Dodenboek

H.M. Kuitert

Sogyal Rinpoche: Het Tibetaanse boek van leven en sterven. Met een voorwoord van Z.H. de Dalai Lama


417 blz., Servire 1994, f. 59,-

Shinto is er om het mysterie van het leven te vereren, tot Boeddha wenden we ons als we met de dood in het reine moeten komen. Zo kreeg ik het te horen van een Japanse en Het Tibetaanse boek van leven en sterven bevestigt dat. Het is een commentaar op het Tibetaanse dodenboek, dat zo'n twintig jaar geleden grote opgang maakte en dat - zoals bekend - de visie van de Tibetaanse boeddhisten op leven en dood weergeeft. Voor de duidelijkheid: ook het boeddhisme kent zijn richtingen of scholen, en hoewel ze alle die preoccupatie met de dood kennen, is het Tibetaanse boeddhisme daarin als het ware gespecialiseerd. Sogyal Rinpoche, zelf (naar eigen zeggen) een gere´ncarneerde lama, maakt er veel werk van die Tibetaanse visie voor niet-kenners uiteen te zetten; zoveel werk zelfs, dat het door zijn wijdlopigheid weer afbreuk doet aan zijn eigen doelstellingen.

Het boek behandelt de 'overgangen', de 'staten' waar een mens doorheen reist als het uur van de dood is aangebroken en hij op weg is naar de her-geboorte in een andere baarmoeder, of - andere mogelijkheid - uiteindelijk het punt bereikt waarop hij uit de kringloop der re´ncarnaties ontsnapt. Heel het leven is een overgang van de ene staat in de andere, maar de belangrijkste is toch die van leven naar dood, omdat daar de re´ncarnatie zich voltrekt en een ziel die daar niet op is voorbereid of die te zeer aan het lichaam blijft hechten (dus niet dood wil), 'karmisch gezien', verkeerde wissels kan passeren.

Hoe verlopen die overgangen, en vooral dus: hoe gaat het bij het doodgaan? Daarover wil het boek zijn licht laten schijnen. Het is dus een gids voor dodenland, of beter nog, een handleiding, zeg maar, om doodgaan alvast te beoefenen bij het leven. Dat kan door 'versterven' (de rooms-katholieke traditie kent dat ook) en nog beter door inzicht in het nu en exploratie van wat er achter het nu ligt, de dood met haar stadia. Het Dodenboek bedoelt vooral het laatste: licht te verspreiden over hoe het toegaat bij het sterven, over de rol van de priester die weet hoe je het bewustzijn uit het lichaam kunt peuteren, hoe de ziel alleen verder kan (en moet) gaan, en hoe de incarnatie zich als inkerkering in een volgend lichaam voltrekt. Alles ter voorbereiding op het eigenlijke werk, de kunst van het sterven.

Spannende lectuur, moet ik zeggen. De priester als 'extractor' van de ziel uit het lichaam, op de manier waarop je stof X aan stof Y kunt onttrekken; het continuŘm van het bewustzijn (niet van het 'ik') nadat het 'uitgeleid' is uit het lichaam, om volgens de wetten van het karmisch proces 'op te lossen' in een nieuwe belichaming (bij de ejaculatie, als het een minnend paar heeft uitgezocht). Zulks binnen de tijdlimiet van 49 dagen.

De priester is de enige religieuze grootheid die eraan te pas komt, en dan alleen nog als wat bij de oude Grieken de 'psychopompos' heette, de man die helpt de ziel te verhuizen. Maar in principe moeten we het zelf allemaal doen, het boeddhisme is een doe-het-zelf religie en dus volgens velen geen religie (ook volgens vele boeddhisten niet). Maar afgezien nog van de religieuze symboliek die, met name, het Tibetaanse boeddhisme erop nahoudt, je moet wel een hele hoop geloven, zelfs zoveel dat ik niet goed begrijp hoe een zo erudiet auteur als Sogyal Rinpoche de hele reis door de dood, met alle stadia en bijbehorende lotgevallen incluis, als feitelijke gegevens kan voorstellen. Maar zo zal het meestal wel gaan bij boeken die een geloof aanprijzen.

Twee interessante lijntjes naar het heden. De zogenoemde bijna-doodervaringen (Westerse auteurs als Moody en Kenneth Ring schreven erover) zijn welkome thema's voor de schrijver. En hij kan - inderdaad - niet om de vraag naar de aanvaardbaarheid van euthanasie heen. Het antwoord laat zich raden: lijden loutert, dus mag je het niet ontlopen, laat staan iemand langs de weg van levensbeŰindiging het bittere einde besparen, ook al smeekt hij erom. Een dagje in een kankerinstituut meelopen lijkt mij de remedie, als ik zulke eenvoudige oplossingen lees.