Europa geeft ons het gevoel dat we de verkeerde schoenen aan hebben'

 

Door onze redacteur ROB MEINES

 

DEN HAAG, 23 NOV. Het probleem van Nederland met "Europa' is, dat het veel moeite heeft te erkennen, dat de Gemeenschap niet tot stand komt langs zuivere lijnen, maar alleen via chaotische processen. Voor ons Nederlanders is het moeilijk te accepteren, aldus D66-fractieleider Hans van Mierlo, "dat je dingen aan elkaar pratend, tegenstellingen wegmoffelend, contradicties accepterend uiteindelijk toch tot iets goeds kunt komen".

 

Nederland heeft zich in het verleden ook nooit zo behaaglijk gevoeld in Europa, constateert Van Mierlo. "Nederland is een wezenlijk Atlantisch denkend, voelend en opgevoed land. Europa geeft ons het onveilige gevoel van iemand die ineens in de salons van de hogere kringen terecht komt en voortdurend denkt dat hij verkeerde schoenen aan heeft. Drie eeuwen geleden hebben we de Spanjaarden eruit gegooid en vervolgens zijn we met de rug naar Europa gaan zitten, en geld gaan verdienen over de plas.

 

"Toen we na de Tweede Wereldoorlog noodgedwongen onze neutraliteitspolitiek hebben afgestaan, zijn we vrijwel meteen op de meest ideale vorm van Europese samenwerking gaan zitten. Zo van: als het dan moet, dan in het absolute ideaal van het supranationale. We hebben gedacht Europa te kunnen bevechten via de heldere concepties van het onbedorven ideaal. Daar zitten we op dit moment dus mooi mee, want één ding is evident: het oude ideaal van een vreedzaam Europa met grote welvaart voor iedereen komt er alleen langs grillige en onheldere concepties.

 

"Wie op dit moment in het proces alleen met kraakheldere concepties wil werken, zal merken dat hij geen centimeter vooruit komt. Dat dit voor Nederlanders lastig is, zie je ook een beetje in het drama dat we achter ons hebben met het Nederlandse voorstel voor de Europese Politieke Unie: dat rotzooierige van de Westeuropese Unie een beetje NAVO en een beetje EG, daar kunnen we hier heel slecht tegen. En dat is ook een reden waarom het is misgelopen met dat Nederlandse voorstel."

 

Verklaart dit wellicht ook waarom de scepsis groeit over een verdere Europese integratie in Nederland?

 

"Je hoort helaas steeds meer mensen zeggen dat het nu wel genoeg is: houden wat we hebben en niet verder. Ik moet ook zeggen dat ik altijd vraagtekens heb gezet achter de oprechtheid van velen in het Nederlandse streven naar een supranationaal Europa. Ik heb het wel eens zo geformuleerd: de meest ideale vorm van Europa nastreven, is ook de beste manier om het tegen te houden."

 

En dat idee was nog steeds te vinden in het Nederlandse voorstel voor de Europese Politieke Unie, zoals dat door de anderen is verworpen?

 

"Nee, die hypocriete gedachte niet, wel de behoefte aan een logische maar onhaalbare conceptie."

 

Wat is uw recept, welke conclusies trekt u daar uit?

 

"Wij moeten onze benadering herzien. Wat blijft, zijn de doelstellingen van duurzame vrede en grotere welvaart. Uitgangspunt blijft ook: zoveel mogelijk supranationale processen die een federatieve structuur in zicht brengen. Maar waar ik vroeger dacht dat verdieping van de samenwerking de absolute prioriteit had boven de uitbreiding met andere landen ben ik daar nu niet meer zo zeker van. Of we het willen of niet, we hebben er de vuile was van de buren in Midden- en Oost-Europa bij gekregen. Ik denk dat ons uit het oogpunt van de verantwoordelijkheid die we voor andere landen hebben de tijd niet wordt gegeven om het op die meest heldere en zuivere manier te doen. De rotzooi wordt groter. Verdieping en verbreding moeten met elkaar verbonden worden."

