Een god met en zonder Zoon

de

Frank A. Peters ontloopt de extremen over de islam

Een Amerikaanse historicus heeft geprobeerd om zo objectiefmogelijk islam en christendom, koran en bijbel te vergelijken.Dat levert een leerzame studie op.

Ruim vier jaar na de Al Qaeda-aanslagen van 11 september 2001zijn boeken over de islam, fundamentalisme en religie nog steedseen groeimarkt. In Europa en de Verenigde Staten is eenonafzienbare stroom publicaties op gang gekomen van oude ennieuwe islamdeskundigen, vari�rend van heruitgaven vangezaghebbende monografie�n tot gelegenheidsbundels enpamfletten.

Onder al dat koren schuilt veel kaf, waarin heetgebakerde ofjuist zoetige ideologie het wint van inzicht en analyse.Enerzijds is er een apologetisch genre, waarin de islam wordtverdedigd als een louter vredelievende religie, ten onrechteaangezien voor vrouwvijandig of gewelddadig; een opgewektestemming die ook doorklinkt in de populaire religie-historischewerken van Karen Armstrong. Anderzijds keren in talrijkeaanklachten tegen de islam eurocentrische clich�s terug diegeen rekening houden met de ontwikkeling en nabijheid van diegodsdienst. Sommige, zoals de bij vlagen hysterische filippica'svan Oriana Fallaci, walmen van de afkeer van moslims, die eralleen maar op uit zouden zijn ons te overheersen.


De monografie Islam van Frank A. Peters ontloopt gelukkigbeide extremen. Peters is hoogleraar religie aan de universiteitvan New York en geldt als een autoriteit op het gebied van debetrekkingen tussen christenen, joden en moslims. In dit boek,oorspronkelijk verschenen in 2003, geeft hij een scherp, accuraaten objectief overzicht van de islam en de koran in de contextvan de twee andere grote monothe�stische religies, jodendom enchristendom. Peters heeft een open oog voor de parallellen tussende drie, hij verkettert of ridiculiseert de islam nergens, maarhij houdt ook de bijzonderheden van de islam goed in het oog, enmaakt niet, zoals sommige oecumenische geesten, alle katten evengrauw.


Zo wijst Peters op de nuanceverschillen in godsbeeld tussenmoslims, joden en christenen. In alle drie religies is Hij deunieke Schepper van een wereld die een samenhangend geheel is engeen door toeval beheerste chaos. Ook in alle drie bestaat denotie van een Laatste Oordeel, dat aan Hem is. De mens is vrijin zijn handelen, maar over hem wordt geoordeeld. Maar terwijlJahweh zijn verbond alleen sloot met het joodse volk, is de Godvan zowel moslims als christenen een universele God, bedoeld voorde hele mensheid. Het idee, uitgedragen door het Tweede-KamerlidHirsi Ali, dat moslims in tegenstelling tot moderne westerlingenniet universeel denken, en wel op grond van hun godsdienst, isdaarom bizar: juist de universele aanspraken van de islam makendie tot zo'n formidabele en veerkrachtige rivaal van hetuniversele Westen.


Nog meer dan het christendom legt de islam op zijn beurt denadruk op de absolute eenheid en almacht van God, die dan ookgeen Zoon kan hebben gehad (hier dreigt polythe�sme), maarwiens laatste profeet Mohammed heet.


Peters noemt de God van de bijbel daarnaast zowel complexerals psychologisch meer genuanceerd en directer betrokken bij degeschiedenis' dan de majestueuze maar tamelijk abstracte enafstandelijke Allah van de koran'.
Ook het idee van een erfzondeen de gedachte dat een zoon van zich aan het kruis heeftgeofferd om de zonden van de mensheid weg te nemen, zijn de islamvreemd. Kruisdood


Die verschillen tussen christendom en islam zijn onmiskenbaar,al is hun betekenis niet eenduidig. Maken ze de islamproza�scher' dan het christendom, of moderner? Het rationelekarakter van de islam, wars van mysteries als kruisdood enwederopstanding, zou mede kunnen verklaren waarom de religie zoresistent is gebleken tegen secularisering in de moderne tijd.Terwijl het Europese christendom steeds meer terrein moestprijsgeven aan de wetenschap, kon de islam de studie van hetondermaanse met minder moeite koppelen aan de verering van eenGod die alles in werking heeft gezet, maar die (behoudens zijnopenbaring in de koran en het uiteindelijke Laatste Oordeel)minder direct ingrijpt dan de sturende God van de bijbel.


Als bijzonderheid van de islam ziet Peters ook, ondanks deeven krijgshaftige taal in de bijbel, de ruimere mate waarin eenheilige oorlog' wordt gelegitimeerd vanuit de koran. En het (aldoor vele anderen opgemerkte) verschil in historische ervaringtussen een religie die vanaf het begin geen anderesoevereiniteit heeft erkend dan die van God' en het jodendom enchristendom die zich moesten aanpassen aan, en meer recent,laten bedwingen door de seculiere staten die over hen heersen'.


Peters meent op grond van die verschillen dat fanatisme,verankerd in de genen' van alle drie monothe�stische religies,zich momenteel het meest onbelemmerd' kan uiten in de islam.Voorts plaatst hij nuttige kanttekeningen bij het idee dat deislam per se een tolerante religie is: de koranteksten overandere gelovigen, met name die over de joden, wisselen instabieltussen sympathie en vijandigheid, met name na de migratie naarMedina
, waar Mohammed stuitte op verzet van lokale joodsegroepen. Sympathie voor de volken van het Boek' concurreertsindsdien met het idee dat zij geknoeid hebben met hun heiligeteksten en eigenlijk vijanden zijn van het ware geloof, de islam.Ook het verschil tussen ware' moslims en hypocrieten is al vanoude datum, onderstreept Peters.


