Oud-PvdA fractievoorzitter Thijs WŲltgens over het kabinet Kok; Het zal binnen die paarse boezem knellen

 

Frank Vermeulen

 

In de PvdA is de afgelopen week de discussie over de ideologische koers van de partij weer eens opgelaaid. Thijs WŲltgens is juist doende met een nieuw sociaal-democratisch beginselprogramma. Hij vindt dat na enkele decennia van steeds verdergaande pragmatische toenadering de ideologische verschillen tussen de partijen weer aangescherpt moeten worden.

 

Als oud-fractievoorzitter van de PvdA kan hij zich de irritatie van Jacques Wallage goed voorstellen. Thijs WŲltgens, tegenwoordig burgemeester van Kerkrade maar ook senator en beoogd auteur van een nieuw beginselprogramma voor zijn partij, steekt nog eens een Havana op. Vorige week verstoorde partijvoorzitter Felix Rottenberg ruw de uiterlijke rust rond de PvdA met de publikatie van drie provocerende 'discussiestukken'. Daarin wordt de liberale koers van de partijgenoten in Kamer en kabinet zwaar bekritiseerd. Partijleider en premier Wim Kok en fractievoorzitter Wallage spraken 'harde woorden', met name over de nota van Paul Kalma, directeur van het wetenschappelijk bureau van de partij, getiteld 'De wonderbaarlijke terugkeer van de solidariteit'. Daarin kraakt Kalma de nadruk die het kabinet Kok legt op financiŽn, maar ook het toegeven aan de markteconomie, de regeringsslogan 'Werk, werk, werk' en bovenal het allesoverheersende pragmatisme.

 

"Ik denk dat ik me in de positie van Kok of Wallage hetzelfde gevoeld zou hebben," zegt WŲltgens in de burgerzaal van zijn raadhuis, "Je bent bezig met de voorbereiding van de Algemene Beschouwingen. Alles ziet er op het oog redelijk uit en dan wordt er uitgerekend vanuit je eigen partij weer zo'n discussie op gang gebracht. Ik zou ook zeggen: Godverdomme! Moet dat nou?! Maar Felix Rottenberg heeft ook wel gelijk als hij zegt dat kritiek nooit gelegen komt. Ondertussen weet je zeker dat partijgenoten over het beleid van dat paarse kabinet morren. Laten we eerlijk zijn: het feit dat de PvdA met de VVD kan regeren, roept vragen op aan beide kanten. Wat is er over van elks identiteit? Is de PvdA sociaal-liberaal geworden? Ik denk dat de behoefte om die eigen identiteit te benoemen groot is, speciaal na de reeks van electorale depressies die we hebben meegemaakt.

 

Vindt u het kabinet-Kok ook te pragmatisch?

 

"Op zichzelf is dat een bijna wereldwijd verbreid verschijnsel. Het soort sociaal-economisch beleid van 'Paars' en de filosofie daarachter, vind je over de hele wereld terug. Overal stellen regeringen zich de vraag hoe zij competitief kunnen blijven in de globaliserende wereldmarkt. Aanpassing wordt noodzakelijk gevonden om te kunnen concurreren, belastingen moeten omlaag, arbeidsverhoudingen flexibeler, en er moet gedereguleerd worden want regels zijn een rem op de grote concurrentieslag die wereldwijd geleverd wordt.

 

"Ik denk dat men wel erg ver gaat in het geloof dat de wereldmarkt dat soort maatregelen onafwendbaar en noodzakelijk maakt. Ieder keer als er een missie terugkeert uit Zuidoost-AziŽ of Vietnam meldt men geschrokken dat ze daar fietsen maken voor een kwartje. Dus we moeten ons aanpassen want daar werken ze bovendien nog eens tachtig uur per week. Maar dat neigt naar overdrijving. Wij hebben door onze technologie en door onze ligging, scholing en infrastructuur zo'n gigantische voorsprong op landen die worden gezien als de nieuwe wereldmogendheden van de volgende eeuw, dat we nog lang niet met de rug tegen de muur staan. Nederland heeft een exportoverschot dat er niet om liegt. Dus kennelijk zijn onze produkten nog steeds niet te duur. We hebben dus nog wel enige marge voor een eigen beleid. Dat wij naar een 24-uurs economie zouden moeten, vind ik echt regelrechte onzin. Bovendien zou ik het maatschappelijk een groot verlies vinden. Alleen al hier in Kerkrade zijn bijvoorbeeld een stuk of zeventien harmonieŽn en fanfares dankzij het gegeven dat er dagen zijn waarop niemand werkt. Ik zou dus niet graag willen dat al die mensen zo flexibel werden dat ze op ieder gewenst moment van de week zouden kunnen worden ingezet. Het gevolg zou immers zijn dat mensen elkaar alleen maar via ingewikkelde afspraken en roosters kunnen ontmoeten.

