'Een knappe die me wegkrijgt'

7 januari 1995
JAN TROMP

Ze windt zich nu eenmaal wat meer op dan anderen. Vindt ze geen slechte eigenschap. Liever een driftig dan een mat bestaan. 'Ik heb dat niet van: gaat u maar rustig slapen. Ik ben veel meer van: wordt u eens goed wakker.' Annemarie Grewel over de tijdgeest, angst en verzet, de PvdA, de homobeweging en de kunst van het voorzitten. door Jan Tromp

(foto)

FOTO WIM RUIGROK - DE VOLKSKRANT

HEEL VEEL mensen zijn in doodsangst als ze voor een zaal staan. Ook bedreven politici. Die krijgen dit.' Ze schudt heftig met haar handen. Een malicieuze glimlach. 'Nee hoor, daar geniet ik niet van. Ik vind het zielig. Ik probeer ze altijd op hun gemak te stellen.

'Ik glimlach omdat ik mij een forum herinner met een politicus die altijd een hele grote mond heeft. Maar voor de zaal hŗd die man het niet meer van de zenuwen. Ik zag zijn handen trillen als rietstengels. Hij verstopte ze onder tafel. Het hielp niet. Dat vind ik niet leuk hoor, dat vind ik zielig. Ik moet wel een beetje glimlachen. Ik denk dan: zoveel ervaring en toch zoveel angst.'

Dit jaar wordt Annemarie Grewel zestig. 'Ik zit in een oud hulsje, eigenlijk zit een jonge geest in een oud hulsje.' Ze kan enorm vertederen. Ze wordt ook gevreesd. Het wonder zit in haar hoofd. Ogenschijnlijk verandert niets in haar gezicht en toch kan haar blik het ene moment stralen als de zon, het andere moment donderkeilen. En hetzelfde geldt voor haar stem: een temerig gezang wordt zo maar een snerpend fluitje.

Het zal vanwege deze kwaliteiten zijn dat Annemarie Grewel in dit land van vergaderaars en kletsmajoors heel veel gevraagd wordt voor het voorzitten. Dat kan ze goed, ze heeft het tot kunst verheven. Als ze op PvdA-congressen de hamer overneemt zijn er mensen die uit de wandelgangen terugkeren naar de zaal speciaal om haar aan het werk te zien. Haar door merg en been snijdende commando 'Wilt u afronden' is legendarisch en elke keer opnieuw een evenement.

Ze legt uit onder welke omstandigheden het voorzitten een lekker gevoel geeft. Er moet spanning zijn en contact met de zaal, maar op zichzelf is dit nog niet voldoende. Er moet iets bijkomen dat zich amper laat beschrijven.

'Er zijn ook momenten', zegt ze, 'dat het goed gaat, het onderwerp is goed, de sprekers zijn goed, de zaal is prima en toch denk ik: nou ja, het gaat wel goed.'

Geen opwinding.

'Verveling probeer ik te verdrijven door op een andere manier naar de zaal te kijken. Ik geef mijzelf zo een kickje. Soms moet je als voorzitter oppassen dat je niet indut. Ik heb in die situaties een truc. Als ik mij als voorzitter een zeker geamuseerd gevoel wil geven, ga ik de zaal indelen in categorieŽn. Op elke honderd mensen heb je een x-aantal misdadigers, een x-aantal mensen met seksuele aberraties, een x-aantal met buitengewone afwijkingen, een x-aantal dommeriken en slimmerds. Dan kijk ik de zaal in en denk bij mezelf: wie zijn hier de winkeldieven? Ja, dat montert mij zeer op.'

Beverig bang zoals tot haar eigen verrassing ook vooraanstaande politici kunnen zijn, is zij nooit. Wel eens zenuwachtig, wat heel wat anders is. Ze begint over Brinkman, 'die ik trouwens een heel aardige man vind'. Brinkman is een van haar voorbeelden van sprekers die bevangen raken in grote groepen. Ze hebben Brinkman de techniek van de losse loopmicrofoon geleerd, maar ze hadden hem volgens haar veel beter op 'ooggymnastiek' kunnen doen.

