De meesters van de macht; CDA-bestuurders worden professioneel gerecruteerd

 

Door Derk-Jan Eppink

 

Elco Brinkman heeft de gepaste bestuurlijke stadia doorlopen om het roer van premier Lubbers over te nemen: directeur-generaal op het ministerie van binnenlandse zaken, minister van WVC, fractieleider in de Tweede Kamer. Een carrière volgens het handboek. Brinkman is niet de enige, met 3.500 functies in de politiek is het CDA de grootste bestuurderspartij van Nederland. "We run this country.'

 

Vol zelfvertrouwen loopt Maxime Verhagen door de levendige wandelgangen van het Palais de l'Europe in Straatsburg, de vergaderplaats van het Europees Parlement. Enkele jaren geleden nog leidde hij het CDA in de gemeenteraad van Oegstgeest en werkte hij in Den Haag voor de Kamerfractie. Nu zit Verhagen voor de partij in Europa. Een bliksemcarrière, met dank aan de jongerenorganisatie, het CDJA. ""Het CDJA schoof vijf kandidaten naar voren. Toen ik de beste kans had, zette het alle kaarten op mij,'' zegt hij in zijn Straatburgse kantoor.

 

Verhagen moest voor een selectiecommissie verschijnen om hoog op de lijst voor de Europese verkiezingen te worden gezet. Hij praatte urenlang met de commissievoorzitter, ex-premier Barend Biesheuvel, en commissielid Norbert Schmelzer, ex-minister en ex-voorzitter van de commissie buitenland van het CDA. ""Ik zag in hem een aankomend politicus'', zegt Schmelzer. ""Hij is deskundig en ik had van leden uit de commissie buitenland al erg veel goeds over hem gehoord.'' Voor Verhagen verliep de selectie gesmeerd, na de steun van de jongerenorganisatie en de zegen van Schmelzer. In Europa bouwt hij verder aan de netwerken van de partij. ""Onlangs had ik een nieuwe medewerker nodig. Ik belde toen naar CDJA-voorzitter Ad Koppejan. Hij schudde even tien namen uit de mouw. Naast mij zit dus weer een CDJA'er.''

 

In het Christen Democratisch Appèl gaat het bijna vlekkeloos, het recruteren en begeleiden van jonge politici. De andere partijen bekijken het "CDA-systeem' met jaloezie. De PvdA verliest leden, D66 mist het maatschappelijk achterveld van organisaties waar zij uit kan putten en in de VVD gaat het schoksgewijs. Tien jaar geleden trok de "jonge garde' van Nijpels de Kamer in, daarna verloren de liberalen de ene na de andere verkiezing en was het carrièreleed voor menig VVD-politicus niet te overzien. Het CDA, in het midden van het krachtenveld en altijd aan de macht, heeft minder last van schokken. Het kan zijn "kweekvijvertjes' aanleggen en zijn aankomende politici kneden.

 

Profiel

 

Het nog niet verschenen rapport CDA-politici in functie is een draaiboek voor modelcarrières. Het schetst een profiel van de ideale christen-democratische politicus. ""Een politicus heeft veel weg van de koetsier uit oude tijden'', staat er, ""met kleine maar stevige trekken houdt de koetsier de wagen op de weg. De passagiers hadden de mogelijkheid een andere koetsier te kiezen. Ze kozen echter deze, omdat hij vertrouwen wekte en de passagiers het gevoel gaf dat hij hun bagage het best kon vervoeren.'' De koetsier uit oude tijden is de CDA-bestuurder van nu.

 

Het CDA is de grootste bestuurderspartij van Nederland, met 3317 raadsleden, 257 statenleden, 54 Tweede-Kamerleden, 27 senatoren, tien Europarlementariërs, zeven ministers en vijf staatssecretarissen, vijf commissarissen van de koningin en ruim 350 burgemeesters. ""We run this country'', liet Kamerlid Joost van Iersel zich ooit ontvallen.

