Lofzang op het individualisme

 

Paul de Beer en Jola Jakson

 

Een beroep op waarden en normen heeft pas kans van slagen als men eerst het fundamentele belang van het individualisme voor onze samenleving onderkent, vinden Paul de Beer en Jola Jakson. Opvoeding, onderwijs en inburgering moeten het belang van individuele keuzevrijheid onderstrepen, maar ook de grenzen van die vrijheid en de verantwoordelijkheid voor eigen gedrag.

 

De roep om normen en waarden, die steeds luider klinkt in ons land, lijkt vooral ingegeven door afkeer van ťťn specifieke `waarde', namelijk het individualisme. Of het nu gaat om onveiligheid, verloedering, vervuiling of verslaving - steeds lijkt de oorzaak van een maatschappelijk probleem te worden gezocht in een te ver doorgeschoten individualisme. Kleine criminaliteit is het werk van losgeslagen jongeren die alleen op hun eigen plezier uit zijn, straten verloederen doordat mensen zich niet meer verantwoordelijk voelen voor de publieke ruimte, vrijwilligerswerk loopt terug doordat drukke tweeverdieners de zorg voor hun hulpbehoevende naasten niet meer als hun eigen taak beschouwen.

 

Zoals Paul Scheffer het verwoordde: ,,De grote nadruk op individuele vrijheden heeft een schaduwzijde. We hebben jarenlang geteerd op het sociale en culturele kapitaal van vorige generaties. (...) De nadruk op individuele vrijheden en rechten is ten koste gegaan van de rechtsstaat'' (Opiniepagina, 21 september). Van diverse zijden wordt dan ook bepleit om de bevolking weer te doordringen van de waarden en normen die essentieel zijn om van Nederland een prettiger en leefbaarder land te maken.

 

Hoewel het niet onmiddellijk duidelijk is om welke normen en waarden het precies gaat - niet voor niets wilde premier Balkenende hiervoor een speciale commissie instellen - lijkt er geen verschil van mening over te bestaan dat zij vooral meer sociaal gedrag en gemeenschapszin behelzen, en minder egoÔsme en nadruk op het eigenbelang.

 

Wat men daarbij echter veelal over het hoofd ziet, is dat een beroep op waarden en normen pas kans van slagen heeft als men eerst het fundamentele belang van het individualisme voor onze samenleving onderkent. Dit individualisme is ongetwijfeld de belangrijkste waarde van onze westerse beschaving, zonder welke wij nooit het hoge economische, wetenschappelijke en culturele peil zouden hebben bereikt dat wij nu zo angstvallig trachten te behouden.

 

Op het eerste gezicht mag dit misschien anders lijken. Er bestaat momenteel een nogal romantisch beeld van tijden en culturen waarin het gemeenschapsgevoel nog hoogtij vierde. Samenlevingen waarin niet het individu centraal staat maar de familie, de clan of het geloof, kennen vaak meer `spontane', ongeorganiseerde solidariteit en gemeenschapszin. Fatsoensregels en omgangsvormen gelden daar als vanzelfsprekend, zorg voor de naaste wordt als een plicht gezien en niet als een ongewenste belasting, en het eigenbelang is ondergeschikt aan de belangen van de gemeenschap. Bovendien wordt ongewenst en normoverschrijdend gedrag door de gemeenschap zelf gecorrigeerd zonder dat de overheid als toezichthouder hoeft op te treden.

 

In deze rooskleurige visie wordt gemakkelijk over het hoofd gezien dat aan een sterke gemeenschapszin ook grote nadelen kleven. Een dergelijke samenleving is vaak zeer conservatief en geneigd dissidente opvattingen te onderdrukken. Dat kwam bijvoorbeeld tot uitdrukking in de repressieve seksuele moraal en de bejegening van ongehuwde moeders in de jaren vijftig. Meer recent illustreren de bedreigingen van Salman Rushdie en Ayaan Hirsi Ali waartoe een al te grote hang naar traditie en gemeenschapszin kan leiden. Haast iedere verandering wordt dan als een verslechtering gezien. Maar wie van mening is dat we niet in de best denkbare wereld leven, zal moeten erkennen dat vernieuwing onmisbaar is om uiteindelijk een betere samenleving tot stand te brengen.

