Tussen wet en geweten staat de bureaucratie

 

Door C.F. van Beusekom en E.M. Michiels van Kessenich; De eerste auteur is directeur van het ministerie van landbouw en visserij, de tweede auteur is consul-generaal van Nederland in München.

 

"Wir haben es nicht gewusst", hoorde men na de oorlog in Duitsland, toen bekend werd aan welke misdaden het nazi-regime zich had schuldig gemaakt. Dat excuus hoor je daar nu nergens meer. Integendeel de Duitse televisie neemt deel aan de heropvoeding van het volk door ten minste één keer per week een film te tonen waarin het thema "wet en geweten' aan de orde wordt gesteld. In diverse maatschappelijk omlijstingen zoals de rechtszaal, het leger, de administratie het bedrijfsleven. Dit wijst erop dat men in Duitsland de Befehl ist Befehl-maatschappij afwijst. Of de overheid in Duitsland hierdoor ook minder formalistisch zal worden, is echter nog maar de vraag, want de bureaucratie viert er nog steeds hoogtij.

 

Ook in Nederland is de de harmonie tussen wet en geweten ernstig verstoord. Er is sprake van een geleidelijk doorslaan van de balans naar formalisering. Dat komt tot uiting in alle aspecten van het beleid. Het is nu niet meer de bedoeling van de overheid om met het beleid een bepaald nuttig doel na te streven, maar om het ambtelijk gedrag met procedures (cijfers) af te dekken. Daardoor ontstaat een nieuw geweten, het zogeheten ambtelijk (bureaucratisch) geweten met als attributen: jargon, functioneringsgesprek, beoordelingsformulier en bovenal hiërarchie en geheimhouding.

 

Wie zich aan het systeem houdt maakt carrière, en carrière brengt aanzien en macht. Daar is het de ambtenaar om te doen. Hoe hoger op de ladder des te meer macht. Dit is het motief voor de "zorgvuldigheid' waarmee de ambtenaar zijn werk doet. De macht van de ambtenaar ligt opgesloten in de zorg voor de handhaving van de regels, hoe zinloos of perfide deze ook mogen zijn. Vanaf het moment van binnentreden in de ambtelijke wereld wordt de nieuweling in de geheimen van zijn nieuwe wereld ingewijd. Hij wordt gestroomlijnd. In het begin spartelt hij nog wel wat tegen, maar geleidelijk aan wint de machine het van de mens (vrije wil) en komt het moment van de keuze: aanpassen of wegwezen. De aanpassers zijn voorbestemd carrière te maken, de tegenstribbelaars worden verdoemd. Dit verklaart de middelmatigheid die men overal in het ambtelijk apparaat ontmoet.

 

De uiteenzettingen in deze krant over het bestuursvacuüm zijn op het theologisch vlak getild door twee contribuanten die hier niet onvermeld mogen blijven. De voorzitter van de VVD-fractie in de Tweede Kamer F. Bolkestein schreef op de opiniepagina dat zonder theologische kennis het Nederlands politiek systeem niet te begrijpen is; zijn collega H. van Mierlo (D66) verwees op dezelfde plaats in zijn Coornhertrede voor een beter begrip daarvan naar de verzuiling en Coornhert. Waar beide oppositievoerende fractieleiders aan voorbijgaan, is de vraag waarover de theologen zich in de zestiende eeuw druk maakten. Het is jammer dat zij deze - juist voor het CDA zo gevoelige - kat niet uit de zak laten. Deze vraag luidde: "is de mens met voorbestemming op de aarde geplaatst (Gomarus), of beschikt hij over een vrije wil (Arminius)?" De "vóórbestemmers' hebben gewonnen en de Synode van Dordrecht opgericht. Deze Synode, een soort Ayatollah-regime, stelde de bureaucratische regels vast volgens welke het paradijs moest worden bereikt. De uitwassen van dit theologisch denken zijn heden ten dage nog voelbaar in de Nederlandse maatschappij. (Men denke aan het vaccinatievraagstuk), en vormen de grondslag van de verzuiling. Het spreekwoord: "Hoe dichter bij Dordt hoe rotter het wordt', is ons uit die tijd overgeleverd.

 

Tengevolge van deze twist, die te Leiden werd uitgevochten, werden de gelovigen grosso modo in twee kampen uiteengedreven, te weten, de "rekkelijken en de preciezen'. Deze vormden respectievelijk de bases van de Remonstrantse (Arminius) en de Gereformeerde (Gomarus) Kerken. Tijdens die twist maakte Jan Steen het schilderij getiteld: "De publieke vrouw'. Het stelt een prostituée voor met naakte borst aan het venster tussen twee figuren, de ene in het licht en de andere in het duister. In het licht een arme vrouw die de "zondares' een kop soep aanreikt (positief advies) en in het duister een dominee met waarschuwende vinger (negatief advies).

 

Wie de kruisiging van Christus bekijkt, weergegeven door Giotto, zal het opvallen dat de hemel erboven in twee vlakken is verdeeld, de ene helft aan de zijde van de bekeerde moordenaar is helder, de andere helft duister. De symboliek is duidelijk, zowel bij Jan Steen als bij Giotto: Kinderen van het licht en kinderen van de duisternis; ook de moraal ervan: Wie zijn schuld bekent, heeft toekomst.