 

Maar noblesse oblige. De bestuurders moeten permanent nieuw talent recruteren uit CDA-gelederen. Bij een verloop van eenderde bij elke verkiezingsperiode heeft de partij elke vier jaar ruim 1100 nieuwe raadsleden nodig. Het CDA telt zo'n 120.000 leden: in de afdelingen wordt gefolderd. Jonge gezinnen uit nieuwbouwwijken worden uitgenodigd voor "clubjes' die raadsleden adviseren en de vergaderingen verlopen volgens een beproefd stramien: eerst een korte voordracht, daarna een informeel gedeelte met koffie en gebak. Gezelligheid staat voorop, een sfeer van "ongedwongen samenzijn' waarin de leden elkaar leren kennen.

 

"De kring vergroten', zo luidt een van adviezen in het rapport om mensen voor de partij te motiveren. ""Wanneer in een gemeente een winkelcentrum wordt geopend kan de CDA-afdeling de winkeliersvereniging, de ouderenbond en de buurtvereniging vragen mensen af te vaardigen met het CDA mee te denken.'' De afdelingen krijgen de instructie bij de receptie voor het nieuwe jaar ""verenigingen'' uit te nodigen of op bestuursvergaderingen enkele instellingen ""voor nadere kennismaking te vragen''. Zonder al te veel ophef en met veel finesse probeert de partij van ""mensen met politieke belangstelling'' herkenbare CDA-politici in functie maken.

 

Dagtaak

 

Partijvoorzitter Wim Van Velzen behoort tot de architecten van het "systeem'. Hij werkt achter de schermen, legt contacten en bouwt informele circuits op. ""Ik heb er een dagtaak aan om in Kamerkringen, afdelingen en maatschappelijke organisaties met christelijke achtergrond de goede bestuurders te vinden.'' Human resources management, noemt hij het. De partij, ontstaan uit de fusie van ARP, CHU en KVP, had in het begin van de jaren tachtig, kort na haar geboorte, geen georganiseerde recrutering. De kerken, de gebruikelijke "opleidingsschool' van politici uit een christelijk milieu, hadden hun aantrekkingskracht op jongeren verloren. En het CDJA moest nog tot wasdom komen.

 

Het politieke klimaat was al evenmin gunstig voor een rustige opbouw van de partij: in het CDA woedde een strijd met "loyalisten' over de plaatsing van kruisraketten. Er was gebekvecht in de fractie. Het bestaan van het kabinet-Van Agt/Wiegel hing vaak aan een zijden draadje. Het conflict heeft zijn sporen nagelaten, ook bij Van Velzen. ""Een ruziepartij trekt geen mensen aan. Het is goed tot ons doorgedrongen dat je politieke geschillen niet op straat moet uitvechten.'' De "dissidenten' verdwenen, uit de partij of in hoge functies. In het midden van de jaren tachtig kwam de partij tot rust, voor Van Velzen was de tijd rijp om "koetsiers' te kweken.

 

In 1987 werd de CDA-kaderschool opgericht, een kweekschool voor geselecteerde bestuurders. ""Niet alle CDA-bestuurders kregen het christelijk geloof met de paplepel ingegoten. Ze moeten met de achtergrond uit de voeten kunnen: er moet een gelijkgezinde mentaliteit ontstaan,'' aldus Van Velzen. Het systeem is schools maar gedegen. De 50 cursisten die jaarlijks door de Kamerkringen worden gestuurd, banen zich een weg door dikke readers met artikelen van partij-voormannen.

 

Ex-minister Jan de Koning, de vroegere staatssecretaris Louw de Graaf, senator Peter Boorsma, hoofd van het wetenschappelijk instituut voor het CDA Jos van Gennip, Europarlementariër Arie Oostlander: allen geven ze les aan de cursisten die wekelijks tien uur aan huiswerk meekrijgen en hun cursus afsluiten met een werkstuk. ""Dit is toch een geweldig instrumentarium voor de partij'', zegt Oostlander. ""Andere partijen komen bij ons voor advies om hun vormingswerk op te zetten, ze zien hoe het werkt.''