 

Moet Nederland dan nu op heel andere doelstellingen overstappen?

 

"Voor mij zijn de noties niet zo veranderd, alleen moet je in de uitvoering je accenten verleggen. Ik denk dat de verdieping van de Gemeenschap in Maastricht mondjesmaat zal zijn. Dat is geen ramp, als de wil om verder te gaan maar is gebleken en er echt iets aan het democratisch tekort is gedaan. Belangrijk is ook dat het terrein van de buitenlandse politiek erbij komt, evenals defensie. Alles duurt nu eenmaal langer dan je hoopt. Toen we begonnen met D66 dacht ik ook: ik heb zo hartstikke gelijk, ik hoef alleen maar de kans te krijgen om het aan de mensen te vertellen en dan gebeurt het ook. Zo gaat dat dus niet. Wat onder geen voorwaarde mag gebeuren, is dat er teruggang optreedt. Het Nederlandse voorstel om ten behoeve van het Verenigd Koninkrijk een algemene ontsnappingsclausule in het EMU-verdrag op te nemen, tast de basis van het integratieproces zelf aan en is daarom eigenlijk onaanvaardbaar."

 

Maar welke lijn moet de regering nu volgen? Bestaat er trouwens eensgezindheid over binnen de regering?

 

"Ook binnen Buitenlandse Zaken zijn in de laatste jaren de denkbeelden sterk uit elkaar gaan lopen. Een deel van de processing van de afgelopen maanden is trouwens niet door de ministers van buitenlandse zaken gedaan, maar door de staatshoofden en regeringsleiders, en dat zelfs bilateraal. Het Frans-Duitse plan voor een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid is een plan van Kohl en Mitterrand en niet van Genscher en Dumas. Genscher en Dumas kenden de details van het plan niet eens.

 

"Als Nederland een Europese politiek wil voeren dan zal het van de realiteit van twee verschillende gremia moeten uitgaan: de topconferentie van regeringsleiders en de raad van ministers. In het buitenland hebben beide hun eigen dynamiek, in Nederland worden ze geacht worden constitutioneel samen te vallen. We moeten ermee ophouden het buitenland voor te houden dat ze zich beter kunnen aanpassen aan de Nederlandse constitutie en we zullen moeten aanvaarden dat de minister-president een buitenlands beleid voert. Ik onderschat Lubbers en Van den Broek geen van beiden, ze zijn alletwee in staat om iets uit te stralen en een bepaald gezag te ontwikkelen. Maar ze zijn totaal anders. Je moet ze alletwee gebruiken.

 

"Bij de eerstvolgende kabinetsformatie is het van het grootste belang dat de twee bewindslieden die daar terecht komen, in staat zijn elkaar de ruimte te geven zonder dat de een het gevoel heeft dat hij een nitwit is geworden of een beunhaas of een onbetekenende boodschapper. Ik vind dat ons EG-voorzitterschap flink te lijden heeft gehad van de controverse tussen Buitenlandse Zaken en Algemene Zaken.

 

"Bovendien merk je dat Nederland meer en meer door de grote Europese landen op z'n juiste maat van een klein land wordt teruggebracht. Nederland is in rangorde ook achteruitgegaan in Europa. Als je kijkt naar de plaatjes over de welvaartsontwikkeling in Nederland per capita van 1970 tot 1990 dan zie je een structurele lijn omlaag. Van de eerste plaats naar de zesde. Er is vrij ruw met ons omgesprongen in de reactie van de andere Europese landen op het Nederlandse EPU-voorstel. Je kunt op tien manieren een voorstel van tafel krijgen: met veel en met weinig pijn. Ze hebben de meest pijnlijke en vernederende vorm gekozen."

 

Wat kan Nederland daar tegen doen?

 

"Dat is niet in twee woorden te zeggen, maar als we nu eens begonnen met die indianenstrijd tussen die twee departementen te staken en als we eens ministers aanstelden die dat inzien en die in staat zijn om een gezamenlijke collectieve verantwoordelijkheid waar te maken."