Ze zegt: 'Als je als enkeling een praatje maakt met Brinkman heeft hij heel gewone ogen. Als er vijf mensen bij komen staan, spert hij ze al een beetje. Als je hem voor een zaal zet of voor een televisiecamera spatten zijn ogen uit zijn hoofd. Ze hadden hem ooggymnastiek moeten laten geven, daar was die man pas echt mee geholpen.'

Ze leidt een strijdbaar en driftig bestaan. 'Ik heb dat niet van: gaat u maar rustig slapen. Ik ben veel meer van: wordt u eens goed wakker.' Overal duikt ze op. Ze was ooit voorzitter van de NVSH, voorzitter van de Universiteitsraad van de Universiteit van Amsterdam, lid van de Emancipatieraad. Ze is al jaren columniste in de Groene Amsterdammer, lid van de gemeenteraad van Amsterdam voor de PvdA, lid van het NOS-bestuur. Nu gaat ze binnenkort voor de Partij van de Arbeid ook nog naar de Eerste Kamer.

Ze heeft geen advertentie geplaatst, maar overigens er nooit een geheim van gemaakt dat ze lesbisch is. 'Het is veel makkelijker er voor uit te komen. Ik ben iemand die uit is op zijn gemak. Van verstoppen krijg je een dubbelleven. Niet vertellen betekent dat je moet onthouden welke leugens je hebt verteld.

'Ik ben wel gediscrimineerd. Ik word nog gediscrimineerd. Er wordt wel eens gezegd dat je voor bepaalde dingen niet in aanmerking komt, zal ik maar zeggen, omdat je lesbisch bent.'

Bepaalde dingen.

'Ik bedoel het burgemeesterschap van Amsterdam. Ik ben kandidaat geweest voor die functie. Ik ben echt een realist, ik wist dus dat ik het niet zou halen. Toch ben ik behoorlijk ver gekomen, ik had een groep achter me. Wat toen door allerlei mensen gesnierd is over de schande van een ongetrouwde, lesbische burgemeester! Nou, nou, nou, dat was niet te geloven. Op die momenten merk je dat mensen discriminerende argumenten tegen je gaan gebruiken, omdat ze je niet willen hebben op die post. Ze zeggen niet: ik vind haar een klier, ze is gek. Nee, ze zeggen: Amsterdam heeft een getrouwde burgemeester nodig. Plotseling moet je thuis een klankbord hebben, zo noemen ze dat. Terwijl ik thuis toch een hond heb. En een kat.'

Toch noemt ze Nederland 'een verschrikkelijk leuk land'. Waaraan ze toevoegt: 'Het is ook een welvarend land.' Heeft dat met elkaar te maken dan? 'Jawel, geld geeft ruimte.'

Later komt ze erop terug. 'Je hebt de ruimte in Nederland om jezelf te zijn. Dat is buitengewoon bijzonder. Je bent gauw uitgeteld als je het aantal landen gaat tellen waar je stukjes kunt schrijven zoals ik die schrijf of waar je openlijk homoseksueel kunt zijn. Ik ben buitengewoon gelukkig dat ik hier woon.'

Ze is lesbisch Ťn joods. Ze zit in de hoek waar de klappen vallen. Brommend: 'Ik krijg niet veel klappen.' Ze zegt dat ze zich veilig voelt. Van maatschappelijke verharding merkt ze weinig. Tegen joden en homoseksuelen bestaat niet mťťr discriminatie dan er al was.

Een strakke blik: 'Het is heel erg wat ik nou ga zeggen. Ik heb laatst in een toespraak opgemerkt dat het voor joden misschien wel een rustiger tijd is in Nederland, omdat er andere groepen zijn die tot zondebok worden gemaakt. De mensen hebben altijd zondebokken nodig, maar voor de joden is even geen aandacht. De haat en agressie richt zich even op andere groepen.'

Is dat een reden je op je gemak te voelen?

'Je moet strijden. Vroeger sprak ik wel eens iemand, het is honderd jaar geleden hoor, die een ouderwetse leuze voerde: het fatsoen zal zegevieren. Vind ik wel een goeie kreet.

'Wie zich niet op zijn gemak voelt is bang. Ik ben niet bang. Ikke niet. Ik ben helemaal niet bang dat ik vroeg of laat aan de beurt zal komen. Ik heb geen angst meer. Het zal wel komen door de Tweede Wereldoorlog.' Plotseling met een kek stemmetje: 'Want ik ben van vůůr de oorlog, hŤ.'