 

Wat is in dat licht uw oordeel over ťťn jaar 'Paars'?

 

"Het paarse kabinet heeft iets heel verstandigs gedaan, waar ik al jaren voor gepleit heb, namelijk een structureel begrotingsbeleid voeren. Dit trendmatige begroten heeft als grote voordeel dat je niet van maand tot maand over de begroting hoeft te praten en nieuwe bezuinigingen moet afkondigen. Nee, ieder kent zijn tax aan het begin. En als je die maar invult, is het daarna op het begrotingsvlak relatief rustig. Daar profiteert deze regering heel sterk van. Zeker omdat dit gecombineerd wordt met een conjunctuur die ten opzichte van die bescheiden raming ook nog meevalt. Dus als u puur mijn technisch politieke oordeel vraagt over het paarse beleid van het afgelopen jaar: dan zeg ik, dat ziet er heel behoorlijk uit.

 

En meer inhoudelijk-politiek? Uw partijgenoot Kalma zegt bijvoorbeeld dat er teveel eenzijdig nadruk is op financiŽn, dat er een meer ontspannen arbeidsmarktpolitiek nodig is, minder lastenverlichting en hogere uitkeringen.

 

"Ik gaf net een oordeel over het kabinet gegeven de omstandigheden en gegeven het regeerakkoord. Dan doen ze het niet slecht. Maar het probleem zit in de ideologische grondslag. Het zal binnen die paarse boezem knellen. Er zitten mensen in het kabinet die er innerlijk van overtuigd zijn dat al die deregulering heel goed is. Minister Wijers is bijvoorbeeld het prototype van iemand die alle regels die de werking van de vrije markt belemmeren wil afschaffen. Die denkt: hupsakee, weg ermee.

 

"Ik vermoed dat de sociaal-democraten bereid zijn te erkennen dat de wereldmarkt het een en ander vraagt en dat de internationale omstandigheden die vrije marktwerking noodzakelijk maken. Maar dan is het toch, althans wat mij betreft, met spijt in het hart. Minister Melkert is voorstander van het zogenoemde Rijnlands model in de sociale zekerheid. Kenmerk daarvan is nu juist dat de markt getemd wordt door vormen van coŲrdinatie. Dat er overleg is tussen werkgevers en werknemers. Zodat het binnen de bedrijven niet een kwestie van hire en fire is, maar dat er CAO's zijn die alles keurig reguleren op die arbeidsmarkt. Dat er bijvoorbeeld minimumlonen zijn afgesproken. Allemaal dingen die de ware dereguleerder het liefst overboord zou zetten.

 

"Het is natuurlijk aardig om te zien hoe die spanning zich in het kabinet ontwikkelt. Daarbij sta ik heel nadrukkelijk aan de kant van diegenen die zeggen het is heel belangrijk om die markt te temmen.

 

"Ik voel wel enigszins mee met Paul Kalma als hij stelt dat lastenverlichting in deze tijd van opgaande conjunctuur niet het meest geŽigende instrument is. Dan word ik bijna een buitengewoon conservatief mens. Ik zou zeggen als het eens goed gaat met de economische groei en de werkgelegenheid - natuurlijk allemaal nog niet voldoende - laten we dan een appeltje voor de dorst sparen voor de tijd dat het allemaal weer een beetje minder wordt. Dus laat het geld ten goede komen aan het financieringstekort. De meeste ondernemingen maken nu behoorlijke winst en hebben eigenlijk die kostenverlagingen van de arbeid niet nodig. Hooguit subsidieer je de kapitaalexport, bij wijze van spreken."

