'PvdA moet zich meer op de twee miljoen handarbeiders richten'

 

Door FRANK VAN EMPEL

 

Zaterdag verschijnt het boek Zonder rood geen paars van Ruud Vreeman, vice-voorzitter, Tweede Kamerlid en 'ideoloog' van de PvdA. Vreeman maakt zich hierin sterk voor een politieke strategie die zich meer dan tot nu toe richt op de belangen van de twee miljoen handarbeiders. Vreeman die voorzitter was van de Vervoersbond FNV voor hij naar de politiek overstapte, zet zich af tegen VVD-leider Bolkestein en D66-minister Wijers die hij aanduidt als 'conservatief'. En: "Het liberale element in de PvdA zal minder dominant moeten worden."

 

Februari 1995. De PvdA'er Ruud Vreeman zit ingeklemd tussen de liberale coryfeeën Erica Terpstra en Frits Bolkestein in een forum van de VVD-jongerendag in het Haagse hotel Bel Air. Het thema is 'networking en loopbaanontwikkeling', en de jongeren beantwoorden precies aan Vreemans vooroordelen. Als het forum is afgelopen, krijgen Vreeman, Terpstra en Bolkestein een cd van Gordon.

 

"Weet jij wie die Gordon is?" vraagt Bolkestein. Vreeman kijkt hem vorsend aan. "Koketteert de VVD'leider weer eens met zijn Weltfremdheit?", denkt Vreeman en besluit het spel mee te spelen: "Ja, hij is de zanger van de arbeidersklasse."

 

Bolkestein: "De arbeidersklasse, bestaat die dan nog?"

 

Bij haar succesvolle zoektocht naar de arbeidersklasse tijdens de verkiezingscampagne voor de Provinciale Staten zou zijn partij nog dankbaar van Gordon gebruik maken.

 

De anecdote komt uit het deze week verschijnende "Zonder rood geen paars" van vice-voorzitter en Tweede-Kamerlid voor de PvdA Ruud Vreeman. Deze voormalige vakbondsbestuurder is één van de belangrijkste ideologen van de Partij van de Arbeid. In het slothoofdstuk "Economisch progressief en cultureel conservatief", dat vlak na de Provinciale-Statenverkiezingen van 8 maart werd geschreven, geeft Vreeman daarvan blijk. "Mijn ervaring in de vakbeweging", schrijft Vreeman, "heeft me geleerd dat er nog wel degelijk een relatie is tussen sociale klasse en politieke opvattingen." De PvdA'er maakt onderscheid tussen de begrippen 'progressief' en 'conservatief' op zowel sociaal-economisch als cultureel terrein. Progressieven op economisch terrein onderstrepen volgens Vreeman het onrechtvaardige karakter van de sociale ongelijkheid. "In Nederland is dit de grootste groep werknemers", aldus Vreeman. "Zestig procent vindt dat er een sterke vakbond nodig is, en nog groter is de groep die vindt dat de vakbeweging moet opkomen voor een CAO." Conservatief noemt de PvdA'er degenen die zich kanten tegen overheidsinmenging en vakbondsoptreden in de economie. Vreeman: "Zij beklemtonen het privé-initiatief en zien de concurrentie als essentieel voor de goede werking van de economie."

 

Namen? VVD-leider Bolkestein en het economisch gezicht van D66 minister Hans Wijers. Zij zijn in de ogen van Vreeman de ideologen van beide liberale partijen. Bolkestein en Wijers zullen verrast zijn. De partijleider van de VVD en de beoogd partijleider van D66 leggen immers de relatie precies andersom. Zij zijn kritikasters van het maatschappelijk middenveld en allerlei andere in hun ogen verkalkte instituties en wanen zich de vernieuwers van Nederland, waar de vakbeweging juist continu op de rem staat.

 

"Het verwijt dat vakbonden conservatief zijn en aanhangers van het marktmechanisme progressief wijt ik aan de hegemonie van het liberalisme", zegt Vreeman. "Progressief klinkt nu eenmaal beter en dus noemen de meeste liberalen zich zo, hoewel ze in wezen oer-conservatief zijn."

 

Binnen de VVD wordt de progressieve sociaal-liberale vleugel op dit moment volgens Vreeman volledig gedomineerd door de conservatieve vleugel van Bolkestein. Vreeman: "De VVD legt de nadruk op thema's als nationalisme, regionalisme, onverdraagzaamheid, scepsis over de multi-culturele samenleving. Daarmee mobiliseert de cultureel conservatieve vleugel binnen de VVD de behoefte aan veiligheid bij mensen."

 

Een belangrijk deel van de twee miljoen goed opgeleide handarbeiders in Nederland - de traditionele achterban van de PvdA - is hier op 8 maart gevoelig voor gebleken. Zij zijn verleid door het cultureel conservatisme van Bolkestein en hebben zich niet laten leiden door hun economisch progressieve inborst, aldus Vreeman.

