerde studie met veel enerzijds en anderzijds van gemaakt, maar een aaneenschakeling van tirades en provocaties. De Koran heet ""een archaïsch boek'' vergelijkbaar met ""de saaiste teksten uit de bijbel'', en is ""van een veel lagere orde dan andere grote religieuze teksten zoals de Evangeliën, Jeremia, Jesaia, de Baghavadgita en zelfs de Ilias''. Mohammed mag in de zevende eeuw hebben geleefd, qua psychologische ontwikkeling is hij volgens Barreau ""een culturele tijdgenoot van Abraham'', ook al leefde die drieëntwintig eeuwen eerder. De ramadan wordt afgedaan als ""een culturele intimidatie en een economische aberratie''. De islamitische cultuur heeft ""de opsluiting van de vrouw verder doorgedreven dan enige andere beschaving''. En de sharia, de islamitische wet, is ""wreed'', schromelijk in strijd met de rechten van de mens en ""wekt bij sommige moslims diepe minachting op voor niet-islamieten''.

Het kan u toch nauwelijks verbaasd hebben dat hierop zulke felle reacties kwamen? U schrijft zelf dat u besefte een taboe-onderwerp aan te snijden.

""Ik dacht wel dat het stof zou doen opwaaien bij moslims, want die zijn niet gewend aan kritiek op hun geloof. Maar de reactie van de republiek Frankrijk, un état laïc, een wereldlijke staat zonder enige kerkelijke binding, had ik niet voorzien. Het is tekenend voor de bange houding inzake moslimkwesties.

""Kijk naar de Rushdie-affaire, daarmee heeft Engeland zijn eer toch volkomen verloren, ook John Major. De ter doodveroordeling van Rushdie is nu geaccepteerd, men is gezwicht voor de intimidatie. Als je bedenkt dat de Engelsen aan Argentinië de oorlog hebben verklaard voor een paar rotsige eilanden, en dit laten passeren. Het zou een casus belli moeten zijn, ze hadden met militaire represailles moeten dreigen. Overigens is de fatwa die Khomeiny over Rushdie heeft uitgesproken volkomen conform de sharia.

""Ten opzichte van de islam toont onze maatschappij haar verslapping, haar totale mentale verval. Als Europa er in zou slagen respect af te dwingen voor haar waarden, dan heeft ze niets van de islam te vrezen en dan is de islam ook geen obstakel voor de integratie van immigranten in onze samenleving. Vooral de Franse staat moet sterk zijn, net als indertijd ten opzichte van de katholieke kerk. De crucifixen zijn uit de scholen verwijderd, moeten we dan nu wèl hoofddoekjes of sluiers accepteren?

""Frankrijk is een artificiële schepping. De staat bracht Duitsers uit Straatsburg samen met Catalanen uit Perpignan, Spanjaarden uit Toulouse, Engelsen uit Normandië, Vlamingen uit Lille, Libanezen uit Marseille, die niets gemeen hadden. De natie is dan ook niet gefundeerd op etniciteit, maar op de aanvaarding van een bepaalde cultuur: de taal, het burgerschap en - sinds Hendrik de Vierde en nog duidelijker sinds de Revolutie - niet op het geloof. Daarom is het voor Frankrijk zo belangrijk een cultureel burgerschap te hebben. En daarbij hoort de weigering om in openbare republikeinse instituties, zoals de school, bepaalde uiterlijke kenmerken te tolereren waarmee iemand laat zien dat hij tot de ene of juist de andere groep behoort. De traditie van apartheid is volkomen vreemd aan Frankrijk en ondenkbaar.

""Ik vind dat men zijn geloof in de moderne wereld discreet moet belijden. De gelovige moslim heeft een religieuze houding die met veel uiterlijk vertoon gepaard gaat, men onderscheidt zich in kleding, in bidden op straat en dergelijke. Dat is agressief ten opzichte van de Fransen. Fransen zijn het minst racistische volk van Europa, ze accepteren alles, als ze zelf maar niet lastig gevallen worden. Iedereen moet voor zichzelf maar bepalen wat hij doet. Anders wordt het een soort terreur, zoals in islamitische landen waar iedereen de levenswijze van een moslim wordt opgelegd. Maar ook bij ons krijg je al bij geen enkele luchtvaartmaatschappij meer varkensvlees. Bij de mensa van de universiteit van Lyon werken moslim-fundamentalisten als kok, en die hebben gezegd: we willen geen varkensvlees meer klaarmaken. Dat heeft iedereen geaccepteerd, en nu staat het niet meer op het menu. Dat is toch idioot? Europa hoeft niet alles maar te pikken, uit naam van respect voor alle religies.''

U zegt dat de Fransen het minst racistische volk zijn van Europa, maar een derde van hen schijnt het wel eens te zijn met de ideeën van Le Pen.

""Dat zijn proteststemmen. Het oude communistische electoraat stemt nu op Le Pen. Dat is ernstig, maar het zijn niet allemaal racisten. Het kader van het Front National wèl, dat is het oude racistische rechts in de traditie van Pétain en Vichy. Maar het electoraat is niet racistisch. Mij wordt verweten dat ik extreem-rechts in de kaart speel. Maar ik denk dat je stemmen aan Le Pen geeft als je niet over de islam spreekt. Dàn werk je extremisme in de hand, ook moslim-extremisme overigens.''

