Het zijn gouden tijden voor de Partij van het Ongenoegen

 

Mark Kranenburg; Mark Kranenburg is redacteur van NRC Handelsblad.

 

Het lot van de politieke partijen ligt in handen van een steeds wispelturiger electoraat. Deze keer trok de VVD aan het langste eind - volgens Mark Kranenburg bij gebrek aan tegenwicht. Maar ook die partij heeft als enige zekerheid dat de kiezers niet meer honkvast zijn.

 

De uitslag van de verkiezingen voor de provinciale staten van afgelopen woensdag heeft het opnieuw aangetoond: het wordt nooit meer zo als vroeger. Geen verkiezing meer zonder monsterscores en als spiegelbeeld daarvan daverende dreunen. Triomf en ondraaglijk leed zijn het bepalende beeld van de uitslagenavonden. Ook dan: onvervalste huil-televisie.

 

Voorbij is de tijd van de kleine verschuivingen. Kiezers verhuizen massaal van de ene naar de andere partij. Daar komt nog bij dat het electoraat veel ongeduriger is geworden. De Tweede Kamerverkiezingen van 3 mei vorig jaar leidden tot totaal andere krachtsverhoudingen, maar dit belette de kiezers niet om nog geen jaar later wederom een grote stoelendans te houden.

 

De wispelturige kiezer benvloedt in hoge mate het antwoord op de vraag die alle partijen dezer dagen stellen: Hoe verder? Elke strategie voor de iets langere termijn is gedoemd te mislukken, omdat het humeur van de kiezer onmogelijk valt te voorspellen. De enige zekerheid is dat kiezers niet meer honkvast zijn.

 

Sinds woensdag is de VVD de grootste partij van Nederland. Dat de opkomst met 50 procent uitermate laag was, is hierop niet van invloed. Onderzoek heeft aangetoond dat ook bij een 'normale' opkomst de VVD als grootste partij uit de strijd tevoorschijn zou zijn gekomen. Het betekent echter niet dat de VVD er voetstoots vanuit kan gaan ook bij de volgende Tweede Kamerverkiezingen te zullen triomferen.

 

Toen VVD-leider Bolkestein in 1990 een artikel schreef over het einde van deze eeuw als "gouden tijdperk voor het liberalisme", ging het met de VVD uitermate slecht. Het onderlinge gekrakeel en de bizarre kabinetscrisis die de partij het jaar daarvoor had veroorzaakt, leidden ertoe dat kiezers massaal afhaakten. Van de 36 Tweede-Kamerzetels uit 1982 bleven er zeven jaar later 22 over. De tijdgeest was onderwijl liberaler geworden, maar de VVD wist er toen niet van te profiteren.

 

Stromingen en partijen gaan niet gelijk op. Daartussen door zwerft nog de stemming van de kiezer, en die is steeds belangrijker aan het worden. Interessant is dan ook na te gaan of er een bepaald patroon in het gedrag van de losgeslagen kiezer valt te ontdekken. Minister-president Kok stelde woensdagavond bitter vast dat VVD-leider Bolkestein "het ongenoegen" had weten te verzamelen.

 

Dat is een nogal omineuze constatering van de leider van een partij die tien jaar geleden zelf in de samenleving het ongenoegen tegen het kabinetsbeleid mobiliseerde onder de leuze 'Voor een dubbeltje geboren, voor een kwartje gepakt!' Het leverde de Partij van de Arbeid in 1986 52 zetels in de Tweede Kamer op, alleen geen plek in het kabinet.

 

Maar dit neemt niet weg dat met het wegvallen van de zuilen ongenoegen een belangrijke drijfveer in het stemhokje is geworden. De PvdA profiteerde daarvan in 1986 en in 1994 was D66 de gelukkige. Toen was het Van Mierlo die de stemming in het land ten opzichte van het kabinet-Kok/Lubbers verwoordde. Er regeerde een met zichzelf ploeterend, autistisch kabinet dat met zijn rug naar de samenleving stond en van besluit naar besluit strompelde. Het ongenoegen over deze bestuursstijl bezorgde D66 vorig jaar twaalf zetels winst.

 

Zetels die als sneeuw voor de zon verdwijnen nu D66 zelf meeregeert en vuile handen maakt. Een kabinet dat niet uitdeelt, maar afpakt is per definitie bij grote groepen impopulair. Ouders met kinderen, bejaarden, studenten, mensen met een uitkering, allemaal kunnen zij zich tot de gedupeerden van het kabinet Kok rekenen.

 

Maar bij wie kunnen ze uithuilen? De enige andere grote partij buiten de regering, het CDA zou voor negentig procent exact dezelfde maatregelen hebben getroffen. Er is dus momenteel geen voor de hand liggende grote partij die als toevluchtsoord kan dienen. Maar het ongenoegen is er nog wel en daarom gaat de aandacht automatisch uit naar de partij of politicus die het meest aan de 'anti-government stemming' appelleert.

