De PvdA als onomkeerbaar geval bij uitstek

 

Door MARK KRANENBURG

 

Een bijna smekende blik in de ogen: kan het nu eindelijk eens afgelopen zijn met dat geschrijf over de Partij van de Arbeid. Een dergelijk verzoek - het wordt de laatste dagen weer vaak gedaan - heeft tevens iets beschuldigends in zich. Het is "de pers' die de PvdA het moeras in drijft en niet de partij zelf. Waarom niet eens wat meer aandacht voor het CDA of voor D66 is vaak de retorische vervolgvraag. Ja, waarom eigenlijk niet?

 

Er valt natuurlijk best het een en ander te schrijven over het CDA, sterker nog het gebeurt ook wel. Over de vele opvattingen die binnen de christen-democratische familie bestaan over het fenomeen lastenverlichting bijvoorbeeld. Of over de verschillende toonsoorten waarin de hulp voor de allerarmste landen wordt bezongen. Het plan-Simons is ook zoiets waarover binnen het CDA, afhankelijk van de functie die wordt bekleed op het maatschappelijk middenveld, verschillend wordt gedacht. Om maar niet te spreken over iets als het omroepbestel.

 

D66, ook al zo'n onderwerp voor menig journalistiek verhaal. Nee, nu eens niet over wat die partij nog meer betekent dan Van Mierlo. Maar hoe staat het met de bestuurskracht van D66, dat op het lokale vlak zoveel wethouders ziet sneven. Of: wat is dat voor een voorzitter die eerst in een door hem nota bene van te voren nog gelezen interview zegt dat Kok niet deugt, om vervolgens per ingezonden brief te laten weten dat zijn uitlatingen slechts gebaseerd waren op persoonlijke frustraties.

 

Er wordt over dit alles geschreven, maar het valt in het niet bij datgene wat de PvdA aan kopij weet te genereren. Puur een kwestie van journalistiek kluitjesvoetbal, of zou de oorzaak misschien toch allereerst bij de PvdA liggen? Geen wet is in de politiek zo gevreesd als de wet van Murphy (als er iets fout kàn gaan, gaat dat ook fout) en de variant daarop: als in een bepaald proces eenmaal iets mis gaat, gaat ook alles wat daarop volgt mis. Het wordt van kwaad tot erger. De voorgenomen Zuid-Afrikareis van premier Lubbers en minister Van den Broek was daarvan een voorbeeld. Wat begon als een iets te laconieke benadering van een gevoelige materie eindigde - vooralsnog - in een diplomatiek-politiek fiasco met operette-achtige aspecten.

 

Iets soortgelijks kan ook partijen of politici overkomen. Neem Jan Terlouw. Als partijleider van D66 ging het in 1981 uitstekend met hem: zeventien zetels behaalde hij bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer; een winst van negen zetels vergeleken bij de verkiezingen van 1977. Als minister en als regeringspartij gingen het hem en zijn partij aanzienlijk minder goed af. Terlouw kwam op de politieke glijbaan terecht. "Er schijnt op het ogenblik niets goed te mogen gaan", schreef hij op 22 februari 1982 in zijn politiek dagboek, nadat hij tijdens een commissievergadering in het openbaar in aanvaring was gekomen met een D66-Kamerlid.

 

Joris Voorhoeve en diens VVD kwamen Murphy drie jaar geleden tegen. Nadat hij de "krankzinnige' kabinetscrisis van 1989 op zijn naam had weten te brengen, ging het met Voorhoeve alleen maar bergafwaarts. Zijn rol als oppositieleider was eerder lachwekkend dan doeltreffend en meer dan eens fungeerden zijn aanvallen op de toen net aangetreden coalitie van PvdA en CDA als een boemerang. Een verkeerde presentatie en verkeerde grappen (Voorhoeve was zichzelf niet meer) maakten het allemaal nog erger. Hardhandig werd hij op Koninginnedag 1990 aan de kant gezet.

