Hoe kwetsbaar is de topambtenaar?

Jos Verlaan

Opinie | Zaterdag 08-01-2005 | Sectie: Overig | Pagina: 15 | Jos Verlaan

Wat moet een ambtenaar doen als een politicus hem of haar vraagt iets te doen wat echt niet kan? De Amsterdamse burgemeester Cohen liet prof. M Bovens van de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap dit probleem onderzoeken. Uit het eind vorig jaar verschenen rapport blijkt dat ambtenaren maar al te vaak gevraagd wordt dingen uit te voeren die niet waar te maken zijn. Wat te doen als zo'n politieke opdracht niet strookt met de professionele opvatting van de betrokken ambtenaar? Job Cohen komt, naar aanleiding van het rapport, tot een simpele conclusie: de ambtenaar moet de bestuurder waarschuwen en vertellen wat aan zijn beleid schort.

Wat moet een topambtenaar van het ministerie van Verkeer en Waterstaat doen als hij weet dat een project miljoenen euro's duurder uitvalt dan gepland, maar zijn directeur-generaal hem heeft opgedragen dat intern te houden? Wat moet hij doen als de minister hem daar vervolgens rechtstreeks naar vraagt?

In 1995 had toenmalig topfunctionaris H. Prins van Rijkswaterstaat op een interne bijeenkomst van het ministerie van Verkeer en Waterstaat daar wel antwoord op. Hij zou die informatie voor zich houden, zei hij tegenover de daarvoor ingehuurde gespreksleider Marcel van Dam: ,,Ik zal dan iets zoeken in de geest van `ik weet niet van elk project alle ramingen'. Ik zal een smoes zoeken. Of vage vermoedens uitspreken.''

Op diezelfde bijeenkomst gaf toenmalig directeur-generaal G. Blom van Rijkswaterstaat aan dat dergelijke dilemma's op elk ambtelijk niveau spelen. Wat te doen bijvoorbeeld als Amsterdam een voorstel indient voor een nieuwe metrolijn en het op zijn ministerie bekend is dat de aangeleverde kostenramingen bewust te laag zijn om de politieke besluitvorming te sturen? Voor Blom was dat geen dilemma: ,,Het is mijn verantwoordelijkheid om de minister adequaat te informeren. Wat de minister daarmee doet, is zijn politieke verantwoordelijkheid.''

Een Amsterdamse ambtenaar ging daar in een vergelijkbare situatie heel anders mee om. Hij was betrokken bij een groot Europees aanbestedingsproject, maar op last van zijn wethouder mocht hij in de raadsvoordracht geen melding maken van de financiŽle risico's. De ambtenaar weigerde aan die opdracht gehoor te geven, hij vond het juist zijn verantwoordelijkheid om de gemeenteraad naar behoren te informeren. Maar ook de wethouder gaf zich niet zomaar gewonnen en dreigde een andere ambtenaar met het schrijven van de raadsvoordracht te belasten. Uiteindelijk moesten de burgemeester en de gemeentesecretaris eraan te pas komen voordat een volledige voordracht naar de raad ging. De casus van deze ambtenaar staat vermeld in het onderzoek van de Universiteit Utrecht onder leiding van professor M. Bovens: `Op elkaar aangewezen, een verkenning van kwetsbaarheden in de professionele verantwoordelijkheden van topambtenaren'. Aanleiding voor dat onderzoek was de zogeheten Arena-affaire. Dat was een werkgelegenheidsproject in de Amsterdamse Bijlmer waarin de gemeente vele miljoenen had geÔnvesteerd.

In 1999 ging dat project van start met een via een headhuntersbureau aangetrokken directeur uit het bedrijfsleven. Om ervoor te zorgen dat er tempo met dat project gemaakt zou worden, stationeerde toenmalig wethouder P. Krikke, inmiddels burgemeester in Arnhem, een van haar topambtenaren in het bestuur van dat Arena-project. Maar het ging mis toen de gemeente er in 2001 achter kwam dat de directeur zwaar gokverslaafd was en vanaf zijn aantreden op grote schaal subsidiegeld had vergokt in casino's. Hij liet na zijn arrestatie een schuld achter van meer dan 450.000 vergokte euro's. Maar met zijn aanhouding was de affaire niet beŽindigd. Want waarom had die topambtenaar van Krikke in het Arena-bestuur die financiŽle malversaties niet veel eerder ontdekt? En hoe oorbaar was het dat die ambtenaar op het stadhuis verantwoordelijk was voor subsidieverstrekking aan een project waarin hij zelf bestuurslid en penningmeester was? Vervolgonderzoek wees uit dat de betrokken ambtenaar geen blaam trof voor de verduisteringen en dat zijn `dubbele pet' een rechtstreekse opdracht van zijn wethouder was geweest. ,,Een ongewenste samensmelting van dubbelfuncties'', schreef in juni 2002 burgemeester Cohen die de hand in eigen boezem stak: ,,Op ons als college van Ben W rust politieke verantwoordelijkheid in het maken van plannen en het formuleren van gewenste resultaten. (...) Integriteit betekent niet alleen dat men zich aan de regels heeft te houden, maar heeft ook te maken met professionele verantwoordelijkheid.''

Ook in Rotterdam is er een gevoelig spanningsveld tussen het ambtelijk apparaat en de wethouders, zeker na de opmars van Leefbaar Rotterdam in die stad, zo blijkt uit het onderzoek van Bovens. Het is bekend dat wijlen Pim Fortuyn, toenmalig lijsttrekker van Leefbaar Rotterdam, plannen had om in zijn ogen disloyale ambtenaren te ontslaan. Maar ook het wispelturig kiezersgedrag maakt lokale bestuurders steeds onvoorspelbaarder, zo wordt een Rotterdamse topambtenaar in het onderzoek geciteerd. De machtswisseling in 2002 zorgde in het begin voor grote spanningen tussen het politieke bestuur en de ambtenarij. Pas na een ingrijpende crisis kwam er weer een dialoog op gang en konden er over en weer afspraken worden gemaakt over wat er gerealiseerd moest of kon worden.

Info: JOS VERLAAN redacteur NRC Handelsblad