 

Toen de VVD zich nog profileerde als de partij voor de rijken en de tevredenen piekerden de 2 miljoen handarbeiders er niet over om VVD te stemmen. Nu de VVD regeert met de PvdA zijn de liberalen voor de economisch progressieve PvdA'ers ineens acceptabel geworden. "Bolkestein weet zijn conservatieve economische programma uitstekend te camoufleren", zegt Vreeman. "De VVD is helemaal niet rechts, zo doet hij het voorkomen, want de VVD regeert immers samen met de PvdA. Je hoort Bolkestein niet over inkomensverhoudingen praten. Op die manier is hij acceptabel voor veel traditionele PvdA-, CDA- en D66-stemmers. Bolkestein zegt niet dat de mensen die het goed hebben het goed moeten houden, het traditionele VVD-argument. Hij profileert zich niet op het thema van de inkomensverhoudingen, maar op cultureel conservatieve thema's, waarvan hij weet dat ze in tijden met grote werkloosheid aantrekkingskracht hebben op een deel van het electoraat dat traditioneel niet VVD stemt."

 

Volgens Vreeman is op dit moment sprake van een ideologische strijd. "De VVD keert zich af van Europa, vraagt zich af of de Nederlandse belastingbetaler die Europese bureaucratie nog wel moet financieren. De VVD legt de nadruk op de hoeveelheid geld die wij betalen om landen als Ierland, Portugal, Griekenland en straks Oost-Europa erbij te betrekken. Dat is een makkelijk beeld. Bij veel mensen spreekt het aan, maar ik ontmoet steeds meer VVD'ers op allerlei bijeenkomsten die schoon genoeg hebben van deze intolerante, kleinburgerlijke politiek. Politiek is een opportunistisch bedrijf. Als een benaderingswijze goed scoort zwijgt degene die kritiek heeft. Maar dat is tijdelijk. Bolkestein hoeft maar even te verzwakken en de kritiek komt op."

 

D66 ontwikkelt zich op economisch terrein volgens Vreeman als 'de evenknie van de VVD'. "De driehoek Bakker, Wijers, Rinnooy Kan vormt een vleugel binnen D66", zegt Vreeman. "Wij hebben een vakbondsvleugel zeggen ze bij D66, maar zij hebben ook een vleugel. Een economisch conservatieve vleugel. En die is op dit moment dominant."

 

Teneinde het verloren gegane electorale terrein terug te winnen zal de PvdA volgens strateeg Vreeman op zowel economisch als cultureel terrein duidelijker tegenwicht moeten bieden. Vreeman: "We moeten als PvdA meer de nadruk leggen op het belang van Europa, het belang van vrede en stabiliteit in de wereld, waar de VVD zich juist afkeert van Europa en de nadruk legt op het regionale belang. Nationalistische politiek is desastreus voor Nederland. Onze kracht moet liggen in het internationalisme."

 

 

 

Deze groep van geschoolde arbeiders moet net als de typografen en diamantbewerkers aan het begin van deze eeuw de laagst geschoolden "meetrekken". Vreeman: "Die moeten zoals de oprichter van de moderne vakbeweging Henri Polak het al stelde,de andere werknemers helpen zich materieel te verheffen. Het gaat dan om elementaire zaken als betere huizen, goede banen, meer opleiding. We moeten ons als PvdA niet alleen concentreren op de categorie laagst opgeleide werknemers en uitkeringsgerechtigden, waarvan het überhaupt de vraag is of ze wel stemmen. Als we ons alleen daarop concentreren vormen we geen machtsfactor."

 

Het woord 'middenklasse' gebruikt Vreeman liever niet. "Dat begrip werkt versluierend", aldus de vice-voorzitter van de PvdA. "Iedereen voelt zich middenklasser. Niemand wil nog arbeider zijn." Onder de middenklasse verstaat Vreeman de hoofdarbeiders die meer dan vijftig à zestigduizend gulden per jaar verdienen, die een levenshouding hebben van 'alles is toch al bereikt'. Het zijn deze tevredenen die volgens Vreeman denken dat de sociaal democratie is overleefd en die het natuurlijke jachtgebied van de conservatieve VVD van Bolkestein vormen. Door aandacht te vragen voor de thema's die de 2 miljoen handarbeiders - een-derde van de beroepsbevolking - bezighouden, door nieuwe sociale vragen te stellen, kan de PvdA volgens Vreeman terugvechten. "Als we behalve op de 2 miljoen handarbeiders ook nog aantrekkingskracht weten uit te oefenen op AOW'ers en studenten ziet onze electorale toekomst er weer rooskleurig uit", zegt Vreeman.

