D66 biedt pragmatisme op doorzonwoningformaat

18 februari 1995
ARNOLD KOPER

DE Statenverkiezingen van 8 maart zijn een beetje een wangedrocht. Voor een serieuze beoordeling van de paarse coalitie komen ze te vroeg. En van een afgewogen keuze voor provinciale politieke lijsten is ook geen sprake. Al is het alleen maar omdat zelfs de politiek bewuste kiezers die straks naar de stembus gaan, doorgaans geen idee hebben wie in hun provincie eigenlijk de dienst uitmaakt.

Ook deze statenverkiezingen zijn dus weer een veredelde opiniepeiling over de landelijke politiek. Maar wel met aanmerkelijk meer betekenis dan een echte peiling, omdat op 8 maart ook de samenstelling van de Eerste Kamer wordt bepaald. Als, om maar eens een scenario te noemen, CDA en VVD samen een (bijna-)meerderheid in de senaat halen, kàn dat voor de coalitie nog stevige gevolgen krijgen.

De liberale senatoren, met de beslist niet paarse Wiegel in hun midden, komen dan immers in een positie terecht die kan worden vergeleken met die van wijlen senator Kaland en zijn CDA-fractie onder het vorige kabinet. Zij kunnen het paars, ook gezien de vaak wisselende meerderheden in de Tweede Kamer, op cruciale kwesties dan nog knap lastig maken.

Voor de coalitie zijn verder vooral de onderlinge krachtsverschuivingen van betekenis. De VVD, met het wondermiddel Bolkestein in haar midden, hoeft zich niet veel zorgen te maken. Maar voor de PvdA gaat het er om spannen. Een kleine verbetering vergeleken met 3 mei vorig jaar zou een hele opkikker zijn, maar ieder procentje minder zal worden uitgelegd als de achtste verkiezingsnederlaag onder leiding van Wim Kok.

Gezien de jongste ontwikkelingen heeft echter vooral D66 reden tot zorg. In de laatste peilingen staan de Democraten op licht verlies. Maar wat belangrijker is: ze steken bepaald niet lekker in hun vel. Het lijkt wel alsof er in D66 een stadhouderloos tijdperk is aangebroken. Van Mierlo is, sinds Poncke Princen, niet meer in Nederland gesignaleerd. En hoewel Sorgdrager - na Kok de meest populaire bewindspersoon -, Borst en Wijers aantrekkelijke smaakmakers blijven, leggen ze als politieke leiders onvoldoende gewicht in de schaal.

En Gerrit-Jan Wolffensperger dan? Tijdens het door het CDA aangevraagde interpellatiedebatje donderdag over de Betuwelijn hield hij zich tegenover Heerma en Rosenmöller nauwelijks staande. En wie de D66-fractieleider in Nova zag stuntelen over Schiphol, weet dat hij nog een lange weg heeft te gaan.

Van Mierlo zou van de lastige afwegingen die bij Schiphol aan de orde zijn waarschijnlijk een serie boeiende intellectuele paradoxen hebben gemaakt. Wolffensperger daarentegen slaagde er in zijn standpunt/mening/visie (tja wat was het eigenlijk?) terug te brengen tot de vraag hoeveel woningen er straks precies onder welke bulderbaan staan. Dat is pragmatisme op doorzonwoningformaat. En heeft met een afgewogen visie op milieu, economie en vooral ook de ruimtelijke problemen van de Randstad maar weinig te maken.

Nu hebben de Democraten het de laatste tijd ook niet makkelijk. De watersnood en het debat over de dijkverzwaring leidden - de heldenrol van Jan Terlouw niet te na gesproken - in D66-kring natuurlijk al tot verlegenheid. Maar bovendien manifesteert zich in de reeks infrastructuur-projecten die nu op de agenda staan (Schiphol, de Betuwelijn, de A73 en straks nog de HSL) toch eerder de continuïteit van de Nederlandse politiek dan een of ander paars, of D66-accent.

Een extra complicatie is ook dat de Democraten in het kabinet in de 'ruimtelijke sector', waar de afgelopen weken zoveel om draait, weinig hebben in te brengen. Wijers spreekt natuurlijk een woordje mee, maar het echte werk wordt toch door De Boer (PvdA) en Jorritsma (VVD) gedaan. Die tekenen dus niet alleen voor de daadkracht die zo populair is dezer dagen, maar ook voor het snoepgoed waarmee het infrastructurele lijden wordt verzacht. In zo'n situatie komt het er natuurlijk op aan de onvermijdelijke bochten gracieus te maken. En in een enkel geval (Schiphol bijvoorbeeld) kan enig persisteren ook geen kwaad. Maar dat vereist dat je weet wat je wilt - en niet alleen wat je niet wilt. En daar schort het nogal aan bij D66.

Jacques Wallage had het vorige week niet voor niets over de nikserigheid van D66. Het is wat vilein natuurlijk tegenover een coalitiepartner in gewetensnood, maar er zit wel wat in. Zelf timmeren de sociaal-democraten de laatste tijd opvallend aan de weg. Kok en De Boer waren overtuigend aanwezig bij alle poespas rond de watersnood - en nu ook weer rond Schiphol. En de altijd wat ondeugend kijkende fractievoorzitter lijkt warempel van plan de strijd aan te binden met het Bolkestein-voor, Bolkestein-na gebeuren van de laatste tijd. Dat gebeurt niet steeds even subtiel en overtuigend - het kabinet-Kok is natuurlijk niet 'progressiever dan het kabinet-Den Uyl' (Wallage) - maar het getuigt wel van een dosis gezonde assertiviteit.

Ook op sociaal-economisch terrein laat de PvdA veel reuksporen achter. De minister-president zelf 'ontmoedigde' de opting out-voorstellen al voordat ze door Linschoten naar buiten waren gebracht. En, alweer, Wallage ging tegenover de sociale partners dreigend met de lastenverlichting in de weer. Dat spoort weliswaar niet met het regeerakkoord, waarin de lastenverlichting bepaald niet aan correcte gedragscodes wordt verbonden. Maar behalve wat opwinding bij Rudolf de Korte (VVD) en Louise Groenman van D66, die zelfs al aan 'contractbreuk' dacht, bleef de schade beperkt.

Strategisch interessanter dan die toch wat klassieke schijnbewegingen, zijn de ideeën die deze week door minister Melkert en kamerlid Van Zijl werden gelanceerd. Een voorkeurskoppeling voor AOW'ers à la Van Zijl heeft natuurlijk riskante trekjes. Maar daar staat tegenover dat de gelijke koppeling voor alles en iedereen de laatste jaren steeds een fictie blijkt te zijn. Dan is het helemaal niet zo gek gepensioneerden zekerheid te verschaffen en tegelijk een debat over het systeem van de koppeling aan te gaan. Het staat toch niet op voorhand vast dat de PvdA zo'n debat verliest?

De minister van Sociale Zaken op zijn beurt pleit deze week in Elsevier voor drastische verlaging van de werkgeverslasten op het niveau van het minimumloon (en 30 procent daarboven). Dat is nu echt een voorstel dat past bij het sociaal-liberale karakter van dit kabinet. Het is liberaal, omdat de markt het werk mag maken. En zeker ook sociaal, omdat de nettolonen worden gespaard. Maar vooral omdat lastenverlichting zo niet verdampt in extra luxe voor de middengroepen, maar direct wordt ingezet voor het scheppen van werk, werk en nog eens werk. En dat was toch de missie van dit kabinet?

Copyright: de Volkskrant