Stilte. 'Ik ben al een overlevende. Dan moet je nooit meer bang zijn. Als je de oorlog hebt meegemaakt, blijf je je hele leven denken: ik wil die toestanden niet meer hebben. Dat is nu ook zo. Je ziet dat het klimaat verhardt. Dan moet je opletten. Nee, niet fysiek. Ik voel me op straat nooit bedreigd.'

Maar kan zij zich voorstellen dat er mensen zijn die bang zijn? 'Natuurlijk is er angst. Er zijn inderdaad joden die klaar staan om naar Amerika uit te wijken. Ik weet van joden die nu naar IsraŽl emigreren. Natuurlijk vind ik dat vreselijk. Maar ik zelf heb hun angst niet. Je kunt kiezen voor blijven of weggaan. Ik blijf. Een knappe die me wegkrijgt.'

Ze ergert zich aan de matheid, er is zo veel waar nog maar zo weinig mensen zich druk over maken. 'Als je in onze democratie mensen, asielzoekers het recht afpakt om hoger beroep aan te tekenen, vind ik dat buitengewoon ver gaan. Ik zou zo graag willen dat een meerderheid in Nederland hard en duidelijk zou roepen: dit is ontoelaatbaar.'

Marcel van Dam noemde laatst een goed voorbeeld, vindt ze, in een vergadering van het NOS-bestuur. 'Marcel zei: als je nu kijkt naar die mega-deal tussen Van der Reijden, Endemol en RTL en je hoort dat ze van plan zijn om niet ťťn, maar liefst vier commerciŽle stations in te richten, hoe komt het dan dat er geen opstand uitbreekt? Als zoiets in de krantewereld zou gebeuren, zou iedereen op z'n achterste benen staan. Marcel zei: het is toch onvoorstelbaar dat noch de politiek noch de pers daar werk van maakt. Ik vind dat hij gelijk heeft.'

Ze praat nu bijna voor zich uit, zachtjes: 'Het heeft misschien ook met de welvaart te maken. Of met het feit dat we al zo lang vrede hebben. Het gevoel van: het zal mijn tijd wel duren. Een oorlog geeft weerstand. Als je lang vrede hebt krijg je een generatie die niet geleerd heeft dat gevoel te ontwikkelen. Ik denk dat ik eerder een streep trek dan veel andere mensen.'

Staat ze dan niet in de lucht te meppen?

Er klinkt een ijzig 'nee'. Ze noemt de studenten, de gehandicapten, de bejaarden. 'Het is niet waar dat ik een gevoel probeer op te wekken dat niet bestaat.

'Kennelijk wind ik me op, misschien meer dan anderen. Ik ben wie ik ben. Ik voel me nooit een pias. Ik weet wel dat sommige mensen me een raar iemand vinden die altijd kritiek heeft. Daar heb ik niet de minste last van, omdat ik weet dat ik altijd wel voor een bepaalde groep spreek.'

Ze vliegt op. 'Ik hoef het toch niet in alles met die partij eens te zijn?' Het gaat over de verhoging van het collegegeld waartegen haar partij, de PvdA, niet als eerste protesteerde. En over het zogeheten derde-landenbeginsel, het besluit om vluchtelingen die uit bijvoorbeeld Duitsland of BelgiŽ naar Nederland komen, terug te sturen. Ze zegt: 'Er is sprake van een bijzonder grote financiŽle druk waardoor soms besluiten vallen waarvan je denkt: boe-boe-boe.

'Ik vind het ongelooflijk dat de Tweede-Kamerfractie van de PvdA in meerderheid voor zo'n derde-landenbeginsel stemt. Dat kan toch niet. Ik vind dat ze heel slecht hebben nagedacht. Ik vind het ook buitengewoon onprettig dat dit besloten is.' Ze maakt een eind aan de gedachtenwisseling: 'Nu stel je allemaal detailvragen. Dat is iets heel anders dan de vraag of de partij een smoel heeft.'

Hoezo detailvragen?

'Het zijn vragen over het huidige beleid. Het zegt niets over smoel. Partij en fractie en Kok - samen zijn die heel herkenbaar. Ze hebben een herkenbare koers.'