 

Voor de CDA-cursisten is het blokken, op de wekelijkse lessen in de Jaarbeurs te Utrecht. In de wat steriele omgeving, waar vlotte bedrijfsmanagers worden onderwezen in verkooptechniek, krijgen de cursisten de uitgangspunten van de christen-democratie voorgeschoteld. Daarna gaat het in blok-II om de "maatschappij', met verplichte literatuur over "christen-democratie en milieu', "openbaar en bijzonder onderwijs', "medische macht en ethiek' en de "subsidiepolitiek in christen-democratisch perspectief'. En uiteindelijk is er Blok-III over de vaardigheden: op weekendbijeenkomsten leren cursisten hoe ze hun standpunt moeten formuleren, hoe ze moeten vergaderen, onderhandelen en compromissen sluiten. In een rollenspel leren ze hun "christen-democratische identiteit' te verdedigen op aanvallen van buitenaf: de partijschool kweekt een corporate spirit.

 

Netwerk

 

Begin mei kwamen de 250 cursisten van de afgelopen vijf jaar weer bijeen, op de "terugkomdag' in Ede. Onmiddellijk testte Van Velzen de kennis van zijn cursisten. ""Als men zegt: christen-democratie is programmatische vaagheid, weten jullie nu wat je moet zeggen.'' De cursus is pas het begin. ""Zo'n reünie is essentieel'', zegt Wim Eikelboom, de directeur van de partijschool. ""Ruim 80 procent van de cursisten vervult functies in de partij. Ze houden contact, ze vormen een netwerk.'' Cursisten mogen een beroep doen op bemiddeling van de CDA-prominenten die ze op de kaderschool hebben leren kennen. ""Ik werk in het onderwijs'', zegt een vrouw uit Krimpen aan de IJssel. ""Via de kaderschool ben ik in contact gekomen met het Nederlands Genootschap van Leraren. Nu zit ik in het bestuur.''

 

De kaderschool is een kweekvijver in wording, maar het CDJA draait met zijn 3.500 leden al op volle toeren. De jongerenorganisatie is voor de partij één van de belangrijkste toevoerkanalen van jonge Kamerleden. ""In het CDJA leer je het politieke vak'', zegt Hans Huibers (32). In de partij werd hij al snel gerekend tot de groep "veelbelovende jongeren' voor wie een politieke loopbaan in het verschiet lag. Huibers was van 1984 tot 1988 voorzitter van de jongerenorganisatie, werkte bij het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond (NCW) en kwam in 1989 in de Tweede-Kamerfractie. Zijn voorganger, Johan de Leeuw, was CDJA-voorzitter van 1980 tot 1984, secretaris van de Christelijke Boeren- en Tuindersbond (CBTB) en werd in 1986 lid van de Kamerfractie. Inmiddels is hij weer directeur-generaal op het ministerie van landbouw, en doet, zo verluidt het in christen-democratische kring, een "stoomcursus' om bewindsman te worden.

 

De vice-voorzitter van het CDJA, Wim van de Camp, werkzaam bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) kwam ook in 1986 in de Kamer. Hij was minder bekend bij de achterban en bewandelde een speciale route: hij schreef op een advertentie die in het partijblad was gezet om kandidaat-Kamerleden tot sollicitatie op te roepen. Huibers voerde de lobby aan. ""We vroegen ons af of hij in de Kamer kon komen omdat ook de CDJA-voorzitter al op de lijst stond'', zegt Huibers. ""De eigen sollicitatie, zijn kwaliteit en de CDJA-steun gaven de doorslag.''

 

De partijkanalen functioneren als recruteringsbasis, maar vaak in combinatie met het maatschappelijk middenveld. Pieter-Jan Biesheuvel, neef van ex-premier Barend Biesheuvel, was voorzitter van de partij in Den Haag. Daarvoor werkte hij bij de CBTB. Ook de huidige minister van landbouw, Piet Bukman, en ex-minister Jan de Koning zijn uit deze bond afkomstig, evenals senator Rinse Zijlstra. ""Werken in een maatschappelijke organisatie staat bij ons gelijk aan het partijwerk, het is niet van ondergeschikt belang'', zegt Van Velzen.