 

Paradoxaal genoeg is dat VVD-leider Bolkestein. Fractievoorzitter van een regeringspartij, maar tevens vertolker van het geluid dat 'ze' in Den Haag, of Brussel er maar een rommeltje van maken. Een dergelijke houding, plus een aantal kritische opmerkingen over de stroom vreemdelingen en een vleugje isolationisme, maken van hem op dit moment de verpersoonlijking van het ongenoegen.

 

Het probleem voor PvdA, D66 en het CDA is dat ze daar slechts weinig tegenover weten te stellen. Zo zorgt het thema vreemdelingen binnen de PvdA nu al jaren voor een splijtzwam. Toen PvdA-voorzitter Rottenberg en de toenmalige PvdA-staatssecretaris voor justitie Kosto in de vorige kabinetsperiode spraken over illegalen die het land uit moesten, viel de halve partij over hen heen. Een tegenaanval tegen Bolkesteins plannen met vreemdelingen, levert de PvdA geen stemmen op.

 

PvdA en D66 ondervinden momenteel dat ze wel samen met de VVD regeren, maar niet gedrien lijden. De prijs wordt eenzijdig door de eerste twee betaald. Het is geen oplossing om de VVD meer mede-verantwoordelijk te maken, want die partij s verantwoordelijk. Dus kunnen PvdA en D66 eigenlijk niet anders dan zich net zo gedragen als Bolkestein: met in achtneming van het regeerakkoord een meer eigen koers ten opzichte van het kabinet varen. Voor zowel PvdA als D66 geldt echter dat de politiek leider in het kabinet zit. Profilering van de fracties zal onherroepelijk tot interne partij-spanningen leiden. Bovendien, als alle regeringspartijen het ongenoegen exploiteren, is er ook wat mis.

 

PvdA en D66 zitten dan ook in een onmogelijke klempositie. Illustratief voor het gezamenlijke probleem is dat beide partijen afgelopen woensdag verloren. Tot dan toe hadden PvdA en D66 zich altijd als twee communicerende vaten verhouden: won de n, dan verloor de ander, en andersom.

 

Voor de PvdA is er bij echte verkiezingen voor de Tweede Kamer nog het wenkend perspectief van de 'premier-partij'. Den Uyl won in 1977 als minister-president tien zetels, terwijl premier Lubbers het CDA in 1986 negen zetels winst bezorgde. Kok heeft bij de verkiezingen van vorig jaar in de rol van staatsman bewezen een goede campaigner te zijn. Een gunstige economische ontwikkeling en niet al te veel strubbelingen in het kabinet kunnen straks lonen.

 

Op programmatisch terrein heeft de PvdA echter nauwelijks iets anders te bieden dan een defensieve houding tegenover allerlei ontwikkelingen. De discussie over de sociale zekerheid beperkt zich tot de vraag 'Wat blijft er nog van over?', en ook de discussie naar aanleiding van de herijking van het buitenlands beleid beweegt zich in dezelfde richting. Het is de tragiek van een sociaal-democratische partij in een liberale tijdgeest.

 

Voor een partij als D66 die zich liberaal noemt, zouden er wel mogelijkheden moeten zijn. Maar D66 afficheert zich ook nog als groen. Met de gevolgen van de botsende belangen tussen milieu en economie wordt de partij thans geconfronteerd. Wat de WAO was voor de PvdA is mogelijk straks de Betuwelijn voor D66.

 

Meer dan enige andere partij ondervond D66 woensdag nadeel van lage opkomst. Bij Kamerverkiezingen zou het thuisblijverseffect kunnen weggevallen, maar daar staat tegenover dat de D66 tradioneel de meest vlottende aanhang onder het electoraat heeft. Blijft D66 onzichtbaar, dan kunnen de thuisblijvende D66'ers van nu bij de volgende stembusstrijd de overlopers zijn.

 

En de grootste oppositie-partij? De droefheid voorbij, de boeken zijn gesloten, zei CDA-fractieleider Heerma vorige maand op het congres van zijn partij. De kiezers hebben bij de provinciale statenverkiezingen het tegendeel bewezen. In de provinciale besturen waar het CDA op basis van de uitslag zeer veel moet inleveren, zal nog heel wat droefheid voorbij komen. Zolang het leed niet is verwerkt - de scepsis over het leiderschap van Heerma is daarvan de uiting - zal het CDA geen dreigend alternatief kunnen vormen.

 

Het zijn al deze omstandigheden die de VVD van Bolkestein op dit moment in zo'n riante positie hebben geplaatst. Omstandigheden kunnen echter snel veranderen. Het humeur van de kiezer verandert zonodig nog sneller. Niets is zeker. Dat geldt ook voor de VVD.

 

Onderschrift:  

Foto: Bolkestein, met op de achtergrond Wallage, Wolffensperger en Heerma, tijdens het televisie-debat na de Statenverkiezingen (Foto Roel Rozenburg)