Maar wat vindt ze dan van die koers?

Afgemeten: 'Die koers vind ik soms angstig.'

Ze begint over de geschiedenis die in golfbewegingen gaat. 'Je ziet het aan de belangstelling voor politieke functies. Die leeft weer op, die is het afgelopen jaar enorm toegenomen. Er is een aantal jaren geweest dat je verschrikkelijk je best moest doen om kandidaten te vinden. Nu verdringen ze elkaar. Er was bijvoorbeeld voor de nieuwe Eerste-Kamerfractie een grote belangstelling. Het is volgens mij de verdienste van Felix Rottenberg. Hij heeft weer leven gekregen in de partij, zelfs bruisend leven.'

Iets soortgelijks ziet ze in de homobeweging. Ook daar is nieuw leven na een periode van consolidatie. Ze begint over Roze Zaterdag, de jaarlijkse manifestatie van de homobeweging. Ze vreest, zo blijkt, branchevervaging. 'Er komen steeds meer hetero's op af. Dat heb je altijd met leuke homo-dingen, die worden overgenomen door de hetero's. Ik denk dat we daar als homobeweging voor moeten oppassen.'

Ze pleit voor een eigen subcultuur. 'Ik wantrouw mensen die het hebben over integreren. Dan denk ik: o ja, we moeten onze subcultuur dus opgeven. Met de verhalen over integratie is volgens mij hetzelfde aan de hand als met de pleidooien voor tolerantie. In beide gevallen wordt bedoeld dat de witte heteroseksuele meerderheid de grenzen bepaalt.'

We praten over de begrafenis van Manfred Langer, eigenaar van de Amsterdamse discotheek It. Ze wil weten wat er tegen is. 'Waarom zou men in de homowereld zijn doden moeten begraven zoals de hetero-meerderheid dat doet?'

Stephan Sanders schreef in de Volkskrant een kritisch verhaal: van de begrafenis van Langer werd een vertoning gemaakt, het was een vorm van openbaar kunstbezit. Ze is niet onder de indruk van het argument. 'Sorry dat ik het zeg, maar als prins Bernhard begraven moet worden, wordt het ook openbaar kunstbezit. Dan is het een vertoning van een andere cultuur, misschien wel met witte paarden. Maar nog altijd openbaar kunstbezit.'

Het bezwaar van Sanders is dat het persoonlijke verheven wordt tot publieke moraal. Ze haalt haar schouders op: 'Jij vindt het geŽxalteerd. Ik zeg: geŽxalteerd of niet, men kon tenminste zichzelf zijn, mensen gingen op hun mooist als travestiet. Dat zie ik veel liever dan de doorsnee-begrafenis: met z'n vijftigen in het zwart aan de groeve, een traantje plengen en een plakje cake tot slot.'

Het gaat dus goed met de homobeweging. Ook hier ontwikkelen zich nieuwe activteiten. Ze zegt: 'Eens in de vier jaar ging het hoofdbestuur van het COC praten met de minister-president, die zei dan dat hij dol was op homoseksuelen, en daarmee was het allemaal weer geregeld. Nu worden de zaken opnieuw aangepakt. Op een andere manier dan vroeger, veel zakelijker, maar niet minder interessant. Het COC in Amsterdam was nogal een warrige boel. Plotseling is daar orde op zaken gesteld. Er komen weer veel bezoekers, ook jonge mensen. Het gebeurt niet meer dat drie mensen tegelijk dezelfde zaal besproken blijken te hebben.

'Dat is dus een nieuwe opleving van activiteit. Het is niet een nostalgische beweging terug, naar vroegere tijden. Ik heb het over de toekomst, over een ontwikkeling, een gestage ontwikkeling. Jij hebt het steeds over terug en over vroeger. Jij zit me dat aan te smeren. Ik zeg: het wordt nooit meer zoals vroeger. Ik denk vooruit.'

Maar over de toekomst kan ze hooguit spreken in termen van hoop en verlangen. 'Nee', onderbreekt ze met fascinerende stelligheid. 'Ik weet. Ik ben oud genoeg om te weten. Het is geen kinderlijk idealisme. Ik weet.'