Een van de opvattingen die Barreau in zijn boek onder vuur neemt, is de veelgehoorde gedachte dat jodendom, christendom en islam op belangrijke punten overeenkomen. Het zouden drie loten aan dezelfde stam zijn. Alle drie zijn ze de geestelijke nakomelingen van Abraham, stelt bijvoorbeeld de Frans-Algerijnse hoogleraar Mohammed Arkoun, die kandidaat is voor de nieuwe leerstoel islam aan de Universiteit van Amsterdam. In de Koran zou dezelfde god spreken als in het Oude en het Nieuwe Testament, meent Arkoun, die het als zijn taak ziet de gemeenschappelijke basis van de drie religies te bestuderen.

barreau daarentegen betoogt dat er in de praktijk nauwelijks overeenkomsten zijn. Juist in de moderne tijd blijkt hoe anders de islam is. ""De waarden van de moderniteit - verandering, kritisch denken en individualisme - zijn tegengesteld aan die van de islam'', schrijft hij. De status van de vrouw, van de vrije en verantwoordelijke mens, en van de arbeid in de islam zijn volgens Barreau onhoudbaar. Wat het laatste betreft, geeft hij in zijn boek een opmerkelijke illustratie. Het islamitische land Bangla Desh wordt ten onrechte altijd voorgesteld als droevig slachtoffer van het noodlot, omdat de bewoners in zo'n natte rivierdelta leven met zo'n hoge bevolkingsdichtheid en de woeste zee zo dichtbij. Maar de Hollanders, betoogt Barreau, hebben zich in dezelfde omstandigheden weten op te werken tot een van de rijkste landen ter wereld. ""Laten we ons eens voorstellen dat als bij toverslag de moslims uit Bengalen, vervangen zouden worden door Nederlanders: er zouden polders ontstaan en grachten, dijken en windmolens!''

Is dit een serieus argument tegen de arbeidsopvatting van de islam?

""Jazeker. Ik ben geen marxist, ik denk dat culturele factoren bepalend zijn voor de materiële welvaart. Mijn vergelijking tussen Bangla Desh en Nederland is volkomen terecht. Je kan ook zeggen: als de Bengali zich de waarden van de moderniteit zouden eigen maken, van de ondernemingslust, de kritische geest, de weerstand tegen fatalisme, dan was Bangla Desh een van de rijkste landen ter wereld. Waarom is dat al die eeuwen niet gebeurd?

""Ik ben geen racist, ik zoek de oorzaak niet in het ras, volgens mij is het geloof de oorzaak. Het is natuurlijk shockerend, maar wel waar. Het is een fabel, maar naar mijn overtuiging een ware fabel. Op het moment is de islam een obstakel voor de ontwikkeling van een aantal landen. Maar het is geen onoverkomelijk obstakel, er zijn ook islamitische landen die zich wel ontwikkelen, bijvoorbeeld Indonesië.

""De islam is ook kwetsbaarder, vatbaarder, voor fundamentalisme dan het jodendom of het christendom. In de joods-christelijke traditie heeft altijd tegenspraak en protest bestaan: Jeremia, Job, Luther en Calvijn. Dat is nooit opgehouden. Natuurlijk is er ook joods en christelijk fundamentalisme, maar die godsdiensten hebben daarnaast een element van opstandigheid, van het aan de kaak stellen van onrecht en onderdrukking. In zekere zin zit in het christendom al de kiem van het atheïsme. In het christendom is verontwaardiging een deugd, in de islam niet.''

Hoewel Barreau nu eens uitvaart tegen de islam als geheel, en dan weer tegen het fundamentalisme, scheert hij die twee niet over één kam. ""Ik zie wel dat er een liberale islam bestaat. Arkoun is daar een voorbeeld van, ook al heeft hij eens de rechten van de mens ter discussie gesteld omdat ze een Europese uitvinding zouden zijn. Er zijn hervormingsgezinde moslimtheologen, alleen het zijn er niet genoeg, en ze zijn niet moedig genoeg. Er zou een islamitische Hans Küng moeten opstaan.''

In zijn boek schrijft Barreau: ""Veel islamitische landen passen de sharia niet toe. Maar waar zijn de intellectuelen, de rechtsgeleerden, die ook durven zeggen dat de sharia - die is ontstaan in een compleet andere, uiterst barbaarse context - achterhaald is? Dat de Koran in de moderne wereld geherinterpreteerd moet worden en het islamitische recht opnieuw uitgevonden?''

Zijn hoop heeft Barreau gevestigd op de islamieten in Europa, de migranten wier organisaties zo fel tegen hem geageerd hebben. ""Ik besluit mijn boek met een pleidooi voor een hervorming van de islam, waarbij de migranten een rol kunnen spelen. Voor het eerst in de geschiedenis staan nu grote aantallen moslims bloot aan de moderne wereld, in samenlevingen die niet islamitisch zijn. De moslims in Frankrijk moeten de Franse wetten respecteren en zullen zo wel verplicht zijn de islamitische wetten opnieuw te bekijken. Bijvoorbeeld inzake de rol van de vrouw. Dat is een gouden kans voor de islam. Als onze Europese cultuur standvastig genoeg is, zullen ze wel moeten evolueren.''

Datum:

08-02-1992

Sectie:

Zaterdagsbijvoegsel

Pagina:

1,2

Trefwoord:

Islam; Levensbeschouwing; Religie

Persoon:

Jean-Claude Barreau

Op dit artikel rust auteursrecht van NRC Handelsblad BV, respectievelijk van de oorspronkelijke auteur.