 

Het CDA is geen zuil meer in traditionele zin, de kinderen zijn het huis uit maar de familieband is gebleven. Bij de recrutering is er vrije uitwisseling tussen "identiteitsgevoelige' organisaties en de partij, waarbij vooral CBTB, NCW, VNG en het CNV als "putbronnen' dienen. De partij kan naar believen vissen in het middenveld, en ook de bureaucratie is een belangrijk reservoir: bijna 38 procent van de CDA-Kamerleden heeft een ambtelijke achtergrond. Maar het is moeilijk politici uit de ondernemerswereld te halen. ""Ook bij ons is het bedrijfsleven ondervertegenwoordigd'', zegt Van Velzen. Hij gaat vaak op pad om ondernemers in het politieke métier te krijgen, maar het lukt niet erg. ""In een politieke functie verdien je minder en de politiek heeft een slechte naam. Er bestaat het beeld van een overheid die er niet veel van bakt.''

 

Europa

 

Het CDA gebruikt in de recruteringsmachine ook Europa, dat bij andere partijen vaak als plaats dient om politici na bewezen diensten te parkeren. De huidige staatssecretaris voor buitenlandse handel, Yvonne van Rooy, werkte eerst bij het NCW, kwam vervolgens in het Europees Parlement en belandde daarna in de Haagse politiek. Ook minister van verkeer en waterstaat, Hanja Maij-Weggen, begon haar politieke loopbaan in het Europees Parlement. Verhagen zet deze traditie voort.

 

Norbert Schmelzer, de "peetvader' van het internationale circuit in het CDA, ziet het plaatsen van een advertentie voor kandidaten als een effectieve methode om de "kring te vergroten'. Alle kandidaten voor de Europese Verkiezingen van 1989 moesten eerst reageren op een advertentie in het partijblad. ""Er waren zo'n 200 reacties'', zegt Schmelzer. ""Je kweekt een reservoir van leden met internationale belangstelling. We voerden zo tientallen gesprekken, je brengt de mensen goed in kaart. Een plaats in het Europarlement ligt voor de meesten buiten bereik, maar er zijn tal van andere functies waarvoor je ze kunt benaderen. Je moet de mensen erbij houden, een beroep doen op hun deskundigheid en betrekken bij partijwerk.''

 

Vooral de vele partijcommissies vormen een web om experts met een CDA-achtergrond op te vangen. ""Er zijn veel mensen die bereid zijn tijd in commissiewerk te steken, zonder dat ze meteen een politieke functie uitoefenen'', zegt Van Velzen. De "denktanks' op het gebied van gezondheidszorg, binnenlands bestuur, onderwijs en buitenlandse zaken zijn "ons-kent-ons circuits' van prominente CDA-leden die weer voor inhoudelijke voeding zorgen van de christen-democratische politici in functie.

 

Jonge Kamerleden worden niet aan hun lot overgelaten. ""Je moet ze niet laten zwemmen'', zegt Van Velzen. Ank Bijleveld-Schouten (30) werd drie jaar geleden in de Kamer gekozen als regiokandidaat uit Twente. Voordien was ze gemeenteraadslid in Enschede. Ze had voor de Twentse CDA twee pluspunten: jong en een vrouw. Maar haar werk als kantoorautomatiseringsdeskundige bij de gemeente Hengelo beviel haar, over een politieke carrière had ze nog niet nagedacht. ""Ik moest erg aan het idee wennen'', zegt ze in de wandelgangen van het Kamergebouw. ""Mensen uit de Kamerkring hebben veel met me gepraat, ze hebben me overtuigd.'' Ze belandde op plaats 64, de partij behaalde 54 zetels. Maar een groep verkozen CDA'ers kwam in het kabinet, in november 1989 kwam Bijleveld-Schouten in de Kamer, als jongste parlementslid.

