Ambtelijke top wist in 1999 al van hbo-fraude

 

Door onze redactie onderwijs

 

DEN HAAG, 22 NOV.  De ambtelijke top van het ministerie van Onderwijs wist al eind 1999 dat hogescholen mogelijk te veel subsidie opstreken. Toenmalig directeur P. Scholten waarschuwde zijn collega-directeuren dat de hogescholen verdacht veel studenten aanmeldden, maar door interne verdeeldheid leidde dit niet tot actie.

 

Dat zei Scholten gisteren tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer. De oppositie hoorde in deze zitting ambtenaren en onderwijsbestuurders om een beeld te krijgen van de bestuurscultuur op het ministerie van Onderwijs. De partijen stelden het onderzoek in omdat de Algemene Rekenkamer eerder dit jaar had geconstateerd dat het departement niet reageerde op signalen van fraude in het hoger en beroepsonderwijs. Naar schatting bedraagt het misbruik circa zeventig miljoen euro.

 

Volgens voormalig directeur financieel-economische zaken Scholten woedde er eind jaren negentig een machtsstrijd in de top van het ministerie. Toenmalig minister Hermans wilde meer toezicht op de financiŽn en naleving van regels en had Scholten daarom een plek gegeven in de Bestuursraad, het hoogste ambtelijke overlegorgaan. ,,Die benoeming gaf spanning in de raad omdat de macht van mijn directie te groot zou worden'', aldus Scholten.

 

De directeur-generaal kreeg signalen van misbruik van subsidieregels in het onderwijs, maar actie werd niet ondernomen. ,,De secretaris-generaal (Holthuis, red.) probeerde de eenheid te bewaren door dit niet op de agenda van de Bestuursraad te zetten.''Volgens Scholten zijn zowel de instellingen als het ministerie schuldig aan de fraude. Het ministerie gedoogde dat de scholen de wet te ruim interpreteerden, aldus Scholten.

 

Volgens oud-directeur-generaal beroepsonderwijs P. Weeda heeft het ministerie van Onderwijs onbewust misbruik uitgelokt door regels te bedenken die in de praktijk niet uitvoerbaar waren. ,,Als bleek dat een regel niet werkte, maakte het departement er twee extra.''

 

Bovendien ging het ministerie volgens Weeda slordig om met eigen regels. Zo kregen instellingen tegen de interne regels van het ministerie in pas aan het einde van het jaar te horen op hoeveel geld zij dat jaar recht hadden. De accountantsdienst controleerde de naleving evenmin, aldus Weeda.

 

Door de grotere vrijheid die het departement de scholen na 1985 gaf, trad er volgens bestuursvoorzitter N. Verbraak van Fontys Hogescholen ,,een verlies aan inhoudelijke expertise op'' bij het departement. ,,De sector moest aan het ministerie uitleggen hoe het systeem in elkaar zit'', zei Verbraak.