De doorbraak van de VVD

 

Door Mark Kranenburg

 

Vorige week bereikte de VVD een in de publiciteit nauwelijks opgemerkte mijlpaal. Nog nooit eerder 'scoorde' de partij zo goed in de wekelijkse peilingen van Bureau Interview. Als er vorige week verkiezingen waren gehouden, zou de VVD de grootste partij van het land zijn geworden. Slechts de Telegraaf ruimde een bescheiden plaatsje op de voorpagina in voor dit nieuws; andere kranten besteedden er helemaal geen aandacht aan. Nieuws blijft, al helemaal als het opiniepeilingen betreft, een niet te definiëren begrip.

 

Natuurlijk, het was slechts een peiling, het was slechts een momentopname, het is geen verkiezingstijd, de marges tussen de partijen zijn uiterst gering, maar toch. Feit blijft dat de VVD thans over de grootste aanhang beschikt en dat is nog nooit eerder vertoond. Het percentage van 23,7 waarop de VVD nu is geprognotiseerd, ligt net boven het recordresultaat van 1982 toen de VVD bij de Tweede Kamerverkiezingen onder leiding van Ed Nijpels 23 procent wist te behalen. Toen bleef de VVD met 36 zetels nog altijd de derde partij van het land. Bij de huidige politieke krachtsverhoudingen waarbij zowel het CDA als de PvdA zijn teruggebracht tot '20-procentspartijen' is een aantal van 36 zetels echter voldoende om de grootste partij te worden. Is het gek dat de VVD op dit moment de meest ontspannen regeringspartij is?

 

Jarenlang was het vice-premierschap de hoogst bereikbare post voor een VVD-er. Nu kunnen VVD-ers gaan dromen over de echte hoofdprijs. Los daarvan is een ander signaal belangrijk uit de jongste peiling. De VVD is tot nu toe de enige regeringspartij die electorale winst boekt als gevolg van het 'paarse avontuur'. De vorige grote verkiezingsresultaten behaalde de VVD in oppositie-periodes, maar nu loont het regeren. Althans zo lijkt het. Want het huidige kassucces heeft waarschijnlijk meer te maken met fractievoorzitter Bolkestein dan met de inbreng van de VVD in het kabinetsbeleid.

 

Bijna dagelijks bewijst VVD-leider Bolkestein dat hij de enig juiste keuze heeft gemaakt door niet tot het kabinet toe te treden, maar in de Tweede Kamer te blijven zitten. Als een nieuwe Romme stuurt hij vanuit de Tweede Kamer het kabinetsbeleid bij en poetst ondertussen het VVD-profiel op. Het resultaat is dat de huidige VVD nauwelijks een andere partij is dan de VVD van zes maanden geleden, die stelling nam tegen het kabinet Lubbers-Kok. Voor Bolkestein is regeren oppositie-voeren met andere middelen.

 

De eerste maanden van het 'paarse verstandshuwelijk' hebben dat duidelijk laten zien. Al tijdens het debat over de regeringsverklaring maakte Bolkestein het eerste voorbehoud bij het kort daarvoor mede door hem afgesloten regeerakkoord. Het betrof het voornemen om de AOW-toeslag verder inkomensafhankelijk te maken. Tijdens de diverse begrotingsdebatten die de afgelopen maanden in de Tweede Kamer werden gehouden, weerden de adjudanten van Bolkestein zich. Wat daarbij opviel was hun vaak geprofileerde stellingname. Elke keer was er bij de VVD meer afstand te bespeuren van het kabinetsbeleid dan bij de andere twee regeringspartijen.

 

Ondertussen is Bolkestein gewoon zichzelf gebleven: ongrijpbaar en zo nu en dan op het arrogante af. Minister Pronk? Iemand met "een eigen, particulier gedachtengoed dat slechts gedeeld wordt door een deel van het PvdA-kader en naar ik aanneem een deel van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer", zei hij vorige week in een vraaggesprek met het weekblad Elsevier. Minister Van Mierlo? De VVD-fractieleider heeft "nog weinig gemerkt" van de herijking van het buitenlands beleid. "Het duurt allemaal wat lang", aldus Bolkestein in dat interview. Het past allemaal in zijn stelling dat politici geen 'Binnenhofbargoens', behoren te praten maar zelf duidelijke keuzes moeten maken en eigen verantwoordelijkheid moeten durven nemen.

 

Bolkestein kan ook gemakkelijk zichzelf blijven. Van de leiders van de grote partijen die in de verkiezingscampagne actief waren, is hij nog de enige die in de Tweede Kamer zit. Kok en Van Mierlo vertrokken naar het kabinet, Brinkman is afgezet en zelfs GroenLinks heeft met Rosenmöller een nieuwe leider. Daarbij heeft hij een positionele voorsprong op zijn collega-fractievoorzitters van de regeringspartijen. PvdA-fractievoorzitter Wallage moet genoegen nemen met zijn noodgedwongen secundaire plaats als schipper naast Kok, terwijl de D66-er Wolffensperger niet veel anders kan doen dan altijd maar wijzen op de heilzame werking van dit door zijn partij zo vurig gewenste sociaal-liberale samenwerking en tegelijk auditie doet voor het leiderschap van de partij.

 

Voor Bolkestein gelden al deze moeilijke en vooral ingewikkelde omstandigheden niet. De tijden dat binnen de VVD langdurig gefilosofeerd werd over de vraag of de leider nu in de Kamer dan wel in het kabinet zat, zijn voorbij. Er is geen twijfel over mogelijk wie de baas is: fractievoorzitter Bolkestein. De goede peilingen zijn daarvan nog eens een bevestiging. Daar kan straks zelfs een Wiegel in de Eerste Kamer geen verandering in aanbrengen.

 

Het interessante van de huidige ontwikkeling is dat de VVD kan groeien onder leiding van een figuur als Bolkestein. Een man die qua uitstraling toch meer past in de categorie Toxopeus en Geertsema (toen de VVD bleef schommelen rond de 16 Kamerzetels) dan de populistische leiders Wiegel en Nijpels die de VVD beiden tot grote hoogte brachten. De kracht van Bolkestein is dat hij op de golven van de liberale tijdgeest twee stromingen heeft weten te verenigen. Door zich bij voorbeeld te profileren op het punt van de asielzoekers heeft hij een plaats veroverd op een markt van mensen die verder in het geheel zijn taal niet spreken. De mensen die wel zijn taal spreken - of dat denken te doen - paait Bolkestein met toespraken en essays waarbij hij drifig gebruik maakt van zijn citatentrommel. Zo heeft hij het monsterverbond tussen arbeiders en intellectuelen tot stand gebracht. Inderdaad, de combinatie die ooit gekoesterd werd door de PvdA.