 

Gezien de kritische stemming aangaande het individualisme is het goed nog eens het fundamentele belang ervan voor onze samenleving onder de aandacht te brengen. Individualisme is niet een doorgeschoten gril uit de jaren zestig en zeventig, maar vormt het fundament van de westerse samenleving. Individualisme vormt de basis voor onze rechtsstaat, onze democratie, onze verzorgingsstaat en onze hoog ontwikkelde wetenschap en technologie. Het grondprincipe van de rechtsstaat is de gelijkwaardigheid van alle individuen en het recht van ieder op bescherming tegen een almachtige staat. Het fundamentele uitgangspunt van de moderne democratie is de gelijke invloed van ieder individu op het landsbestuur, ongeacht inkomen, geslacht, etniciteit of geloofsovertuiging.

 

Met de opbouw van de verzorgingsstaat hebben de meeste westerse staten na de Tweede Wereldoorlog ook sociale grondrechten in het leven geroepen, die tot doel hebben om ieder individu te vrijwaren van materieel gebrek en voorzieningen te bieden op het gebied van gezondheidszorg, onderwijs en huisvesting. Tot slot is het individualisme van niet te onderschatten belang voor wetenschappelijke en technologische vooruitgang. De grootste wetenschappelijke ontdekkingen en technologische doorbraken waren en zijn het product van onafhankelijke en eigenzinnige individuen die met een onorthodoxe aanpak tegen gevestigde tradities en onaantastbare reputaties ingaan. Zonder individuele vrijheid zullen de maatschappelijke en wetenschappelijke ontwikkeling uiteindelijk stagneren.

 

Dit alles betekent niet dat individuele vrijheid onbeperkt en onbegrensd dient te zijn. Vrijheid mag nooit een vrijbrief zijn om anderen te schaden. Volgens het schadeprincipe (harm principle) van John Stuart Mill eindigen de vrijheidsrechten daar waar de vrijheid van anderen in het geding komt. ,,Handelingen van welke aard ook, die zonder rechtmatige redenen anderen schaden, mogen - en moeten absoluut in de meer ernstige gevallen - beteugeld worden door de afkeuring en, zo nodig, door een actief ingrijpen van de gemeenschap.''

 

Het fundamentele recht op vrijheid vraagt tegelijkertijd van het individu een zekere mate van zelfbeheersing en zelfbeperking. In een ontwikkelde `liberale' samenleving dient de overheid er zorg voor te dragen dat de vrijheid van de een niet ten koste gaat van de vrijheid van een ander en dient zij corrigerend op te treden indien de grens wordt overschreden. Maar de overheid zal deze taak nooit naar behoren kunnen vervullen als burgers niet uit zichzelf al een sterke mate van zelfbeperking betrachten. De vrijheidsrechten in een democratische, liberale samenleving zijn immers zo uitgebreid en veelomvattend, dat de overheid deze onmogelijk alle tegelijkertijd kan handhaven.

 

Een uitgebreid stelsel van vrijheidsrechten kan slechts bestaan bij de gratie van de bereidheid van de meeste mensen om zich in de meeste omstandigheden netjes aan de grenzen van die rechten te houden. Omgekeerd betekent dit, dat naarmate mensen een grotere mate van zelfbeperking en zelfbeheersing tonen, de vrijheidsrechten uitgebreider kunnen zijn. Zo is een vrijwel onbeperkte vrijheid van meningsuiting alleen mogelijk zolang daarvan niet met grote regelmaat misbruik wordt gemaakt om anderen te bedreigen of aan te zetten tot haat en geweld. En een wettelijk recht op euthanasie is alleen mogelijk indien men ervan op aan kan dat artsen niet willekeurig het leven van patiŽnten beŽindigen.