 

Ze kwam in Den Haag als een "vreemde in Jeruzalem' en kreeg een ervaren Kamerlid als "mentor' toegewezen. ""In de Kamer heeft iedereen zo zijn eigen zaakje. Het is goed op iemand te kunnen terugvallen.'' Stapsgewijs worden de nieuwkomers in de fractie naar voren geschoven. Vorig jaar november mocht Bijleveld voor het eerst als woordvoerder optreden bij de behandeling van de begroting voor Ontwikkelingssamenwerking. Tegenover haar, achter de regeringstafel, zat de ervaren minister Pronk. Het was de vuurproef voor Bijleveld, uit de groene bankjes kreeg ze aanwijzingen van de door de wol geverfde fractieleden Aarts en De Hoop Scheffer. In de Kamerkring Twente werd ze tijdens partijmanifestaties naar voren geschoven. Toen medio maart premier Lubbers naar Enschede kwam, zat Bijleveld met Van Velzen en CDA-bewindslieden op het podium. Voor haar geldt de code die voor alle jonge christen-democratische politici van toepassing is: je beurt afwachten, niet in het openbaar ruzie maken en je zaken kennen. Wie deze code schendt, zakt in de pikorde of verdwijnt van de lijst.

 

""Bij ons komt niemand uit het niets'', zegt partijvoorzitter Van Velzen met een zelfverzekerde glimlach. ""Pietje kan niet zeggen: hupsakee, morgen zit ik in de Kamer. Notoire baantjesjagers vallen snel door de mand. In het CDA komt alles op zijn tijd.''

 

Bemoeizucht

 

De opmerkingen van Van Velzen vallen niet altijd goed bij fractieleden. In het rapport "Bestuurlijke Vernieuwing' heeft hij krachtig gepleit voor "functioneringsgesprekken' met Kamerleden, samen met fractieleider Brinkman. Vooral de oudere, meer ervaren Kamerleden wijzen op bemoeizucht van de partijvoorzitter. Maar Van Velzen houdt stand: hij wil een bijltjesdag voorkomen. ""Je moet problemen tijdig signaleren. Dat geklep over mensen werkt verziekend.''

 

De frictie wordt nog vergroot doordat Van Velzen meent dat elke politicus zijn functie, ook het Kamerlidmaatschap, na drie termijnen behoort te beëindigen.Van de 54 CDA-Kamerleden zijn er nu achttien bezig met hun derde periode. Van Velzen vindt dat de regel van drie termijnen geen wet van Meden en Perzen is, maar het rapport "CDA-politici in functie' is voor een ""krachtig uitstroombeleid''. Er moet ruimte voor doorstroming komen en er is voor vroegere CDA-bestuurders een plaats in de "deskundigenbank', zo stelt het rapport: met de betrokken politicus moet uiteindelijk een "exit-gesprek' worden gevoerd. ""Misschien kan het CDA daarna netwerken aanwenden of bemiddelen bij het zoeken naar een andere functie.''

 

Fractieleider Brinkman ziet in het vergroten van het aantal nevenfuncties een manier om Kamerleden te laten "herintreden' in de maatschappij: in het brede scala aan maatschappelijke functies die de partij te verdelen heeft. Joost Van Iersel (dertien jaar Kamerlid) combineert het parlementaire werk inmiddels met het voorzitterschap van de Kamer van Koophandel. Haje Schartman (elf jaar lid van de Kamer) is onlangs benoemd tot burgemeester van Nootdorp en Hans Gualthérie van Weezel (vijftien jaar Kamerlid) wordt de Nederlandse ambassadeur in Straatsburg. Ook voor "CDA-politici in functie' komt het einde van het koetsierswerk in zicht. Maar daarna werkt het netwerk als vangnet. Van Velzen: ""Kamerleden zijn ook mensen met gezinnen. Je kunt ze niet zo maar op straat zetten.''

 

De vervuiling die Exxon heeft aangericht in Alaska noemt ze misdadig. Net als de ramp in Bhopal die duizenden mensen het leven kostte. ""Normaal zou je daarvoor de gevangenis ingaan. Omdat het bedrijven zijn gebeurt het niet, want de samenleving heeft ze nodig.''