De politiek blijft een hete wind, het holt je uit; Aad Nuis over het Kamerlidmaatschap en het gelijk van D66

Door Tom-Jan Meeus

De intellectuele rechterhand van Hans van Mierlo, literator in de politiek, een boekenmens in de wereld van "ambtelijke indekkerij' en "rondtollende' nota's. Aad Nuis, sinds 1981 Kamerlid voor D66 - dat vandaag zijn 25-jarig bestaan viert. Over de ideeënontwikkeling in de partij ("het lijkt erop dat we zwijgen: dat is waar'), de nieuwe Van Mierlo ("dat is Wolffensperger'), de keerzijde van het aanhoudende succes ("kiezers stemmen op ons omdat ze anders thuis moeten blijven'), de Progressieve Volkspartij ("de gedachte blijft zijn goede kanten hebben'). En over zijn overstap naar de actieve politiek: "Ik had behoefte aan aanspraak. Gewoon, aanspraak.'

Voordat hij beroepspoliticus werd, deed Aad Nuis (58) allerhande ""ontzettend aardige, spannende dingen''. Polemoloog was hij, politicoloog, redacteur van Tirade en PC, literair recensent van HP. Hij publiceerde poëzie, was NRC-columnist, gaf boeken uit, schreef ze zelf. Nu komt de dagbladlezer hem tegen als ""Nuis, tussen haakjes D66'' in berichten betreffende het "onderwijsvoorrangsbeleid' dan wel de "problematiek van de na-Hossers'. Het zijn niet zelden de enige tastbare resultaten van een volle dag debatteren in de Tweede Kamer, ""van elf tot elf'', en al vindt hij ook dit werk ""ontzettend aardig en spannend'', soms wordt hij ""dáár dus doodmoe van''.

""Die vergaderingen! De éindeloze verhalen die mensen houden! Mijn voorstel voor de commissie-Deetman zou zijn: iedereen even weinig spreektijd. Alleen de kleine partijen zijn altijd goed aan te horen, want die moeten het kort zeggen. Maar die grote - die moeten een uur volkletsen, anders zitten ze onder hun stand. En dan komen ze: de voorgelezen verhalen, dat ambtelijke taalgebruik, de doorschrijvers, die alleen maar tekst maken die niet aanvechtbaar mag zijn.

""Laatst las ik in zo'n stuk: "Als regel is dit een uitzondering'. Ik schoot enorm in de lach. In al zijn stralende eenvoud stond daar het wezen van het ambtelijk taalgebruik. Die schrijver zat natuurlijk te denken, "verrek, een uitzondering!, dat geeft maar aandacht, hoe vang ik dit op? Ik maak er een regel van!' Zo tolt dat rond, die indekkerij. Ambtenaren moeten tot maximaal drie computerschermpjes per week veroordeeld worden. En Kamerleden krijgen alleen extra spreektijd als er eentje de geest heeft en los van zijn papier kan praten.''
 

Vergaderen is driekwart van uw werk.

""Dat is dus heel veel tijd, zeker omdat ik ook nog voorzitter van de vaste Kamer-commissie van WVC ben - dan mag ik de hele dag niks zeggen. Maar je ontwikkelt er een gevoel voor. Als recensent moest ik ook slechte boeken lezen, dat kon ik heel vlug. Alleen een goed boek las ik echt. Dat is hier ook zo. Je krijgt talent om te weten wanneer je niet hoeft op te letten. En soms gebeuren er heel aardige dingen, dan wordt het spannend. Dus in onderdelen is dit bestaan heel saai, en dan ineens is het heel leuk. Dan draait de kermis der ijdelheid op volle toeren, dan kan ik me niks leukers voorstellen.''

bij de oprichting van de Democraten '66, 25 jaar geleden, was Nuis, nu de intellectuele rechterhand van Van Mierlo, in geen velden of wegen te bekennen. ""Ik kon niet, of zo.'' Hij wilde ook niet. Nuis werkte in die dagen op de faculteit Politieke Wetenschappen van de Universiteit van Amsterdam (""bij Hans Daudt'') en had nog voor de oprichting van D66 in een brochure vastgesteld dat de PvdA als enige partij in staat was de geest van de jaren zestig in haar gedachtengoed onder te brengen.