 

En dat is nu juist het zwakke punt bij de bureaucratie. Bureaucraten kunnen geen fouten toegeven. Politici hebben daar ook moeite mee. Macht maakt geen fouten. Macht mag niet door de mand vallen. Watergate is daarvan een duidelijk voorbeeld. Iedereen kan zich vergissen, de macht niet. De macht is er om gehandhaafd te worden. De mandarijnen van de bureaucratische macht, de topambtenaren, beschermen het systeem dat hun die macht heeft gebracht door de handhaving van formele regels. Loopt het systeem vast, dan komen er meer regels, nieuwe commissies en nieuwe procedures. Niemand maakt schoon schip, want dat zou betekenen dat degenen die elkaar in het systeem naar boven hebben geholpen elkander zouden moeten afvallen. Dat kan niet want als één steen wankelt, zakt het gebouw in elkaar. Dat heet al gauw slecht te zijn voor het volk.

 

Men zegt dat macht corrumpeert, maar het is veeleer de angst die corrumpeert. De angst de macht te verliezen, corrumpeert diegenen die de macht bezitten, en angst voor de gevolgen van de macht corrumpeert diegenen die aan de macht zijn blootgesteld. Tocqueville formuleert het anders: Een dictator ontleent zijn macht aan een groep zwijgzamen en een groep collaborateurs. Zonder deze twee groepen is hij machteloos. Deze macht is gebaseerd op geweld en niet op morele integriteit.

 

Het is de integriteit die aan macht gezag verleent. Integriteit ontspruit aan het geweten. Van de vorming van dat geweten hangt het gedrag af. Een overheid kan niet integer zijn, wanneer zij zich uitsluitend formalistisch opstelt. Dat is waarop Paulus doelt in zijn brief aan de Romeinen: Wie de wet toepast zonder zijn geweten te gebruiken pleegt onrecht.

 

En dat is hetgeen alom bij de overheid wordt geconstateerd. Een bureaucratische overheid, die voornamelijk met negatief in plaats van met positief advies opereert, die vaag blijft en alibi's zoekt en huivert voor creativiteit. Een bureaucratie die woorden produceert teneinde armoede aan gedachten te verdoezelen en halve waarheden verspreidt, omdat deze een langer leven hebben dan leugens.

 

In het predestinerend (bureaucratisch) systeem is het van belang zoveel mogelijk lieden bij de besluitvorming te betrekken. Want gaat er iets mis dan is niemand in persoon aanspreekbaar. Er ontstaat collectieve aansprakelijkheid. Dat verklaart waarom het nieuwe gebouw van Buitenlandse Zaken zoveel vergaderplaatsen bevat. Sommige daarvan dragen de namen van bekende ambassadeurs, die zich vermoedelijk in hun graf zouden omdraaien als zij zouden kunnen horen, hoe vrijblijvend de discussies zijn die daar worden gevoerd. Deze discussies worden geleid door directeuren die, zoals oud-premier Van Agt het eens formuleerde: "Alles van niks weten." Zij vormen in hun alwetendheid de ambtelijke synode die beslist over wel en wee. Bij Buitenlandse Zaken heet dit college geheel in de traditie van de zestiende eeuw "de Bloedraad'. Wie de gunst van dit illustere college geniet, is binnen.

 

Elk ministerie heeft op dit principe een eigen variant. Bij Landbouw is het de Ministerstaf die wikt en beschikt. De minister en de leden van dit college verkeren met elkaar op basis van wederzijds belang en dus afhankelijkheid. Dit verklaart waarom bij landbouw de top, ondanks de aanbeveling van de Commissie-Kroes, is gespaard. "Der Fisch fängt am Kopf zum stinken an", zegt de Duitser. Een ministerie dat visserij beheert, zou dit toch moeten weten.

 

Bij VROM constateert men "domeingevechten en hokjesgeest' (NRC Handelsblad, 30 december). Wie belangstelling heeft voor het model van Binnenlandse Zaken, leze het artikel van Paul Kuypers in NRC Handelsblad van 20 juni 1992.

 

Van Coornhert staat geschreven in de encyclopedie dat hij Haarlem voor de beeldendstorm wist te behoeden, doch nadien moest vertrekken en door de "Raad van Beroerten' bij verstek werd veroordeeld. En even verder: soberheid en sterkte spreken uit zijn figuur. Voor de waarheid offerde hij de zekerheid op, en hij streed tegen de onverdraagzaamheid en de predestinatie (vormreligie) van de gereformeerden. Kenmerken van zijn leven waren: dienstbetoon en strijd, met als gevolg verguizing. Hij vreesde niet voor zijn leven, en wordt de apostel van de zestiende eeuw genoemd.

 

Zonder het te zeggen besefte Coornhert, dat Christus niet door het joodse volk is gekruisigd maar door de joodse bureaucratie, model voor elk bekrompen formalistisch leiderschap. Deze groep kortzichtigen ontving vanaf het kruis nog het voordeel van de twijfel. Het licht van het Nieuwe Verbond was vermoedelijk nog te diffuus. Na tweeduizend jaar openbaring echter kunnen christendemocraten geen onwetendheid meer veinzen. Zij kunnen zich niet meer vrij pleiten met het argument: "Wir haben es nicht gewusst."