 

Vreeman wil van de PvdA weer een echte partij van de arbeid maken, met de nadruk op het laatste woord. "In de naam van de partij zit de kern van wat ik wil", zegt hij. De thema's die de doelgroep van 2 miljoen handarbeiders aanspreekt liggen voor het grijpen. En het zijn juist deze thema's die de afgelopen maanden in het oog springen. Bij de discussie in de Tweede Kamer over de arbeidstijdenwet stond het primaat van de CAO (de vakbondsvisie) tegenover dat van de ondernemingsraad (VVD, D66). De PvdA-fractie in de Tweede Kamer koos ondubbelzinnig de zijde van de vakbeweging. Minister Melkert ging daarin eerst mee, maar kwam daar later onder druk van VVD en D66 weer wat op terug. Deze liberale partijen vinden dat de personeelsvertegenwoordiging van een bedrijf het best weet wat goed is voor henzelf en het bedrijf. Uit de discussie blijkt hoezeer PvdA-fractie en minister onder invloed van de vakbeweging staan, hetgeen ook iets zegt over de macht van de vakbondsvleugel in de PvdA. Behalve Vreeman worden hiertoe gerekend vice-fractievoorzitter K. Adelmund, milieuexpert F. Crone en verwante geesten als Jan van Zijl.

 

Andere thema's waarbij de vakbeweging het fundamenteel oneens is met de VVD betreffen de algemeen verbindend verklaring van CAO's, de winkelsluitingswet, wijziging van de Wet op de Ondernemingsraden, het ontslagrecht, de koppeling, verdergaande arbeidsduurverkorting, flexibilisering van arbeidsverhoudingen, de door het kabinet voorgestelde dispensatie voor de wet op het minimumloon en de WAO. Wat betreft het laatste: in tegenstelling tot VVD-staatssecretaris Linschoten (sociale zaken) wil de vakbeweging de Ziektewet niet afschaffen maar juist in stand houden en verlengen tot drie jaar. FNV-voorzitter Johan Stekelenburg heeft tijdens een 1 mei bijeenkomst aangekondigd de zaak hoog op te gaan spelen. De vakbondsvleugel binnen de PvdA heeft zich nog niet geroerd, wetende hoe gevoelig de WAO binnen de PvdA ligt. Adelmund zegt dat het nog te vroeg is. Maar Vreeman verheelt zijn kritiek niet. Dat hoeft ook niet. Als enige heeft hij bij de totstand oming van het paarse kabinet op het punt van de WAO een voorbehoud gemaakt. Vreeman: "Ik heb dat gedaan omdat ik de afspraken in het regeerakkoord, die nu door Linschoten worden uitgevoerd, een breuk vond met ons verkiezingsprogramma. Ik vind de sociale zekerheid niet zo'n terrein voor de markt." Een aantal elementen in de vorige maand gepresenteerde voorstellen van vakbeweging, werkgevers en kroonleden in de Sociaal-Economische Raad draagt zijn goedkeuring. "Door de Ziektewet te verlengen houd je werknemers langer betrokken bij het arbeidsproces. Werkgevers zijn gedwongen hen te reïntegreren; als het kan bij het eigen bedrijf en anders elders in dezelfde bedrijfstak. Ook de voorgestelde zware ontslagbescherming voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten spreekt mij aan. Mijn boodschap aan het kabinet zou zijn: neem het SER-advies serieus. Blijkbaar ontwikkelt zich rondom de belangrijkste betrokkenen - werkgevers en werknemers - een maatschappelijk draagvlak. Dat kun je als politici niet in de wind slaan. Dat mag je niet negeren. Je kunt in het kader van de werkloosheidsbestrijding niet pleiten voor loonmatiging en arbeidsduurverkorting en zeggen dat werkgevers meer moeten investeren, als je tegelijkertijd de adviesrol van de sociale partners schoffeert. Dat vind ik dubbelhartig. De overlegeconomie heeft een conflictabsorberend vermogen. Veel mensen vinden dat stroperig. Maar laatst had ik het er met Rick van der Ploeg over. Die wordt tot de sociaal-liberale vleugel van de PvdA gerekend. Sinds hij in de Kamer zit leest hij de SER-adviezen beter dan als econoom. En hij is er van onder de indruk geraakt." Ook Van der Ploeg en zijn sociaal-liberale geestverwanten binnen de PvdA moeten worden opgevoed. "Het liberale element zal in de PvdA minder dominant moeten worden, opdat verdere vervreemding van de vertrouwde achterban wordt voorkomen", concludeert Vreeman. "Wanneer we instellingen als de SER en de Stichting van de Arbeid niet meer erkennen als gelegitimeerde adviseurs van de politiek krijgen we een ondoorzichtig lobbycircuit naar de politiek toe, en de confrontattie op straat terug. In de vorm van stakingen. Is dat wat VVD en D66 willen?"

 

Onderschrift:  

Foto: 1. Minister-president Kok (midden), en de ministers Dijkstal (Binnenlandse Zaken, links) en Wijers (Economische Zaken, rechts) bij overleg met de Sociaal-Economische Raad (SER) afgelopen najaar. De SER moet volgens Vreeman een 'gelegitimeerde adviseur van de politiek blijven'. (Foto Bas Czerwinski), 2. Ruud Vreeman. (Foto NRC Handelsblad/Vincent Mentzel)