""Ik had ervoor doorgeleerd, dus ik wist dat zo'n nieuwe partij niks kon worden. Maar toen D66 bij de eerste verkiezingen waaraan ze deelnam meteen de grote winnaar werd, was mijn enige argument tegen de partij verdwenen. De politiek was arm geworden, de boel was vastgeroest. Er moest iets veranderen. Meer mensen erbij, meer ideeën. Het einde van de ideologieën diende zich aan. Ook ik had het idee dat ik niet meer in zo'n hokje paste. Je kunt nu eenmaal geen honderd procent liberaal zijn, of honderd procent socialist.

""Het bestel moest ontploffen - dat was het uitgangspunt. Al ben ik snel gaan inzien dat de veranderingen in Nederland traag gaan. Het denken van die tijd was natuurlijk heel onhistorisch. Dat was aardig, want zo woonde je in het centrum van de wereld, maar achteraf zie je hoe het werkelijk gaat. Het is maar goed dat we dat toen niet wisten, anders waren we moedeloos geworden.''

Zijn eerste daad als partijlid was het maken van een afspraak met Van Mierlo. ""Hans en ik ontdekten dat we samen konden schrijven: in een café maakten we een stuk zonder achteraf te weten wie wat opschreef. Hans is een praatmens, veel meer dan een lees- of schrijfmens. Als hij een rede voorbereidt wil-ie praten, dan moet-ie wat mensen om zich heen hebben. Hij schrijft het zelf op: een idee van een ander neemt-ie zelden over, maar als-ie het doet zul je het weten ook. Hij heeft het verhaal in de wereld geholpen dat ik redevoeringen voor hem schrijf, maar dat is dus schromelijk overdreven. We hebben wèl vaker samen geschreven aan discussiestukken voor de partij. Ook bij de ommekeer in 1985, toen Hans besloot de sprong opnieuw te wagen. Zaten we samen te zweten in een huisje op de hei, vlakbij Jan Vis, die van tijd tot tijd aan wipte.''

Dat was rond de laatste crisis van de Democraten, die de laatste 25 jaar menige trage neergang en plotselinge wederopstanding beleefden. Nuis zag de meeste crises van nabij aan, die rond de leiders inbegrepen. Het streven naar een Progressieve Volkspartij, begin jaren zeventig, dat Van Mierlo het leiderschap van de partij kostte: naar elf zetels en terug (1972). De onweerstaanbare opkomst van Jan Terlouw, die geheel in strijd met de oorspronkelijke ideeën, de partij als "vierde stroming van de Nederlandse politiek' profileerde: naar zeventien zetels en terug (1982). En de terugkeer van Van Mierlo, medio jaren tachtig, die opnieuw het disfunctioneren van het bestel aanwees als bestaansreden van D66: naar twaalf zetels en vooruit (1991).

D66 is derhalve weer in de mode. En waar dat ook mee te maken moge hebben, één analyse verwerpt Nuis onverwacht fel: dat het alleen met de figuur Van Mierlo te maken zou hebben.

""Het heeft me verbaasd dat D66 lange tijd zo weinig succes had. Onze analyse heeft altijd geklopt. We hebben misschien te vroeg gelijk gehad, maar de huidige toestroom van kiezers - de zeven verkiezingen die we nu op rij hebben gewonnen - ervaar ik niet als een verrassing. Het patroon waarmee de oude partijen zichzelf in stand houden - schijntegenstellingen creëren om het eigen bestaan te rechtvaardigen - is steeds wankeler geworden, en dat besef is doorgebroken. Het treft momenteel vooral de PvdA, daar blijkt de ideologische samenhang het meest ver zoek. Mensen pluizen onze analyse niet helemaal uit, maar ze zien dat ons verhaal klopt met de werkelijkheid die ze ervaren.

""Ik ben niet triomfalistisch, ik ben reëel. We rennen hier nog steeds met twaalf Kamerleden rond, ook al staan die peilingen al tijden op dertig of meer. Laatst snelde Jacob Kohnstamm door de gangen, roept zo'n CDA'er: "Jacob, wat hol je hard', zegt hij: "Ja, maar ik hol ook voor drie!' Er wordt nu ook geroepen dat we slapende rijk worden - maar dat is de enige fatsoenlijke manier van rijk worden.''



D66 is opvallend afwezig in het maatschappelijke debat.



""Dat gaat in golven. Partijen nemen het van elkaar over. In de jaren vijftig was de PvdA onbetwistbaar degene die het spel maakte. In het begin van ons bestaan was dat zonder enige twijfel D66. Wij legden de issues op tafel - de PvdA volgde ons. We hebben dat toen zó sterk gedaan dat je wel kunt zeggen dat we sindsdien er niets meer van gelijke kracht naast hebben gelegd, en dan lijkt het alsof je zwijgt: dat is waar. Maar de dingen die we toen zeiden hebben nog steeds dezelfde kracht. Al geef ik toe dat het CDA het debat in de jaren tachtig heeft beheerst.''