 

Er wordt ook teveel gedramd op het thema werk-werk-werk, volgens Kalma.

 

"Op zichzelf kun je op werk niet genoeg nadruk leggen. Zolang er nog mensen zijn die graag zouden willen werken, is er wat dat betreft nog echt veel te doen. Alleen vind ik wel dat mensen daarbij het recht hebben om bij tijd en wijle helemaal niets te maken te hebben met de economie. Dat ze thuis naar muziek luisteren en een mooi boek lezen of desnoods voor de tv zitten. Ze hoeven van mij niet te allen tijde in de houding te springen ten behoeve van de produktiviteit.

 

Bolkestein heeft gezegd dat de spanning binnen de PvdA een grotere bedreiging vormt voor het kabinet dan zijn uitspraken.

 

"Ik geloof dat het heel erg goed is dat de PvdA zich bezint op zijn roots. Ofwel de vraag stellen: wat is de opdracht van de sociaal-democratie anno 1995? Daar wordt in de sociaal-democratie inderdaad verschillend over gedacht. Er zijn er die vinden dat het sociaal-democratisch project allang is afgelopen. Dan kun je makkelijk fuseren met D66 of elke andere vriendelijke, min of meer sociaalgerichte groepering. Maar ik heb de overtuiging dat de sociaal-democratie uitgerekend aan het eind van deze eeuw wŤl een hoge mate van actualiteit heeft. Juist vanwege die dominantie van de marktwerking, die door globalisering ontstaan is. De neiging is nu sterk om bijvoorbeeld de gezondheidszorg door de markt te laten overnemen. En we krijgen de ondernemende universiteit die zelf maar de boer op moet. Die ontwikkeling zie je ook op het terrein van de veiligheid, waar privť-politie ontstaat.

 

"Maar ik vind dat de sociaal-democratie bij uitstek een taak heeft om te voorkomen dat de maatschappelijke ongelijkheid toeneemt door marktwerking. Privť-politie is natuurlijk een typisch voorbeeld waarbij de rijken beschermd worden en de armen niet. De gezondheidszorg in private handen wordt onbetaalbaar voor wie arm en oud is, terwijl die zorg een fluitje van een cent is voor wie jong en yup zijn.

 

"Maar ach, als ik niet met een ideologische bril naar dit kabinet kijk, dan zeg ik: Mijn god, het had allemaal wel erger gekund. Ik bedoel die opmerking niet als de belangrijkste uitspraak in dit gesprek, trouwens."

 

U bent de auteur van het nieuwe beginselprogram, dus ideologie mag toch weer?

 

"Ik vind dat het tijd is voor reÔdeologisering, zoals Wallage dat noemt. 'Paars' beschouw ik als het eindpunt van een langdurige ontwikkeling sinds de jaren zestig waarbij alle grote partijen, op zoek naar de zwevende kiezer, in het politieke midden zijn beland. Maar het kan natuurlijk niet blijven doorgaan dat alle partijen in Nederland hetzelfde denken en vinden.

 

"Daarom is deze periode geschikt om je af te vragen of de politieke scheidslijnen eigenlijk nog wel relevant zijn. Maar het is ook tijd dat binnen politieke partijen wordt nagedacht over het gedachtengoed. Zijn we nu zo pragmatisch geworden dat we niets onderscheidends te melden hebben?

 

"Zelf verwacht ik overigens weinig van een fusie met andere progressieve partijen. Ik zie liever een revitalisering van de sociaal-democratie. Met een aantal bijna ouderwetse herkenbaarheden zoals opstand tegen de maatschappelijke ongelijkheid en durven in te grijpen in de markt want de markt is niet heilig. Maar ook de sociale zekerheid zoveel mogelijk in stand houden voor mensen die buiten het proces vallen. En we moeten zorgen dat een aantal essentiŽle goederen en diensten, zoals gezondheidszorg en onderwijs, niet afhankelijk worden van het inkomen van mensen. Daar heeft iedereen recht op."

 

Wanneer komt dat beginselprogram?