 

Een pleidooi voor inperking van de individuele vrijheid zou kunnen worden gerechtvaardigd met het argument dat de zelfbeperking van de burgers is afgenomen. Daarvoor worden doorgaans twee verklaringen aangevoerd. In de eerste plaats zouden, zoals Scheffer stelt, te lang en te eenzijdig de rechten van individuen zijn benadrukt, zonder tegelijkertijd te wijzen op de plichten die daar tegenover staan. Daardoor realiseren mensen zich steeds minder dat die rechten slechts gehandhaafd kunnen worden zolang zij de grenzen ervan in acht nemen. In de tweede plaats zou het grote aantal nieuwkomers uit culturen die veel minder individuele vrijheid kennen en die daardoor de vereiste zelfbeperking niet hebben geleerd, ertoe hebben bijgedragen dat de grenzen steeds vaker worden overschreden. We hebben jarenlang verzuimd om immigranten bij hun binnenkomst duidelijk te maken hoe zij met de grote vrijheid in ons land dienen om te gaan.

 

Deze analyse bevat zeker een kern van waarheid - al dient men niet uit het oog te verliezen dat het overgrote deel van de bevolking nog altijd een bewonderenswaardige mate van zelfbeheersing aan de dag legt. Verreweg de meeste mensen beroven geen oude vrouwtjes, gooien hun afval niet op straat en kopen ook een treinkaartje zonder te verwachten gecontroleerd te worden. Maar dit neemt niet weg dat er voldoende aanwijzingen zijn dat de mate van zelfbeheersing het laatste decennium is afgenomen.

 

De vraag is nu hoe we hierop moeten reageren. De gemakkelijkste weg lijkt om te pleiten voor meer law and order, voor verscherping van controle en het bestraffen van ongewenst gedrag. Zo toonde GabriŽl van den Brink zich in deze krant van 7 september een voorstander van een combinatie van meer vrijheid en strenger toezicht. Wij willen niet ontkennen dat een scherpere controle onvermijdelijk kan zijn. Echter niet omdat de individuele vrijheid te ver zou zijn doorgeschoten, maar juist om die individuele vrijheid te beschermen.

 

Immers, als sommigen de grenzen van hun vrijheid niet (er)kennen en daardoor de belangen van anderen schaden, dan is de vrijheid van die anderen gediend met een zekere beperking van de vrijheid van de eersten. Anders gezegd: de beperking van de vrijheid van sommigen kan worden gerechtvaardigd met het argument dat daarmee de vrijheid van anderen en daardoor de totale vrijheid worden verruimd. Daarvoor is geen beroep op gemeenschapswaarden of plichten nodig. Zo dient men een inperking van het recht op privacy primair te beoordelen op het effect ervan op de vrijheid van anderen. Als preventief fouilleren ertoe leidt dat mensen weer op plekken durven te komen die zij wegens de onveiligheid meden, kan de inbreuk op de privacy heel wel te rechtvaardigen zijn.

 

Als we ons echter louter op meer controle en een beperking van formele vrijheidsrechten verlaten, dreigen we daarmee op den duur het fundament van de westerse liberale samenleving te ondergraven. Uiteindelijk kan onze liberale cultuur alleen overleven als zowel de individuele vrijheid als de onvermijdelijke beperking daarvan geworteld zijn in de samenleving.

 

Dus toch een pleidooi voor herstel van waarden en normen? Jazeker, maar dan wel de waarde van het individualisme en de norm van zelfbeperking. De bron daarvan dient vooral te worden gezocht in de socialisatie van nieuwe burgers - zowel kinderen als nieuwkomers - via opvoeding, onderwijs en inburgering. Wie niet van het begin af aan leert dat individuele keuzevrijheid van groot belang is, maar ook grenzen stelt aan en verantwoordelijkheid vraagt voor het eigen gedrag, zal later ook door formele wetten en regels slechts moeizaam in het gareel zijn te houden. Dit is geen gemakkelijke oplossing; het vergt een langdurig volgehouden inspanning die niet onmiddellijk vruchten zal afwerpen. Uiteindelijk zal dit echter meer opleveren dan welk aantal beveiligingscamera's, politieagenten of cellen dan ook.