Vanwaar dan toch dat succes?



""Neem nou het verhaal dat Bram de Swaan hield op ons symposium, zijn uitwerking van Zorg en de Staat, dat briljante boek van hem. De maatschappij wordt steeds meer een smeltkroes. Ons systeem is er niet op ingesteld, de politiek is er niet op ingesteld, een groot deel van de samenleving loopt er volledig langs; niet alleen langs de minderheden en hun problemen, ook langs de drop-outs van de jonge generatie. We hebben een nieuw type politieke partij nodig die voeling heeft met deze mensen
. Dat ligt in de lijn van wat we vroeger wilden en wordt het centrale issue van de komende tien jaar.''



U zegt dat dit thema niet in brede maatschappelijke verbanden bediscussieerd wordt, dus de verklaring voor de toevloed van kiezers kan het niet zijn?



""Maar onze houding is duidelijk. En dat zien mensen. Het gaat meer om mentaliteit dan om het concrete gedachtengoed. De thema's zijn vooral voor jezelf belangrijk, dat zit aan de binnenkant, je moet jezelf eraan houden. Mensen vertrouwen onze houding, en die komt voort uit onze behandeling van dit soort thema's.''



D66 is geen veredelde Lijst-Van Mierlo?



""Onzin, èchte onzin. De mensen die dat zeggen zijn degenen die het ervan maken. De pers, ja. Wij hebben twee lijsttrekkers gehad, Van Mierlo en Terlouw, en van beide werd gezegd: met zo'n lijsttrekker kan ik het ook. Maar beiden hebben ook nederlagen geleden. Dus ik denk altijd: we zullen nog eens een verdomd slechte lijsttrekker moeten vinden om te bewijzen dat het onzin is.''



U had hem kunnen hebben. Begin 1986 stond D66 onder leiding van Engwirda op minder dan één procent in de peilingen, Van Mierlo werd gesmeekt terug te keren. Een paar maanden later waren er negen zetels.



""Maar wat blijft is dat we nooit een slechte lijsttrekker hebben gehad en wel verkiezingen hebben verloren. En nu even serieus: een lijsttrekker representeert een partij, een houding, een mentaliteit. Je kunt zo iemand niet uitruilen, niet willekeurig kiezen. Zomaar een bewogen beweger, dat kan bij ons niet. Zulke mensen moet je hèbben.''



Dus als Van Mierlo onder de tram komt is er morgen een ander?



""Ja. Je weet het nooit helemaal zeker, je hebt iemand voor ogen - op dit moment zou dat Wolffensperger zijn - en dan moet nog blijken of het ook werkt. Maar we hebben die mensen. We hebben er ook meer dan Wolffensperger alleen, al zou ze de schrik op het lijf slaan als ze er morgen moesten staan.''



In de peilingen wint D66 van alle partijen. Is dat niet gevaarlijk? Zodra de partij zich in een kabinet moet profileren lopen de kiezers aan alle kanten weg.



""Het is natuurlijk hoogst onverstandig, al die winst, maar we kunnen het niet helpen! Het is ons karakter. We zijn dubbel. We zijn een partij links van het midden, en tegelijk staan we met onze opvattingen over het bestel tegenover de andere partijen.''




Het motto is: de winst van nu verliezen we vast weer, en laat de treurnis dan maar komen?



""Als je er slecht voorstaat moet je daar niet erg over inzitten, als het te goed gaat ook niet. Hard juichen heeft geen zin. Je weet dat je een zwaar weer-zeiler in de politiek bent. Dat is niet leuk, je probeert je kiezers ook vast te houden, maar we weten dat hele snelle stijgingen slecht uit kunnen pakken. Naar zeventien zetels in 1981 - dat ging te snel. En we moeten opnieuw oppassen. De tegenwind zal opnieuw komen, en die zal ook gevolgen hebben, ook al omdat wij nog onvoldoende het nieuwe type partij zijn dat we nodig hebben: het verhaal van De Swaan.



""Mijn kritiek op de partij is dat wij die nieuwe vorm nog niet hebben. Ook wij hebben onvoldoende een organisatie die de fragmentatie in de samenleving opvangt. We pretenderen als eerste te zien hoe de samenleving zich ontwikkelt, en we zouden ook de eerste moeten zijn die laat zien met welk soort partijorganisatie je dat aanpakt. We liggen wel een beetje voor, maar we zijn er nog niet. Kiezers stemmen nu op ons, dat willen ze, maar dat is vaak een alternatieve stem, want anders moeten ze helemaal thuis blijven. Op den duur is dat dus niet voldoende.''