 

"Dat is wat vertraagd door die hele aanloop naar het congres. Paul Kalma en ik hebben een aantal beginnende gesprekken gevoerd. Nu zijn we bezig er een aantal mensen omheen te groeperen. We hebben gekozen voor een werkwijze - die ik normaal buitengewoon modieus en verwerpelijk vind - waarbij het proces net zo belangrijk is als het resultaat.

 

"In dat proces willen we het denkvermogen, en dus niet het ruziepotentieel, dat in onze partij toch nog altijd aanwezig is mobiliseren om wat op afstand van de politiek van alledag een aantal hele grote lijnen te schetsen. Sinds het vorige beginselprogram van 1977 is de praktijk van de sociaal-democratie een stuk pragmatischer geworden. Nu is het de vraag of we onze beginselen zodanig kunnen formuleren dat daar ook weer een sociaal-democratische partij in kan passen."

 

Ondertussen bestaat de partij zelf nauwelijks meer als organisatie.

 

"Ik weet niet of de toestand in de PvdA in wezen verschilt van andere grote partijen. De organisatievorm van de partijen is nog afgestemd op het Nederland van de verzuiling en veel minder op de zappende burger, als ik het zo mag zeggen. Het lid worden van een politieke partij is een commitment dat veel verder gaat dan achteroverleunen en nu eens voor deze partij en dan weer voor die partij kiezen."

 

Rottenberg heeft van partijcriticaster Bart Tromp het verwijt gekregen dat hij de partij wil hervormen volgens het Greenpeace-model: leden moeten eens per maand een girootje overmaken, maar de politiek moet worden overgelaten aan een beperkte groep professionals.

 

"Toen Bart Tromp die discussie begon, had ik zeker begrip voor zijn kritische opmerkingen. Maar ik heb het idee dat Felix Rottenberg zich die opmerkingen ter harte heeft genomen. Kijk maar naar het proces dat hij nu in gang heeft gezet. Met allerlei activiteiten binnen de partij waarbij drie rapporten ter discussie worden gesteld en de partijleden op alle mogelijke niveau's zich uit kunnen spreken over tamelijk essentiŽle punten. Dat mondt uit in een inhoudelijk congres in februari volgend jaar. Dus hij laat het debat niet enkel en alleen over aan de top."

 

Hoe komt het dat de partijleider zelf, Wim Kok, zo weinig in beeld is bij dit alles?

 

"Zou dat in de tijd van Drees heel anders zijn geweest? Maar misschien is het wel heel verstandig van Kok. Als minister-president ligt zijn kracht er voor een groot deel in dat hij een laag politiek profiel heeft waardoor hij aanvaardbaar is voor veel Nederlanders. Ik kan me voorstellen dat hij zijn populariteit te danken heeft aan het feit dat hij zo weinig partijman is. En dus voorzichtig is zijn positie ter discussie te stellen."

 

Goed voor het land. Is dat ook goed voor de partij? Rottenberg heeft gewaarschuwd voor een te smal leiderschap van Kok.

 

"Er zal ongetwijfeld een moment komen dat men de populariteit van Wim Kok ook weer inzet voor de Partij van de Arbeid."

 

Dus een maand voor de verkiezingen komt Kok met zijn witte paard uit het Torentje en redt de partij?

 

"Dat zou ik een te dun model vinden. Mij lijkt een twee-sporen beleid beter. Vlak voor de Algemene Beschouwingen komt dat misschien ongelegen. Maar goed, in het tweede jaar van een kabinet kan een intern debat minder kwaad dan in het laatste jaar want dan zit je weer vlak voor verkiezingen. Dan moet je de tegenstellingen zoveel mogelijk uit de publiciteit houden. In dat tweesporenbeleid moet de partij nog eens kijken naar zijn herkenbaarheid op inhoudelijke punten, terwijl tegelijkertijd bij de volgende verkiezingen zoveel mogelijk geprofiteerd wordt van de electorale uitstraling van Wim Kok.

 

VVD-Kamerlid Rudolf de Korte zei onlangs bij zijn afscheid dat de lakmoesproef van dit kabinet over twee jaar komt. En dat de uitkomst van zo'n proef per definitie nooit paars is.