 

Bij de VVD zijn ze die zwarte dagen al bijna vergeten, zo goed gaat het tegenwoordig weer. Mede dank zij de PvdA, die nu middenin het "alles-loopt-mis-proces' zit en daarin ook het kabinet weet mee te slepen. Electorale neergang, paniek, gebrek aan regie, stuurloosheid zijn ook hier weer de basiselementen van het pandemonium. Iedereen ziet het gebeuren, maar niemand kan voorkomen dat de chaos alleen maar groter wordt. Zelfs voorzitter Felix Rottenberg niet die zich ten doel had gesteld om voor alles de eenheid in de partij te herstellen. Hij riep een speciale stuurgroep in het leven die borg moest staan voor de vaste, heldere en vooral herkenbare lijn naar buiten. Alleen dat de stuurgroep ook zichzelf moest regisseren, daar was even niet aan gedacht. Want het waren uitgerekend de stuurgroepleden Leijnse en Wöltgens die bijdroegen aan de jongste golf van onrust binnen de PvdA-gelederen. Het is de wet van Murphy in optima forma.

 

Dieptepunt in de PvdA-coördinatie was tot voor kort de WAO-zomer van vorig jaar. Het kabinet schafte met de volle steun van de PvdA-ministers de WAO nagenoeg af, de voorzitter zag dat het goed was en stapte op de fiets met onbekende bestemming, de fractievoorzitter reageerde eerst instemmend, daarna geclausuleerd instemmend en de rest van de partij reageerde na van de knock out te zijn bekomen furieus. Maar dat het nog erger kan, heeft de PvdA de afgelopen dagen bewezen. Plots was daar vice-fractievoorzitter Leijnse die ter gelegenheid van de eerste mei met betrekking tot de WAO-plannen doodgemoedereerd een draai van 180 graden aankondigde. Dat coalitiepartner het CDA niet van te voren werd ingelicht is nog tot daaraan toe: beide regeringspartijen hebben in het huidige stadium iedere dag een nieuwe verrassing voor elkaar. Maar ook de eigen bewindslieden werden niet ingelicht. Althans, dat is de lezing van mensen als Kok en staatssecretaris Ter Veld. Wöltgens beweert daarentegen dat de partijgenoten in het kabinet wel degelijk zijn ingelicht. Het doet er even niet toe wie de waarheid spreekt, waar het om gaat is dat niemand het nodig vond om - in elk geval naar buiten toe - iets van eenheid uit te stralen. En zo konden de trouwe Journaal-kijkers de ene dag PvdA vice-fractievoorzitter Leijnse tussen de schuifdeuren van zijn woning horen verkondigen dat de WAO-ingreep versoepeld moest worden, en een dag later staatssecretaris-partijgenoot Ter Veld eveneens tussen de schuifdeuren, maar nu van haar woning, horen zeggen dat dat onzin was. De man die zichzelf als regisseur had benoemd, voorzitter Rottenberg, wist helemaal van niets en kon niet anders dan constateren dat het debat zo niet gevoerd diende te worden.

 

Zelfs het lijmen van de scherven helpt in dit stadium niet meer. De PvdA is zelf een onomkeerbaar geval bij uitstek geworden. Het gemor, het geruzie, het geroddel neemt alleen nog maar toe. Ook geheel volgens het boekje is dat onder dit soort omstandigheden de discussie over de zaak steeds meer een discussie over personen wordt. Partijvoorzitter Marjanne Sint ging vorig jaar als eerste op het offerblok. Over partijleider Kok wil ook nog wel eens wat "gefilosofeerd' worden. En tot overmaat van ramp wordt er na het solo-optreden van Wöltgens en Leijnse in de WAO-zaak in toenemende mate getwijfeld aan de fractieleiding.

 

Ooit, zo leert de ervaring, zal het voorbij zijn. Ooit. Tot die tijd zal er over de PvdA geschreven blijven worden.