U zoekt een alternatief voor de klassiek georganiseerde politieke partij, wat D66 ook is geworden?



""Ja. Niet zozeer het contact met de leden is van belang. Leden worden überhaupt van minder belang: bij alle andere partijen lopen ze weg, bij ons komen ze er nauwelijks bij. Dat is de toekomst, denk ik. Mensen zullen hun sympathie afnemend via een lidmaatschap tonen. Massapartijen houden op te bestaan. We zullen de mensen op een andere manier moeten bereiken. We moeten onze klanten beter binden. Maar daarvoor is het niet zozeer nodig je partij te veranderen, maar zorgen dat je oren werken.''



Contact houden met de mensen van "ons soort mentaliteit'?



""Ja, maar wees bewust van het feit dat het geen automatisme wordt. Dat je er niet op gaat zitten. En ik bedoel: we moeten onszelf telkens opnieuw bewijzen. We moeten telkens opnieuw een betere boodschap hebben. Daarvoor moet je het land goed kennen. Weten wat er gebeurt in de samenleving. Je hebt een netwerk nodig, ja, van mensen met ons soort mentaliteit.''



Een beweging?



""Zoiets, al klinkt het me te bewógen. Weet je wat? We noemen het weer kiesvereniging! Dan zijn we terug in 1966.''



En komen de jaren zeventig ook weer: de Progressieve Volkspartij. Strategisch is het wel te begrijpen dat D66 het aanbod nu afwijst, maar gezien zijn zelf geformuleerde reden van bestaan blijft het wonderlijk.



""Het is nu niet interessant. Iedere partij moet voor zichzelf uitzoeken hoe ze beter kan functioneren. Samenwerken of fuseren is niet vruchtbaar, echte vernieuwing wordt dan minder belangrijk dan de samenvoeging op zich. Dan ga je weer naar elkaar kijken, in plaats van naar de wereld. Overigens is dat precies wat de PvdA nu doet. Dat is dus goed.



""We hebben meer kans op succes als we het eerst in onze eigen subcultuurtjes eens zijn geworden over ons functioneren. Dat is een kwestie van termijnen. Want de gedachte blijft zijn goede kanten hebben. Op den duur zal het hele systeem loskomen. Dan gaat het niet meer over twee partijen. Daar moet je dan ook de VVD bij betrekken. En één keer moet je toehappen.''



Het oude sentiment is niet weg, u blijft voelen voor dit type verandering van de Nederlandse politiek?



""Het zou goed zijn als je op den duur twee grote partijen overhoudt: het CDA, het ouderwetse, het getrouwe, het gewortelde. En daartegenover een partij die in het midden staat, maar meer gericht op de geïndividualiseerde, heterogene samenleving. Twee polen, die houd je dan over. Het heet dan anders, maar er resteert het CDA en een samenwerking van PvdA, D66 en VVD. Een coalitie zonder het CDA zou daarvoor nuttig kunnen zijn. Het is vaag? Als je er enig succes mee wilt hebben, als je de politiek werkelijk wilt vernieuwen, moet je nu niet gaan streven naar overhaaste duidelijkheid.''



Uw eerste functie in de actieve politiek was statenlid te Gelderland, in de late jaren zeventig. U werkte toen als recensent bij HP. Waarom de staten van Gelderland?



""Ik woonde daar, dat om te beginnen. Ik recenseerde, kreeg iedere ochtend bij de post een dikke stapel boeken, deed mijn werk, liep wat rond in huis - en kreeg behoefte aan aanspraak. Gewoon, aanspraak. Ik wist ook niet of het wat voor me zou zijn. De staten van Gelderland zijn nu eenmaal niet het meest opwindende onderdeel van de democratie. Maar het beviel me wel, anders was ik in 1981 ook niet in de Kamer gegaan. Toen had ik eindelijk het gevoel dat ik oud en wijs genoeg was om me niet geheel te laten opslokken door de politiek. Ik wilde blijven lezen. En dat blijkt ook te kunnen, al is het de ene dag beter dan de andere. Want het is vreselijk druk.



""De politiek vind ik boeiend, toch heb ik mijn andere pool, de literatuur, nooit uit het oog verloren. Anderen moeten het zelf weten, maar ik heb het altijd heel verkeerd gevonden om alleen maar politicus te zijn. Politiek blijft toch een beetje een hete wind. Het holt je uit. Dus het is heel goed een zwaartepunt buiten de politiek te hebben.