 

"Ja, hij was nooit de grootste liefhebber van deze coalitie. De lakmoesproef leek mij gedurende lange tijd de herijking van de sociale zekerheid, die voor volgend jaar is aangekondigd. Die kun je op twee manieren benaderen. Namelijk als financieel probleem en dan gaat het erom of we de premiedruk wel zoveel terug weten te brengen als we ons hadden voorgenomen. Wat dat betreft zit het kabinet nu al goed door de wijze waarop de WAO-maatregelen hebben uitgepakt en bijvoorbeeld de nu geleidelijk toch weer groeiende werkgelegenheid. Dat helpt je enorm bij het halen van je financiŽle taakstelling. Ik zou me kunnen voorstellen dat als die groei gedurende deze kabinetsperiode zo om en nabij het huidige niveau blijft, je uit financiŽle overwegingen niet eens meer de noodzaak hebt om in te grijpen in de sociale zekerheid. Hooguit kan er ingegrepen worden in de institutionele vormgeving, waar oud-collega Buurmeijer mee bezig is. Maar in ieder geval niet in de niveau's van de uitkeringen. Voor de PvdA zou dat een geweldige opluchting zijn.

 

"Omgekeerd kun je de sociale zekerheid ook meer principieel benaderen met vragen als: Vinden we dat de eigen verantwoordelijkheid wel genoeg tot uitdrukking komt? Hebben we dat eigenlijk niet te collectief georganiseerd? Moet dat niet meer geprivatiseerd worden? Moeten mensen niet meer eigen risico nemen? En: is het element solidariteit niet te sterk. Dat zou de invalshoek kunnen zijn van de VVD. En die invalshoek geldt ongeacht de conjunctuur, want daar steekt een maatschappijvisie achter.

 

"Ik ben dus zeer benieuwd of de VVD, hoewel de financiŽle noodzaak er niet is, die ideologische invalshoek uitdrukkelijk naar voren zal brengen. In dat geval ontstaat er wel een probleem. Als de VVD haar eigen opvattingen serieus neemt en vasthoudt aan elementen als grotere eigen verantwoordelijkheid, bijverzekeren boven een bepaald minimum en dat soort elementen dan kan het nog zeer spannend worden."

 

Electorale sterrenwichelaars rond het Binnenhof voorspellen bij de volgende verkiezingen een overwinning voor Bolkestein. Maar ook dat de VVD buiten het volgend kabinet valt.

 

"Als ik iets geleerd heb in de loop van de jaren, is het dat voorspellingen uiterst hachelijk zijn. Als je ziet in welk een sneltreinvaart de imago's van Lubbers of Brinkman binnen een half jaar van het hoogste zenith naar het diepste dal zijn afgedaald, dan wordt je buitengewoon bescheiden in de durf iets te voorspellen. Ondertussen blijft het een van de mooiste en meest geliefde Haagse spelletjes, maar het is verdomd betrekkelijk.

 

"Er zijn allerlei scenario's die je uit je duim kunt zuigen. Het kan Bolkestein bijvoorbeeld vergaan zoals het Brinkman vergaan is. Als je vier jaar lang een oppositioneel geluid laat horen binnen het regeringskamp, dan loop je het risico dat je toch wordt afgerekend op wat je nu eigenlijk echt hebt gedaan. De kloof tussen de mededelingen en het feitelijk handelen zal op den duur duidelijk aan het licht komen. Als Bolkestein zijn hand overspeelt dan zal dat de neiging van anderen om een coalitie met hem te vormen niet doen toenemen. Als hij zich solitair blijft opstellen loopt hij het gevaar van een soort anti-Bolkestein coalitie.

 

"Kok's kansen lijken er wat beter uit te zien. Als het bij leven en welzijn gedurende vier jaar wat werkgelegenheid en maatschappelijke ontwikkelingen betreft een beetje redelijk gaat en als hij al te rechtse en liberalistische neigingen in het kabinet heeft weten te onderdrukken - die wel in het ideologisch pakket van paars zitten - dan moet hij toch een hele grote kans maken om het premierschap te continueren. Daarbij moet echter in acht genomen worden dat politieke reputatie te voet komt, maar dikwijls te paard vertrekt."