Dat wil allemaal niet zeggen dat de islam feitelijk geenscheiding van kerk en staat kent, of per definitie haatdragendis jegens joden of ongelovigen. De teksten in de koran zijn nietalleen meerduidig, de praktijk was bovendien vaak anders dan deletter van de wet. Peters wijst erop dat de contractuele statusvan dhimmis die de volken van het boek' onder islamitisch bewindkregen, zeker niet strookt met het moderne idee van tolerantie(men werd en bleef tweederangsburger) maar joden en christenenniettemin garanties bood die ontbraken voor moslims in dechristelijke landen van middeleeuws Europa.


De islam kent volgens Peters feitelijk ook wel degelijk eenscheiding tussen seculier en geestelijk gezag (de staatsvorm vanKhomeiny, waar islamitische juristen de macht hebben, is eenmoderne innovatie), ook al bleef die principieel altijd onderdruk staan van de universele aanspraken van de religie. De nadrukop de soevereiniteit van , en op de noodzaak van een 'goedemoslim' als wereldlijk leider, maakten wel dat de islam altijdkon dienen als vehikel van protest tegen vermeendonrechtvaardige, tirannieke of corrupte heersers. Sinds deIraanse revolutie vervult de islam ook in de moderne wereld weersterk die functie.Saddam


Peters bestrijdt ook het idee dat de islam geen ruimte biedtaan interpretatie van teksten. De Koran wordt door moslims, meerdan de Bijbel door christenen, zeker beschouwd als hetletterlijke woord van God, maar de tekst is in het verledenveelvuldig en uiteenlopend ge�nterpreteerd. Daarvan getuigtonder meer de hadith-literatuur over het gedrag en de opvattingenvan de Profeet. De poorten van ijtihad' (interpretatie) werdenin de 11de eeuw gesloten, juist om een wildgroei aan juridischescholen en interpretaties tegen te gaan.


Inmiddels zijn die poorten van de interpretatie alweer langgeopend. In de 19de eeuw gebeurde dat door modernistischemoslims, die de islam wilden inpassen in de moderne wereld. Inde 20ste wordt het recht op interpretatie ook nadrukkelijkopge�ist door fundamentalisten. Zij zijn wars van het orthodoxeleergezag van de ulama en, zoals de christelijke protestanten inde 16de eeuw, willen zelf de bronnen raadplegen. Osama bin Laden,geen islamitische tekstgeleerde, vaardigt zijn eigen fatwa's uit.Dat laatste nuanceert het wel gesignaleerde verband tussen devrije interpretatie van teksten en een inhoudelijk meervrijzinnige versie van het geloof. Dat verband blijkt geenszinsdwingend te zijn, zoals hervormers van de islam vaan hopen.Integendeel: de eigen interpretatie van jonge moslims of vancyber-imams, onthecht geraakt van hun traditionele culturen, isvaak juist zeer fundamentalistisch.


Peters is een religiehistoricus, en gaat niet of nauwelijksin op de sociale, economische of politieke context van deislamitische samenlevingen. Voor die broodnodige kennis moet delezer te rade bij klassiekers als Yra Lapidus' A History ofIslamic Societies, of, voor een moderne sociologische blik, bijFranse auteurs als Olivier Roy en Gilles Kepel.


Islam is niettemin een zeer leerzaam en waardevol boek, juistomdat het de islam in een religieuze context plaatst en zoobjectief is, dat wil zeggen: geen prettige kost voor aanhangersvan het idee dat religies louter vrede prediken en alle mensenvanzelf Br�der zullen worden, maar ook niet voor hen die inmoslims alleen maar een achterlijke versie willen zien vanonszelf, of een soort onbegrijpelijke barbaren. Het tweede isniet minder een waanidee dan het eerste, en zeker zo aanmatigend.


Een godsdienst in vijf boeken De Franse politicoloog Olivier Roy publiceerde in 2002 Deglobalisering van de islam, waarin hij betoogt dat hetfundamentalisme eerder samenhangt met de moderniteit dan met eenvermeende achterlijkheid' van de islam. Michiel Leezenbergschreef in deze krant [...] op elke bladzijde trakteert Roy delezer wel op een even bondige als effectieve weerlegging van eenwijdverbreid vooroordeel over de islam. Desondanks blijft zijnstijl bewonderenswaardig vrij van polemiek of vergoelijking.'(Boeken, 01.11.02) Bernard Lewis geldt sinds 11 september 2001 als de meestgezaghebbende islamkenner bij een groot publiek. Over De crisisvan de islam schreef de : Lewis herhaalt deargumenten die van hem bekend zijn: over de neergang van de islamen de opkomst van Europa, de falende moderniteit van hetMidden-Oosten en het verschil in historische ervaring tussen hetchristendom en de islam' (Boeken, 28.03.03). Malise Ruthven schreef met Islam in the world een klassiekoverzichtswerk. Gilles Kepels Jihad. Oorlog in het hart van deislam (2002) is een uitputtend gedocumenteerd overzicht van hetislamisme in het Midden-Oosten, Noord-Afrika en Azi�. En KarenArmstrong schreef de toegankelijke, maar wel erg blijmoedige bestseller Islam. Geschiedenis van een wereldgodsdienst .