""Als het over het voorstel van Brinkman en Wöltgens gaat om nog maar eens in de twee weken te vergaderen - typisch de wens van leiders van regeringspartijen trouwens - zie je mensen in de Kamer met een wolkje boven hun hoofd zitten: wat moet ik dán? Nou, ik weet het al. Achter mijn bureau, schrijven! Nu komt het er niet zoveel van.''



U werkt in een omgeving waar weinig wordt gelezen.



""Dat beeld in literaire kringen over politici die niet lezen: het is flauwekul. Er wordt veel gelezen, ik merk dat omdat ze er tegenover mij over beginnen. Al zijn er krasse voorbeelden van het tegendeel, zoals Geertsema, die ik in Gelderland meemaakte. Die had van zijn leven geen roman gelezen. Dat was zonde van zijn tijd, vond-ie grote onzin.''



En het triviale van de politiek? Het spel, het scoren, de pers?



""De vertekening die de pers geeft irriteert me. De televisie die alleen wat gevechtjes uitzendt en langs de inhoud gaat, de dagbladen die statements afdrukken. Maar ik zie de beperkingen van de journalisten natuurlijk ook. En het spel tussen journalisten en politici: nou ja, dat blijft iets dat mij niet zo ligt. Ik ga niet leuren. Vanochtend hadden we een debat met Hirsch Ballin over de toestand op Sint Maarten. Erica Terpstra interrumpeerde de minister en vroeg of hij soms geen Antilliaanse kranten las. Jawel, zegt-ie, want reeds gisteren las ik in een van die dagbladen uw inbreng voor het debat van vandaag. "Vrije nieuwsgaring!' zegt Erica. Ik ben op haar afgestapt: "Erica, je bedoelde toch vrije nieuwszaaiing?'''



Over u als recensent schreef NRC Handelsblad ooit: "Aad Nuis is bepaald een heer'. Maar u was "misschien wat saai'.



""Ik kreeg vaak het verwijt van journalisten dat ik te weinig schold. Dat vroegen ze bij de HP ook altijd: schrijf nu eens een scheldstuk! Maar dat was mijn opvatting van het bedrijf niet. Ik wilde vertellen welke boeken de moeite waard waren. Maar ik vond het niet interessant om een onbekende schrijver neer te sabelen. Wel interessant was het als het een bekende betrof - Wolkers kan me nog steeds niet luchten of zien. Een groot schrijver die een slecht boek schrijft - dat is de moeite waard. Onbekende schrijver schrijft goed boek - ook nieuws. Goede schrijver schrijft goed boek - geen nieuws, wel interessant. Onbekende schrijver schrijft slecht boek - dat is hond bijt man. En dus schreef ik vaak over wat ik goed vond. Mensen die niet geïnteresseerd waren in boeken en wel in lekkere stukken vonden dat saai. En dat heb je vaak met journalisten.''



U bent uitgever geweest bij Het Spectrum, dat nu een boek over Van Mierlo op de markt brengt dat hij niet wil. Wat zou u als uitgever hebben gedaan?



""Er zijn heel goede boeken geschreven over mensen die geen medewerking wilden verlenen. Ik zou met de auteur hebben gesproken en gezegd: zit het erin, hoe is het met je bronnenmateriaal? Ik ken de auteur van dat boek over Hans trouwens wel. Hij is een goed journalist. Hij heeft me niet gevraagd of ik mee wilde werken, maar eventueel zou ik het hebben gedaan.''



Ook als Van Mierlo tegen u had gezegd: doe het niet, van zo'n boek ga ik dood.



""Dan zou ik gevraagd hebben of-ie dat kan uitleggen. Ik weet niet wat er achter steekt. Hij vervloekt het blijkbaar, ik heb het hem hier ook een keer horen roepen: "Dan ga ik dood!' Curieus.''



Als politicus bent u dezelfde redelijke figuur als vroeger in uw andere bezigheden. Wordt u vaak verweten dat u niet durft te kiezen?



""Nee. Nou ja, door sommigen. Die zeggen het ook over de partij. Maar redelijkheid is niet hetzelfde als onpartijdigheid. Het is ook niet in strijd met vasthoudendheid.



""Zelf word ik eerder uitgesprokener. Bokkiger. Dat is de ouderdom. Ik heb steeds minder dat ik iets hoor en denk: daar zit wat in, daar moet ik over nadenken. Het is steeds vaker: ik heb er al over nagedacht, ik wéét het al.''